Universiteit

Visioenen op het Groninger land

Thecla gooit het roer om

RUG-psychologe Thecla Brakel toverde een oude school in Oostwold om tot trefcentrum. Omdat ze iets wilde betekenen voor een gemeenschap. Maar dat bleek lastiger dan verwacht.
Door Christien Boomsma / Video Luís Felipe Fonseca Silva

Het is acht uur in de avond en het is donker in het Oost-Groningse Oostwold. Aan de Havenstraat branden nauwelijks straatlantaarns en de oude school op nummer vijf gaat schuil achter een duister hek.

Maar dan worden lichtjes zichtbaar: een spoor van kaarsjes langs het pand. Een lichtslang naar een deur waarop in grote letters ‘weggeefwinkel’ staat. En dan, voorbij een hal vol boeken, schoenen, knuffels, tweedehandskleding en spelletjes, kom je in een vrolijk verlicht klaslokaal. Grote spiegels langs de wand, een bar met koffie en snoepjes. Slingers langs het plafond.

En mensen die dansen alsof de jaren vijftig nooit voorbij zijn gegaan.

Petticoat

Petra de Haan uit Blijham heeft haar haar opgestoken en een blauwe petticoatjurk aangetrokken. Ze gaat los met de boomlange Frans Kuiper die felrode bretels over zijn zwarte shirt draagt. ‘Dit is toch hartstikke leuk!’ lacht ze. ‘Zo veel is er hier niet.’

Frens Bakker, met een bloem in haar opgestoken haar, knikt. ‘Mensen zeggen dat Oost-Groningers stug zijn, maar dat valt echt heel erg mee.’ ‘De mannen, die moeten wel even een drempel over’, zegt een derde. ‘Maar vervolgens willen ze niet meer stoppen.’

Die mannen moeten wel even een drempel over

De mensen hier komen uit Blijham, Finsterwolde, Veelerveen of Westerlee. Ze rock-‘n-rollen hier trucs die ‘double six’ heten, of ‘tandpasta’. Maar het gooi- en smijtwerk laten ze achterwege.

Niet zo gek, want de gemiddelde leeftijd is 55-plus en dit is easy rock-‘n-roll: een vorm die RUG-psychologe en dansdocent Thecla Brakel zelf ontwikkelde nadat ze de oude school van Oostwold kocht om een gemeenschapscentrum van te maken – iets makkelijker, iets langzamer. Er wordt dus niemand rondgezwaaid. ‘Ik dans al meer dan vijfentwintig jaar. Rock-‘n-roll zit me in het bloed’, zegt ze. ‘En Oostwold heeft veel ouderen. Dus die combinatie was snel gemaakt.’

Oostwolmers

Alleen zijn er geen Oostwolmers hier, zoals de dorpelingen genoemd worden. Enkel Henk, de buurman van de overkant, die Brakel regelmatig komt helpen, woont hier. ‘Al zeventig jaar,’ vertelt hij trots. ‘Een échte Oostwolmer.’ Hij houdt de installatie in de gaten vanavond, zodat op de juiste momenten het Bebabeloo bap… she’s my baby uit de boxen klinkt. Dus, hoe zit dat? Havenstraat 5 is toch een gemeenschapscentrum voor het dorp?

Brakel knikt. Dat was de bedoeling toen zij en haar partner de school kochten in 2015. Maar drieënhalf jaar later is ze op haar schreden teruggekomen. ‘Ik ben er blanco en vol idealen ingestapt’, zegt ze. ‘En ik heb veel geleerd. Nu doe ik even een tandje terug.’

Misschien, zegt ze, was ze ook wel naïef om te denken dat ze zomaar een school kon omtoveren tot centrum waar mensen konden samenkomen. Maar het was haar droom, al een leven lang. ‘Toen ik een jaar of negen was, had ik een beeld in mijn hoofd van zo’n dorpshoofd van de indianen waar mensen dan voor raad kwamen. Dat is hoe ik wilde zijn. Ik wilde iets betekenen voor mensen.’

Kapers op de kust

En hoewel ze een heleboel deed dat in die richting kwam – haar studie psychologie en onderzoek naar sociale vergelijkingen kwamen voort uit dezelfde wens – was dat het allemaal nét niet. En toen werd ze vijftig en besloot ze: ‘Nu moet die droom werkelijkheid worden.’

Ze had een school op het oog in Garrelsweer, een dorp dat misschien ‘meer toegankelijk’ was geweest. Maar daar waren kapers op de kust en toen ze daarna tijdens een wandeling in Oostwold verdwaalde en stuitte op de oude school, ging het balletje rollen.

Het was geen liefde op het eerste gezicht

‘Het was geen liefde op het eerste gezicht’, erkent ze. ‘We hebben vijf keer gekeken, zijn twee keer binnen geweest. We aarzelden. Vanwege de afstand tot Groningen, maar ook vanwege de verhalen dat je er nooit tussenkomt in zo’n dorp als dit. Maar het was betaalbaar en het was ook een kans!’

Droomproject

Dus verkocht ze haar Groningse appartement en stortte ze zich in haar droomproject met al het enthousiasme dat haar eigen is. Op dag twee had ze de weggeefwinkel op poten. Gratis boeken, kleding of schoenen? Dat vinden mensen altijd leuk, dacht ze en dat is een goede binnenkomer.

De dominee kwam: of de koffie en thee voortaan bij Thecla zou kunnen, want de plek waar dat normaal gebeurde, lag een stuk verderop. Het Vrouwennetwerk van de FNV kwam en was gratis welkom. Ze gaf yoga, zingen, organiseerde lezingen.

En toen ze steeds meer mensen adviseerde over computerproblemen, deed ze er ook maar een computercursus voor ouderen bij. Koffie voor een euro, gratis soep, gratis ruimte. Ze stapte in het bestuur van Dorpsbelang. ‘Ik dacht: ik wil me inzetten voor het belang van het dorp. Daar moet ik zijn.’

En ze deed haar best om iedereen erbij te betrekken. Toen ze een dorpsborrel organiseerde, deed ze dat in het plaatselijk café: ze wilde niet een plaatselijke ondernemer dwarszitten. ‘Ik vroeg telkens aan mensen: waar hebben jullie behoefte aan?’

Complex

Alleen ontdekte ze al snel dat Oostwold complexer is dan verwacht. ‘Ik ben wel op de koffie gekomen’, erkent ze. Die caféhouder, die wil met níémand samenwerken, weet ze nu. En het dorp had onderstromingen – drie kampen – die je als buitenstaander niet meteen waarneemt, maar oh wee als je aan de verkeerde kant staat.

Dorpsbelang? Toen ze te horen kreeg dat er kritiek was op de bestuursleden, probeerde ze dat te communiceren. ‘Niet dat het zo wás, maar dat mensen zo over hen dachten.’ Brakel werd uit het bestuur geknikkerd.

Ik betaalde veel uit eigen zak

En financieel leverde ze meer en meer in. ‘Ik betaalde veel uit eigen zak’, zegt ze. ‘Ik heb wel eens een pot neergezet, voor een vrijwillige bijdrage. Maar aan het eind van de avond zat daar níéts in.’

Stoppen

Eind 2016 gaf ze aan dat ze wilde stoppen. De gemeente schrok en kwam over de brug met een subsidie van 5000 euro, waarop Brakel besloot toch door te gaan. ‘Maar ik ben natuurlijk veel meer gaan doen’, bekent ze. ‘Een dorpsbarbecue, een dansavond.’ En dat was naast de yoga, de kookles, de happy solostijldans, de easy rock-‘n-roll, de deugdenkring en het koffieuur.

En het deed iets, gelooft ze. Groningse les hielp niet-Groningse dorpelingen te integreren. Tijdens de barbecue zagen de Oostwolmers dorpsgenoten waar ze nooit contact mee hadden. Ze plukte een blinde man van straat en nam hem mee naar het koffieuur dat toevallig een kwartier later begon. ‘Hij vond het een geweldige blind date.’ Haar centrum werd een voorbeeld voor andere dorpen.

Maar ze kwam ook tien kilo aan, omdat voor sport geen tijd meer was. Ze gaf opnieuw aan dat ze wilde stoppen. En opnieuw kwam er een ambtenaar langs, die aangaf dat er mogelijkheden waren voor een substantiëlere bijdrage. ‘Ik wilde het centrum draaien voor een minimumloon’, zegt ze. ‘Maar ik wil wel een minimaal inkomen hebben.’

Hardwerkende mensen

Maar aan het eind kwam er van die bijdrage niets terecht. ‘We kunnen en gaan niet met twee maten meten’, zei wethouder Boon in het Dagblad van het Noorden. ‘In Finsterwolde zijn hardwerkende mensen bezig hun partycentrum in de benen te houden en zo is er in elk dorp een voorbeeld te noemen.’ Daar konden de 260 handtekeningen om het centrum op poten te houden niets aan veranderen. ‘Daar sta je met je ideaal en is er totaal geen erkenning voor wat je doet.’

Daar sta je met je ideaal en is er totaal geen erkenning

En dus is ze er nu klaar mee. Het is tijd om aan zichzelf te denken, vindt ze. Want hoewel de gemeenschapsruimtes netjes verbouwd zijn, kookt ze zelf nog op een campingstel. Stromend water in de privéruimte ontbreekt ook. Ze is nog altijd met emmers en flessen in de weer.

Dus doet ze dit jaar alleen nog de activiteiten waar ze écht lol in heeft. Ze geeft ‘ontspannen schilderen’, zo langzamerhand aan een leuke groep. Soms wordt ze gevraagd voor een speciaal project, zoals schilderen met mensen met een verstandelijke beperking, of rock-‘n-roll voor dementerende bejaarden. Ook de weggeefwinkel blijft. Statushouders – en daar zijn er vrij veel van in deze streek – weten haar te vinden.

En rock-‘n-roll. Natuurlijk blijft de rock-‘n-roll. ‘Dit is een groep die veel meer met elkaar doet ook bereid is om er zelf iets voor te doen. Hartstikke leuk.’

De deelnemers komen niet meer uit Oostwold, maar uit de omliggende dorpen. De waardering voor de activiteiten komt uit Groningen, Winsum, van elders. Al is Henk er natuurlijk nog altijd. Waar geen uitkeringsinstantie hem ooit in beweging kreeg, is hij bij Brakel is dagelijks aan de slag.

De koffiepauze is voorbij en de rock-‘n-rollers stromen weer de dansvloer. Henk schakelt de installatie in en daar gaan ze weer. Bebabeloo bap, she’s my baby.

English