Universiteit

Vijf jaar zwoegen en geen baan

Ten onder aan tenure track

Een aanstelling als tenure tracker lijkt fantastisch. Als je goed genoeg bent, weet je immers dat je eindigt als hoogleraar. Maar een burn-out ligt op de loer. ‘Die druk dat je alle eisen moet afvinken is zó destructief.’
Door Miranda ten Wolde / Tekening Kalle Wolters

Hoe werkt tenure track?

Tenure track is een gefaseerd loopbaantraject dat de RUG sinds vijftien jaar hanteert om jonge, talentvolle onderzoekers aan zich te binden. Een onderzoeker start op een tijdelijk contract als universitair docent.

Na vijf jaar beoordeelt een facultaire commissie of je aan alle eisen voldoet. Zo ja, dan krijg je een vast contract en word je universitair hoofddocent. Na nog eens vier tot zeven jaar kun je jezelf opnieuw laten beoordelen. Is de commissie tevreden, dan word je hoogleraar. Zo niet, dan blijf je universitair hoofddocent.

Het aantal tenure trackers aan de RUG is sinds 2009 sterk toegenomen. Waren toen op alle faculteiten (behalve het UMCG – dat heeft een aparte administratie) opgeteld nog 109 aan de slag, in 2018 zijn het er al 329. En nog altijd zijn er meer mannelijke (183) dan vrouwelijke tenure trackers (146).

‘Dit is niet het soort baan waarbij je de deur achter je dichttrekt en het is klaar. Er was een tijd dat ik iedere avond en in het weekend werkte’, vertelt ontwikkelingspsycholoog Marijn van Dijk. Ze begon als tenure tracker aan de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Inmiddels is ze universitair hoofddocent. ‘Als ik met mijn zoon meeging naar zijn tafeltennisclub, dan zat ik daar op zo’n bankje met mijn laptopje de stukken van mijn promovendi te corrigeren.’

Ze wil maar zeggen: het is hard werken om een tenure tracker te zijn. Wie na de eerste tijdelijke fase niet aan de prestatiecriteria voldoet, staat domweg op straat. En dat legt een grote druk op mensen.

‘Als er ’s avonds op de faculteit nog licht brandt, dan is dat op de kamers van de tenure trackers’, zegt tenure tracker Lammertjan Dam, universitair hoofddocent finance aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. ‘Zelf ben ik jarenlang in de zomer niet op vakantie geweest om maar aan mijn publicaties te kunnen werken.’

Hoge lat

De prestatiecriteria leggen de lat hoog. Iedere faculteit vult zelf in aan welke eisen een tenure tracker moet voldoen. Wel moet iedereen zich bewijzen op het gebied van onderwijs, onderzoek, valorisatie en organisatorische en bestuurlijke taken.

Als een keurslijf, zo ervoer Hinke Haisma die criteria. De voedingskundige werd in 2009 aangenomen als Rosalind Franklin Fellow bij ruimtelijke wetenschappen. ‘Die druk dat je alle eisen moet afvinken is zó destructief voor het onderzoek. En voor je mentaal welbevinden.’

Als er ’s avonds op de faculteit nog licht brandt, dan is dat op de kamers van de tenure trackers

Dat in combinatie met het gevoel dat ze, vanwege haar multidisciplinaire onderzoek, niet op haar plek zat, leidde bij Haisma in 2015 mede tot een burn-out. ‘Pas toen leerde ik een beetje om die knellende criteria te negeren en dat kan ook nu ik adjunct hoogleraar ben. Dat geeft rust en de vrijheid die ik nodig heb om goed onderzoek te kunnen doen.’

Klein subsidiepotje

Maar misschien wel het grootste probleem is het binnenhalen van onderzoekssubsidies. ‘Ook met een heel goed onderzoeksvoorstel wordt de kans dat je een subsidie krijgt steeds kleiner’, zegt Van Dijk. ‘Er is maar zo’n klein subsidiepotje, waar we met zijn allen omheen zoemen. Een tijd dat daarin gaat zitten!’

Dam vult aan: ‘In ons vakgebied heb je soms minder dan tien procent kans. Je krijgt van de RUG wel training voor het schrijven en presenteren van een kansrijk voorstel, maar dat krijgen ze op andere universiteiten ook.’

Haisma haalde in 2012 een Vidibeurs van onderzoeksfinancier NWO binnen, maar vraagt zich weleens af wat andere voorstellen nou zoveel slechter maakte dan het hare. ‘Er komt zo veel geluk bij kijken, het is echt een loterij.’

De echte drama’s spelen zich af in die eerste fase, als mensen na vijf jaar hard werken hun baan verliezen

Tegelijkertijd weegt de subsidie-eis wel zwaar: wie niet genoeg onderzoeksgeld binnenhaalt, kan promotie wel vergeten. Dat kan zelfs het einde van je academische carrière betekenen. Dam: ‘De echte drama’s spelen zich af in die eerste fase, als mensen na vijf jaar hard werken hun baan verliezen. Als je net kinderen hebt bijvoorbeeld, want in die leeftijd zitten tenure trackers vaak.’

Potentie

Zo ook Christian Zuidema: hij is in de twee jaar die hij nu als tenure tracker bij ruimtelijke wetenschappen werkt getrouwd, vader geworden en verhuisd. Is dat te combineren met het harde werken? ‘Het moet gewoon. We moeten er een weg in zien te vinden, net als alle jonge ouders. En ja, je moet wel wat voor je werk over hebben, want je moet laten zien dat je de potentie hebt om hoogleraar te worden. Dat zijn toch beeldbepalende figuren.’

Hij heeft het meeste moeite met het gebrek aan maatwerk. ‘Je kunt op geen enkele manier compenseren. Als je net onvoldoende scoort op je onderzoekstaken, maar wel excellent onderwijs geeft, dan houdt het gewoon op – en verliest de faculteit een goede docent. Ze mogen wel wat meer naar het individu kijken.’

Dam begrijpt wel waarom het zo werkt. ‘Je moet het systeem natuurlijk transparant houden. Maar het zou mij een goede oplossing lijken als tenure trackers aan bij wijze van spreken zeven van de tien eisen moeten voldoen.’

Maar als tenure track zo zwaar is en de eisen zo hoog, werkt het dan wel? Cijfers van de RUG geven aan dat 62 procent van alle tenure trackers die in 2009 startten of in het traject zaten, het inmiddels tot hoogleraar schopte. Van de totaalgroep zit 14 procent nog in het traject en is 22 procent tussentijds gestopt. ‘Het is dus behoorlijk succesvol’, vindt HR-beleidsadviseur Frank Nienhuis.

Vroegtijdig afhaken

Toch haakte bijna een kwart vroegtijdig af. Dat zijn deels mensen die niet door de ‘keuring’ na de eerste fase kwamen, maar ook mensen die er zelf voor kozen. ‘Dat zie je veel bij Duitse collega’s’, merkt Dam. ‘Duitse universiteiten weten dat het Nederlandse niveau hoog is en dat ze dus per definitie een goede kracht binnenhalen. Vlak voor of na de tenurebeslissing bieden ze zo iemand een baan aan met een veel hoger salaris en ook de partner krijgt meteen werkgarantie. Dan is de keuze snel gemaakt.’

Dam ziet verder dat tenure trackers opstappen als ze de bui al zien hangen. ‘Ze vertrekken om te voorkomen dat ze een stigma krijgen. Als je het in Groningen niet redt, krijg je niet snel nog een kans in Maastricht of Utrecht.’

Als je het in Groningen niet redt, krijg je niet snel nog een kans in Maastricht of Utrecht

In elk geval heeft de RUG het systeem sinds de invoering regelmatig aangepast. Vooral na de laatste evaluatie in 2016 is meer maatwerk mogelijk, vertelt Nienhuis. ‘Er is tijd en ruimte om “life events” op te vangen, zoals zwangerschap, ouderschapsverlof of mantelzorg. Want het is niet de bedoeling dat mensen het krijgen van kinderen uitstellen. Dan zou de RUG geen goede werkgever zijn.’

Kapitalisme

Ook zoeken de faculteiten naar oplossingen op maat. ‘Zo zijn er faculteiten die niet verwachten dat de NWO-voorstellen worden gehonoreerd, maar nemen ze een succesvol beoordeelde indiening als norm.’

Bovendien is het systeem transparant. ‘Als ik zie hoe collega’s in Duitsland of Zweden soms promotie moeten maken… Dat is echt vriendjespolitiek’, zegt Dam. ‘Of ze worden tien jaar aan het lijntje gehouden en zijn dan ineens hun baan kwijt. Die mensen zouden maar wat graag zo’n traject willen. Het tenure track is net als het kapitalisme: het is misschien niet perfect, maar wel de beste optie die we nu hebben.’

Daar is niet iedereen het mee eens. ‘Ik denk dat het traject echt op de schop moet’, vindt Haisma. ‘De druk is te hoog, dat is slecht voor het mentaal welbevinden van de tenure trackers en daarmee voor de wetenschap.’

English