Kenners

Actuele onderwerpen nader toegelicht door RUG-deskundigen

Tabaksindustrie

Strafrechtadvocate Benedicte Ficq heeft aangifte gedaan tegen vier grote tabaksproducenten in Nederland. Dat deed ze namens twee zieke oud-rokers. Steeds meer instellingen sluiten zich aan, zoals het UMCG. Hoe haalbaar is de aangifte?
Door Jurgen Tiekstra

Rolf Hoving

Universitair docent strafrecht

‘Het is heel moeilijk om inhoudelijk wat te zeggen over de aangifte en de haalbaarheid ervan. Dat heeft mede te maken met hoe uniek de aangifte is. Een strafproces tegen de tabaksindustrie heeft wereldwijd nog nooit plaatsgevonden. In Nederland zijn slachtoffers van strafbare feiten niet bevoegd om een verdachte te vervolgen. Alleen het Openbaar Ministerie (OM) mag besluiten om een verdachte te dagvaarden om voor de strafrechter te verschijnen. En het OM is al sinds de aangifte van Ficq in 2016 bezig met het nemen van een besluit hierover.

Als ik het goed begrijp, is onder meer aangifte gedaan van een poging tot moord, doodslag en zware mishandeling. Dit zijn allemaal opzetdelicten. Dat wil zeggen: de tabaksindustrie moet opzettelijk hebben geprobeerd om mensen van het leven te beroven of te mishandelen. Dit zal het cruciale punt zijn tijdens het proces. Want kun je nog spreken van opzet op de dood van een ander als die persoon vrijwillig sigaretten opsteekt? En als je vrijwillig gevaarlijke activiteiten verricht, is het dan redelijk om de aanbieder ervan aansprakelijk te stellen? Heel veel eten van McDonald’s is ook niet gezond. Is dat een reden om McDonald’s te vervolgen voor een poging tot mishandeling van zijn klanten?

Daartegenover staat de claim van het slachtoffer dat de fabrikant sigaretten bewust verslavender maakt dan nodig. Dat zou een indicatie kunnen zijn dat de tabaksfabrikant de wilsvrijheid van de sigarettenroker bewust heeft ingeperkt. En misschien is dat weer een aanwijzing dat de tabaksfabrikant wel opzettelijk mensen tegen hun wil schadelijke stoffen heeft gegeven.

Er zijn meer onderwerpen die problematisch kunnen zijn, zoals: Is er een causaal verband tussen de handelingen van de tabaksindustrie en het letsel van een specifiek individu? En: Kan de tabaksfabrikant als rechtspersoon worden aangemerkt als dader?’

Brigit Toebes

Adjunct hoogleraar Internationaal Gezondheidsrecht

‘Ik heb een subsidie van het KWF Kankerfonds om onderzoek te doen, vooral naar het perspectief van de mensenrechten. Die koppeling is in deze aangifte niet gemaakt, maar kan wellicht als additioneel argument worden opgevoerd.

Mensenrechtenverdragen zijn alleen geraticifeerd door staten, omdat die verdragen na de Tweede Wereldoorlog in eerste instantie aangenomen zijn om ons te beschermen tegen de overheid. Maar er is steeds meer discussie over de mensenrechtenverantwoordelijkheid van bijvoorbeeld ondernemingen. Zij hebben die verdragen niet geratificeerd, dus strikt juridisch zijn ze niet gebonden. Maar in 2011 heeft John Ruggie, een speciaal VN-rapporteur op het gebied van Business and Human Rights, gezaghebbende guiding principles aangenomen die erkennen dat ondernemingen de verantwoordelijkheid hebben mensenrechten te respecteren.

Met de tabaksindustrie vind ik het duidelijk: die maakt producten die schade toebrengen aan ons leven en onze gezondheid, dus ook aan ons recht op leven en op gezondheid. Die rechten staan bijvoorbeeld in het Kinderrechtenverdrag. Er is ook een Tabaksverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie dat door 180 landen is geratificeerd. Op basis van dat verdrag liepen er vóór deze aangifte al drie zaken tegen de Nederlandse overheid. Eén daarvan ging over de nauwe banden tussen de tabaksindustrie en de overheid. In het tabaksverdrag staat dat de overheid bij de aanname van nieuw beleid en wetgeving niet te veel mag praten met de tabaksindustrie. Die zaak is verloren, maar daarna heeft de staatssecretaris wel een brief aan de stakeholders gestuurd waarin hij zegt meer afstand te nemen van de tabaksindustrie bij nieuwe beleidslijnen. Je kunt het zo zeggen: of je zo’n juridische zaak nou wint of verliest, hij heeft altijd een maatschappelijke impact.’

Leonieke Vermeer

Universitair docent Moderne Geschiedenis

‘Dat gezondheid heel belangrijk is in onze samenleving lijkt iets nieuws, maar dat is al eeuwen oud. Je kon dat recentelijk zien in het Universiteitsmuseum, bij de tentoonstelling Gelukkig Gezond van mijn collega Rina Knoeff. Een verschil is dat we tegenwoordig ook van de overheid verwachten dat zij voor onze gezondheid zorgt, en dat we vinden dat zij daarbij het recht heeft om in te grijpen in het leven van mensen.

Ik denk dat er dan twee belangrijke Nederlandse tradities tegenover elkaar staan: aan de ene kant de traditie van de dominee met het opgeheven vingertje en aan de andere kant die van de autonome mens. Dat zie je ook met de discussies over de nieuwe Donorwet en over het voltooid leven: dat je zelf het recht hebt om te bepalen wat je doet en dat je slechte keuzes mag maken.

Dat de Nederlandse overheid zich meer met het maatschappelijk welzijn bemoeit, is eind negentiende eeuw toegenomen onder invloed van de links-liberalen. Het kabinet Pierson/Goeman Borgesius, dat ook wel het kabinet van de sociale rechtvaardigheid werd genoemd, zette zich toen zeer actief in op sociaal gebied. Toen ging het om woningbouw, om hygiëne en om riolering. We vinden het nu allemaal vanzelfsprekend dat de overheid daar een belangrijke rol in speelt.

Maar hoe ver mag die invloed van de overheid gaan? Dat hangt af van je politieke en ideologische voorkeur. Begin jaren negentig had de tabaksindustrie nog de campagne: ‘Roken. Samen komen we er wel uit’. Maar nu lijkt het alsof de roker steeds meer verbannen wordt uit de samenleving.’

English