Studenten

studeren na je vijftigste

Rijp en groen in de collegebank

De collegebanken van de universiteit worden niet alleen bevolkt door twintigers. Soms vind je tussen alle jongelingen een student met grijze haren en bergen levenservaring. De UK sprak drie van deze oudere studenten. Hoe ervaren zij het om de nestor van de groep te zijn?
Door Anne Floor Lanting / Foto’s Pepijn van den Broeke

Peter Huizenga (55) meldde zich na een carrière in de ICT op zijn negenveertigste aan voor de bachelor biologie omdat hij geen plezier meer had in zijn oude werk.

Huizenga had verwacht dat er heftiger op zijn aanwezigheid als oudere student gereageerd zou worden, maar het valt hem mee.

Marieke Creemer (51) meldde zich in 2015 aan voor de bachelor Europese Talen en Culturen toen het moeilijk werd om een nieuwe functie te vinden als beleidsmedewerker met een achtergrond in de biologie.

Omdat Creemer twee tieners in huis heeft, kan ze zich goed inleven in haar jongere medestudenten. Ze heeft nooit gedacht dat het leeftijdsverschil tussen haar en haar medestudenten een belemmering is.

Jons Straatman (70) had jarenlang een praktijk voor diergeneeskunde in Groningen, na zijn pensionering meldde hij zich aan voor de bachelor geschiedenis.

Hoewel hij het inspirerend vindt om omringd te zijn door jonge medestudenten, gaat hij buiten de collegebanken weinig met hen om. Behalve tijdens buitenlandse reizen van Midden- en Oost-Europa Studies.

Leestijd: 6 minuten (1207 woorden)

Jons Straatman (70)

bachelorstudent geschiedenis

In zijn jonge jaren studeerde Jons Straatman diergeneeskunde in Utrecht. Jarenlang had hij samen met een oud-studiegenoot een praktijk in Groningen, maar na zijn pensionering vond hij het tijd voor wat intellectuele zelfverrijking. ‘Ik was altijd geïnteresseerd in waargebeurde verhalen en las veel. Door de jaren heen kreeg ik er steeds meer interesse voor, dus ik dacht: laat ik daar iets mee doen’, legt Straatman uit.

In september 2010 begon hij aan de geschiedenisbachelor. ‘Geschiedenis biedt me, in tegenstelling tot mijn oude medische beroep, een brede maatschappelijke horizon. Ik wilde weten wat de filosofie is achter de geschiedenis en meer te weten komen over de grote structuren. Daarvoor ben ik hier op de universiteit op de goede plek.’

Hoewel Straatman de zelfverrijking heeft gekregen waarnaar hij zocht, zijn er ook een paar tegenvallers. ‘Soms werden we door docenten toegesproken alsof we kleine kinderen waren, dat schoot me af en toe wel in het verkeerde keelgat.’ Ook de stress die hij ervoer voor tentamens vond hij minder leuk. ‘Ik denk dat ik er vroeger relaxter in stond. Misschien zijn de zenuwen tegenwoordig erger omdat ik me nu steeds ten doel stel om minimaal een acht te halen.’

Tussen de twintigers

In zijn eerste jaar aan de RUG zat de ambitieuze geschiedenisstudent in een speciale klas voor deeltijdstudenten. ‘We waren met z’n negenen, veel van de studenten in de klas waren ouder dan de meeste docenten. Het was wel duidelijk dat sommige docenten dit in het begin wat ongemakkelijk vonden.’ Omdat er nu te weinig deeltijdstudenten zijn, is het klasje opgebroken. Straatman zit nu dus vooral tussen de twintigers in de collegebanken.

‘Ik vind het heel inspirerend om met jonge lui om te gaan. Ze kunnen niet spellen, maar wel denken’, zegt hij lachend. Toch heeft hij buiten de studiesfeer om vrijwel nooit contact met zijn jongere medestudenten. Alleen de excursies van Midden- en Oost-Europastudies (MOES) zijn een uitzondering op dit patroon. ‘Ik doe elk jaar mee aan deze excursies. Dan zit ik met zo’n 25 studenten samen in de bus. We trekken dan een week met elkaar op en hebben gezellig contact. Op die reizen heb ik het gevoel dat de leeftijdsgrens volledig wegvalt.’

Straatman is momenteel bezig met zijn bachelorscriptie en als deze afgerond is, neemt hij even een pauze. ‘Daarna is het mijn bedoeling om de master wetenschapsgeschiedenis te volgen. Met als hoofdonderwerp de diergeneeskunde.’

Marieke Creemer (51)

bachelorstudent Europese talen en culturen

Marieke Creemer is van huis uit bioloog en werkte na haar studie 25 jaar lang als beleidsmedewerker bij diverse provincies en gemeenten. In 2015 hield haar werk op en lagen er geen nieuwe banen meer op de loer. Een tweede, geheel andere, carrière leek toen een reële optie. ‘Ik heb altijd al een liefde gehad voor Oost-Europa en de Duitse en Russische taal, daarom heb ik me ingeschreven voor Europese talen en culturen (ETC). Ik heb Duits als hoofdtaal gekozen en Russisch als neventaal. Dat leek me gezien mijn leeftijd en de carrièreperspectieven het meest praktisch.’

Creemer ging er met een open vizier in, in de hoop op een intellectuele uitdaging. ‘Ik ben zeker uitgedaagd en mijn kennis is verrijkt, daar geniet ik van. Ik vind het ook fijn dat ik me nu helemaal in een onderwerp kan verdiepen en iets tot in de details kan uitpluizen. Bij mijn banen als beleidsmedewerker was het vanwege de politieke hectiek vaak veel haastwerk en ging het dus alleen om de grote lijnen’, vertelt de studente.

Niet naar de kroeg

Nu Creemer weer studeert, mist ze wel het contact met collega’s. ‘Het liefst had ik de opleiding in deeltijd gedaan om daarnaast nog te werken, maar dat kon helaas niet.’ Toch voelt ze zich thuis op de universiteit. ‘Ik heb twee tieners thuis, dus ik weet vaak waar mijn jongere medestudenten het over hebben’, zegt ze. Creemer heeft nooit het idee gehad dat het leeftijdsverschil tussen haar en haar medestudenten een probleem was. ‘Ik voel me echt one of the guys, al ga ik niet mee naar de kroeg’, zegt ze lachend. Wel vindt ze het fijn dat er op de opleiding ook een andere oudere medestudent is waar ze veel mee optrekt.

In haar omgeving werd vooral positief gereageerd toen ze vertelde dat ze weer ging studeren. ‘Mijn man grapt nu vaak dat hij twee studenten in huis heeft, mijn oudste zoon is namelijk net eerstejaarsstudent.’ Na het behalen van haar bachelor wil Creemer de mogelijkheden op de arbeidsmarkt weer onderzoeken. ‘Mijn kennis van de Duitse taal en cultuur combineren met mijn achtergrond in de biologie zou het mooiste zijn, bijvoorbeeld in een functie bij de Duitse natuurbescherming. Verder hoop ik dat er een linguïstisch-culturele afdeling komt bij de RUG-dependance in Papenburg, ik denk dat dit mooie kansen kan bieden voor ETC-studenten met Duits als hoofdtaal.’

Peter Huizenga (55)

masterstudent moleculaire biologie en biotechnologie

Na de middelbare school heeft Peter Huizenga een studie economie gedaan, om vervolgens aan de slag te gaan in de ICT. Dat heeft hij tot zijn negenenveertigste volgehouden, maar toen was het tijd voor iets nieuws. ‘Ik vond het werk niet leuk meer en ik had eigenlijk altijd al de wens om ooit scheikunde of biologie te gaan studeren. Dus toen dacht ik: ik doe het gewoon’, zegt Huizenga enthousiast. Hij geeft wel toe dat hij in een luxe situatie zit. ‘De ICT is een wereld waar je altijd wel in terug kan komen, er zijn veel banen en er valt goed te verdienen’, legt de student uit. Hij schreef zich in voor de bachelor biologie.

‘Het ging eigenlijk heel makkelijk, mijn cijfers waren meteen goed en ik vond het heel erg interessant’, vertelt Huizenga. Toch was het niet allemaal rozengeur en maneschijn. ‘Het kost onwaarschijnlijk veel tijd. Eigenlijk wilde ik deze studie combineren met één dag per week werken in de ICT, maar dat zat er helemaal niet in’, zegt de biologiestudent.

Eerst schrok hij nog wel van de jonge leeftijd van zijn medestudenten, maar zijn nieuwe situatie wende snel. Op voorhand had Huizenga verwacht dat er heftiger op zijn aanwezigheid gereageerd zou worden. ‘Door je leeftijd en je uiterlijk ben je al een afwijking. En als iedereen je daarop gaat wijzen, moet je wel een dikke huid hebben om het vol te houden. Het was spannend, maar ik ben blij verrast. Ik word altijd meegevraagd bij activiteiten van de vakgroep en bij groepswerk hebben anderen ook nooit problemen met mij gehad.’

Wereld van verschil

Na vijf jaar bevalt het studeren Huizenga nog steeds. ‘Als ik in het lab bezig ben, is het nooit saai. De tijd vliegt dan voorbij. Dat was op het kantoor wel anders, dan keek ik weleens om tien uur op de klok en dacht: oei, ik moet nog een hele dag. Het is echt een wereld van verschil.’

Het verbaast Huizenga dat hij weinig oudere studenten tegenkomt op de universiteit. ‘Als ik om me heen hoor hoeveel mensen ontevreden zijn, vooral over hun werk, dan denk ik vaak: ga dan wat anders doen. Maar ja, niet iedereen kan dit zich financieel veroorloven, natuurlijk.’ Na de afronding van zijn masterstudie wil Huizenga het liefst zijn oude vakgebied, de ICT, combineren met biologie.

English