Studenten
Plaatje

Student brengt historie tot leven

Simon vecht in de Slag bij Ruigenrode

Elke paar maanden verandert student Simon in een Napoleontische soldaat met een echte vuursteenmusket. Dit weekend vocht hij in de Slag bij Ruigenrode. ‘Je merkt pas hoe moe je bent als je mensen ziet neervallen.’
Door René Hoogschagen

Zijn officier brult Franse commando’s. Simon de Vries zet zijn geweer neer, giet kruit in de loop en legt aan. Om hem heen klikken de hanen van de musketten van zijn maten, keurig op een rij. Hij zweet, zijn armen worden zwaar. Tegenover hem nadert de vijand. ‘Dichterbij de geschiedenis kom je niet’, zegt de eerstejaars geschiedenisstudent aan de RUG en re-enactor.

‘Je zweet je kapot in zo’n uniform,’ verzucht Simon. ‘Zeker in de zon. En dat geweer: dat is zwáár. Alleen de stervende en krijsende mensen om je heen zijn er niet, gelukkig.’ Maar verder kan hij zich deze zaterdag in Almelo goed voorstellen hoe het leven in het Napoleontische leger eruit moet hebben gezien.

Gelukkig zie je geen stervende en krijsende mensen

Simon is een van de leden van de Bataafse Gewapende Burgermacht in het Departement van de Eems. Die Burgermacht bestond van 1797 tot 1815, en tegenwoordig dus ook weer. Alleen is het nu een groep van twaalf mensen uit Noord-Nederland, die maandelijks in Vesting Bourtange exerceert en meespeelt bij diverse historische evenementen, zoals nu bij het Historisch Festival Almelo. Kleding, gedrag, gereedschappen, alles proberen ze zo historisch accuraat mogelijk te laten zien.

Zes leden van de burgermacht zijn vandaag naar Almelo gekomen, inclusief Simon. Een karig legertje, maar aan het hele festival doen zo’n 650 andere re-enactors mee, afkomstig van collegaverenigingen uit heel Europa. Vijf ruiters te paard moeten de cavalerie voorstellen. Natuurlijk is het niets vergeleken met de tienduizenden die in het echt het slagveld zouden betreden, maar het geeft wel een idee.



Simon vult de patronen met kruit

Wapens klaarmaken

Die 650 re-enactors zijn trouwens niet alleen militairen. Er zijn ook vrouwen, ouderen, kinderen en zelfs baby’s bij. Allemaal in kledij uit Napoleontische tijd – de periode van 1799 tot 1815 toen Napoleon grote delen van Europa veroverde. En de spullen die ze bij zich hebben, zien eruit alsof ze uit die tijd komen. Mobieltjes en zakken chips blijven discreet verstopt onder kleedjes en tentflappen.

Simon: ‘We tonen hoe het leven was destijds, in zo’n legerkamp. Hoe mensen sliepen, wapens klaarmaken, schoonmaken, knopen aannaaien – het regent altijd knopen waar ik kom – het maken van patronen, eten koken.’ En dat drie dagen lang.

Die enorme terugslag voel je wel

De re-enactors scharrelen gemoedelijk over de vijf kampementen: witte tenten met kampvuurtjes, strobalen en houten meubeltjes. Er is een ambachtelijk broodbakker, een papierschepper, een tentje met kleding uit vervlogen tijden en iemand toont de kunst van kaligrafie. Geen handelaren in plastic zwaarden of prinsessenjurken hier, en ook geen broodjes worst of ijs.

Ze worden aangegaapt door duizenden langsslenterende toeristen, sommige met een camera zo lang als de sabel die Simon aan zijn zij heeft. ‘Veel mensen maken een praatje. Waar je vandaan komt, of die kleding lekker zit en of dat geweer echt is.’

Over dat geweer vertelt hij graag. Hij richt zich op militaire geschiedenis. Ooit hoopt hij conservator te worden van een militair museum. ‘Dit is een vuursteenmusket’, legt hij uit. Hij heeft er wel eens mee geschoten op een schietbaan in Leeuwarden. ‘Een enorme terugslag’, zegt Simon. ‘Dat voel je wel.’ Maar richten met zo’n ding lukt amper. De ronde kogels zwaaien steeds af.

Zijn Bataafse medestrijders Willy en Bart rollen intussen de papieren kruithulzen, die ze nodig hebben voor de veldslag die ze naspelen: de Slag om Ruigenrode. Nou ja, náspelen… ‘Die veldslag heeft nooit plaatsgevonden’, lacht Simon. ‘Maar hij had kúnnen plaatsvinden.’



Simons musket is na afloop wit uitgeslagen 

Waterloo of Bourtange

‘Eigenlijk is re-enactment niets meer dan demonstreren van hoe zaken vroeger gingen. En dan moet je denken aan het kampleven, de manier van leven van de soldaten, en zeker ook de manier van vechten. Dat is waar het om gaat: de tijd tweehonderd jaar terug zetten. De locatie maakt dan niet uit. Het is wel mooi als je bijvoorbeeld in Waterloo bent, of Bourtange omdat dat een mooi oud fort is. Maar het hoeft niet.’

Zijn medesoldaten breken in het gesprek in en leggen uit hoe Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog vergeefs Bourtange probeerden te veroveren en gaan door over de koninkrijkjes in China, de bisschop van Münster, Hitler komt voorbij en vervolgens zitten we weer in de Tachtigjarige Oorlog. ‘Zo gaat het altijd’, lacht Simon. ‘Ze zijn gestoord.’

Zijn Bataafse burgermacht bestaat uit totaal verschillende mensen. Van kok tot advocaat, van dichter, tot student. ‘Het is heel gezellig. Veel van de mensen die hier komen, kennen elkaar. We konden zo naald en draad lenen van die mensen daar.’ Hij wijst naar de tenten verderop. Britten, Belgen en Nederlanders.

Mijn musket was een mazzeltje

Simon wist al vanaf zijn veertiende dat hij dit wilde doen. Hij wist al van het bestaan; dat re-enactors in films meededen, naast de acteurs. ‘Handig: die lui nemen hun eigen spullen mee.’

In 2014 bezocht hij de jaarlijkse re-enactment van de veldslag bij Bourtange en wist: dat ga ik later ook doen. Nadat hij een keer bij de Bataafse club mocht sfeerproeven, kocht hij kleding, liet zijn moeder een hemd naaien, en vond hij een musket op Marktplaats. ‘Dat was echt een mazzeltje. Een originele en precies uit de goede tijd.’

Voor deze slag sluit de burgermacht zich aan bij de groep waar ze naald en draad hadden geleend. ‘Anders val je zo weg.’ Ze oefenen het ‘in linie’ lopen, belangrijk onderdeel van dit leger, zodat je niet per ongeluk je collega raakt met een kogel, of met de meterslange steekvlam daarachteraan.



‘Napoleon’ en leden van de cavalerie in het kampement 

Krijgsgevangenen

Ze marcheren door naar het grote veld. De veldslag gaat beginnen. Uitleg van een presentator schalt tussen het gebulder door. Het publiek voelt de schokgolven van de kanonnen, ruikt het kruit en ziet rook, lange rijen soldaten, galopperende paarden en vrouwen die achter de linies meehelpen.

Napoleon valt aan. De officieren brullen, soldaten schreeuwen. De cavalerie maakt krijgsgevangenen, de infanterie doodt gewonde tegenstanders die ze op het veld tegenkomen. Simon loopt ertussen en vuurt zijn musket keer op keer af.

Wat mist zijn opspattende graspollen, bloed en afgerukte armen door kogels die bot raken. Maar dat is erg duur om na te maken en het moet ook niet te realistisch worden: er zijn kinderen bij.

Je probeert de ander te intimideren door ze strak aan te kijken

Wat ook opvalt is dat er weinig gewonden vallen. Dat had wel meer gekund, beaamt Simon na afloop. ‘Maar als er twee legers van tienduizend man tegenover elkaar stonden, waren er ook maar een paar honderd doden.’ Daarna sloeg een van de twee legers op de vlucht. Het is de vraag wie het langst durft te blijven staan. ‘Je probeert de ander te intimideren door ze strak aan te kijken en in linie te blijven.’ Voor het publiek had hij amper oog. Het spel slokte hem op.

Hij is moe. ‘Dat was ik al voordat we begonnen, maar eenmaal op het veld denk je daar niet meer aan, pas als je mensen ziet neervallen en als je musket begint te haperen.’ Vooral dat geweer van vier kilo werd zwaar. ‘En dan was er aan het eind ook nog die ereronde. Dan vervloek je echt alles en iedereen,’ kreunt hij.

Simon wil het leven in het leger absoluut niet romantiseren. ‘Dit is hoe het ging, maar dan tien keer erger.’ Hij zou dat echt niet willen meemaken. ‘Nee! Wie wil er nou op een slagveld staan?’ Toch gaat hij morgen weer. ‘Dan winnen de geallieerden waarschijnlijk.’

English