Studenten

Studenten en hun planten

Stiekeme stekjes uit de urban jungle

Ze wonen misschien klein, maar dat weerhoudt deze studenten er niet van om hun schaarse vierkante meters op te vullen met planten. ‘Een huisdier op je kamer is niet handig, maar een plant geeft ook een chille vibe.’
30 november om 10:22 uur.
Laatst gewijzigd op 30 november 2020
om 17:00 uur.
november 30 at 10:22 AM.
Last modified on november 30, 2020
at 17:00 PM.


Door Emily Zaal

30 november om 10:22 uur.
Laatst gewijzigd op 30 november 2020
om 17:00 uur.

By Emily Zaal

november 30 at 10:22 AM.
Last modified on november 30, 2020
at 17:00 PM.

Emily Zaal

Student-redacteur
Volledig bio
Student editor
Full bio

Claar Hoeve (25)

Geneeskunde

60 planten

Claars liefde voor planten begon met een quote. ‘Ooit had ik ergens gelezen dat je nooit een dokter moet vertrouwen die een dode plant in zijn kamer heeft staan’, zegt de geneeskundestudent. 

Ze haalde een pannenkoekplant in huis en moest vervolgens meteen hard aan de bak, want de plant vermenigvuldigde zichzelf in razend tempo. Die stekjes deelde ze uit. ‘Het is heel leuk om babystekjes weg te geven en mensen daar blij mee te maken.’

Inmiddels heeft ze een collectie van zestig planten, die ze op zondag verzorgt. Dat is een flink aantal, zeker, maar Claar vindt dat je nooit genoeg planten kunt hebben. 

Planten kunnen ook een emotionele waarde hebben, heeft ze gemerkt. ‘Mijn oma is dement. Op een geven moment kon ik geen gesprek meer aanknopen met haar, maar over plantjes kon ze nog wel praten.’ 

Als plantenliefhebber moet je af en toe ook een beetje brutaal zijn, zegt Claar. Zo at ze een keer bij pastarestaurant Vapiano, waar haar oog op een grote wand vol met planten viel. ‘Toen heb ik een stekje van de muur afgesneden’, vertelt ze. ‘Stiekeme stekjes noem ik dat.’

Claar heeft nog genoeg stekjes om weg te geven. Dus zie je haar over straat lopen, misschien kun je dan vragen om een stiekem stekje. 

Kwinten Snijders Blok (24)

dubbele master Chemische Technologie en Technische Bedrijfskunde

12 planten

Als Kwinten ’s ochtends zijn ogen open doet en rondkijkt in zijn studentenkamer, wordt hij altijd meteen vrolijk. ‘Hoe leuk is het om dit te zien als je wakker wordt? Overal groen, daar word ik gewoon blij van.’ 

Het heeft even geduurd, maar hij weet nu wel wanneer zijn plantjes water moeten hebben en in welk licht ze moeten staan. In elk geval beter dan zijn huisgenoten: ‘Ik heb mijn planten een keer door hen laten verzorgen en toen zijn ze dood gegaan’, vertelt hij. 

En dat deed pijn, want Kwinten heeft een band met zijn planten. ‘Ze doen het altijd goed als ik er weer ben, en dat voelt fijn.’ Hij is alleen niet van plan om nog meer plantjes te kopen. ‘Twaalf zijn wel genoeg.’

Sanne Specht (23)

Psychologie

17 planten

Sanne heeft zeventien planten. Of nou ja, twee zijn er dood, dus eigenlijk heeft ze er maar vijftien. ‘Ik ben een beetje chaotisch. Toen ik aan het opruimen was dacht ik wel echt: ik moet ze beter verzorgen.’ 

Maar al gaat het soms minder goed met haar plantjes, dat betekent niet dat hun welzijn Sanne niets kan schelen. ‘Ik maak me wel zorgen als een plant het niet goed doet.’ Een betere plantenmoeder zijn: een goed voornemen voor het nieuwe jaar, besluit ze. 

Want het groen staat mooi in haar kamer, en ze kan er leuk over praten met haar vrienden die ook een passie voor planten hebben. ‘Zo steken we elkaar aan om nieuwe planten te vinden en te kopen.’

Rozy Bennett (23)

master Religion, Conflict and Globalization 

Louise Kroon (21)

Internationale Betrekkingen 

20 planten

Huisgenoten Rozy en Louise hebben hun tijd in lockdown verstandig gebruikt: hun planten Phyllis, Lola, Will en Kate en de anderen staan er blakend van gezondheid bij. Via Plantsome, een app die je helpt bij de verzorging van je kamergroen, houden ze de toestand van hun groeiende familie goed bij. 

Rozy’s liefde voor planten begon thuis in Engeland, vertelt ze. ‘De citroenplant is al een tijdje een belangrijk symbool in mijn familie.’ Haar oma heeft er namelijk al eentje sinds de jaren zestig en inmiddels staan stekjes daarvan bij de hele familie. 

Dus moest er ook in Groningen eentje komen, al is die dan niet van oma. ‘We waren op een dag aan het kijken in de stekjesruilgroep op Facebook en zagen dat iemand zijn citroenplant niet meer wilde. Louise en ik stapten meteen op de fiets om hem op te halen.’ 

Het is makkelijk om je te laten meeslepen met de ‘urban jungle’-trend, zegt Louise, en steeds meer planten te kopen. Maar dat is geen slechte zaak, vindt ze. ‘Ik bedoel, het is leuk. Er zijn ergere dingen die mensen zouden kunnen doen.’

Lotte Karsten (24)

Media Studies en Filosofie

20 planten

Als Lottes vrienden een vraag hebben over plantjes, weten ze bij wie ze moeten zijn. ‘Mijn naam gaat een beetje rond als de planten-amice’, vertelt ze. Haar standaard tip: geef liever te weinig dan te veel water. Veel mensen zijn juist te gul. 

Haar hobby is vooral uit praktische overwegingen ontstaan. ‘Thuis-thuis had ik altijd dieren, maar op een studentenkamer is dat niet helemaal handig. Dus toen dacht ik: een plant is leuk en geeft ook een chille vibe.’ 

De mensen in haar omgeving hebben nu ook meer planten dan vroeger, is haar opgevallen. ‘Eerst komen ze binnen en vragen ze waarom ik mezelf dit aandoe’, vertelt Lotte lachend. ‘Maar daarna zie je dat sommige mensen aangestoken worden en dan ook meer plantjes willen.’ 

Zelf heeft ze op dit moment wel genoeg planten. ‘Als ik er nu nog meer koop voor mezelf, mogen m’n vrienden me op elk moment van de dag een biertje laten adten’, zegt ze. ‘Dat is een goede reden om soms een plantje voor iemand anders te kopen of stekjes weg te geven.’ 

Maar met het plantje dat ze laatst cadeau kreeg, was ze toch wel erg blij. ‘Die heet Karstenarium, een beetje zoals mijn achternaam. Die kan ik echt niet dood laten gaan, dat zou erg zijn.’

Christopher de Bruijn (20)

Technische Bedrijfskunde

10 planten

Christopher verzette zich altijd erg tegen de plantenhype, maar op gegeven moment veranderde dat. ‘Ik wilde iets mooi voor mijn interieur,’ zegt hij, ‘dus ik ging planten halen.’ Al wil hij nog steeds niet precies dezelfde planten hebben als iedereen. ‘Ik snap mensen en hun obsessie voor monstera’s niet’, zegt hij. ‘Ze zijn best lelijk. Maar ja, iedereen is anders, hè.’ 

Elke dag kijkt hij even hoe het met zijn plantjes gaat. Extra aandacht krijgt zijn favoriet, de alocasia oftewel olifantsoor. Voor Sinterklaas denkt hij er nog veel meer te krijgen. ‘Ik hoop op een paradijsvogelplant.’

English