Wetenschap

Spinozawinnaar Lodi Nauta

‘Kennis maakt gelukkig’

Voor Spinozaprijswinnaar en filosoof Lodi Nauta gaat wetenschap primair om nieuwsgierigheid. In zijn geval: nieuwsgierigheid naar de geschiedenis van de filosofie. En hij vertikt het om zich daarvoor te verontschuldigen.
Door Christien Boomsma / Foto Reyer Boxem

Bijna was Spinoza­prijswinaar en filosoof Lodi Nauta bioloog geworden. Vogelen is zijn eerste liefde. Maar hij miste de culturele component.

Bij Spinoza, Kant, Darwin en Hume vond hij zijn roeping. ‘Op de schouders van die reuzen staan we.’

De geschiedenis van ideeën is belangrijk, vindt hij. ‘Je weet als individu ook hoe vroegere ervaringen vormen wie je nu bent. Dat geldt ook voor een heel tijdvak, de mensheid nu, als collectief.’

Nauta is primair geïnteresseerd in de breukvlakken, periodes in de geschiedenis waarin een kanteling in het denken plaatsvond. Hij specialiseerde zich in het onderzoek naar vijftiende-eeuws humanisme.

Deze humanisten stelden dat het abstracte taalgebruik van de middeleeuwse scholastici ongeschikt was om de werkelijkheid te beschrijven. Het besef dat taal de werkelijkheid kleurt is dus geen modern inzicht.

Hij beschouwt zijn Spinozapremie als een opsteker voor de klassieke humaniora, die het moeilijk hebben door de toenemende nadruk op valorisatie. ‘Het gaat om belangeloze interesse en de verrijking die dat met zich meebrengt.’

Leestijd: 9 minuten (1472 woorden)

Het had niet veel gescheeld of Lodi Nauta was verloren gegaan voor zijn vakgebied. De RUG-hoogleraar geschiedenis van de filosofie, decaan van zijn faculteit, VIDI- en VICI-laureaat, KNAW-lid en absolute autoriteit op het gebied van het humanisme, de man die dit jaar een Spinozapremie krijgt, wilde eigenlijk bioloog worden.

Twitchen

Hij had best plezier in Latijn, Griekse tragedies en de filosofie van Plato toen hij nog op school zat, maar zijn grote liefde was vogels kijken. ‘Ik ben al vanaf mijn tiende een enthousiast vogelaar’, vertelt hij. ‘Ik doe het nog steeds. Als het even kan trek ik naar het Lauwersmeergebied of naar de Eemshaven om te twitchen. Ik hoef maar een geluidje te horen of ik weet welke vogel het is. Je bouwt er een enorme kennis mee op en dat maakt het leven heel rijk.’ Een korte stilte. ‘Kennis maakt gelukkig.’

Hij ging biologie studeren met het doel om vooral héél veel meer te weten te komen over vogels, maar merkte al snel dat er iets ontbrak. ‘Ik miste de culturele component.’

En dus maakte hij de propedeuse af, besloot algemene letteren te gaan doen – een studie waar hij zijn liefde voor taal, geschiedenis en filosofie dacht te kunnen combineren – belandde bij een tweede propedeuse – filosofie – en was verkocht. ‘Ik dacht: dít is het’, vertelt Nauta. ‘Hier wil ik in door.’

Reuzenschouders

Met name de geschiedenis van de filosofie, die hem werd onderwezen door zijn grote leermeester John North – een vat vol kennis en eruditie – greep hem. De grote denkers uit het verleden: de nieuwsgierigheid naar hoe mensen dachten over lichaam en ziel, over wetenschap, over ethiek. Hoe interpreteerden ze de werkelijkheid met de kennis die ze toen hadden? Spinoza, Kant, Darwin, Hume, noem ze maar op. ‘Op de schouders van die reuzen staan we.’

Gelukkig maar. Want als hij dat niet had gedaan, hadden we aanzienlijk minder geweten over de wortels van ons Westerse wereldbeeld, de normen en idealen waar we de mond vol van hebben, maar die we soms maar half begrijpen. We hebben misschien de neiging om zaken als democratie, rechtsstaat en vrijheid als universele waarden te beschouwen, maar die ideeën komen niet zomaar uit de lucht vallen. ‘Die hebben een wordingsgeschiedenis. Het is voor elk land, elke generatie van belang om zich rekenschap te geven van het verleden. Dat vormt je. Je weet als individu ook hoe vroegere ervaringen vormen wie je nu bent, maar dat geldt ook voor een heel tijdvak, de mensheid nu, als collectief.’

Nauta is primair geïnteresseerd in de breukvlakken, periodes in de geschiedenis waarin een kanteling in het denken plaatsvond. De twaalfde eeuw bijvoorbeeld, toen de Griekse wetenschap via de Arabieren terugkeerde in Europa en rondtrekkende intellectuelen college begonnen te geven. De Renaissance, toen humanisten het middeleeuwse wereldbeeld begonnen te bekritiseren en de Verlichting – die nog altijd wordt gezien als het begin van de moderne tijd. ‘Daar liggen de wortels van de waarden die we nu hanteren.’

Je bouwt er een enorme kennis mee op en dat maakt het leven heel rijk

Lodi Nauta vertelt zijn verhaal in zijn ruime kamer in het Filosofisch Instituut aan de Oude Boteringestraat. Ramen wijd open – het is warm deze week – uitzicht op de oude binnentuin. Grote boekenkasten langs de wanden – de verzamelde werken van Erasmus – ook een van die reuzen. In het Latijn natuurlijk. Opvallend is de prachtige uitgave van het volledige werk van Lorenzo Valla – de vijftiende-eeuwse humanist – over wie hij een meermalen bekroond boek schreef.

Trots en dankbaar

‘We moeten niet vergeten hoe belangrijk ons intellectuele erfgoed is’, zegt hij. ‘Iedereen is zich bewust van het belang van ons culturele erfgoed. Dat we onze Rembrandts zo nu en dan eens moeten afstoffen, dat we onderzoek moeten blijven doen, dat dat onderdeel is van onze cultuur en onze traditie. Maar dat geldt ook voor de grote denkers die onze traditie hebben vormgegeven. Als je je daarin verdiept, als je onderzoekt hoe onze kennis en waarden langzaam gegroeid zijn, dan leidt dat ook tot een zekere zelfrelativering.’

Zelfrelativering, daar lijkt hij sowieso best goed in. Je hoeft maar even met Nauta te praten om te beseffen dat hij bescheiden is. Dat hij de belangrijkste wetenschapsprijs in Nederland binnenhaalt, 2,5 miljoen vrij te besteden? Het stemt hem ‘trots en dankbaar’. Hij beschouwt het nadrukkelijk ook als een prijs voor zijn vakgebied en een opsteker voor de klassieke humaniora, die het niet gemakkelijk hebben in deze tijd van topsectoren en valorisatie. ‘Bij onderzoeksfinancier NWO moet je zelfs verplicht een valorisatieparagraaf schrijven bij je onderzoeksaanvraag. Vooral geesteswetenschappen moeten zich daarvoor in allerlei bochten wringen.’

Taal is geen neutraal medium. Het kleurt ook hoe je de werkelijkheid ziet

Dat wil niet zeggen dat fundamenteel onderzoek en reflectie op onze waarden niet van belang zijn, alleen kun je dat belang niet zomaar aanwijzen. Maar het is veelzeggend dat in tijden waarin de rechtsorde van een staat onder druk staat, geschiedenisboeken als eerste worden aangepast om het grootse verleden toch maar te benadrukken en een identiteit desnoods te fingeren. ‘Het is belangrijk te beseffen dat geschiedenis onvoltooid verleden is en dat in het heden een hoop geschiedenis leeft. Een aantal mensen moet dat verleden levend houden en bestuderen.’

Verrijking

En hij is dus één van die mensen. Maar – en dat wil hij graag duidelijk maken – hij zit hier niet om het nut van zijn onderzoek alsnog te benadrukken. ‘Dan lijkt het alsof ik in diezelfde valkuil trap, van je moeten verantwoorden. Verdedigen.’ Fundamenteel onderzoek zoals het zijne wordt gedreven door persoonlijke nieuwsgierigheid, door een ‘willen begrijpen hoe het zit’. ‘Het gaat – net als bij vogels kijken trouwens – om belangeloze interesse en de verrijking die dat met zich meebrengt.’

Een van die mooie verrijkingen: het besef dat taal de werkelijkheid niet alleen beschrijft, maar ook vormt. En dat is geen modern taalkundig inzicht. De vijftiende-eeuwse humanisten, zoals Valla, bekritiseerden al het abstracte ‘jargon’ van de middeleeuwse scholastici, stelt Nauta. ‘Het was in hun ogen ongeschikt om de werkelijkheid te beschrijven. Taal is geen neutraal medium, beseften ze. Het kleurt ook hoe je de werkelijkheid ziet.’

Tegenwoordig is het niet anders, legt Nauta uit. ‘Denk aan een woord als ‘leeropbrengsten’ in het onderwijs. Als je zo’n woord gaat gebruiken, dan loop je het risico het onderwijs ook te zien als iets dat ‘opbrengsten’ kan hebben. En taal socialiseert natuurlijk: met taal kun je mensen insluiten, maar ook uitsluiten. Het is een machtig instrument. ’

Groningen

Nauta studeerde in Groningen, werkte in Groningen, ging weliswaar een jaar naar Engeland en een half jaar naar Italië, maar keerde daarna steeds terug op zijn oude stek. Is hij nooit in de verleiding gekomen om de RUG te verlaten? Hij had gekund, geeft hij toe. Meerdere malen. ‘Maar ik heb het hier ongelooflijk naar mijn zin. Ik vind Groningen fantastisch, de kwaliteit van leven is hier ongelooflijk. En dan zijn er ook nog de vogels, de luchten van de Ommelanden.’

Ik vind Groningen fantastisch, de kwaliteit van leven is hier ongelooflijk

En na de Spinozapremie, die hij in september in ontvangst mag nemen, heeft hij ook nog eens alle intellectuele vrijheid. Even geen zorgen waar hij zijn volgende subsidie vandaan zal moeten halen. Heel precies weet Nauta nog niet wat hij met de 2,5 miljoen gaat doen, maar hij heeft al wel ideeën.

Hij wil topwetenschappers naar Groningen halen als visiting professors. Hij wil een team verzamelen om een handboek van de geschiedenis van de filosofie te schrijven. ‘En ik wil teksten uitgeven, ongepubliceerd materiaal van belangrijke filosofen.’ Maar het allerbelangrijkste, het eerste wat hij gaat doen is mensen aanstellen. ‘Ik wil een nieuwe onderzoeksgroep starten, waarmee we de kaart van die immense geschiedenis van de filosofie nog verder kunnen inkleuren.’

English