Kenners

Actuele onderwerpen nader toegelicht door RUG-deskundigen

Roofkunst

In de koloniale tijd roofden kolonisten kunst van inheemse volken. Veel van die kunst is in onze musea beland. Moeten musea die kunst nu teruggeven?
Door Christine Dirkse

Arjen Dijkstra

Hoofd Universiteitsmuseum (a.i.)

‘Het is voor musea soms moeilijk te zeggen welk deel van hun collectie roofkunst is. Een deel is geleend, soms kort, soms langdurig. Dat is ook zo met de etnologische collectie van het Universiteitsmuseum. Een groot deel daarvan is afkomstig van andere musea. Daar kent niemand de herkomst altijd precies van.

Het zijn stukken die ook weer van anderen gekocht zijn. Juridisch is dat goed vastgelegd, wij hebben ze eerlijk verworven. Waar de stukken oorspronkelijk vandaan komen, is een andere vraag.

Het is net als het kopen van een fiets: als je op straat een fiets koopt voor vijftien euro, kun je wel aanvoelen dat de herkomst van die fiets waarschijnlijk discutabel is. Maar als je een fiets voor duizend euro koopt bij een fietsenmaker, maak je je minder druk om de herkomst, je gaat ervan uit dat dat wel goed is.

Om de oorspronkelijke herkomst te achterhalen, is diepgaand onderzoek nodig en dat kost tijd. Daardoor is het op dit moment moeilijk te zeggen hoeveel roofkunst musea in hun collecties hebben en wat er mee moet gebeuren.’

Peter de Ruiter

Universitair docent moderne en hedendaagse kunst

‘Het vraagstuk rondom roofkunst is een heel groot ding. En complex. Belangrijke musea in Europa – in Londen, Berlijn en ook hier in Nederland – puilen uit van de roofkunst. Ik ben kunsthistoricus, geen ethicus, maar het lijkt me kristalhelder dat we er niet omheen moeten draaien: er is een goed gefundeerd teruggavebeleid nodig, precies zoals vorige week weer in de media naar voren werd gebracht.

Westerse kolonisten hebben onwaarschijnlijk veel ‘weggehaald’ uit Afrikaanse leefgemeenschappen. We weten daar trouwens lang niet alles van, maar feit is dat we er intens van hebben geprofiteerd, in esthetische én in culturele zin.

Het is altijd zaak om naar de context te kijken. Ik ben zelf zeven maanden in Afrika geweest en heb daar gezien hoe belangrijk de artefacten kunnen zijn voor de mensen daar.

Objecten die bij ons in musea staan te schitteren (of ze nu uit Kameroen, Nigeria of Benin komen), hadden en hebben vaak een belangrijke rituele functie. Die objecten waren voor de dorpsgemeenschappen daar van grote culturele waarde, en dat is nog steeds het geval. Daar moeten wij nu genuanceerd en kritisch over nadenken.

Ik denk dat de omvang van het probleem roofkunst overigens veel groter is dan we kunnen bevroeden. Een misschien voor de hand liggend voorbeeld: de zogenaamde Elgin Marbles in het British Museum in Londen. Hoelang wordt daar nu al niet over gesteggeld?

Het gaat om een indrukwekkende groep beelden afkomstig van onder meer het Parthenon op de Akropolis, verbluffend van kwaliteit. Die beeldengroep is door Lord Thomas Bruce (Lord Elgin) aan het begin van de negentiende eeuw uit wat toen het Ottomaanse Rijk heette, meegenomen. Later verkocht hij dit door hem ontvreemde erfgoed aan de Britse Staat, voor grote bedragen. Er komt een tijd dat het British Museum ze aan Athene teruggeeft. Ik ben daar tamelijk zeker van, want de druk wordt alleen maar groter.’

Frank Verstijlen

Hoogleraar privaatrecht

‘De kolonisten namen zonder toestemming cultuurgoederen mee naar Europa. Dat is een soort van stelen. Toch is er juridisch moeilijk iets over te zeggen, omdat er in de tijd dat die kunst geroofd is, andere juridische regels golden dan tegenwoordig in Nederland.

Als je de situatie bekijkt volgens de huidige wet in Nederland, zal de gestolen kunst in de regel toch juridisch eigendom van de musea zijn. Want zelfs een door misdrijf verkregen zaak, kan door verjaring worden verkregen. Als iemand gestolen goed lang in bezit heeft, wordt hij uiteindelijk eigenaar.

Voor gewone goederen geldt er een termijn van twintig jaar, voor cultuurgoederen geldt een langere termijn, die – afhankelijk van het type kunst – kan variëren. Maar als we het hebben over in de koloniale tijd geroofde kunst, zullen ook die termijnen allang verstreken zijn. Bovendien zijn de bijzondere regels voor cultuurgoederen van relatief recente datum.

Als musea dus roofkunst kopen van een ander museum, zitten ze in theorie niet fout. Het museum is door verjaring eigenaar geworden van de goederen. Als je dat koopt, wordt dat eigendomsrecht dus rechtsgeldig overgedragen.

Als je dus de hedendaagse regels toe zou passen, hoeven musea de roofkunst niet terug te geven. Maar dat staat uiteraard los van ethische overwegingen.’

English