Universiteit

Het foute blaadje van de RUG

Roeptoeter van de bezetter

Het Groninger Universiteitsblad hield in het oorlogsjaar 1942 de RUG op de hoogte van het academische nieuws. Van een nogal saai mededelingenblad veranderde het steeds meer in de roeptoeter van de Duitse bezetter.
4 mei om 13:27 uur.
Laatst gewijzigd op 5 mei 2021
om 11:31 uur.
mei 4 at 13:27 PM.
Last modified on mei 5, 2021
at 11:31 AM.


Door Rob Siebelink

4 mei om 13:27 uur.
Laatst gewijzigd op 5 mei 2021
om 11:31 uur.

By Rob Siebelink

mei 4 at 13:27 PM.
Last modified on mei 5, 2021
at 11:31 AM.

Rob Siebelink

Hoofdredacteur
Volledig bio
Editor-in-chief
Full bio

Het staat op de voorpagina in de uitgave van 23 oktober 1942. Een In Memoriam, met een vette rouwrand. Johannes Henderikus Berend Tiesinga, een 26-jarige student rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen, is aan het Oostfront gesneuveld als soldaat van het Vrijwilligerslegioen Nederland.

Tiesinga had nog tégen de Duitsers gevochten toen die Nederland in de meidagen van 1940 binnen waren gevallen, weet het Groninger Universiteitsblad. Maar toch was hij een van de eersten die zich meldden bij het legioen om ten strijde te trekken tegen de ‘communistische tirannie’.

Hij ging in Duits uniform naar Rusland, waar hij op 8 juni 1942 – ruim vier maanden voor er over werd bericht – dodelijk werd getroffen door een granaatscherf. Terwijl zijn studiegenoten afstudeerden, zo schreef het Groninger Universiteitsblad, begreep Tiesinga ‘dat thans ook het Nederlandsche belang in het Oosten lag, waar gansch Europa te velde trok om het bolsjewistische gevaar te keren’.

Het Groninger Universiteitsblad sloot af met: ‘Johan, je hebt het hoogste offer gebracht voor de toekomst van je Vaderland; eens zal dit door allen begrepen worden!’ Was ondertekend: H.J.B. Het is onbekend wie hij was, maar historici Klaas van Berkel en Annelies Noordhof vermoeden een vriend en sympathiserende medestudent. 

Spreekbuis

Het Groninger Universiteitsblad verscheen voor het eerst op 8 januari 1942, als opvolger van het onafhankelijke studentenblad Der Clercke Cronike. Dat was eind 1941 door de redactie zelf opgeheven omdat ze geen spreekbuis wenste te zijn van de Duitse bezetter.

Je hebt het hoogste offer gebracht voor de toekomst van je Vaderland

De ongeveer 45 uitgaven zijn bewaard gebleven in de universiteitsarchieven, maar originele exemplaren zijn ook ooit beland op de redactie van UKrant. Waar Der Clercke Cronike redactionele verhalen publiceerde met een soms kritische ondertoon, was de opvolger vooral een veredelde universitaire agenda van vier tot zes A4’tjes. 

Verhuisberichten van medewerkers, informatie over wijzigingen in de Pensioenwet, personeelsmutaties, promoties en ‘de aanvang der colleges na de Paaschvacantie’. En ook veel advertenties, die toen overigens ook de sfeer van de oorlog al volop uitademden: ‘Niemeijer’s Klaroen koffie surrogaat, smaakt als echte koffie’.

Bindmiddel

Het idee achter het Groninger Universiteitsblad was dat de academische gemeenschap in Groningen na het opheffen van Der Clercke Cronike een ‘bindmiddel’ nodig had, een etalage van de universiteit met praktische informatie. Maar het werd in de loop van 1942 – gewild of ongewild –  meer een roeptoeter van de Duitse bezetter. 

Drijvende krachten achter het blad waren rector magnificus Johannes Marie Neele Kapteyn en J.L.H. Cluysenaer, secretaris van het college van curatoren (tegenwoordig het college van bestuur). 

Kapteyn was een overtuigd nationaalsocialist. Hij was in september 1940, tegen het advies van de Academische Senaat, door de Duitse bezetter benoemd tot rector magnificus. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor de deportatie van de Joodse RUG-hoogleraar Leo Polak, die stierf in het concentratiekamp Sachsenhausen.

Secretaris Cluysenaer was een ander verhaal. Historicus Klaas van Berkel – auteur van Universiteit van het Noorden, over de geschiedenis van de RUG – schetst hem als iemand die ‘keer op keer’ compromissen met de bezetter sloot en de universitaire gemeenschap aanspoorde om de Duitsers vooral niet te tarten.

Maar Cluysenaer was, in tegenstelling tot zijn baas en rector Kapteyn, geen aanhanger van het gedachtegoed van de nazi’s: zijn enige doel was om koste wat het kost de universiteit open te houden.

Collaboratie

Dat was ook wel begrijpelijk in de eerste bezettingsjaren, stelt historicus Annelies Noordhof, want een gedwongen sluiting hing voortdurend in de lucht. De universiteiten in Leiden en Delft waren op last van de Duitse bezetter eind 1940 immers al op slot gegaan. De RUG bleef tot het einde van de oorlog open, maar tegen een prijs: die van een schimmige vorm van collaboratie.

Het lijkt erop dat Cluysenaer met het Groninger Universiteitsblad aanvankelijk een echte krant voor zich zag. Maar dat idee vond geen genade in de ogen van rector Kapteyn, die vreesde voor nieuwe problemen zoals die in de nadagen van Der Clercke Cronike waren gebeurd.

Studenten mogen nu insignes en uniform dragen van de NSB

En zo zag een heel onschuldig Groninger Universiteitsblad direct na de kerstvakantie in 1942 het levenslicht. Het werd, in tegenstelling tot Der Clercke Cronike waarop een abonnement moest worden genomen, aan iedereen die iets met de universiteit te maken had gratis toegestuurd.

Dat loste tegelijk het probleem van de papierschaarste op. ‘Van plechtigheden als oraties van hoogleraaren, openbare lessen van lectoren en docenten worden geen kaarten meer verzonden, maar zal enkel met een mededeeling in dit blad worden volstaan.’ 

Duistere bedoelingen

Eind februari 1942 meldde het blad namens secretaris-generaal J. van Dam van het toenmalige departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming dat ‘in afwijking van de voorschriften het nu is toegestaan dat studenten in de RUG-gebouwen en op RUG-terrein insignes en uniform mogen dragen van de NSB’.

Daarna werden de duistere bedoelingen van de Duitse bezetter ook in de kolommen steeds duidelijker. Dezelfde Van Dam meldde korte tijd later dat hem ter ore was gekomen dat aan Nederlandse universiteiten ‘verscheidene joden werkzaam waren zonder de daarvoor benoodigde speciale vergunning’. De secretaris-generaal wilde weten of dat ook aan ‘deze universiteit nog het geval is en indien dat zo is daar zo spoedig mogelijk een einde aan te maken’.

De mededeling van het departement werd integraal in het Groninger Universiteitsblad afgedrukt en daarna – alsof hij het belang ervan wilde onderstrepen – door rector magnificus Kapteyn nog eens herhaald. In de loop van 1942 gebeurde dat steeds meer.

Zo werd het Joden verboden om zich in een advertentie in het blad aan te bieden als repetitor (helper bij een studie) en niet lang daarna volgde de mededeling dat iedereen ‘die verplicht is een Jodenster te dragen’ niet meer aan de universiteit mocht studeren en werd uitgesloten van deelname aan examens. Niet-Joodse studenten werden daarentegen aangespoord om enkele maanden te studeren aan een Duitse of Italiaanse universiteit.

Laatste woord

Onduidelijk is wie bepaalde wat er in het Groninger Universiteitsblad werd opgenomen. Was het de uitgever? Secretaris Cluysenaer? Had rector magnificus Kapteyn het laatste woord? Of, toen die in augustus 1942 met emeritaat ging, zijn opvolger, hoogleraar anatomie en embryologie Herman Maximilien de Burlet?

Duidelijk is dat De Burlet een fanatiekere nazi was dan Kapteyn. Dat werd vooral zichtbaar in een integraal afgedrukte rede die hij op 4 november 1942 hield voor een nieuwe lichting van 136 eerstejaarsstudenten. 

Hier zou ik opstandigheid onder u willen zaaien

De Burlet roemde en verheerlijkte daarin de leidersrol van de Italiaanse fascistische dictator Benito Mussolini, sprak denigrerend over de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) en spoorde zijn publiek aan: ‘Hier zou ik opstandigheid onder u willen zaaien.’

‘Voor de jeugd van een volk’, sprak De Burlet, ‘maakt het groot verschil of het zijn leidende staatsman, zoals in Italië, met grote letters op de muren ziet schilderen: het leven is een gevaarlijke onderneming (vivere pericoloso è) of dat zij, zoal bij ons het geval was, met een neutraal schijnende, afzijdige houding tegenover het wereldgebeuren, met een zoetelijke volkenbondspolitiek, in den dommel wordt gehouden, en dan met gebroken geweertjes op den jasomslag loopt’. 

Daarop gaf hij alle eerstejaars een hand, een inschrijvingskaart voor de universiteit en een exemplaar van Studentenfront, het blad van de aan de NSB gelieerde gelijknamige nationaalsocialistische studentenorganisatie.

Papiergebrek

De Burlet zou tot 16 april 1945, de dag dat Groningen door de Canadezen werd bevrijd, aanblijven als rector. Hij stierf 12 jaar later, in Königswinter, waar hij met zijn Duitse vrouw na de oorlog naartoe was verhuisd. Nederland heeft nog geprobeerd om hem wegens zijn rol tijdens de bezetting voor de rechter te brengen, maar Duitsland werkte niet mee aan zijn uitlevering.

Als rector magnificus heeft De Burlet in ieder geval niet lang baat gehad bij zijn journalistieke schoothondje. Enkele weken na zijn redevoering tot de eerstejaars werd het Groninger Universiteitsblad eind november 1942 opgeheven. De reden werd niet genoemd, maar is zeer waarschijnlijk papiergebrek geweest. 

In dat een-na-laatste nummer werd de academische gemeenschap nog eens vermanend toegesproken, omdat in de academiegebouwen de bordjes ‘Naar den Schuilkelder’ opeens waren verdwenen – waarschijnlijk hadden studenten die als collector’s item van hun plek geschroefd.

Het Groninger Universiteitsblad berichtte namens de RUG: ‘Ik vertrouw erop dat deze rooverij zal ophouden en dat de verdwenen bordjes weer op hun plaats gehangen zullen worden.’

Onvermeld is gebleven of de oproep effect heeft gehad.

English