Wetenschap

Ridderlijke orden in Nederland

Ons kent ons

Nog altijd kent Nederland een aantal exclusieve ‘ridderlijke orden’, waarvan de leden grotendeels van adel zijn en aan liefdadigheid doen. Maar ze zijn wel een beetje eenkennig.
Door Christien Boomsma / Foto Joost van den Broek – Hollandse Hoogte ©
Een stoet ereridders van de Johanniter Orde is onderweg naar de Grote Kerk van Naarden bij haar honderdjarig jubileum.(2009)

Tom de Witt Hamer is een ridder. Niet zo maar een – in de zin dat hij een lintje heeft gekregen – maar een ‘echte’. Tweemaal per jaar trekt hij zijn zwarte riddermantel aan en draagt hij het grote gouden kruis dat hoort bij zijn status als lid van de Johanniter Orde in Nederland. De eerste keer doet hij dat op Sint Jansdag, het moment waarop alle Johanniters van Nederland samenkomen op Slot Zeist. De tweede keer is wanneer hij de Johanniters vertegenwoordigt tijdens een jaarlijkse bedevaart naar Lourdes.

Hij maakt nu al meer dan dertig jaar deel uit van deze ‘ridderlijke orde’ die werd gesticht in 1113, ten tijde van de kruistochten om de heilige plaatsen te beschermen. Dat kan – hij is immers jonkheer en adeldom is een van de vereisten voor lidmaatschap.

Maar De Witt Hamer deed ook onderzoek naar deze en soortgelijke curieuze overblijfselen uit de hoge middeleeuwen. Want hoe overleven ridderlijke orden in een tijd waarin de kruistochten een vage herinnering zijn geworden? En wat is hun betekenis voor de samenleving? Deze week promoveert hij op zijn bevindingen.

Grote familie

‘Een ridderlijke orde is een netwerk’, vertelt De Witt Hamer, die in het dagelijks leven directeur is van het Facilitair Bedrijf van de RUG. ‘Een grote familie waar mensen bijna vanzelfsprekend lid van worden. Dan is hun vader lid geweest, hun grootvader. Je hebt echte ‘Johanniterfamilies’ of ‘Maltezer families’.’

Om lid te mogen worden van een van de erkende ridderlijke orden, moet je blauw bloed hebben – of, in het geval van de dames, getrouwd zijn met iemand die van adel is. Daarnaast moet je je verbinden met de religie. De Johanniter Orde is protestants, de Ridders van Malta zijn katholiek. Maar misschien wel het belangrijkst: je moet liefdadigheidswerk willen doen. ‘Lidmaatschap is toch vrijwilligerswerk doen in eigen kring.’

Want hoewel ridderlijke orden ooit werden opgericht om het Heilige Graf te beschermen tegen de moslims, is die functie natuurlijk allang door de geschiedenis ingehaald. Orden als de Johanniters, de Ridders van Malta of de Duitse Orde veranderden langzaam van groepen milites christi die het geloof te zwaard verdedigden, in exclusieve verenigingen die zich richtten op liefdadigheid, waarbij ze ‘ridderlijke waarden’ in het achterhoofd hielden.

‘Ik denk dat het de combinatie is van traditie, normen en waarden, goede dingen doen én vriendschap die mensen aantrekt in een orde’, zegt De Witt Hamer. ‘Het gaat er vooral om dat je je thuis voelt. Dat je emotioneel geraakt wordt door de groep en de activiteiten die ze organiseren.’

Zelf doet hij elk jaar een week vrijwilligerswerk voor de Johanniters. Eerst ging hij op reis met een groep oudere lichamelijk gehandicapten, nu reist hij met de Orde van Malta naar Lourdes op bedevaart. Erg belangrijk voor hem, zegt hij. ‘Het relativeert alles weer waar je in het dagelijks leven mee bezig bent en zet je weer met twee benen op de grond.’

Operettegezelschap

Dat deze stokoude ridderlijke orden de eeuwen hebben weten te overleven is al bijzonder genoeg. Maar nog opvallender is dat het niet bij deze organisaties is gebleven. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw werden niet alleen tal van orden heropgericht, er dook ook een heel stel gloednieuwe op. ‘Daar wordt binnen de erkende ridderlijke orden met dédain over gesproken’, vertelt De Witt Hamer. ‘Ze worden pseudo-orden genoemd, of ‘valse orden’. Zelfs de gerenommeerde Orde van Sint Lazarus wordt intern ‘operettegezelschap’ genoemd.’

Die houding fascineerde hem. Want wat was nu eigenlijk het verschil tussen de niet-erkende orden en de ‘echte’? Het werd de focus van zijn sociologische en antropologische onderzoek, waarbij hij zichzelf moest dwingen zijn eigen blik aan te passen. ‘Ik moest echt uitschakelen wat er bij mij was ingepompt. Dat die andere organisaties niet deugden.’

En zo onderzocht hij in totaal 23 organisaties uit de periode van 1965 tot 2015. ‘Dat was de periode dat de ontzuiling op gang kwam en er grote maatschappelijke veranderingen plaatsvonden’, zegt hij. Het streven naar gelijkheid leidde tot organisaties die adeldom niet langer verplicht stelden. De ontzuiling triggerde het ontstaan van orden die oecumenisch of helemaal niet christelijk van aard waren.

Louche types

Het begon al in de jaren vijftig met de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, weet De Witt Hamer. Een katholieke orde, die erkend wordt door de paus, maar niet door de Nederlandse overheid. Daarna volgde de oecumenische Orde van Sint Lazarus die ook nog altijd actief is.

‘Maar er waren er ook met minder nobele motieven’, weet De Witt Hamer. Hij noemt de neven Toon en Harry van Uden die een heel aantal orden oprichtten, waarin mensen tegen betaling allerlei onderscheidingen konden krijgen. Louche types? De Witt Hamer durft het niet te zeggen. ‘Dat kan ik niet aantonen. Ik denk eigenlijk dat het toch voornamelijk om status te doen was. ‘

Sommige orden waren wel degelijk frauduleus, zegt hij. ‘De oprichters daarvan hebben mensen tienduizenden euro’s afgetroggeld.’

Intussen zijn er nog twaalf ridderlijke orden actief in Nederland. Sommige zijn weinig meer dan vriendenclubs die met kostuums en rituelen feestelijke bijeenkomsten organiseren. Maar de meeste zijn zeer respectabele gezelschappen, zegt De Witt Hamer. De Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem is bijvoorbeeld hét katholieke elitenetwerk van Nederland, al zijn de leden niet van adel. ‘Het is echt heel vreemd dat die organisatie niet erkend is. Maar dat komt omdat daarvoor geen regels zijn in Nederland.’

Superexclusief

En toen hij uitzocht welke orde het meest elitair was – de meeste leden die posten bekleden als burgemeester, chirurg of advocaat, bleek dat de Orde van Sint Lazarus te zijn. Andere zijn superexclusief, zoals de Duitse Orde – erkend overigens en al actief sinds de middeleeuwen. ‘Van de Duitse Orde zijn alleen maar mannen lid. Het is een héél klein clubje, met een héél groot vermogen’, zegt De Witt Hamer. ‘Ze geven elk jaar wel een miljoen aan zo’n vijfhonderd goede doelen.’

Al deze organisaties zetten zich op een vergelijkbare manier in voor de samenleving. Ze geven aan goede doelen, organiseren reizen voor kwetsbare mensen, of zijn actief in ontwikkelingsprojecten. En dus wil De Witt Hamer eigenlijk niet meer spreken van ‘pseudo-orden’. Ze hebben allemaal bestaansrecht.

Toch vond hij wel degelijk een verschil tussen de oude garde en de nieuwere orden: het ledenverloop bleek bij de laatsten veel hoger. ‘Bij de Johanniters stopt misschien tien procent voor zijn overlijden. Een lidmaatschap is voor het leven.’

Ons kent ons

Dat komt door de eis dat je van adel moet zijn, denkt hij. ‘De sociale cohesie is gebaseerd op adellijke families en een ons-kent-onscultuurtje.’

En hoewel ook ridderlijke orden stapje voor stapje de moderne tijd ingaan – vrouwen mogen sinds 1990 ‘gewoon’ lid zijn van de Johanniters, bijvoorbeeld, en de Ridders van Malta staan soms heel voorzichtig een ‘gewone’ burger toe om lid te worden – vindt De Witt Hamer daarom dat de regels niet veel verder moeten worden opgerekt. ‘Dat zou ten koste gaan van de samenhang’, denkt hij. ‘Als je dat te veel laat verwateren, dan zal de cohesie eronder lijden.’

Behalve dan – misschien – dat een vrouw van hem best ‘landcommandeur’ mag worden, de hoogste baas van de Johanniters. ‘Maar dat is nog nooit voorgekomen. Het is een ongeschreven regel. Het gebeurt gewoon niet.’

Wordt dát dan niet eens tijd? De Witt Hamer lacht. ‘Het zijn orden uit de twaalfde eeuw. Wat betekent een paar jaar tijd in dát verband?’

English