Universiteit

Reconstructie Yantai

Hoe de stekker er definitief uit ging

Code
10 januari. Dat was de dag dat de balans definitief doorsloeg, naar een ‘nee’ tegen de branch campus in Yantai, China. Hoe zes maanden van lobbyen, vergaderen en vragen stellen door de u-raad leidde tot het wegstemmen van het meest ambitieuze plan dat de RUG ooit heeft gehad.
Door Thereza Langeler en Rob Siebelink / Illustratie René Lapoutre

Henk-Jan Wondergem, fractievoorzitter van studentenpartij Lijst Calimero, weet nog exact wanneer hij besloot: ik geloof niet meer in Yantai.

Het was niet toen het beladen woord ‘partijsecretaris’ viel, of de nog meer beladen woorden ‘academische vrijheid’. Het was een gewone woensdagmiddag, 10 januari, en Wondergem bracht die dag door zoals hij al dat laatste maanden heel vaak had gedaan: vergaderend.

Als lid van de commissie-Scholten boog hij zich bijna elke week over de Groningse plannen voor een branch campus in het Chinese Yantai. Deze keer waren er vier hoogleraren van de Faculty of Science and Engineering (FSE) te gast, dé speerpuntfaculteit van het plan. En hij schrok van wat ze vertelden.

Zij kwamen met zó veel punten waarop de begroting zó totaal niet klopte

‘Zij kwamen met zó veel punten waarop de begroting zó totaal niet klopte’, zegt Wondergem. Kijk naar de scheikundebachelor, waarschuwde een hoogleraar bijvoorbeeld. Voor scheikunde moet je practica doen en bij practica is intensieve begeleiding nodig en een student-stafratio van 1 op 8. Minstens. ‘Daar was helemaal geen ruimte voor in de begroting. Er moest óf veel meer geld tegenaan, óf er zouden veel te weinig docenten zijn.’

Historische fout

Met elk punt dat ter sprake kwam, groeide Wondergems onbehagen. Hij luisterde al maanden naar gloedvolle betogen over de gouden kansen in China, hoe vreselijk jammer, hoe historisch fout het zou zijn om die kansen niet te grijpen. Maar voor hem zaten nu vier hoogleraren van de faculteit die het echte werk moest gaan doen – en ze smeekten bijna om niet te hoeven.

Toen hij hun verhaal had aangehoord, wist hij het zeker. Hierin kan ik niet meer geloven.

De vijf studenten van Lijst Calimero speelden een cruciale rol in het afschieten van Yantai, het meest prestigieuze plan van de RUG aller tijden. Drie jaar is er vergaderd, gepraat, gereisd, gedebatteerd, onderhandeld. Projectteams zijn opgezet, bouwplannen uitgedacht, er zijn al miljoenen euro’s ingestoken. Nu is het van de baan. Wondergem hakte die woensdagmiddag méér door dan zijn eigen knoop.

Het was eigenlijk nooit de bedoeling dat Wondergem iets te hakken had. De Aanvraag Transnationale Educatie Yantai had in augustus 2017 al in de universiteitsraad in stemming gebracht moeten worden toen niet hij, maar zijn voorganger Daan van Dijk aan het roer van Calimero stond. Maar op donderdag 24 augustus liep alles opeens anders.

Eindstreep

Het was de dag van de raadscommissievergaderingen. Doorgaans heeft alleen de raad zelf daar interesse in, maar die dag zat er publiek: studenten Tim van Heuven en Jasper Been. Enkele maanden eerder had hun nieuwe partij Democratische Academie Groningen (DAG) twee raadszetels veroverd in de universiteitsraad. Vanaf september zouden ze zelf mee vergaderen, nu wilden ze alvast zien hoe dat ging.

Zonder veel verwachtingen zaten ze ’s ochtends om negen uur klaar voor commissie nummer één: Onderwijs en Onderzoek. Maar toen deed voorzitter Bart Beijer van de Personeelsfractie, de zaal op zijn grondvesten schudden.

We gaan Yantai tegenhouden

Na intern overleg, meldde Beijer, hadden zijn fractie en die van Lijst Calimero besloten dat ze niet konden instemmen met het Yantaiplan zoals het er lag. Er was te veel onduidelijk, er was te veel onzeker. En omdat ze samen goed waren voor 14 van de 24 zetels, zou het plan de eindstreep niet halen.

‘Ik keek Tim zó aan’, zegt Been, hij zet ogen als schotels op: ‘Wóóów.’ Hierop hadden ze niet durven hopen. Hij en Van Heuven zijn, in tegenstelling tot de andere fracties, nooit overtuigd geweest van de merites van een Chinese branch campus. ‘Het staat gewoon voor alles wat er mis is met de universiteit: dat alles om kwantiteit en imago draait.’

Been realiseerde zich: De uiteindelijke beslissing zal in ‘zijn’ raadsjaar vallen. Vanaf dat moment had de DAG-fractie nog maar één doel in de raad: ‘We gaan Yantai tegenhouden.’

Ontstemd

Als de woorden van Beijer rector magnificus Elmer Sterken al iets deden, liet hij daar niets van merken. ‘Hij reageerde heel koel’, zegt Casper Albers van de Personeelsfractie. ‘Alsof het niet direct landde. Hij zei iets van: Dit is geen kwestie voor de commissie Onderwijs en Onderzoek. Dus ik heb er op dit moment geen mening over.’

De explosie volgde pas later, bij de commissie Bestuur die collegevoorzitter Sibrand Poppema bijwoonde. Dat het Poppema iets deed, dat mocht heel wereld weten.

‘Hij was danig ontstemd’, zegt Olaf Scholten van de Personeelsfractie. Ontstemd over de tegenstem van Calimero en de Personeelsfractie én over de gang van zaken. Een besluit nemen doe je na een debat als alle standpunten zijn uitgewisseld, stelde Poppema. Niet vooraf. SOG, toen met zes zetels de grootste studentenfractie, was al even gepikeerd en beschuldigde Calimero en het personeel ervan ‘onderbuikgevoelens, angsten en wantrouwen’ te vertegenwoordigen.

Het ging Scholten aan het hart. Nog dezelfde dag schoot hij Stephan van Galen aan, directeur van het Bureau van de Universiteit. ‘Ik wil graag om de tafel met het Bureau’, meldde hij aan Van Galen, ‘Om het één en ander beter uit te zoeken.’

Schijninspraak

Kort daarop stond Scholten aan het hoofd van de raadscommissie die eigenlijk ‘Yantaicommissie’ heet, maar door iedereen behalve hemzelf de commissie-Scholten werd genoemd. Van alle raadsfracties nam een afvaardiging zitting. Alleen de nieuwkomers van DAG bedankten voor de eer. DAG-voorman Jasper Been heeft het niet op commissies die de angel uit een meningsverschil moeten halen: ‘Het is je reinste schijninspraak.’

Wondergem schoof wel aan. Het zou nog maanden duren voor hij besloot ‘nee’ tegen Yantai te zeggen, maar vanaf dat moment bekroop hem af en toe wel het gevoel dat het universiteitsbestuur hem als medestander zag. ‘Ik heb tot in den treure moeten herhalen: “Dat ik deelneem aan deze commissie staat niet gelijk aan mijn handtekening onder de plannen”’, zegt hij.

Sommigen dachten dat de commissie zou worden omgeturnd door het bestuur

‘Deze commissie moest feiten op tafel krijgen die nodig waren om een beter geïnformeerd oordeel over de aanvraag te kunnen vellen’, zegt Scholten. De meeste vergaderingen verliepen dan ook ongeveer zo: leden van de universiteitsraad stelden vragen. Bureaumedewerkers zochten een antwoord.

Hoe meer alles is uitgezocht, hoe beter straks de nieuwe aanvraag is, was de gedachte. En als de aanvraag maar goed genoeg is, gaat het plan wel door, dachten sommigen er stilletjes achteraan.

Feiten, daar ging het om, stelt Scholten. Meningen moesten buiten de deur blijven. ‘Sommigen dachten dat leden zouden worden omgeturnd door het bestuur, dat we automatisch vóór zouden zijn.’

Intens slecht plan

Maar het bleek niet zo simpel. In november lag er inderdaad een nieuwe Yantai-aanvraag. Jasper Been en Tim van Heuven printten alle 540 pagina’s van het plan uit en sloten zich er een hele zaterdag mee op in Beens kamer.

Been was niet onder de indruk. Hij was niet eens teleurgesteld. Hij, tweedejaars economiestudent, zag een begroting zonder doorberekening van de best of slechtst mogelijke scenario’s, zonder exitstrategie, hij zag geen marktonderzoek (‘behalve China dat zei dat het wel goed zou komen’). Hij was geschokt. ‘Dat de grotemensenwereld zo’n intens slecht plan kon voortbrengen.’

Dat de grotemensenwereld zo’n intens slecht plan kon voortbrengen

In de u-raadvergadering van november bleken de andere fracties ook niet overtuigd. Uit alle hoeken – zelfs van voorstander SOG – kwamen vragen over budgetten, de exitstrategie voor als het mis mocht gaan, over de onderwijskwaliteit en de gevolgen voor Groningen.

Wat ook niet hielp was dat net bekend was geworden dat de Chinese communistische partij een secretaris in het bestuur van ‘Yantai’ wilde hebben. Sommige raadsleden hoorden het nieuws tijdens de vergadering. Hun schrik hing de rest van de middag tastbaar in de lucht. Hoe kon Sibrand Poppema dit verantwoorden?

Geen zorgen

De collegevoorzitter reageerde zoals hij dat al het hele proces deed: door te zeggen dat het goed zou komen. Ja, er moest een partijsecretaris in het bestuur, maar nee, de academische vrijheid kwam níét in het geding. Geen zorgen.

Geloofde hij daar zelf nog in, eind november?

‘Hij heeft de kritiek nooit willen horen’, denkt Been. Merkte hij dat niet al het hele jaar? Dat er geërgerd gezucht en gegrimlacht werd aan de bestuurskant van de zaal, als hij of Tim zijn mond opendeed? ‘Ze gingen met ons om alsof we gek waren. Wij waren tóch tegen.’ Been was ervan overtuigd dat Poppema horende doof zou blijven en op de één of andere manier zijn zin wel zou krijgen.

De universiteit pikte de goednieuwsshow niet

Scholten is voorzichtiger. ‘Het is makkelijk om af te geven. Poppema is een heel goed boegbeeld voor de RUG, hij heeft meer voor elkaar gekregen in China en in Den Haag dan een ander ooit zou kunnen.’ Er valt een bedachtzame stilte. Dan: ‘Maar de universiteit pikte de goednieuwsshow niet en ik vrees dat hij daar geen rekening mee heeft gehouden.’

In december kregen de personeelsleden uit de raad een uitnodiging van de collegevoorzitter. Of ze een keer rond lunchtijd een flinke wandeling met hem wilden maken. Casper Albers nam de uitnodiging aan en liep met Poppema van de Oude Boteringestraat, via de Grote Markt, het UMCG, over de Diepenring, de Nieuwe Kijk in ’t Jatbrug, tot aan de Westerhaven en toen weer terug. ‘We waren een goed uur onderweg. Hij stapt stevig door.’

Ze aten hun boterhammen en Poppema vroeg Albers hoe hij nou in de Yantai-kwestie stond. ‘Een beetje nerveus ben je dan natuurlijk wel’, herinnert Albers zich. ‘En ik heb niet al mijn kaarten op tafel gelegd.’ Was er druk? Een ultiem charmeoffensief? ‘Nee, zo heb ik het niet ervaren. Het was een heel fijn, inhoudelijk gesprek.’

Zes kantjes

Ondertussen vergaderde de commissie Scholten verder, nu mét DAG. Been: ‘Olaf Scholten is zo’n lieve man, en hij bleef ons maar vragen’. Daar kwam nog bij dat hij tijdens de bespreking in de novemberraad maar aan één van zijn zes kantjes met vragen was toegekomen. Dan maar verder vragen in de commissie, dacht hij.

Hij raakte onder de indruk van de commissieleden. ‘Ze stelden echt goede vragen, hebben zich niet gek laten maken.’ Dat gold echter niet altijd voor de argumentatie van de sprekers die de commissie uitnodigde: betrokkenen van de Faculteiten Ruimtelijke Wetenschappen en Science and Engineering, die als eerste hun opleidingen in China moesten gaan aanbieden.

‘Zit je daar tweeënhalf uur te luisteren naar iemand die beargumenteert waarom Yantai wél een goed idee is’, zegt Been, geërgerd en geamuseerd tegelijk, ‘komt-ie niet verder dan: Ja, als ik tegen mijn kinderen zeg dat we straks in China kunnen studeren, dan zeggen ze, wat cóól!’ Nu echt geërgerd: ‘Serieus? Sentimenteel doen met kinderen, moet dát ons overhalen?’

Het draagvlak bleek veel kleiner dan ze dachten

Dan wordt het woensdag 10 januari. De commissie heeft weer sprekers te gast, ditmaal met een heel ander verhaal. Voor personeelsfractielid Dirk-Jan Scheffers is het niets nieuws – hij zat tot vorig jaar in de faculteitsraad van FSE, hij kent de hoogleraren en hun bezwaren. Maar om zich heen ziet hij andere commissieleden schrikken.

‘Het draagvlak bleek veel kleiner dan ze dachten’, zegt hij. ‘Ze hadden steeds gehoord: FSE wil graag, de faculteitsraad van FSE is vóór.’ Eigenlijk lag het anders, weet Scheffers.

Voorstem

Aan de faculteitsraad was steeds gevraagd: Als Yantai doorgaat, is het dan akkoord dat FSE daar opleidingen verzorgt? ‘Maar een stem dáárvoor was geen voorstem voor het plan zelf’, benadrukt Scheffers. Toch is het zo opgevat, zo gecommuniceerd. ‘Ik heb me er eerlijk gezegd over verbaasd dat de bestuurders dat niet rechtgezet hebben.’

Toen het Henk-Jan Wondergem duidelijk was dat FSE helemaal niet zo graag wilde, wilde hij ook niet meer. De maandag erop sprak de fractie met elkaar, en iedereen was het eens. Er was genoeg gewikt, gewogen en geluisterd. Calimero was tegen.

De rector zei: Besef je dat dit consequenties heeft?

Tja. En toen?

In augustus hadden ze van dichtbij gezien wat er gebeurde als je zoiets plompverloren naar buiten bracht. Dat wilden ze niet nog eens. Ze zouden het voorzichtig aanpakken. Eerst moesten bestuur en Bureau het horen. Ze maakten een afspraak met Elmer Sterken voor donderdag 18 januari.

Wondergem herinnert zich geen uitdrukking op het gezicht van de rector toen hij het nieuws hoorde. Geen schok, geen woede. ‘Hij zei: Besef je dat dit consequenties heeft?’ Dat was het.

Spanning

Toch verspreidde zich in de loop van de dag een dermate grote spanning op het Bureau dat het SOG-fractievoorzitter Zeger Glas begon op te vallen. ‘Er is iets aan de hand hier, dacht ik. Dus ik ben gaan vissen.’ Van bureaumedewerkers kreeg hij weinig los, maar ’s avonds laat liep hij toevallig Wondergem zelf tegen het lijf. Na enig aandringen kwam het hoge woord eruit.

Glas baalde; hij had UGY graag zien doorgaan. Natuurlijk was hij ook bij de novembervergadering geweest, had ook hij de bezwaren gehoord. Hij wist dat het moeilijk zou worden. ‘Maar je blijft toch hopen, je blijft op mensen inpraten.’

We werden aangevallen op het moment dat we geen wapens in handen hadden

Diezelfde donderdagavond bracht Calimero de hele raad per mail op de hoogte van hun besluit. Snel handelen, dacht Zeger Glas toen; het kan nu niet lang meer duren voor ze naar buiten treden. SOG publiceerde een statement op Facebook met de redenen om vóór Yantai te stemmen. De hoop was, tegen beter weten in misschien, om een studentenfront te mobiliseren.

Tot een front kwam het niet, maar Wondergem en zijn fractiegenoten kregen wel ineens te maken met ontstemde studieverenigingen van FSE. ‘Die leken al te weten dat wij tegen waren’, zegt Wondergem gepikeerd. ‘Het voelde alsof ze tegen ons waren opgezet. Het was frustrerend: we werden aangevallen op het moment dat we geen wapens in handen hadden.’

Kwestie van rekenen

Want onmiddellijk na de mail had Dirk-Jan Scheffers met Wondergem gebeld, en afgesproken dat het nieuws binnen de raad besproken moest worden vóór de buitenwereld het hoorde. Scheffers besefte heel goed wat Calimero’s tegenstem betekende. ‘Ik dacht: nu rolt de sneeuwbal van de berg’, zegt hij.

Ik dacht: nu rolt de sneeuwbal van de berg

En dus kwamen op woensdag 24 januari de raadsleden bijeen, om te bepraten wat eigenlijk niet meer bepraat hoefde te worden. DAG, à twee zetels, stemde tegen. Calimero, vijf zetels sterk, ook. De Personeelsfractie was niet unaniem tegen, ‘maar er was niemand vóór’, herinnert Casper Albers zich. Het was een kwestie van rekenen. De uitkomst was duidelijk.

Bij de leden van DAG was het geluk zo onvoorstelbaar groot dat ze er niet aan durfden toe te geven. ‘Ik bleef maar denken: Poppema móét nog een troef achter de hand hebben’, zegt Been. ‘Het kán niet zo zijn dat het nu echt tegengehouden is.’

Toen een kleine week later het persbericht namens het college van bestuur kwam dat ze afzagen van de plannen een branch campus te beginnen – geloofde hij het pas echt. Toen was het feest.

Voor Scholten zijn de afgelopen weken anders geweest. Gemengd. ‘Ik ben opgelucht dat er nu een besluit is, maar ik ben niet blij dat Yantai is afgeketst. Ergens had ik graag gewild dat ik ervoor kon zijn. Maar met dit plan kón het niet.’

Kritiek achteraf

Het is nu ruim een week geleden dat de kogel door de kerk ging, of althans, dat de pers er – toch nog te vroeg – lucht van kreeg. Het nieuws leek eerder een startsein dan een afsluiting. Teleurgestelde voorstanders buitelen over elkaar heen met opiniestukken en open brieven, spreken van een catastrofale fout, vragen zich op hoge toon af wat die universiteitsraad eigenlijk dacht dat hij deed.

De schreeuwers aan de zijlijn hebben er geen honderden uren ingestoken

‘De schreeuwers aan de zijlijn hebben er geen honderden uren ingestoken’, zegt Wondergem daar droogjes over. ‘Ik wel. Ik heb het heel serieus genomen, er lang over nagedacht, en ik ben ervan overtuigd: dit is geen gemiste kans, dit was een goede beslissing.’

‘Ik heb meer te doen dan me druk maken om kritiek achteraf’, zegt ook Scholten.

In het eindrapport dat hij dinsdag afrondde kan de hele wereld lezen wat de universiteitsraad eigenlijk dacht dat hij deed. En hoe het nu verder moet – op de universiteit, die er voorlopig aan zal moeten wennen toch alleen of Groningen te heten in plaats van of Groningen Yantai? En in de universiteitsraad, waar de raadsleden elkaar en Sibrand Poppema nog minstens een half jaar in de ogen moeten kijken?

‘Dat zien we later wel’, zegt Scholten. ‘Eerst moet ik maar eens tentamens gaan nakijken.’

English