Wetenschap

Speuren naar proefpersonen

Afzien voor de wetenschap

Zonder proefpersonen geen wetenschap. Maar waar haal je mensen vandaan die bereid zijn urenlang saaie taakjes te doen of nachten door te halen? Onderzoekers wringen zich in bochten om genoeg vrijwilligers te ronselen.
Door Simone Harmsen

Onder in de Linnaeusborg op het Zernikecomplex bevindt zich de tijdloze ruimte. Er is geen klok, er zijn geen ramen en het plafond bestaat uit TL-bakken om de lichttoevoer te reguleren. Op deze plek onderzoekt PhD-studente Renske Lok hoe licht en donker onze alertheid beïnvloeden. En daarvoor maakt ze ’s nachts haar proefpersonen wakker en laat ze opdrachtjes uitvoeren. Ze laat ze vragenlijsten invullen, meet hun lichaamstemperatuur en registreert elke minieme oogbeweging.

Maar wie is zo gek om zich daaraan bloot te stellen?

Meestal zijn dat studenten. Lok zoekt immers mensen van tussen de achttien en dertig jaar oud. Die maken makkelijker een nachtje vrij dan werkenden. Bovendien is er de financiële vergoeding. ‘Studenten zijn een nachtje doorhalen ook wel gewend’, zegt Lok. ‘Maar ze vinden het vaak ook interessant om zo’n tijdloze kamer eens van binnen te zien. Ik krijg vaak de vraag of we ze op de hoogte willen houden van de resultaten. Mensen zijn toch wel geïnteresseerd in wat we onderzoeken.’

Depressiestudie

Nee, dan heeft collega-PhD Rozemarijn van Kleef het een stuk lastiger. Zij onderzoekt in het UMCG hoe je kunt voorkomen dat een depressiepatiënt na herstel weer terugvalt. ‘Na drie depressies is de kans op een nieuwe al 90 procent. We willen graag weten wat mensen zo kwetsbaar maakt.’ Daarvoor bestudeert Van Kleef de hersenen van de deelnemers met behulp van een MRI-scanner. Ze laat haar proefpersonen allemaal taakjes uitvoeren in de scanner. Zo wil ze kijken of je door preventieve gedragstherapie kunt leren om emoties anders te reguleren.

Zelf meedoen?

Zou je zelf graag meewerken aan een van de beschreven onderzoeken? Dat kan! Aanmelden voor het depressie-onderzoek van Van Kleef kan via deze brochure. Wil je je opgeven voor de Paid Participant Pool voor psychologie­studies, dan kan dat hier hier. Trek je liever een nachtje door in de tijdloze ruimte in de Linnaeusborg, dan kun je contact opnemen met Renske Lok.

Maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Waar Lok vrijwel iedere gezonde student kan gebruiken, speurt Van Kleef naar ex-depressiepatiënten. Deelnemers mogen geen antidepressiva gebruiken of recentelijk cognitieve gedragstherapie hebben gehad. Laat dat nu net de twee meest gebruikte behandelingen bij depressie zijn. Vervolgens vallen ook de zestigplussers af: hun hersenen tonen tekenen van veroudering, die de resultaten kunnen beïnvloeden.

Van Kleef heeft voor elke studie 75 mensen nodig die in het verleden meerdere depressies hebben gehad. Plus 25 gezonde proefkonijnen voor de controlegroep. Ze werft via websites, sociale media en met posters in supermarkten. De zoektocht reikt tot in de Randstad. De controlegroep zit vol. Voor de tweede groep meldden zich tot nu toe 920 geïnteresseerden. Kat in het bakkie, zou je zeggen?

Niks is minder waar. Want van die 920 enthousiastelingen voldeden slechts 41 aan de strenge ballotage.

Ze moeten immers volledig hersteld zijn van hun laatste depressie. ‘Anders zouden we het effect van de gedragstherapie op het herstel, in plaats van op de terugval meten’, legt Van Kleef uit. ‘Soms blijkt dat iemand eigenlijk nog depressief is. Het valt mij op dat er een behoorlijk deel is dat zich in het verleden niet goed geholpen heeft gevoeld.’

Gedragstherapie

Sommigen melden zich dan ook aan vanwege de geboden gedragstherapie. ‘Ik vind het heel schrijnend dat juist mensen die je graag iets wilt bieden, niet mee kunnen doen. We sturen hen altijd door naar instanties die ze kunnen helpen.’

En zelfs als de proefpersonen lijken te voldoen, doemen er vaak problemen op. Bijvoorbeeld doordat mensen lange tijd geleden geopereerd zijn. ‘We zijn heel voorzichtig. Als we niet meer kunnen achterhalen of er nog ijzeren delen in het lichaam kunnen zitten, is het risico in de MRI te groot.’ Het apparaat werkt immers met sterke magnetische straling. ‘We hebben twee mensen die zich hier vol op storten. Soms gaan we zo ver dat we een fabrikant van jaren geleden opsporen.’

Wie wel mee kan doen, is vervolgens zo’n twaalf uur lang onder de pannen, waarin Van Kleef verschillende screenings doet en haar proefpersonen opdrachten laat doen in de scanner. Rijk worden ze er niet van, deelnemers krijgen 75 euro en acht therapiesessies.

Van Kleef: ‘Ook de groep die geen therapie krijgt, bieden we na het traject kosteloos de gedragstherapie aan.’ Toch is dat voor lang niet iedereen de reden van deelname. ‘Het heeft me verbaasd hoe gemotiveerd mensen zijn. Ik denk dat ze iets positiefs uit hun vele depressies willen halen. Er zit een groot deel altruïsme bij, dat is heel mooi. We zijn onwijs dankbaar en hebben heel veel waardering voor wat ze voor ons doen. We weten dat we veel van ze vragen.’

De boer op

Een onderzoeker die op heel andere wijze zijn proefpersonen strikt, is taalwetenschapper Martijn Wieling. Hij sleurt geen mensen naar het lab, maar gaat met het lab in zijn koffer naar hen toe. Eenmaal ter plekke, beplakt hij het gezicht en de tong van zijn slachtoffers met elektroden, waarna een kastje de beweging registreert. Met deze zogenoemde articulograaf ontdekte hij dat dialectsprekers uit het noorden van Nederland de tong verder achter in de mond houden dan meer zuidelijke dialectsprekers – ook wanneer ze níet praten.

Psychologie is geen vermogend onderzoeksgebied, en wie niet-studenten wil hebben moet al snel betalen

‘Als je beperkt bent tot een lab op een vaste locatie, dan zal er altijd een selecte groep komen. Mensen die dichtbij wonen en het reizen ervoor over hebben’, zegt hij. Vandaar dat Wieling afreisde naar middelbare scholen – een hele andere groep dan hij normaal in zijn lab zou krijgen. Voor tien euro zijn leerlingen wel te porren voor deelname. ‘We moesten zelfs een pre-test doen om te kijken of ze wel echt dialect spraken, want ook leerlingen die dat helemaal niet konden probeerden mee te doen.’ Toch heeft ook het onderzoek op locatie nadelen. ‘Hier zit je in de gecontroleerde omgeving van het lab en daar moet ik maar zien waar ik terecht kom. Vaak kom je in een kantoor met achtergrondgeluid, dat is niet altijd optimaal.’

Verplicht meedoen

En dan zijn er natuurlijk nog de psychologen. Hun onderzoek en onderwijs drijft voor het overgrote deel op het afnemen van testjes en het invullen van vragenlijsten. Zozeer zelfs, dat een aantal jaren geleden er een ernstig proefpersonentekort dreigde. De Paid Participant Pool voor niet-psychologiestudenten vormde een deel van de oplossing. Het andere deel? Psychologiestudenten verplicht mee laten doen aan meerdere onderzoeken.

Handig, en een leerzame ervaring bovendien, zegt docent Katherine Stroebe. Al kan het ook wel eens lastig zijn. Een proefpersoon mag immers niet weten wat er wordt onderzocht. Dat zou de uitkomsten kunnen beïnvloeden. ‘Ik heb zelf onderzoek gedaan naar subtiele discriminatie. Stel dat ik dit in mijn college net heb behandeld, dan zou ik me zorgen maken als ik een maand later mijn onderzoek wil draaien.’

Psychologen worstelen ook met de beperkte demografie van hun proefpersonen. Ze zijn veelal blank, hoogopgeleid en opgegroeid in gezinnen die het sociaal economisch beter hebben. ‘Psychologen beginnen langzaam hun onderzoekspopulaties te vergroten. Maar psychologie is geen vermogend onderzoeksgebied, en wie niet-studenten wil hebben moet al snel betalen’, zegt associate professor Pontus Leander.

Het is een situatie waar je bewust mee om moet gaan, zegt Leander. Hij stelt aan het einde van een onderzoek altijd nog een paar vragen. Waar ging het onderzoek over? Waren er vragen die ze als sturend ervoeren? Tussen de 1 en 5 procent geeft dan aan dat ze dachten de studie te doorzien. Leander: ‘De vraag is hoe je de resultaten vervolgens behandelt. Zelf benoem ik het altijd in mijn publicaties. Uiteindelijk moet je je altijd blijven afvragen of wat je vindt bij één groep iets zegt over de algemene psychologie.’

English