Wetenschap

UMCG-chirurg offert vakanties op

Pro bono in Paramaribo

UMCG-chirurg Robert Porte reist in zijn vakanties naar Paramaribo, om daar gratis operaties uit te voeren op arme Surinaamse patiënten. ‘Dit is waar ik dokter voor geworden ben.’
Door Thereza Langeler / Fotografie Reyer Boxem

Robert Porte is chirurg in het UMCG. Hij opereert aan de lever, de galwegen en de alvleesklier. Het is een complex gebied van de geneeskunde en operaties duren lang.

In 2012 gaat Porte op sabbatical naar Suriname. Hij koesterde al een tijdje de wens om in de tropen te werken en heeft een zwak voor Suriname.

Door een gebrek aan expertise en mankracht zijn complexe operaties niet mogelijk in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Juist deze operaties kan Porte wél uitvoeren.

Elk jaar gaat hij een paar keer terug naar Suriname om er te opereren. Daar vraagt hij niets voor. ‘De dankbaarheid van die mensen is loon genoeg voor mij’, zegt hij.

De lange wachttijden waar met name transplantatiepatiënten mee te maken krijgen, vindt Porte frustrerend. Hij pleit voor betere voorlichting over orgaandonatie, want nu gaan er nog veel horrorverhalen over rond.

Soms dagdroomt Porte erover om een eigen kliniek in Suriname te beginnen. ‘Wie weet na mijn pensioen?’

Leestijd: 8 minuten (1311 woorden)

In een ziekenhuis in Paramaribo zit een Creoolse vrouw te wachten. Ze woont zelf in het binnenland van Suriname. Maanden geleden zat ze ook al eens in ditzelfde ziekenhuis om door een Hollandse chirurg te worden geopereerd. En nu is de Hollandse chirurg opnieuw hier. Zodra ze hem ziet, vliegt ze op hem af, dolblij. ‘Dokter, dokter! Kent u me nog?’

Terug in zijn eigen Groningse werkkamer vertelt Robert Porte met een warme glimlach over haar. ‘Die vrouw was helemaal uit haar dorpje naar de stad toe gekomen om mij te zien. Een reis van uren. Gewoon, omdat ze me wou bedanken voor haar operatie.’

Geen honorarium

Porte is hoofd Hepato-Pancreato-Biliaire (HPB) Chirurgie in het UMCG. Geregeld verruilt hij Groningen voor Paramaribo. Daar opereert hij mensen zoals deze Creoolse mevrouw. Pro bono, want: ‘Van arme Surinamers hoef ik geen honorarium.’

Zijn specialisatiegebied is de rechterkant van de buikholte: hij opereert aan de lever, alvleesklier en galwegen. De meeste van zijn patiënten hebben een vorm van kanker, maar Porte voert ook levertransplantaties uit. Er bestaat voor hem geen twijfel over: die rechterbuikholte is ‘het allermooiste gebied van de chirurgie’.

‘Het is technisch en anatomisch ontzettend uitdagend, dat vind ik leuk’, legt hij uit. ‘Een dikkedarmoperatie, of een liesbreuk, dat zijn toch een beetje routineklussen. HPB-operaties zijn een stuk dynamischer en moeilijker. Langer ook, ze kunnen zomaar zeven, acht uur duren.’

Organen opknappen

Bovendien is zijn tak van de chirurgie nog volop in ontwikkeling. ‘Je werkt continu aan de grenzen van de geneeskunde. Er zijn nog een heleboel problemen waar we met onderzoek een oplossing voor moeten vinden.’ Dergelijk onderzoek heeft bijvoorbeeld al de orgaanperfusiekamer opgeleverd, waar gedoneerde organen ‘opgeknapt’ kunnen worden. Porte vertelde er vorig jaar over in De Wereld Draait Door.

Maar hoe raakt een Groningse chirurg in Paramaribo verzeild? ‘Er waren twee dingen die ik altijd nog eens wilde doen’, vertelt Porte. ‘Werken in de tropen, en varen. Ik ben opgegroeid in Rotterdam, vlakbij de Nieuwe Waterweg. Als klein jongetje keek ik naar de containerschepen die daar voorbij voeren, en dan fantaseerde ik over waar ze naartoe gingen.’

Verliefd op Suriname

Porte kwam voor het eerst in Suriname toen hij een studievriend bezocht die daar woonde. Tussen hem en het land was het liefde op het eerste gezicht. ‘Het tropische weer, het tropische tempo. Het heerlijke eten. De mensen die ontzettend aardig zijn. Suriname is een echte melting pot, maar iedereen gaat heel harmonieus met elkaar om. In Paramaribo staan een synagoge en een moskee vlak naast elkaar. Ze houden af en toe gezamenlijke vieringen.’

In heel Suriname werken maar tien chirurgen

Een sabbatical in 2012 was Portes kans om twee dromen tegelijk in vervulling te laten gaan. Hij kon een paar maanden in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo aan de slag. ‘En toen kwam ik er ook nog achter dat er een Groningse rederij is die elke twee weken met goederenschepen van Rotterdam naar Paramaribo vaart. Ik heb de directeur gebeld en het hele verhaal uitgelegd. “Weet je wat”, zei die man, “eigenlijk mogen we geen passagiers meenemen, maar we bedenken er wel iets op.” Uiteindelijk werd ik als “bemanning” op de lijst gezet.’

Vanaf de haven waar hij vroeger verlangend naar vertrekkende schepen keek, voer Porte nu zelf uit. Op weg naar een werkplek in het tropische Suriname, waarop hij zo verliefd was geworden. Het land bleek hem hard nodig te hebben.

De lange termijn

‘Er zijn in heel Suriname maar tien chirurgen werkzaam. Op een half miljoen inwoners’, rekent Porte voor. ‘En de chirurgen die er zijn, missen bepaalde expertise.’ Operaties aan de lever en de alvleesklier zijn er onmogelijk. Operaties die in Nederland al jaren mogelijk zijn – en waar Porte in is gespecialiseerd.

‘Dit is waar ik dokter voor ben geworden’, zegt Porte over zijn werk in Paramaribo. ‘Precies dat waar ik goed in ben, gebeurde daar niet! Ik weet nog dat ik een jonge vrouw opereerde en me achteraf ineens realiseerde: als ik er niet was geweest, dan was zij er nu ook niet meer.’

Er moet ook een structurele oplossing komen

Sinds die sabbatical gaat Porte elk jaar wel een paar keer terug naar Paramaribo. Hij wisselt zijn bezoeken af met collega Marieke de Boer. Ze doen er uiteenlopend werk, van de polikliniek tot de operatiekamer. En ze zijn begonnen met het opleiden van twee plaatselijke chirurgen. ‘Voor de lange termijn. Dat wij daar af en toe mensen opereren is op zich mooi, maar er moet ook een structurele oplossing komen.’

robert-porte-vg

De weken in Suriname gaan van zijn eigen vakantietijd af. Hij heeft er nog nooit een cent voor gevraagd en wil daar ook niks van weten. ‘Ik heb het nergens voor nodig, mijn baan in Groningen betaalt uitstekend. De dankbaarheid van die mensen, iets voor ze kunnen betekenen, dat is loon genoeg voor mij.’

Nieuwe donorwet

Dat gevoel, dat hij iets betekent, mist Porte soms in Nederland. De onderbezetting, het geldgebrek en de rompslomp willen hem nog wel eens tergen. ‘Als iemand bij mij komt met een tumor en ik ’m moet vertellen dat hij op z’n vroegst pas over twee maanden geopereerd kan worden, dan vind ik dat verschrikkelijk. Twee maanden wachten, in de wetenschap dat je vreselijk ziek bent! Onmenselijk.’

We zijn zo gewend dat alles maakbaar is, dat we de dood niet eens meer accepteren

En dan zijn twee maanden nog niets, vergeleken met de jaren die patiënten soms moeten wachten op een donororgaan. De oorzaak van de ellenlange wachttijden is bekend: er zijn domweg te weinig donoren. De oplossing is een minder simpele zaak. Zo verwacht Porte geen wonderen van een systeem voor actieve donorregistratie (ADR), waarbij je het moet aangeven wanneer je géén donor wilt zijn, in plaats van andersom.

‘Aanvankelijk dacht ik: slechter kan het in elk geval niet worden’, zegt hij. ‘Een aantal andere Europese landen kent al zo’n ADR-systeem, en daar zijn inderdaad veel meer donoren dan in Nederland. Maar als ik nu zie hoe sterk erop wordt gereageerd op sociale media…’ Porte vreest dat de omstreden wet wel eens een averechts effect zou kunnen hebben, als die inderdaad wordt aangenomen. ‘Dat mensen, die al donor waren, hun registratie weer intrekken. Uit protest, omdat ze in de waan zijn dat de overheid eigenaar wordt van hun organen.’

Porte kan een smalende blik niet onderdrukken. ‘DWDD heeft af en toe van die colleges, hè, waarin iemand een half uurtje iets vertelt over een bepaald onderwerp. Toen ik vorig jaar in de uitzending zat, heb ik aan Matthijs van Nieuwkerk gevraagd: laat mij nou eens zo’n college verzorgen over orgaantransplantatie. Dan help ik in een half uur alle vooroordelen en horrorverhalen de wereld uit.’

Leren van Suriname

Want die horrorverhalen, denkt hij, zijn de belangrijkste reden dat veel mensen huiverig blijven om organen af te staan. ‘Ze denken de gekste dingen. Dat de dokter minder moeite doet om je in leven te houden als hij weet dat je donor bent, bijvoorbeeld. Totale flauwekul.’

In sommige opzichten, denkt hij, kan de Nederlandse patiënt nog wel iets leren van de Surinaamse. ‘Er kwam daar eens een man bij me met leverkanker. Ik onderzocht hem, maar het was te laat. Inoperabel. Weet je wat hij zei toen ik hem dat vertelde? “Dank u wel, dokter. Nu kan ik rustig terug naar huis gaan om te sterven.” De gemiddelde Nederlander had op hoge toon een second opinion geëist. We zijn zo gewend dat alles maakbaar is, dat we de dood niet eens meer accepteren.’

Als hij geen verantwoordelijkheden had die hem hier hielden, verruilde Porte Nederland het liefst definitief voor Suriname. ‘Dan begon ik een eigen polikliniek in het binnenland. Lekker een simpele handen-en-voeten-dokter zijn. Hoewel’, bedenkt hij zich, ‘misschien zou ik dan de CT-scans wel gaan missen.’ Glimlachend: ‘Wie weet na mijn pensioen?’

English