International
no text

Dealen met Zwarte Piet

Gesprekken met een kleuter

International editor van Ukrant Megan Embry blikt terug op haar eerste Sinterklaasperiode in Nederland met haar dochtertje van vijf. Zwarte Piet was een enorme schok. ‘Ik vind het een beetje eng, mama. Wat als hij me voor de gek houdt?’
Door Megan Embry / Foto Luis Felipe F. Silva / Vertaling Thereza Langeler

Er waren er zó veel. Ze hingen in een slinger, van de ene hoek van het lokaal naar de andere. De blije, dommige gezichten glimlachten breed naar ons, met hun veel te rode lippen, uitpuilende ogen en een uitdrukking van ongeloof, die moet hebben geleken op die van mezelf.

Kinderen dromden om me heen, terwijl ik de deuropening naar het lokaal van groep twee stond te blokkeren. ‘Heb jij er ook een gemaakt, kiddo?’ vroeg ik haar, zo kalm als ik maar kon. Vol trots wees ze naar het min of meer ronde gezicht dat ze met haar kleine, klunzige, argeloze handjes uit zwart karton geknipt had. Ik had een steen in mijn maag.

Blackface minstrelsy

Internationals schrikken nog wel eens als ze blackface tegenkomen. In de Verenigde Staten werden in de negentiende eeuw theater- en muziekvoorstellingen georganiseerd met blanke mensen in donkere schmink, die zwarte mensen afbeeldden als dom en ondergeschikt.

De voorstelling waren ‘lollig’ bedoeld maar leidden tot racistische houdingen en stereotyperingen; men dacht dat alle mensen met een donkere huidskleur zo dom waren als de mensen in de voorstellingen.

Dit gedachtegoed leeft nog altijd voort in ons Amerikaanse collectieve onderbewustzijn en komt tot uiting in hoe wij met elkaar omgaan, onze wetten, en onze televisieseries en films.

Als je bekend bent met blackface en je ziet Zwarte Piet, een karikatuur met overdreven gelaatstrekken, kleurrijke kleding en rare fratsen waar mensen om lachen maar ook bang voor zijn (als je kind stout is stopt Piet hem of haar in de zak!), dan is het bijna onmogelijk om de vergelijking niet te trekken.

Geen waarschuwing

Het was ons eerste Sinterklaasseizoen in Nederland, waar we een paar maanden eerder naar verhuisd waren. Onze bijna vijfjarige Canadees-Amerikaanse dochter hadden we direct op de Nederlandse kleuterschool gedaan, hopend dat ze zo de taal snel op zou pikken.

Alles was een uitdaging voor haar, toen. Ze was nog zo klein dat we haar vaak wat eerder ophaalden van school, voor een dutje. Ze was zo klein dat ze soms vergat welke schoen aan welke voet moest. Zo klein dat plaatjes meer indruk op haar maakten dan rede.

Dus was ze verbijsterd toen ik haar vertelde dat ze geen Zwarte Pieten meer mocht knutselen van zwart karton. ‘Hoezo heeft de school ons niet gewaarschuwd?’ raasde ik tijdens het avondeten. ‘Hoezo mogen ouders niet zeggen: wij doen hier niet aan mee?’

Bij iedere geschminkte Piet die we zagen, voelde ik de neiging tegen mijn kinderen te zeggen: voor jou is dit dus níet oké. Zouden ze dat wel snappen als ik mijn mond niet opendeed? Maar Zwarte Piet was overal en ik kon mezelf niet meer horen: naarstig op zoek naar manieren om over zoiets ingewikkelds te praten met zulke kleine mensjes. Ik had geen zin meer de boeman te zijn. We besloten het volgende jaar gewoon de stad uit te gaan.

Grappen

Toen, op een dag, kwam mijn dochter thuis met een nieuwtje. Ze had een ander plekje gekregen in de klas, naast één van haar Nederlandse vriendjes, een donker jongetje. En nu zat ze ergens mee. ‘Mam, ik vind het een beetje spannend. Straks haalt hij grappen met me uit.’

En daar had je het: al mijn gepraat, gepreek, gedoceer was onderuitgehaald door een beeld en een verhaal. De leerkracht van groep twee had me verzekerd dat Zwarte Piet voor kinderen niets te maken had met ras. Toch had mijn dochter de verhalen over dat zwarte gezicht van karton gekoppeld aan het enige zwarte gezicht van vlees en bloed in het klaslokaal – en daar was geen volwassene aan te pas gekomen.

Ik probeerde het nog maar eens. ‘Kiddo. Soms plagen de kinderen je omdat je nog niet zoveel Nederlands kan, hè? En dan voel je je anders dan de anderen.’

‘Ja, dat is stom.’

‘Hoe zou je vriendje het vinden als andere kinderen denken dat hij een Zwarte Piet is, omdat hij een donkere huid heeft?’ Het klonk me zelf hopeloos in de oren, als de zoveelste vergeefse poging, maar er moet toch iets van geland zijn. De dag daarop meldde ze dat ze de hele middag met z’n tweeën hadden gespeeld.

Alles was onderuitgehaald door een beeld en een verhaal

Het is weer Sinterklaasseizoen en we zijn niet de stad uitgegaan. Groningen is nu ons thuis en we willen nergens anders heen. Maar we zijn nu voorbereid op de gesprekken waar wij buitenlandse ouders onvermijdelijk in belanden. Mijn kinderen weten al: wij knutselen dit jaar regenboogpieten. Maar m’n dochter maakt zich een beetje zorgen dat ze straks wéér anders dan de anderen is.

Laatst, onderweg naar de supermarkt, wees ze naar de Zwarte Pieten die weer opgedoken waren in de etalage van de bakker. ‘Waarom blijven we maar Zwarte Pieten maken?’ zuchtte ze.

Wij beslissen

We bleven even stilstaan, verbaasden ons over de donkere gezichten, de enorme lippen, de afro’s en de gouden sieraden. Ik verwonderde me over de dingen die een bijna zesjarig meisje begrijpt, en hoeveel méér het is dan wat een bijna víjfjarig meisje begrijpt.

‘Nou’, zei ik, ‘hij hoort bij een verhaal waar mensen heel veel van houden. We vertellen allemaal verhalen, we verzinnen mooie dingen die iets zeggen over wie we zijn of graag willen zijn. Die geven we door aan onze kinderen en zij weer aan hún kinderen. En eens per jaar zweren we allemaal samen en doen we net alsof die verhalen echt waar zijn. Dan zetten we onze schoen, verkleden we ons en geven elkaar cadeautjes. Zo maken we deze tijd van het jaar warm, gezellig en bijzonder.’

Ze knikte begrijpend. Dit was het makkelijke gedeelte; niemand die zo moeiteloos meegaat in doen-alsof als een kind van vijf.

‘Het is helemaal niet makkelijk om een verhaal waarvan je zoveel houdt, ineens anders te maken. Dat voelt alsof álles anders wordt. Maar weet je, kiddo, onze verhalen zijn van ons alleen. Wij bepalen hoe ze gaan. Dus wat doe je als je je plotseling realiseert dat een deel van jouw mooie verhaal eigenlijk een beetje lelijk is?’

Ze had geen seconde bedenktijd nodig. ‘Dan maak je het verhaal mooier.’

English