Universiteit

Het geheime leven van Lunsing Cazemier

Portier in schaapskleren

De meeste mensen kennen hem als de joviale portier in de UB. Maar Lunsing Cazemier heeft een geheim leven. Als schaapherder trekt hij het Dwingelderveld op met zijn honden Hamish en Beth.
Door Christien Boomsma / Foto’s Luís Felipe Fonseca Silva

 

Het allermooiste zijn de ochtenden waarin mist als een dikke deken over het Dwingelderveld ligt. Je ziet geen hand voor ogen, maar je hoort des te meer. Het drommen van honderden hoeven op de grond. Een enkele mekker. ‘En dan het geluid van de schapenbel in de mist voor je. Geweldig mooi.’

Andere dagen zijn er ook. Dagen waarin hij de hele dag over de heide zwerft. Hoed op, staf in de hand en 320 Drentse heideschapen in zijn kielzog. Dan trekt hij naar de uithoeken van het vierduizend hectare grote natuurgebied waar in het voorjaar de kraanvogels weer broeden. Een driepootje mee om op te zitten, e-reader in zijn rugzak.

En als de schapen afdwalen? Zijn twee bordercollies Hamish van zeven en Beth van vier doen het werk. Een paar korte bevelen – ‘Walk on!’ ‘Left!’ – en de honden schieten ervandoor met maar één doel voor ogen: de verspreide schapen in een nette, compacte kudde bijeendrijven recht voor hun baas, de herder.

En dan zijn er de dagen dat het weer niet meewerkt. Waarop het regent van de vroege ochtend tot de late avond. Waarop hij gehuld in talloze laagjes zichzelf warm probeert te houden. Met kaplaarzen over de zompige grond zwoegt. ‘Dat zijn dagen waarin je er gauw klaar mee bent hoor. Dan vraag ik mezelf weleens af: waar ben ik in vredesnaam mee bezig.’

Maar nog geen enkele keer heeft Lunsing Cazemier (60) werkelijk spijt gehad van zijn werk met de schapen. ‘De rust is meditatief. Het is soms echt een verademing’, zegt hij.

Drie keer per maand is hij hulpherder bij de schaapskudde Ruinen die graast in het nationaal park Dwingelderveld. Een grotere tegenstelling met zijn dagelijks leven is nauwelijks denkbaar. Al 28 jaar werkt Cazemier als portier bij de UB. En, zegt hij, mensen hebben geen idee hoe intensief dat eigenlijk is. Het voortdurende geluid, de aanhoudende vragen, het continue meebewegen dat zo’n functie vereist.

Want er is bijna niets wat hij níét doet, als portier. ‘Studio’s uitgeven, storingen oplossen, gasten begeleiden, computerproblemen fixen, duizend dingen’, zegt hij. ‘Eigenlijk alles wat niet te maken heeft met boeken.’

Dagen beginnen vaak al om zes uur. Diensten duren tot kwart over tien in de avond. Er is het geroezemoes, de vragen. Maar hier? ‘Ik hoef alleen maar op de schapen te letten’, zegt hij. En nee, hij gaat geen vergelijkingen maken met studenten. ‘Dat mocht niet van communicatie.’

Hij trainde jaren met Hamish en Beth in Odoorn, bij dezelfde club waar ook ‘hoofdherder’ Michiel Poelenije van de Ruinense kudde trainde met zíjn honden. Toen die een hulpherder zocht, meldde hij zich. Zijn honden konden het. Hij wilde het graag. Dus zodoende.

Vandaag is een stralende dag – misschien wel de laatste voordat het slechte weer zijn intrede doet. De vakantie is begonnen, dus het is druk op het fietspad dat dwars over de heide loopt. De kudde heeft zich verspreid en een aantal schapen zwerft naar het pad. Lunsing kijkt op. ‘Beth’, roept hij. ‘Walk on!

De zwart-witte bordercollie met één blauw oog die zojuist nog plat in het gras lag, schiet weg als een pijl uit de boog. ‘Lie down!’ roept Cazemier. De hond vertraagt. Stopt. ‘Walk on!’ en schiet weer weg. Dat drijven, cirkelen, dat doen de honden vanzelf. Het zit gewoon in hun aard, maar je moet ze wel begeleiden. ‘Door haar tussendoor te laten stoppen, komt ze even tot rust’, legt Cazemier uit. ‘Vandaar is het makkelijker een nieuw bevel te geven.’

Beths maatje Hamish heeft niet gewacht en is ook in actie gekomen. Iets minder subtiel, want één schaap schiet weg. De hond zet de achtervolging in en hapt naar de poten, waardoor het nog verder wegrent. ‘Hij is een rouwdouwer’, zegt Cazemier liefdevol. ‘Maar dat is niet erg. Het schaap komt vanzelf weer bij de kudde.’

Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. De tweede keer dat Cazemier op de hei was – toen nog met alleen Hamish – slaagde de hond erin de hele kudde in tweeën te delen. De ene helft bleef netjes bij hun herder, maar de andere ging op drift. ‘Michiel zag ze lopen’, grinnikt hij. ‘En heeft ze bij elkaar gedreven. Ach, het kon geen kwaad, ze kunnen nergens heen.’

Ondertussen trekt de kudde flink wat aandacht van toeristen. Een man komt naar Cazemier toe. ‘Die zwarte schapen, hè?’ vraagt hij. ‘Ik hoorde dat herders één zwart schaap bij de kudde doen, omdat schapen dan denken dat dat een hond is en bij elkaar blijven. Klopt dat?’

Cazemier is geduldig. Hij weet hoe hij mensen te woord moet staan – jarenlange ervaring immers. Het klopt niet, legt hij uit. Het zwarte schaap is gewoon een zwart schaap.

Hij glimlacht. Vorige week gingen de vragen nog vooral over de rammen die gedurende deze periode meelopen met de kudde. Zeker toen ze net tussen de ooien stonden, ging het er ruig aan toe. ‘Wat die ram aan het doen was, wilden ze weten’, lacht Cazemier. ‘Tja..’

De zon begint weg te trekken en hij kijkt op zijn horloge. Langzaam maar zeker wordt het tijd om weer naar de schaapskooi te trekken. De website zegt dat de dieren om vijf uur terugkomen en daar heeft hij zich aan te houden. Anders komen er klachten. ‘Beth! Hamish!’

Beth gaat meteen aan de slag. In een ruime boog jaagt ze om de schapen heen, zodat die geen kans krijgen af te dwalen. Hamish is zijn onhandige zelf door weer dwars in de kudde te duiken. ‘Hij ziet het gewoon niet’, zegt Cazemier. ‘Beth snapt het wat dat betreft veel beter.’

Dan trekt de hele kudde over het schrale terrein terug naar de kooi. Op ruime afstand van de waterpoel waar het water veel te laag staat, maar waar Hamish, als hij de kans krijgt, meteen in zou duiken. ‘Hij heeft nog de plakkaten aan zijn vacht van vanochtend’. Ouders en kinderen staan te wachten met fototoestellen en mobieltjes in aanslag. Handjes klaar om te knuffelen.

Maar vandaag gaan ze niet naar de kooi, die wordt uitgemest, maar naar de weide daarachter. Als de schapen dat eenmaal in de gaten hebben, krijgen ze haast. Ze versnellen hun pas, beginnen te springen en als ze eenmaal op het pad naar de wei zijn, beginnen ze te rennen.

Nu is het Beth die voor een probleem zorgt. De hond heeft niet in de gaten dat Cazemier al bij de wei staat en houdt de schapen tegen door zich pontificaal op het pad te posteren. Pas als het tot haar doordringt waar haar baas is, duikt ze het bos in om weer om de kudde heen te gaan.

Cazemier sluit het hek. Praat even met de bezoekers die meeliepen. Hij laat een kind Hamish even vasthouden en hem helpen de honden naar de auto te brengen. Daar krijgen ze water, waarna ze gewillig de auto inspringen. ‘Die gaan de hele avond slapen’, zegt Cazemier.

Morgen hebben ze een relaxte dag. Maar Cazemier? Hij schudt zijn hoofd. Vandaag was zíjn rustdag. Morgen wordt er weer gewerkt op de UB. Om zes uur op dus.

English