Universiteit
hoofdafbeelding

Pensioen na 40 jaar RUG

Portier Bert is niet zo van studeren

Bert Kamstra zwaait na bijna 40 jaar af als conciërge van het Academiegebouw. De krakersrellen, promoties, eredoctoraten voor Gorbatsjov, Tutu, Kohl; hij was er bij. ‘Je sluit wel een behoorlijk hoofdstuk in je leven af.’
Door Jelmer Buit / Foto Reyer Boxem

Zelf hoefde hij niet zo nodig student te zijn. ‘Ik ben een doener’, vertelt Kamstra. ‘Niet echt een studeerder. Ik doe het graag met de handen, in plaats van de hele dag in de boeken te zitten.’

Bij de universiteit kon hij zijn ei kwijt. ‘Dienstverlening is mij op het lijf geschreven. Het geeft mij een normaal gevoel. Buiten de werkzaamheden kon ik heel veel mijn eigen ding kwijt in zaken die ik persoonlijk belangrijk vond. Ik heb zonder meer een heel mooie tijd gehad.’

Die mooie tijd begon ruim 39 jaar geleden, toen Kamstra solliciteerde naar de functie van conciërge bij de universiteit. Er waren twee plaatsen vacant. Uit meer dan 290 brieven werd hij gekozen. ‘Ik weet niet precies waarom. Ik denk dat ik de vragen die ik moest beantwoorden, gewoon goed zijn overgekomen.’

Postbezorger

Zijn eerste weken bij de universiteit beschrijft Kamstra als moeilijk. ‘Ik kwam bij de PTT weg. Daar heb ik zes jaar gewerkt als postbezorger. Dan heb je een heel vrij leven. Hier zat ik vooral binnen. Alles was nieuw. Maar gaandeweg wende ik er wel aan. Je moet er ook in groeien, en het voldoende tijd geven.’

Kamstra behield zelfs nog wat affiniteit met zijn oude baan. ‘Toen ik hier begon, zat de centrale postkamer nog in het Academiegebouw. In de ochtend kwamen er dan auto’s van de PTT, om post op te halen. Dat waren gekke momenten in het begin.’

Dit decor, dat is juist wat een promotie afmaakt

Academische plechtigheden vond Kamstra het mooiste om te doen. ‘Je krijgt mensen die over het algemeen gespannen zijn. Ik probeer wat van die spanning weg te halen. Ik vergelijk het altijd een beetje met wedstrijdspanning. Je leeft ergens naartoe, en dat moet je invulling gaan geven. Ik probeer de spanning weg te nemen door ze het gevoel te geven dat het wel goed komt.’

Pedel

Tot op heden bekleedt Kamstra de functie van pedel. Hij heeft veel promoties meegemaakt. Vooral de eredoctoraten herinnert hij zich nog goed. ‘We hebben Desmond Tutu gehad, Helmut Kohl, Gorbatsjov, noem maar op. Die komen hier dan gewoon over de vloer!’

Als pedel houdt Kamstra zich strikt aan de protocollen en tradities. ‘Die vind ik belangrijk. Wij hebben een traditie van ruim vierhonderd jaar. Ik ben iemand die daar graag aan vasthoudt. Er zijn universiteiten waar je de bul toegezonden krijgt als je promoveert. Ik zou er niet aan moeten denken. Dit decor, dat is juist wat het afmaakt.’

Toch is er soms ook ruimte om daar vanaf te wijken. ‘Tijdens de verdediging mag er niet gefotografeerd worden. Soms zijn er situaties dat een promovendus vraagt of dit toch mag. Dan overleg ik dat weer met de rector. En als die het goedkeurt, mag het. Je bent gastheer, dus je probeert de gast het naar de zin te maken. Het wat dynamisch te houden.’

Krakersrellen

Het meest bijzondere dat Kamstra heeft meegemaakt, waren de krakersrellen bij het Wolters Noordhoff-complex. ‘Ik kreeg een telefoontje dat ik me moest melden aan de Broerstraat, omdat het Wolters Noordhoff op ontruimen stond. Aldaar had ik het gevoel dat ik in een oorlogsgebied aankwam. Alles was afgezet met containers. Er hing een kille sfeer die helemaal niet bij Groningen past.’

Ons hoofd werd bekogeld en is zijn huis uit gevlucht

Het Wolters Noordhoff-complex was bezet door krakers. In 1990 werd dit ontruimd door de Mobiele Eenheid. ‘Ze wisten dat het ontruimd ging worden. De dienstwoning van ons voormalig hoofd was daarvoor al bekogeld. Die is toen zijn huis uit gevlucht en heeft overnacht in het Academiegebouw. Er zat dus behoorlijk wat spanning op.’

Uiteindelijk omschrijft Kamstra de ontruiming als ‘zeer rustig’. De maatregelen daarentegen waren forser. ‘Het Academiegebouw was ingericht als gewondennest. Alle brandslangen hier waren uitgerold. Mocht er iets gebeuren, dan konden we direct uitrukken. We waren op alles voorbereid.’

Scheidsrechter

Naast zijn dagen in het Academiegebouw, versleet Kamstra ook veel tijd op voetbalvelden, als scheidsrechter. Drie jaar geleden stopte hij daarmee. ‘Ik had veertig jaar op het veld gestaan. Mijn vrouw zei dat het tijd werd dat we in de weekenden eens wat konden doen. Daar is het compromis uitgekomen dat ik nu wat doe bij de jeugd van FC Groningen. Gisteravond heb ik nog op het veld gestaan.’

Kamstra’s inzet en harde werken wordt in 2015 beloond met een Koninklijke Onderscheiding. ‘Een vriend van mij kreeg ook een onderscheiding. Daarom ging ik naar het gemeentehuis. Toen werden er opeens foto’s van mij gemaakt. Ik vroeg mijn vrouw of ik soms bedonderd werd. Zij zei van niet. Maar toen ik mijn dochters in de zaal zag, wist ik genoeg. Dat was echt bijzonder. Het was perfect geregeld.’

Een bijzondere dag dus. ‘We zaten thuis niet in de ideale situatie. Mijn schoonmoeder was net overleden. Dat speelde allemaal nog. Daardoor zaten we ‘s ochtends in het stadhuis, en ‘s middags in het uitvaartcentrum. Dat zijn de zaken die mij bijblijven.’

Na veertig jaar heeft Kamstra ook veel zien veranderen. ‘De universiteit is enorm gegroeid. Ik denk dat de kennisoverdracht alleen maar groter is geworden. Vakgebieden zijn veel meer uitgesplitst.’

Drankflessen

‘Vroeger hadden we een inauguratie van Vindicat nog gewoon in de aula. Wij moesten dan erg goed opletten of er geen drank mee naar binnen ging. Dan stonden we beneden aan de trap, en iedereen moest tussen ons door. Soms kwam er een fles doorheen, maar die kregen we dan alsnog wel. Studenten zijn vindingrijk, maar wij ook.’

Blijf jezelf, er zijn al zoveel anderen. En niet roken op de trap

‘De omgang met de mensen ga ik zeker missen. Je bent een aanspreekpunt binnen de universiteit. Je werkt altijd met jonge mensen. Wij zijn heel actief met vraag en aanbod wat we binnenkrijgen. Dat houdt jezelf ook jong, denk ik.’

Wat gaat hij nu doen weet hij nog niet. ‘Maar ik wandel graag. Dus ik denk dat er gewoon iedere dag een wandeling op de planning staat. Dat is heerlijk om te doen. Het houdt je in beweging. De natuur trekt mij, wat dat betreft.’

Of hij nog advies heeft voor zijn collega’s? ‘Gewoon doorgaan zoals we nu bezig zijn. Het werk dat we hier doen is prachtig. Dat mogen we niet vergeten. En voor de studenten: blijf jezelf. Er zijn al zoveel anderen. Oh, en niet roken op de trap.’

English