Wetenschap

Hoe Maarten Loonen zijn wereld ziet vergaan

Positief tegen de klippen op

Maarten Loonen ziet de gletsjers op zijn geliefde Spitsbergen smelten. Een nieuwe poolexpeditie van het Arctisch Centrum moet dat aan iederéén laten zien. ‘Ooit kijken we hierop terug, zoals we nu kijken naar “goed” en “fout” in de oorlog.’
Door Christien Boomsma / foto boven  Christopher Michel

Maarten Loonen is in paniek.

Hij wil het niet te veel laten merken. Hij mág het niet laten merken, want hij moet een positieve boodschap uitsturen. Als je mensen te veel horrorverhalen voorschotelt, dan kijken ze weg, leerde hij van sociaal psychologen als Linda Steg. Mensen steken hun kop in het zand en ontkennen dat er überhaupt iets aan de hand is. En dat mag niet gebeuren.

Dus doet de poolonderzoeker voortdurend zijn best om een optimistisch verhaal te houden. De klimaatstaking van basisscholieren, díe geeft hem hoop. Het feit dat er steeds meer vegetariërs zijn, dat er steeds meer zonnepanelen opduiken. De klimaatdoelen van Parijs, de uitspraak in de Urgendazaak, waarbij de rechter de Nederlandse Staat opdroeg de broeikasgassen in 2020 met 25 procent te verminderen. Er ís beweging, zegt hij.

Identiteit

Wat ook goed nieuws is: hij en zijn collega’s Frits Steenhuisen en Annette Scheepstra van het Arctisch Centrum van de RUG mogen volgend jaar, vijf jaar nadat ze de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit organiseerden, deze Scientific Expedition Edgeøa Spitsbergen (SEES) nogmaals uitvoeren. Ook nu gaat een schip vol onderzoekers, journalisten én toeristen naar Spitsbergen om onderzoek te doen, ideeën uit te wisselen en vooral: het verhaal naar buiten te brengen. ‘Er is zelfs sprake van om het iedere vijf jaar te doen’, zegt hij.

Het land, de verhalen, dat ben ík

Positief blijven.

Maar het kost hem moeite. Want die paniek, die is er dus wel degelijk.

Het grijpt hem zichtbaar naar de strot, elke keer als hij praat over Spitsbergen, het eiland waar hij al sinds 1990 elk jaar zo’n vijf maanden woont. ‘Spitsbergen is deel van mijn identiteit’, zegt hij. ‘Het land, de verhalen, dat ben ík.’ Hij moet toekijken hoe dat prachtige gebied – en het is nog altijd magnifiek – stukje bij beetje wordt aangetast door de stijging van de temperatuur. We moeten dat weten, vindt hij. We moeten het begrijpen. En we moeten iets dóen. ‘Het is nog niet te laat’, zegt hij. ‘Het goede nieuws is dat we het kunnen tegenhouden. Nu nog wel.’

Dodelijk methaan

Maar hoe lang nog? Wanneer komt het kantelpunt, het moment dat het afsmelten van de gletsjers niet meer tot staan gebracht kan worden en de zeespiegel zover stijgt dat aan de andere kant van de wereld Bangladesh in de golven verdwijnt? Het moment dat de permafrost ontdooit en duizenden kubieke meters dodelijk methaan vrijkomen? Wanneer de toename van zoet water en CO2 in het zeewater de Warme Golfstroom zozeer gaat beïnvloeden dat deze stilvalt of zich verplaatst?

Want ontkénnen dat er iets gaande is, dat kan echt niet. Echt, echt, echt niet.

Vijf jaar geleden was het al zo zichtbaar. Een zomer die geen zes weken meer duurde, maar twaalf. De onderzoekers werden gestoken door muggen, wat normaal nooit gebeurde. Gletsjers hadden zich teruggetrokken, ijsberen die op het zeeijs hoorden te leven, zochten voedsel aan land.

IJzel

En nu?

‘De gemiddelde temperatuur is in de laatste vijf jaren opnieuw met 1,5 graad gestegen’, zegt Loonen. ‘De hoeveelheid zeeijs in de zomer is teruggelopen van 6,3 naar 4,6 miljoen vierkante kilometer.’

Hij herinnert zich hoe er ijzel was in 1994. Desastreus, want op Spitsbergen ‘hoort’ het niet te ijzelen. De lucht hoort droog te zijn en koud. IJzel betekent dat de rendieren geen voedsel kunnen vinden en honger lijden. Verhongerde rendieren zorgen voor een toename in het aantal vossen. De vossen stortten zich weer massaal op jonge ganzen. ‘Het is een cascade.’

Het is één lange reeks van ‘records’ – elk jaar een beetje warmer

Maar tegenwoordig, zegt Loonen, ijzelt het ieder jaar. ‘De fjord, waarover al sinds mensenheugenis een ijsweg loopt in de winter, vriest niet meer dicht. Lawines zijn overal. De gletsjers trokken zich al 2,5 kilometer terug.’ De temperatuur? Het is één lange reeks van ‘records’ – elk jaar een beetje warmer. En wat mensen niet beseffen is hoe die hogere temperaturen dus jaar na jaar verwerkt worden in de klimaatgemiddelden. Shifting baselines, noemen wetenschappers dat.

IJstijd

Dus als je te horen krijgt dat het één graad warmer is dan ‘gemiddeld’, dan ligt dat gemiddelde dus al flink hoger dan pakweg vijftien jaar geleden. Tienduizend jaar, zegt Loonen, is het klimaat min of meer stabiel geweest. Vanaf de laatste ijstijd, het moment dat de mens zich aan de kust vestigde en landbouw begon te bedrijven, tot nu. Maar nu is het in beweging.

En de ellende is: het is heel erg ingewikkeld. De kennis over klimaat – hoe alle radertjes van het systeem op elkaar inwerken – ontwikkelt zich razendsnel. Maar het blijkt veel complexer dan jarenlang werd gedacht.

Hij herinnert zich de tijd dat marien biologen zeiden dat Spitsbergen nauwelijks last zou hebben van opwarming, omdat het gebufferd werd door de oceaan. Dat bleek niet waar. Het koude deksel van ijs op het water, verdwijnt. Het warmere water verdampt, verandert in zeemist – waterdamp, op zichzelf een broeikasgas, omdat wolken de warmte vasthouden.

Verdriedubbeld

Hij herinnert zich de tijd dat glaciologen geloofden dat gletsjers groeiden door neerslag in het achterland. Het gewicht van het ijs duwde ze richting zee, waar de gletsjer smolt. Nu weten we dat neerslag – régen – in het achterland door het ijs heen zakt. Dat het water de gletsjer optilt, waardoor hij naar zee ‘stroomt’. Dus hoe meer neerslag, hoe sneller hij stroomt.

Het systeem kan niet opschuiven naar het noorden, want er ís geen noorden.

De neerslag in het achterland van Spitsbergen is de laatste jaren verdriedubbeld. Dat komt niet meer goed.

Hij herinnert zich de tijd dat zeebiologen dachten dat de extra CO2 in het zeewater gebufferd werd en dat daarmee de zuurgraad stabiel zou blijven. Maar nu weten we dat dat niet zo is. Zeewater wordt zuurder, wat betekent dat de dieren die kalk produceren straks niet meer kunnen leven – te beginnen in de poolgebieden. ‘En onthoud, dat alle kalk in de wereld door zeebeesten is afgezet’, zegt Loonen.

Volksverlakkerij

Dat wil niet zeggen dat wetenschappers het allemaal fout hadden en dat het dus vast wel mee zal vallen met de opwarming. Het wil wél zeggen dat wanneer één aspect schuift, álles schuift. En dat we niet hoeven te geloven dat we het zo maar even kunnen stoppen.

Loonen klinkt verstikt. ‘Het huidige systeem, met een kringloop van ijs is weg. Het kan niet opschuiven naar het noorden, want er ís geen noorden. Mijn ganzen, die ik onderzoek op Spitsbergen: ze proberen zich aan te passen, maar het gaat te snel.’

Maar hij moet positief zijn. En er ís nog een kans om het te stoppen. Maar dan moeten we het wel doen.

Hij haalt uit naar politici. Naar Kamp, die zegt dat het oké is om bomen te kappen. ‘Want we zetten er immers weer een klein boompje voor in de plaats. Alsof dat net zoveel CO2 zou opnemen. Waar ben je dan mee bezig! Dat is volksverlakkerij.’

Braafste jongetje

Naar Baudet, die beweert dat klimaatmaatregelen toch niets helpen. Dat ze te duur zijn. ‘Maar als de toekomst anders is en we over twintig jaar de rekening moeten betalen, dan hoeft hij zich niet te verantwoorden.’

Naar Rutte, die het klimaatbeleid afremt en zegt dat er geen haast is, omdat we nog tot 2030 de tijd hebben. ‘Geen haast? Hoe durft hij! Zo’n liegbeest. Deze maatregelen nemen in 2030 is zes keer zo duur.’

Geen haast? Hoe durft hij! Zo’n liegbeest!

En waaróm zouden we niet het braafste jongetje van de klas willen zijn? Wat is er mis mee, zegt Loonen, om voorop te lopen? Het kan Nederland een voorsprong geven op het gebied van innovatie. We kunnen eraan verdienen.

Maar veel belangrijker: ‘Je wilt toch aan de goede kant staan? Als het misloopt, als Bangladesh moet verhuizen, dan wil ik niet voor mezelf hoeven te zeggen: ik wist dat, maar ik heb niets gedaan.’

Hij weet dat het gevaarlijk is om parallellen te trekken met de Tweede Wereldoorlog. En toch. ‘Ooit kijken we hierop terug, zoals we nu kijken naar “goed” en “fout” in de Tweede Wereldoorlog. Ook toen had je mensen die collaboreerden, mensen die zich verzetten en een angstig grote groep die onverschillig was.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Wat voor reden kan er zijn om niet te proberen om goed te zijn? Dit slaat terug op ieder mens.’ Hij zwijgt even. ‘Op mezelf.’

Vijf jaar geleden maakte Maarten Loonen zijn droom waar. Hij initieerde de Scientific Expedition Edgeøa Spitsbergen (SEES), de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit. Onderzoekers uit allerlei disciplines gingen samen met journalisten, kunstenaars en opiniemakers naar Edgeøa op Spitsbergen om de gevolgen van de klimaatopwarming in kaart te brengen.

Edgeøa is interessant, omdat er in de jaren zestig en zeventig een Nederlands onderzoeksstation gevestigd was, dat talloze data had verzameld over temperatuur, flora en fauna.

Vorige week werd bekend dat SEES op herhaling gaat. Bij deze tweede editie is meer aandacht voor projecten van jonge onderzoekers. Er gaan biologen, archeologen, geologen, glaciologen en klimaatwetenschappers mee van de RUG, Wageningen University & Research, Universiteit Utrecht, Vrije Universiteit, en het NIOZ.

 

English