Spijtoptanten

Terug naar Stad

Universiteit
Eerste slide: Voorpagina met Chapeau en kop

spijtoptanten

Terug naar Stad

2-1 intro
Veel Groningse studenten verruilen vroeg of laat het Noorden voor een baan of studie elders in Nederland. Maar toch… De stad blijft altijd lonken. En daarom besluiten ze soms om terug te keren.
Tekst Simone Harmsen / Foto’s Reyer Boxem
Om half zeven de tapperij uit kruipen, bij iedere boodschap bij de Appie een bekende tegen het lijf lopen en ’s zomers in je zwembroek het Noorderplantsoen onveilig maken. Wat een fijne stad. Maar toch… Veel Groningse studenten verruilen vroeg of laat het Noorden voor een baan of studie elders.
Wie de stad niet los kan laten, kan op 24 juni zijn hart ophalen. Dan vindt de eerste Groninginnedag plaats: een nationale terugkomdag naar Groningen. Inclusief kamperen in een kartonnen tent op de Grote Markt. Een dagje nostalgie. Maar voor sommigen is één dagje herinneringen ophalen niet genoeg: ze willen terug naar Groningen. De UK sprak met vijf mensen die de stad van de eierbal niet kunnen missen.
3-1
3 Sarah Lemanschik

Sarah Lemanschik

Master Change Management Frankfurt

3 Sarah tekst

‘De mensen maken het leuk’

Tijdens haar bachelor maakt de Duitse Sarah Lemanschik een reis door Bolivia. Ze is nog zoekende naar een geschikte plek voor haar Erasmusuitwisseling als ze een stel uit Groningen tegenkomt. ‘Zij zeiden: “Je moet naar Groningen komen!” Dat, plus het feit dat het onderwijs hier beter staat aangeschreven, maakte dat ik naar Groningen ben gekomen’, vertelt ze.

Lemanschik deed haar bachelor in het Duitse Frankfurt. ‘Niet de grote stad die iedereen kent, maar een stad met 60.000 inwoners bij de Poolse grens. Heel saai.’ Het leven dat ze in Groningen leidt, bevalt zo goed dat ze haar verblijf verlengt naar een jaar, tot halverwege 2015. ‘Grote steden vind ik niet zo fijn. Ik houd niet van de anonimiteit. En in Groningen is alles lekker dichtbij, je hoeft nooit ver te zoeken.’

Maar na een jaar in Groningen moet ze toch echt terug om haar studie af te ronden in Duitsland. Toch blijft Groningen lonken, en met haar bachelor op zak keert ze in september 2016 terug voor een master aan de RUG. ‘Ik ben vooral teruggekomen vanwege de kwaliteit van het onderwijs. Daarnaast kickbokste ik in Groningen bij Deltaserat en trainde heel veel. Dat miste ik. Bovendien kende ik bijna al mijn vrienden via de vereniging.’

Die vrienden waren misschien nog wel de belangrijkste reden voor haar terugkeer: ‘Ik denk dat de stad alleen nooit genoeg reden is om ergens naartoe te gaan. Het zijn toch de mensen die het leuk maken’, zegt Lemanschik. Momenteel schrijft de studente haar scriptie bij ING Amsterdam. Toch voelt ze er weinig voor naar Amsterdam te vertrekken. ‘Ze hebben al laten vallen dat ik mijn stage daar ook zou kunnen doen. Maar ik denk dat ik een Groningse start-up ga zoeken als stageplek.’

4-1
4 Maarten Aarse

Maarten Aarse

Engelse taal en literatuur Brussel

4 Aarse tekst

‘Je leert de stad opnieuw kennen’

Maarten Aarse verruilde een carrière in Brussel voor een lerarenopleiding in Groningen. Na een studie Engels aan de RUG belandt Aarse als stagiair bij de Association Européenne des Conservatoires (AEC) in Utrecht. Hij krijgt er een vaste aanstelling, en na een paar maanden verhuist de hele organisatie naar Brussel. Maar in Brussel kunnen Aarse en zijn vrouw hun draai niet vinden. ‘De stad is groot en kil. Contacten zijn veelal vluchtig.’

De twee wonen mooi, aan de rand van het dorp Tervuren. ‘Ik had leuke collega’s. Maar in Tervuren was het lastig om tussen de mensen te komen en een sociaal leven op te bouwen.’ In die periode spreekt hij af met een oude vriendin. ‘Zij was altijd al heel ambitieus. Ze heeft promotieonderzoek gedaan aan Oxford, en zei vroeger altijd al tegen me dat ik meer ambitie moest hebben. En toen zaten we daar: zij werkte aan onze oude middelbare school, en ik zat in Brussel.’

De ontmoeting zette hem aan het denken. ‘Ik had daarvoor een beetje het gevoel dat teruggaan naar Groningen ‘terug naar af’ was. Na mijn gesprek met haar dacht ik: waarom ook eigenlijk niet? Het maakt ook helemaal niet uit wat anderen ervan vinden, als dít is waar ik gelukkig van word!’

Eenmaal terug in Groningen blijkt het vinden van een baan geen sinecure, en Aarse schrijft zich in voor de lerarenopleiding Engels. ‘In het begin was ik wel bang dat ik bij terugkomst in Groningen op zoek zou gaan naar het gevoel dat je had tijdens je studententijd.’ Maar dat viel mee, ondanks dat Aarse nu zelf weer in de collegebanken zit. ‘Je zit toch in een hele andere fase dan wanneer je studeert. Het is niet meer dat verenigingsleven en het uitgaan. Je gaat hele andere dingen doen. En daardoor leer je de stad ook op een andere manier kennen.’

5-1
5 Meike Lubbers

Meike Lubbers

Strafrechtadvocate Utrecht

5 Lubbers tekst

‘Het zal wel niet gelukt zijn’

Of een baan op de Zuidas niet wat voor haar is? ‘Ik wil er nog niet dood gevonden worden’, lacht Meike Lubbers, strafrechtadvocate in Groningen. De status van een baan in het Mekka van de Nederlandse zakenwereld en het bijbehorende riante inkomen interesseren haar niet. Lubbers: ‘Dat past echt helemaal niet bij me. Als ik in Amsterdam loop, voel ik me zo’n ontzettende provinciaal. Ik hoef ook helemaal niet naar barretjes en tentjes, steeds maar eropuit. Als ik na mijn werk lekker kan sporten, ben ik al tevreden.’

Al tijdens haar bachelor rechten, die ze in Groningen van 2005 tot 2010 doet, gonst het door de collegezaal: ‘Ik ga hierna wel naar Amsterdam, hoor.’ Dé plek om het te maken voor een rechtenstudent. ‘Als iedereen me zegt dat ik iets moet, dan wil ik het al niet meer’, grinnikt Lubbers. Na haar master in Utrecht wil ze een half jaar naar de Verenigde Staten. Volgens velen is New York the place to be. ‘Dus ging ik naar Nashville.’

Na Nashville zit ze een tijdje bij het OM in Utrecht, maar het werk bevalt niet zo. En waar het gros van de rechtenstudenten kiest voor een carrière in de Randstad, besluit zij haar geluk te zoeken in het Noorden. Lubbers: ‘Ze zullen het nooit hardop zeggen, maar ik weet dat sommige mensen denken: “Het zal wel niet gelukt zijn.” Alsof je gefaald hebt als je de Randstad verlaat.’

Lubbers houdt van de relaxte sfeer van Groningen. Al is een baan als strafrechtadvocate ook hier geen peulenschil. ‘De werkdruk is hier even hoog. Maar ik krijg veel meer vrijheid. Bij die grote kantoren werk je eerst voor de partners en andere advocaten. Ik kreeg meteen mijn eigen zaken. En ja, natuurlijk kun je in Amsterdam veel meer geld verdienen, maar dat maakt mij niets uit.’

‘Ik ben opgegroeid in Deventer, en houd van het platteland en rust. Ik denk dat ik Groningen daarom zo fijn vind.’ Is er dan niets wat ze hier mist? ‘Ik zie mijn vrienden niet zo vaak. Die zitten wél allemaal in de Randstad. Een bezoekje kost je al gauw een heel weekend.’ Lachend: ‘En er is hier geen cricketclub! Ik kom uit een cricketfamilie.’

 

6-1
6 Alain Reniers

Alain Reniers

Vertaler Heusden (Brabant)

6 Reniers tekst

‘Het was goed om er even uit te zijn’

‘Wanneer je als twee enorme nerds in Brabant gaat wonen, pakt dat niet altijd goed uit. Dan kun je beter in de stad zitten dan in een dorp’, grijnst Alain Reniers. Samen met zijn gezin woonde hij bijna vier jaar in het dorpje Heusden, in Brabant.

Hij en zijn vrouw, beiden afgestudeerd in Groningen, kunnen er niet aarden. Hun vrienden zitten nog in Groningen, en ze hebben geen klik met de mensen om hen heen. Reniers: ‘We kwamen er in een sociaal isolement.’

En dus keert Reniers in 2016 samen met zijn gezin terug naar Groningen, de plek waar hij tot 2012 zijn studie Engels deed. Het bevalt goed. ‘Groningen is lekker kneuterig. Het is een stad met het gevoel van een dorp. Iedereen kent iedereen wel zo’n beetje.’

Dat Groningen zo ver verwijderd is van ‘de rest van Nederland’, is voor hem niet alleen een nadeel. ‘Ik denk dat Groningers minder kijken naar wat er in de rest van het land gebeurt. Het maakt denk ik dat Groningen zich zelfstandiger ontwikkelt. Het gaat zijn eigen gangetje. Maar misschien dat ik er nu met een wat nostalgische blik naar kijk.’

Toch denkt hij dat het uitstapje naar Brabant verstandig was. ‘Het is goed dat we er even tussenuit zijn geweest. Om te breken met het studentenleven’, vertelt hij. ‘Als we hier waren gebleven, waren we misschien wat blijven lanterfanten met ons bedrijf. In Heusden moesten we aan de bak. Ons vertaalbureau was vast niet zo snel van de grond gekomen als we waren gebleven.’

7-1
7 …

Isabella van der Ouderaa

Promotiestudente mariene biologie Amsterdam

7 Tekst Ouderaa

‘Ik wilde weg voor ik vastroestte’

‘Ik zag niet mijn volledige toekomst in Groningen’, vertelt Isabelle van der Ouderaa, promotiestudente aan de RUG. ‘Ik vond het te klein, ik ging hier waarschijnlijk niet mijn baan vinden. Ik dacht: voordat hier vastroest, ga ik weg.’

Maar ook Amsterdam blijkt geen gespreid bedje. ‘Na mijn afstuderen moest ik op zoek naar een baan. Dat viel niet mee. Mijn bijbaantje werd mijn hoofdbaan en uiteindelijk ben ik anderhalf jaar op zoek geweest.’

Op een feestje liet een vriend iets vallen over een promotiepositie aan de RUG. De ironie wil dat van der Ouderaa zo, vier jaar na haar vertrek, weer neerstrijkt op Groningse bodem. ‘Toen ik in 2012 vertrok, was het niet de bedoeling om hier weer te belanden. Ik wil na mijn promotie ook weer vertrekken. Dat heeft niets met Groningen als stad te maken. Het is een hartstikke leuke plek, maar alles is gewoon net te ver. Vanuit Amsterdam kun je zo naar het strand, of een dagje naar Haarlem.’

Haar familie woont in Midden-Nederland, en bovendien woont haar vriendin nog in Amsterdam. En hoewel ze het hier naar haar zin heeft, merkt ze wel het verschil met haar studententijd in Groningen. ‘Als ik nu op stap ga, is iedereen om me heen negentien of twintig, en daar houdt het wel een beetje op. Het is zoeken naar de spots met mensen van mijn leeftijd.’

Hoewel ze hier haar promotiepositie vond, is ze er nog steeds van overtuigd dat de baankansen in het Westen beter zijn: ‘Ik denk echt nog stééds dat ik in de Randstad straks makkelijker een baan ga vinden.’ Maar ze weet ook dat de opties als marien bioloog beperkt zijn. Wil je buiten de wetenschap aan de slag, dan vragen werkgevers vaak jaren ervaring, ondervond ze. ‘En voor onderzoek moet je in Den Helder, het NIOZ op Texel, Wageningen en Groningen zijn. Dan heb je de vooraanstaande plekken wel een beetje gehad.’

Mobile version

SPIJTOPTANTEN

Terug naar Stad

Veel Groningse studenten verruilen vroeg of laat het Noorden voor een baan of studie elders in Nederland. Maar toch… De stad blijft altijd lonken.
Tekst Simone Harmsen / Foto’s Reyer Boxem

Om half zeven de tapperij uit kruipen, bij iedere boodschap bij de Appie een bekende tegen het lijf lopen en ’s zomers in je zwembroek het Noorderplantsoen onveilig maken. Wat een fijne stad. Maar toch… Veel Groningse studenten verruilen vroeg of laat het Noorden voor een baan of studie elders.

Wie de stad niet los kan laten, kan op 24 juni zijn hart ophalen. Dan vindt de eerste Groninginnedag plaats: een nationale terugkomdag naar Groningen. Inclusief kamperen in een kartonnen tent op de Grote Markt. Een dagje nostalgie. Maar voor sommigen is één dagje herinneringen ophalen niet genoeg: ze willen terug naar Groningen en verhuizen terug naar Groningen. De UK sprak met vijf mensen die de stad van de eierbal niet kunnen missen.

Sarah Lemanschik
MASTER CHANGE MANAGEMENT
Frankfurt

‘De mensen maken het leuk’

Tijdens haar bachelor maakt de Duitse Sarah Lemanschik een reis door Bolivia. Ze is nog zoekende naar een geschikte plek voor haar Erasmusuitwisseling als ze een stel uit Groningen tegenkomt. ‘Zij zeiden: “Je moet naar Groningen komen!” Dat, plus het feit dat het onderwijs hier beter staat aangeschreven, maakte dat ik naar Groningen ben gekomen’, vertelt ze.

Lemanschik deed haar bachelor in het Duitse Frankfurt. ‘Niet de grote stad die iedereen kent, maar een stad met 60.000 inwoners bij de Poolse grens. Heel saai.’ Het leven dat ze in Groningen leidt, bevalt zo goed dat ze haar verblijf verlengt naar een jaar, tot halverwege 2015. ‘Grote steden vind ik niet zo fijn. Ik houd niet van de anonimiteit. En in Groningen is alles lekker dichtbij, je hoeft nooit ver te zoeken.’

Maar na een jaar in Groningen moet ze toch echt terug om haar studie af te ronden in Duitsland. Toch blijft Groningen lonken, en met haar bachelor op zak keert ze in september 2016 terug voor een master aan de RUG. ‘Ik ben vooral teruggekomen vanwege de kwaliteit van het onderwijs. Daarnaast kickbokste ik in Groningen bij Deltaserat en trainde heel veel. Dat miste ik. Bovendien kende ik bijna al mijn vrienden via de vereniging.’

Die vrienden waren misschien nog wel de belangrijkste reden voor haar terugkeer: ‘Ik denk dat de stad alleen nooit genoeg reden is om ergens naartoe te gaan. Het zijn toch de mensen die het leuk maken’, zegt Lemanschik. Momenteel schrijft de studente haar scriptie bij ING Amsterdam. Toch voelt ze er weinig voor naar Amsterdam te vertrekken. ‘Ze hebben al laten vallen dat ik mijn stage daar ook zou kunnen doen. Maar ik denk dat ik een Groningse start-up ga zoeken als stageplek.’


Maarten Aarse
ENGELSE TAAL EN LITERATUUR
Brussel

‘Je leert de stad opnieuw kennen’

Maarten Aarse verruilde een carrière in Brussel voor een lerarenopleiding in Groningen. Na een studie Engels aan de RUG belandt Aarse als stagiair bij de Association Européenne des Conservatoires (AEC) in Utrecht. Hij krijgt er een vaste aanstelling en na een paar maanden verhuist de hele organisatie naar Brussel. Maar in Brussel kunnen Aarse en zijn vrouw hun draai niet vinden. ‘De stad is groot en kil. Contacten zijn veelal vluchtig.’

De twee wonen mooi, aan de rand van het dorp Tervuren. ‘Ik had leuke collega’s. Maar in Tervuren was het lastig om tussen de mensen te komen en een sociaal leven op te bouwen.’ In die periode spreekt hij af met een oude vriendin. ‘Zij was altijd al heel ambitieus. Ze heeft promotieonderzoek gedaan aan Oxford, en zei vroeger altijd al tegen me dat ik meer ambitie moest hebben. En toen zaten we daar: zij werkte aan onze oude middelbare school, en ik zat in Brussel.’

De ontmoeting zette hem aan het denken. ‘Ik had daarvoor een beetje het gevoel dat teruggaan naar Groningen ‘terug naar af’ was. Na mijn gesprek met haar dacht ik: waarom ook eigenlijk niet? Het maakt ook helemaal niet uit wat anderen ervan vinden, als dít is waar ik gelukkig van word!’

Eenmaal terug in Groningen blijkt het vinden van een baan geen sinecure, en Aarse schrijft zich in voor de lerarenopleiding Engels. ‘In het begin was ik wel bang dat ik bij terugkomst in Groningen op zoek zou gaan naar het gevoel dat je had tijdens je studententijd.’ Maar dat viel mee, ondanks dat Aarse nu zelf weer in de collegebanken zit. ‘Je zit toch in een hele andere fase dan wanneer je studeert. Het is niet meer dat verenigingsleven en het uitgaan. Je gaat hele andere dingen doen. En daardoor leer je de stad ook op een andere manier kennen.’


Meike Lubbers
STRAFRECHTADVOCATE
Utrecht

‘Het zal wel niet gelukt zijn’

Of een baan op de Zuidas niet wat voor haar is? ‘Ik wil er nog niet dood gevonden worden’, lacht Meike Lubbers, strafrechtadvocate in Groningen. De status van een baan in het Mekka van de Nederlandse zakenwereld en het bijbehorende riante inkomen interesseren haar niet. Lubbers: ‘Dat past echt helemaal niet bij me. Als ik in Amsterdam loop, voel ik me zo’n ontzettende provinciaal. Ik hoef ook helemaal niet naar barretjes en tentjes, steeds maar eropuit. Als ik na mijn werk lekker kan sporten, ben ik al tevreden.’

Al tijdens haar bachelor rechten, die ze in Groningen van 2005 tot 2010 doet, gonst het door de collegezaal: ‘Ik ga hierna wel naar Amsterdam, hoor.’ Dé plek om het te maken voor een rechtenstudent. ‘Als iedereen me zegt dat ik iets moet, dan wil ik het al niet meer’, grinnikt Lubbers. Na haar master in Utrecht wil ze een half jaar naar de Verenigde Staten. Volgens velen is New York the place to be. ‘Dus ging ik naar Nashville.’

Na Nashville zit ze een tijdje bij het OM in Utrecht, maar het werk bevalt niet zo. En waar het gros van de rechtenstudenten kiest voor een carrière in de Randstad, besluit zij haar geluk te zoeken in het Noorden. Lubbers: ‘Ze zullen het nooit hardop zeggen, maar ik weet dat sommige mensen denken: “Het zal wel niet gelukt zijn.” Alsof je gefaald hebt als je de Randstad verlaat.’

Lubbers houdt van de relaxte sfeer van Groningen. Al is een baan als strafrechtadvocate ook hier geen peulenschil. ‘De werkdruk is hier even hoog. Maar ik krijg veel meer vrijheid. Bij die grote kantoren werk je eerst voor de partners en andere advocaten. Ik kreeg meteen mijn eigen zaken. En ja, natuurlijk kun je in Amsterdam veel meer geld verdienen, maar dat maakt mij niets uit.’

‘Ik ben opgegroeid in Deventer, en houd van het platteland en rust. Ik denk dat ik Groningen daarom zo fijn vind.’ Is er dan niets wat ze hier mist? ‘Ik zie mijn vrienden niet zo vaak. Die zitten wél allemaal in de Randstad. Een bezoekje kost je al gauw een heel weekend.’ Lachend: ‘En er is hier geen cricketclub! Ik kom uit een cricketfamilie.’


Alain Reniers
VERTALER
Heusden (Brabant)

‘Het is goed om er even tussenuit te zijn’

‘Wanneer je als twee enorme nerds in Brabant gaat wonen, pakt dat niet altijd goed uit. Dan kun je beter in de stad zitten dan in een dorp!’, grijnst Alain Reniers. Samen met zijn gezin woonde hij bijna vier jaar in het dorpje Heusden, in Brabant.

Hij en zijn vrouw, beiden afgestudeerd in Groningen, kunnen er niet aarden. Hun vrienden zitten nog in Groningen, en ze hebben geen klik met de mensen om hen heen. Reniers: ‘We kwamen er in een sociaal isolement.’

En dus keert Reniers in 2016 samen met zijn gezin terug naar Groningen, de plek waar hij tot 2012 zijn studie Engels deed. Het bevalt goed. ‘Groningen is lekker kneuterig. Het is een stad met het gevoel van een dorp. Iedereen kent iedereen wel zo’n beetje.’

Dat Groningen zo ver verwijderd is van ‘de rest van Nederland’, is voor hem niet alleen een nadeel. ‘Ik denk dat Groningers minder kijken naar wat er in de rest van het land gebeurt. Het maakt denk ik dat Groningen zich zelfstandiger ontwikkelt. Het gaat zijn eigen gangetje. Maar misschien dat ik er nu met een wat nostalgische blik naar kijk.’

Toch denkt hij dat het uitstapje naar Brabant verstandig was. ‘Het is goed dat we er even tussenuit zijn geweest. Om te breken met het studentenleven’, vertelt hij. ‘Als we hier waren gebleven, waren we misschien wat blijven lanterfanten met ons bedrijf. In Heusden moesten we aan de bak. Ons vertaalbureau was vast niet zo snel van de grond gekomen als we waren gebleven.’


Isabella van der Ouderaa
PROMOTIESTUDENTE MARIENE BIOLOGIE
Amsterdam

‘Ik wilde weg voor ik vastroestte’

‘Ik zag niet mijn volledige toekomst in Groningen’, vertelt Isabelle van der Ouderaa, promotiestudente aan de RUG. ‘Ik vond het te klein, ik ging hier waarschijnlijk niet mijn baan vinden. Ik dacht: voordat hier vastroest, ga ik weg.’

Maar ook Amsterdam blijkt geen gespreid bedje. ‘Na mijn afstuderen moest ik op zoek naar een baan. Dat viel niet mee. Mijn bijbaantje werd mijn hoofdbaan en uiteindelijk ben ik anderhalf jaar op zoek geweest.’

Op een feestje liet een vriend iets vallen over een promotiepositie aan de RUG. De ironie wil dat van der Ouderaa zo, vier jaar na haar vertrek, weer neerstrijkt op Groningse bodem. ‘Toen ik in 2012 vertrok was het niet de bedoeling om hier weer te belanden. Ik wil na mijn promotie ook weer vertrekken. Dat heeft niets met Groningen als stad te maken. Het is een hartstikke leuke plek, maar alles is gewoon net te ver. Vanuit Amsterdam kun je zo naar het strand, of een dagje naar Haarlem.’

Haar familie woont in midden Nederland, en bovendien woont haar vriendin nog in Amsterdam. En hoewel ze het hier naar haar zin heeft, merkt ze wel het verschil met haar studententijd in Groningen. ‘Als ik nu op stap ga, is iedereen om me heen negentien of twintig, en daar houdt het wel een beetje op. Het is zoeken naar de spots met mensen van mijn leeftijd.’

Hoewel ze hier haar promotiepositie vond, is ze er nog steeds van overtuigd dat de baankansen in het Westen beter zijn: ‘Ik denk echt nog stééds dat ik in de Randstad straks makkelijker een baan ga vinden.’ Maar ze weet ook dat de opties als marien bioloog beperkt zijn. Wil je buiten de wetenschap aan de slag, dan vragen werkgevers vaak jaren ervaring, ondervond ze. ‘En voor onderzoek moet je in Den Helder, het NIOZ op Texel, Wageningen en Groningen zijn. Dan heb je de vooraanstaande plekken wel een beetje gehad.’

English