Universiteit

Beurspromovendi zijn er klaar mee

Ongelijk en ondergewaardeerd

Beurspromovendi eisen de onmiddellijke stopzetting van een landelijk experiment waarbij zij geen salaris krijgen, maar een beurs. Het is onrechtvaardig, zorgt voor ongelijkheid en onzekerheid, stellen ze in een manifest dat al ruim honderd keer is ondertekend.
Door Christien Boomsma / Foto Reyer Boxem

Kostas Karpouzas werkte al maanden samen met zijn collega. Beiden maakten lange dagen voor hun promotieonderzoek in de astronomie. Beiden gaven regelmatig onderwijs. Op een dag zaten ze in de kantine en praatten over hun salaris. Nadat Karpouzas had verteld wat hij maandelijks op zijn rekening krijgt, viel zijn vriend stil. ‘Oh’, zei hij. ‘Dus ik word serieus overbetaald.’

Karpouzas’ collega bedoelde niet dat zijn salaris te hoog was. Hij had gewoon geen idee dat terwijl hij 2300 euro verdiende, zijn collega voor precies hetzelfde werk maar 1800 euro kreeg. ‘Hij besefte dat dat niet eerlijk was’, zegt Karpouzas.

En er was meer. Want Karpouzas bouwt ook geen pensioen op en hij krijgt geen eindejaarsuitkering. Hij krijgt geen reiskostenvergoeding, geen vakantiegeld en geen verhuisvergoeding. Allemaal dingen waar zijn collega wel recht op heeft. Maar gelukkig heeft Karpouzas wél recht op korting bij ACLO of USVA.

Nationaal experiment

Vanwaar dat enorme verschil? Nou, Kostas Karpouzas is een beurspromovendus. Hij maakt deel uit van een nationaal experiment waarbij de universiteit hem gedurende vier jaar een beurs mag geven van zo’n 1800 euro, in plaats van een arbeidscontract. Zijn collega daarentegen is een gewone PhD en in dienst van de universiteit. Hij krijgt zowel het salaris als alle voordeeltjes die daarbij horen.

De  voordelen die ons voorgespiegeld werden bestaan niet

Het idee achter het experiment was dat beurspromovendi meer vrijheid zouden krijgen. Ze hoeven geen onderwijs te geven, tenzij ze dat zelf willen. Ze mogen hun eigen onderzoeksvoorstel schrijven en zijn vrij te werken wanneer ze willen. De universiteit is ook beter af, want beurspromovendi zijn goedkoper en dus kan de RUG er meer inhuren en zo meer onderzoek afleveren.

Maar beurspromovendi voelen zich ongelijk behandeld en vinden dat daar geen goede reden voor is. Onderzoek toont bovendien aan dat ze meer risico lopen op depressie en andere mentale problemen doordat hun positie zo onzeker is. En al proberen ze hun onvrede te uiten door enquêtes in te vullen en met hun supervisors, afdelingshoofden en graduate schools te praten, niemand luistert.

Ongelijkheid en onzekerheid

Nu zijn ze er klaar mee. Deze dinsdag zette een groep van ongeveer twintig beurspromovendi een manifest online, waarin ze onmiddellijke stopzetting eisen van het PhD-experiment. Ze eisen dezelfde behandeling – en betaling – als hun collega’s en willen worden gecompenseerd voor het werk dat ze op een beurscontract hebben gedaan. ‘De voordelen die ons voorgespiegeld werden bestaan niet, of wegen niet op tegen de voordelen die we mislopen’, zegt Martha Buit, een van de promovendi achter het manifest. ‘Het experiment heeft gezorgd voor aanzienlijke ongelijkheid en onzekerheid. Het heeft een negatieve invloed op ons onderzoek, ons carrièreperspectief en ons privéleven.’

Ze geloven dat het manifest de enige manier is om hun stem te laten horen, zegt Buit, die ook voor haar mede-initiatiefnemers spreekt. ‘Er staat voor de universiteit veel op het spel met dit experiment en onze belangen zijn niet hetzelfde. Het lijkt erop dat de universiteit een onderneming is die winst wil maken. En wij zijn overduidelijk de goederen.’

Eerdere onderzoeken suggereerden dat er weinig aan de hand was, weet ze. Maar die onderzoeken zijn scherp bekritiseerd. Ze zouden de verkeerde vragen hebben gesteld – zo zou er over welzijn en tevredenheid niets zijn gevraagd. Maar, zegt Buit, ‘we willen niet beweren dat het experiment geen enkel positief effect heeft gehad en er zullen zeker PhD’s zijn die tevreden zijn. Maar anderen – en we geloven dat dit de meerderheid is – zijn zat van de situatie.’

Fake news

Hun kritiek wordt voortdurend gebagatelliseerd, zegt ze. Dean Lou de Leij van de Graduate Schools noemde hun zorgen zelfs ‘fake news’ in een eerder artikel van UKrant – dat herinneren ze zich nog heel goed. Maar hij kan dat doen, want veel beurspromovendi zijn bang om hun stem te laten horen. ‘Er ís een hiërarchie’, zegt Buit. ‘Stennis schoppen kan conflict opleveren en de PhD is dan de zwakste partij.’

Daarom was zij de enige van de initiatiefnemers die als woordvoerder wilde optreden. Ook de mensen die het manifest tekenden zijn huiverig om de publiciteit te zoeken. ‘Een aantal van hen wilde aanvankelijk wel met de krant praten’, zegt Buit, ‘maar ze haakten af na een gesprek met hun supervisor.’

Enkele promovendi wilden na een gesprek met hun supervisor niet meer met de krant praten

Karpouzas, die het manifest tekende en niet bang is zijn mond open te doen, snapt het wel. ‘Je hebt de supervisors en professoren nodig als je iets wilt bereiken in de wetenschap. Niets zeggen is de veilige keuze.’

Hij vindt het belangrijk om zijn mond open te doen. Studenten realiseren zich immers niet waar ze aan beginnen wanneer ze solliciteren op een beursplek. ‘Ze zijn verliefd op de wetenschap. Ze dromen van een grote toekomst.’ Dat deed hij ook. En als je nog studeert lijkt 1800 euro per maand heel veel geld.

Maskerade

Na een paar maanden dringt de harde werkelijkheid dan alsnog tot hen door. ‘Om je heen krijgen andere mensen veel meer geld’, ontdekte Bauke Molenaar, die niet met zijn echte naam in de krant wil. ‘Je denkt: waarom doe ik dit eigenlijk? Ik zou net zo goed achter de kassa van de Zeeman kunnen zitten.’

Niet dat hij hieraan begon vanwege het geld. Hij had zich gewoon nooit goed gerealiseerd dat hij zich ondergewaardeerd zou voelen door de ongelijke behandeling. Dat de voortdurende grapjes van collega’s over zijn beroerde situatie zo zouden schuren. Dat het bijna onmogelijk zou zijn om geld te sparen en dat vakantie er niet in zou zitten. Promovendi willen misschien een huis kopen, kinderen krijgen, of moeten financieel bijspringen bij hun familie. ‘En het is niet zo dat je kunt onderhandelen over je contract’, zegt Molenaar. ‘De RUG vertelt je gewoon dat je moet tekenen bij het kruisje.’

Het is gewoon heel erg unfair, vindt Molenaar. ‘De realiteit van het experiment is een papieren realiteit. Iedereen weet dat. Op mijn afdeling zeggen ze: ja, natuurlijk is het een maskerade. Maar wat kunnen we eraan doen? Zo is het nu eenmaal.’

Beurspromovendi hoeven volgens de uitgangspunten van het experiment geen onderwijs te geven, tenzij ze dat zelf willen. Toch doen de meesten dat wel. Ze moeten wel, omdat ze zonder onderwijservaring kansloos zijn als ze later een baan willen aan de universiteit. Bovendien word je er door je collega’s op aangekeken als je weigert. ‘Je wordt geacht bij te dragen’, zegt Molenaar.

Bijbaan

De promovendi worden niet betaald voor die onderwijstaken, want dat zou een arbeidsrelatie suggereren. Voor beurspromovendus Martin Herz, die het manifest ook tekende, was dat extra frustrerend. Hij had al twee jaar onderwijs gegeven voor zijn start als beurspromovendus en had zijn Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) al binnen. Als PhD leidde hij werkgroepen, viel in voor collega’s, surveilleerde en hielp met het becijferen van tentamens. Gratis en voor niks. ‘Ik heb het tot aan het management aangekaart. Iedereen vond dat ik betaald zou moeten worden, maar het mocht gewoon niet.’

Iedereen vond dat ik betaald zou moeten worden, maar het mocht gewoon niet

Maar wanneer een gewone masterstudent onderwijs geeft – en dat gebeurt best veel – dan krijgt die wél betaald, als student-assistent. Herz, die het geld nodig had, accepteerde daarom uiteindelijk een bijbaantje bij een advocatenkantoor. ‘Maar toen werd ik bij de Graduate School op het matje geroepen en werd me gezegd dat dit niet de bedoeling kon zijn. Kijk, ik snap natuurlijk dat ze zich zorgen maken over het onderzoek. Maar als ze dit niet willen, dan moeten ze niet met zo’n contract komen.’

Volgens het experiment mogen beurspromovendi hun eigen onderzoeksvoorstel schrijven. Molenaar deed dat. Maar zijn collega-PhD, die wel in dienst is, deed het ook. Zelfs de ‘vrijheid’ om vrij te nemen wanneer je wilt, stelt niets voor. ‘Alle academici zijn relatief vrij om te werken wanneer en waar ze willen’, zegt Karpouzas. Maar dat onderzoek, dat moet gewoon gedaan worden. ‘Als je vrijheid neemt, dan keert dat zich tegen je’, zegt hij.

Stoppen met de wetenschap

Karpouzas, Molenaar en Herz hadden grote dromen toen ze begonnen met hun onderzoek. Maar nu zijn ze stuk voor stuk van plan om te stoppen met de wetenschap. ‘Er was zoveel stress’, zegt Karpouzas. ‘Ik moest mijn ouders financieel helpen, ik kon niet op vakantie en ik kon nauwelijks voor mezelf zorgen.’

Het experiment werkt gewoon niet zoals de bedoeling was, zeggen ze. Dus het moet stoppen. Nu. ‘Als het doorgaat, dan blijven de huidige en toekomstige PhD-studenten geconfronteerd worden met de ongelijkheid waarmee wij te maken hebben. En met alle andere negatieve gevolgen’, zegt Buit. ‘We willen de voortgang van het experiment koste wat kost vermijden. Het levert zoveel ongelijkheid op dat de RUG en de minister van Onderwijs het niet zouden moeten pikken.’

Lees een ingekorte versie van het manifest in dit opiniestuk

In de eerste versie van dit verhaal stond dat een beurspromovendus geen recht heeft op WW na het traject. Dat is niet correct en is in deze versie gecorrigeerd.

English