Wetenschap
Foto Reyer Boxem

Jan Brouwer vreest voor onze grondrechten

Nederland is gezakt voor de stresstest

Hoogleraar recht en samenleving Jan Brouwer keek verbijsterd toe hoe de Nederlandse overheid de Grondwet negeerde om de coronacrisis het hoofd te bieden. Gevaarlijk, oordeelt hij. ‘Grondrechten zijn er niet voor de goede tijden. Ze zijn er juíst voor de slechte.’


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

9 juni om 9:41 uur.
Laatst gewijzigd op 14 juni 2020
om 9:35 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 9 at 9:41 AM.
Last modified on juni 14, 2020
at 9:35 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Benauwd.

Dat woord komt vaak terug in het gesprek met hoogleraar recht en samenleving Jan Brouwer. Hij heeft het de laatste weken heel erg vaak benauwd gehad. Wanneer hij naar de persconferenties keek van Rutte, Grapperhaus en Hugo de Jonge. Wanneer hij las over de noodverordeningen en de commentaren van de voorzitter van het Veiligheidsberaad Hubert Bruls. Wanneer hij hoorde over boetes voor studenten die nota bene op hun balkon zaten en te weinig afstand hielden. Wanneer een journalist weer eens schreef ‘van het RIVM mogen we niet’ of zei: ‘Maar Rutte heeft ons toch verboden…’

Ergens wist hij wel dat het niet zo heel best gesteld was met de kennis die Nederlanders hebben van ons recht. Maar dat het zó erg was? Dat eigenlijk niet. Hij is geschrokken van het gemak waarmee grondrechten aan de kant werden geschoven en dat de aantasting ervan zelfs werd ontkend door politici. Van de onkunde van de burgers die ermee geconfronteerd werden. ‘Het grenst aan het ongelooflijke’, zegt Brouwer.

Afdwingen

Neem Bruls. Nota bene een politicoloog, die onverbloemd verkondigde dat hij met keihard handhaven die coronaregels wel even kon afdwingen. ‘Terwijl elke criminoloog je kan vertellen dat dat niet het geval is’, zegt Brouwer. ‘Je moet mensen overtuigen. Kijk naar wat er op de Dam gebeurde vorige week. Dan sta je als handhavers machteloos.’

Ik vond Bruls’ opmerkingen stuitend! Hoe kun je dit nu zeggen, dacht ik

Of toen diezelfde Bruls stelde dat hij prima mocht ‘handhaven achter de voordeur’ op basis van een noodverordening. Dat mag niet. Echt niet. ‘Maar hij ontkende simpelweg dat hij de Grondwet overtrad.’

Brouwer kreeg het er dus benauwd van, maar het maakte hem ook boos. ‘Ik vond het stuitend! Hoe kún je dit nu zeggen, dacht ik. Want hij wist het heus wel. Ik kreeg nog net niet de neiging om thuis met de regels te gaan sollen, want het is nu eenmaal niet verstandig om te veel mensen uit te nodigen. Maar uiteindelijk mag je thuis doen wat je wilt. De overheid kan daar niet meer doen dan je advies geven, tenzij er een nieuwe wet wordt gemaakt.’

Noodtoestand

Vervolgens meldde Bruls ook nog dat het knap was dat Nederland niet zoals andere landen de noodtoestand had hoeven afkondigen. ‘Maar de noodverordeningen gingen veel verder. Op basis van de noodtoestand mag je niet de vrijheid van godsdienst beperken, niet de vrijheid van vergaderen en demonstreren, en niet een bezoekverbod in verpleeghuizen instellen.’ Wezenlijke grondrechten die zomaar even aan de kant gingen.

Komt nog bij dat er plotseling werd besloten om inbreuken op de noodverordeningen niet alleen strafrechtelijk te vervolgen, maar ook via het bestuursrecht. ‘Eeuwenlang was het strafrecht voldoende, maar omdat er nu bedrijven stilgelegd moesten worden, werd het bestuursrecht erbij gehaald. Daarin voorzag de wet niet, waarop de minister van Justitie en Veiligheid tot mijn stomme verbazing in de Kamer zei dat dit een “omissie” was en dat je die bevoegdheid in de wet mocht inlezen. Als dat kan, enkel op het gezag van de minister van Justitie, dan is dat heel gevaarlijk.’

Als de regering iets wil, zal dat via de juiste wegen geregeld moeten worden, bijvoorbeeld door een noodwet in te voeren. Die is op dit moment alsnog in de maak. ‘Dan volg je tenminste de spelregels die we in deze democratie hebben vastgelegd.’

Natuurlijk, was het allemaal goed bedoeld. Dat begrijpt Brouwer ook wel. We hebben geen Poetin aan het roer hier en ook geen Trump. Maar dat betekent nog niet dat alles is toegestaan voor de goede zaak. ‘Professor A.M. Donner, de vader van de voormalige vicevoorzitter van de Raad van State, zei ooit: “Hoed je voor de overheid die het goed met je voor heeft.”

Goede wil

Die goede wil, zegt Brouwer, die hebben we vastgelegd in de Grondwet. En we kunnen niet zeggen: nu even niet, omdat de nood aan de man is. En mocht het zo zijn, dat het recht op leven en gezondheid botst met bijvoorbeeld het recht op privacy, zeg dan: we zijn ons hiervan bewust, maar we zitten in een spagaat. ‘Maar dat heb ik nooit gehoord.’

Hoed je voor de overheid die het goed met je voor heeft

En dus werd Brouwer dwars. Hij startte met collega’s Adriaan Wierenga en Berend Roorda de blogreeks De coronacrisis en het recht, waarin de misstappen van de overheid worden ontleed in zo begrijpelijk mogelijk taal. Maar ook in de media nam hij geen blad voor de mond. Er was zelfs een ‘oproep’ om coronaboetes niet te betalen, omdat ze in Brouwers optiek geen stand zullen houden voor de rechter. ‘Nou ja,’ nuanceert hij, ‘ik spoorde mensen aan om niet metéén te betalen, maar in verzet te gaan. Want als je eenmaal betaald hebt, kan je niet meer een onafhankelijke strafrechter ernaar laten kijken.’ Al wekenlang werkt hij dag in, dag uit tot elf uur ’s avonds.

De gebeurtenissen van de afgelopen weken riepen herinneringen op aan het boek Entartes Recht dat hij tijdens zijn studie las. Het laat zien hoe de uitleg van de wet in de jaren dertig in nazi-Duitsland steeds verder opschoof. Hoe een rechter besloot een komma te lezen waar een punt stond, zodat plotseling sommige bevolkingsgroepen konden worden uitgezonderd van het recht op eigendom, om maar eens iets te noemen.

Menselijke mechanismen

‘Natuurlijk, die situatie is compleet anders’, zegt Brouwer. Maar het gaat wel om dezelfde menselijke mechanismen, die heel onaangename uitkomsten kunnen hebben als alles is toegestaan ter wille van het goede doel. ‘Dus is het goed om streng te zijn. En áls je het recht wilt aanpassen, dan doe je dat via de spelregels die we hebben afgesproken. Via wetgeving van regering en parlement.’

Dat gebeurde niet. In plaats daarvan zadelde de minister van VWS de voorzitters van de veiligheidsregio’s op met de opdracht noodverordeningen te maken, terwijl hij ook alle bevoegdheid naar zichzelf toe had kunnen trekken. ‘Maar dan was het  de minister die grondrechten met voeten zou treden.’

Dus zeg niet tegen Brouwer dat de hele coronacrisis soepeltjes is afgehandeld. ‘Dat is flauwekul.’ Een crisis zoals deze is een lakmoesproef, waarin we kunnen testen hoe onze rechtsstaat ervoor staat, hoe goed onze grondrechten zijn beschermd. ‘En nee, we zijn niet geslaagd voor de toets’, zegt hij resoluut.

Daarom is het ook goed om een tegengeluid te laten horen, is zijn vaste overtuiging. Maar wat hem  – daar is het weer – benauwde, was hoe weinig tegengeluiden er waren. Een paar collega’s steunden hem, maar hij kreeg vooral heel veel kritiek, boze telefoontjes en een mailbox vol haatmail.

Haatmail

Wat leren de kinderen hier nog over tijdens maatschappijleer?

Steeds gaat hij in gesprek en legt elke kwaaie mailer en elke boze beller rustig uit waarom hij zegt wat hij zegt. En uiteindelijk weet hij ze steeds weer te overtuigen. Eén bood hem uiteindelijk zelfs zijn tweede huis in Frankrijk aan. ‘Je kunt het nobel noemen, maar het is ook voor mijn eigen gemoedsrust. Want er is zoveel onwetendheid.’

Het RIVM zegt dat we iets niet mogen? Rutte zegt dat iets niet is toegestaan? Dat is natuurlijk onzin. Het is verschrikkelijk belangrijk dat we allemaal weten wie wat bepaalt in onze samenleving. ‘Ik vraag me wel eens af: wat leren de kinderen hier nog over tijdens maatschappijleer?’

Daarom geeft hij binnenkort een ‘klasje staatsrecht’ voor journalisten, en reisde hij af naar Almere toen een docent maatschappijleer hem vroeg over de coronamaatregelen te praten met zijn gymnasium-vijfklas. Hij was aangenaam verrast toen een leerling, na zijn verhaal, een vergelijking met de jaren dertig in Duitsland trok. ‘De docent zei nog: “Een beetje nuanceren graag, dit is te kort door de bocht.” Maar  ik vond het mooi om te zien dat hij het op de loer liggende gevaar herkende. Als hij bij mij tentamen had gedaan, was hij dik geslaagd.’

English