Studenten

Tussen colleges door daklozen helpen

Moeder van een kleine held

Stephanie studeert rechten, nadat ze vmbo, mbo en hbo doorliep en ze is moeder van drie kinderen. En haar zoontje is een held.
Door Giulia Fabrizi

Zijn ogen worden met de minuut groter, zijn handen zo stevig om de controller geklemd, dat die ieder moment lijkt te kunnen breken. ‘Als je hem niet tegenhoudt, zou hij het scherm inkruipen’, zegt eerstejaars rechtenstudent Stephanie van der Sluis (28).

‘GOOAAL!’, klinkt het dan. Met beide armen in de lucht rent Joël (5) een vreugderondje om de woonkamertafel.

‘Hij gaat er altijd helemaal in op’, lacht Stephanie.

Niet alleen achter de Playstation is zijn wereld intens. Ook in de ‘echte wereld’ is Stephanies zoon een betrokken jongetje.

Dakloos

Vorige maand bijvoorbeeld, toen hij op straat voor het eerst een dakloze man ontmoette. ‘We liepen door de binnenstad’, vertelt Stephanie, ‘Joël zag hem zitten en zei “hoi”. We maakten een kort praatje, gaven hem wat kleingeld en liepen verder. Daarna was Joël heel erg stil.’ In de autorit naar huis keek de jongen bedenkelijk voor zich uit. Zijn moeder vroeg hem wat er aan de hand was en hij antwoordde: ‘wat was dat voor man?’ ‘Nou, daar gaan we, dacht ik bij mezelf.’

Deze container bevat de fotoslider van de zoon

Wat is dakloos? Heeft hij dan geen huis? Maar heeft die dan ook geen eten? En heeft die wel geld? Het enige dat Stephanie kon doen, was de confronterende kindervragen eerlijk beantwoorden. ‘Liegen heeft geen zin, want dat merkt hij meteen. En als ik het niet uitleg, blijft hij er mee zitten.’

Maar ook de maatschappelijk ongemakkelijke antwoorden bleven de jonge Joël plagen. ‘Mama, kunnen we even praten?’, vroeg hij zijn moeder een paar avonden later. Of hij zijn spaargeld mocht gebruiken om een huis voor de daklozen te kopen.

Mama, kunnen we even praten?

‘Dan smelt je toch weg’, zegt Stephanie vertederd. Hoe lief zijn idee ook was, met dat bedrag zou dat huis niet lukken.

‘Dus gingen we brainstormen over wat dakloze mensen nog meer nodig hebben’, vervolgt ze. Al gauw bedachten moeder en zoon dat warm eten ook veel te vaak miste. ‘Met een beetje mazzel heb je eens of twee keer per maand een warme maaltijd. Dus waarom zouden we niet kijken of we daklozen warm eten konden geven?’

Stephanie was bekend met Stichting Straatwijs, die in Groningen met daklozen werkt, en ging met ze in gesprek.

Als ze nou eens samen zouden werken met een restaurant, dan zou de stichting maaltijdbonnen uit kunnen delen. ‘De HEMA leek ons een winkel die daar misschien aan mee zou willen werken.’ Na een gesprek met de enthousiaste regiomanager, gingen moeder en zoon vervolgens samen bij de vestiging in de Herestraat langs, om het plannetje verder uit te werken.

Straatwijs

‘Nu zamelen we geld in waar Stichting Straatwijs vervolgens voor een vast bedrag maaltijdbonnen van mag kopen. Met de bonnen kunnen mensen een bord pasta of stamppot bij de HEMA halen.’

Werk zo’n plan maar eens uit terwijl je ondertussen je college-opdrachten nog moet maken, de was nog moet doen, het huis nog wilt opruimen en voor drie kinderen zorgt.

‘Ja, ik heb inmiddels drie zoons’, zegt Stephanie, die samen met vriend Michael in een rijtjeshuis in de Groningse buitenwijk Hoogkerk woont. Haar ogen glinsteren als ze over haar kinderen praat. ‘Als ik tijdens college vertel dat ik moeder ben, kijken mensen me altijd vol verbazing aan’, zegt ze lachend. Drie kinderen en een voltijdstudie. Ze had het zich tien jaar geleden ook niet kunnen bedenken. Toch zijn haar kinderen de reden dat ze nu rechten studeert.

Ik begon op het gymnasium en eindigde met een vmbo-diploma

‘Ik was 23 toen Joël, de oudste, geboren werd en had in principe alles voor elkaar. Ik had een baan, een huis en een autootje.’ Toch liet het gevoel dat ze meer van haar leven kon maken haar niet los. ‘Van mijn middelbare school had ik een potje gemaakt. Ik begon op het gymnasium en eindigde met een vmbo-diploma. Ik was gewoon helemaal niet met school bezig.’ In haar eigen woorden was ze een ‘eigenwijze rotpuber’.

Na enig aandringen schetst ze zuchtend een beeld van haar ‘rotgedrag’. ‘Ik was een jaar of dertien en mijn moeder reed op een Tomosje. Toen mijn ouders op een avond naar een verjaardag gingen en mij alleen thuis lieten, besloot ik de brommer uit de schuur te pakken.’ Vol jonge moed reed ze richting Friesland. Tot ze in het donker zonder benzine stil kwam te staan. ‘Ik heb huilend een bekende gebeld die daar in de buurt woonde. Hij kwam me ophalen en ik heb die nacht gelukkig daar kunnen slapen. Hij moest natuurlijk wel mijn ouders bellen.’

Wildebras

Ze kan er achteraf ook om lachen. En spijt van haar avonturen heeft ze niet. ‘Ja, ik ben inderdaad een wildebras geweest, maar spijt is wel een groot woord. De dingen die ik heb gedaan, hebben me ook gemaakt tot wie ik nu ben.’ En wie ze nu is, is een 28-jarige vrouw die weet wat ze wil en die niet bang is om daar hard voor te werken.

‘Twee maanden na Joëls geboorte begon ik aan de juridische mbo-opleiding.’ Als Joël ’s avonds in bed lag, dook zij in de boeken. Binnen drie jaar had ze haar diploma op zak. ‘Ik zat lekker in de flow, dus besloot ik door te gaan naar het hbo. Mijn streven was om het eerste jaar mijn P te halen en daarna door te stromen naar de universiteit.’ Een ambitieus plan waar ze zelfs met de komst van haar tweede zoon niet van afweek.

‘Vier weken na de bevalling stond ik weer op het terrein van de Hanze.’ En nog eens zes weken later bleek ze zwanger van haar derde kind. ‘Ja’, zegt ze lachend. ‘Ik had het ook niet zo kunnen bedenken.’ Ook haar derde kind weerhield haar er niet van door te studeren. ‘Sterker nog, ik heb door mijn kinderen juist een hele goede stok achter de deur om door te zetten.’ Vooral nu ze aan de universiteit studeert, kan ze die stok goed gebruiken. ‘Het mbo en hbo deed ik met twee vingers in de neus, maar de uni is echt anders. Vooral de hoeveelheid werk is echt even aanpassen.’

Levensfase

Toch doet ze het, dag in, dag uit. Haar studiegenoten begrijpen het vaker niet dan wel. ‘We zitten natuurlijk in een heel andere levensfase. Tien jaar geleden bestond mijn leven ook uit lang leve de lol, dus ik kan me goed voorstellen dat ze verbaasd zijn.’ En ja, soms mist ze het uitgaan ook. ‘Ik zou graag nog een avondje de stad in gaan.’ Toch is ze er niet bitter over en is ze niet jaloers.

Tien jaar geleden bestond mijn leven ook uit lang leve de lol

Volgens haar komt het door haar ouders. ‘Mijn vader is ontzettend prestatiegericht. Dat ging vroeger nog weleens mis tussen ons, maar ik ben er eigenlijk net zo erg in als hij.’ Ook van haar moeder kreeg ze het harde werken met de paplepel ingegoten. ‘Van arbeid komt loon, zegt ze altijd. En daar heeft ze gelijk in.’ Hoewel Stephanie het harde werken dus niet erg vindt, mist ze soms een vriendin. ‘Iemand om je studietijd mee door te brengen. Het zou leuk zijn om iemand te ontmoeten om deze periode mee te delen, dat is tot nu toe nog niet gelukt.’

Hoewel een studievriendin leuk zou zijn, geniet Stephanie ondertussen mateloos van haar volle gezinsleven. ‘De eerste vijfentwintig euro voor de maaltijdbonnen legde Joël in van zijn eigen zakgeld’, zegt ze trots. Natuurlijk moet alles dat ze doet in overeenstemming zijn met haar kinderen; ze zou zijn maatschappelijke betrokkenheid voor geen goud willen missen.

Tot nu toe hebben 84 mensen bijgedragen aan Joëls actie. Wil jij ook doneren? Dat kan nog tot 30 juni op de website van Stichting Straatwijs.

English