Wetenschap

Foute Groningers tijdens WO2

Oorlogsmisdadigers en hun rechters

In april 1945 is het zover: de stad Groningen wordt bevrijd en de berechting van oorlogsmisdadigers en landverraders kan beginnen. Hoe ging dat in zijn werk? Mieke Meiboom schreef er een boek over.
Door Mella Fuchs

In de jaren na de oorlog, van 1946 tot 1952, worden er 472 Groningers door de Kamer Groningen berecht. Vaak moeizame en pijnlijke processen, maar ze zijn zeer populair onder de bevolking. Bij het uitspreken van de doodstraf wordt zelfs vaak ‘Bravo!’ geroepen.

Mieke Meiboom onderzocht voor de universiteit Leiden de Bijzondere Rechtspleging door de Kamer Groningen na de Tweede Wereldoorlog. Ze promoveerde erop en maakte een publieksvriendelijke versie van het onderzoek, het boek Foute Groningers?

De bijzondere rechtspraak begint in 1941, wanneer de Nederlandse regering in ballingschap zich realiseert dat er strafwetgeving moet komen voor na de oorlog. Via radio-uitzendingen kondigt de regering aan dat na de oorlog iedereen vervolgd zal worden die met de Duitse bezetter heeft gecollaboreerd, of die oorlogsgerelateerde misdrijven of internationale oorlogsmisdaden gepleegd heeft.

Minister Gerrit Bolkestein van Onderwijs roept op om misdrijven en namen van de daders te noteren en om dagboeken bij te houden. Het begin van het dagboek van Anne Frank. Uit angst dat de bevolking eigen rechter gaat spelen, vult minister Van Heuven Goedhart van Justitie zijn collega aan: ‘dat er zal moeten worden berecht en niet gemoord’.

Wat vooral duidelijk wordt in haar boek, zegt Meiboom, is hoeveel verschillende soorten oorlogsmisdadigers er zijn. ‘Aan de ene kant heb je mensen die gewoon dom zijn, die hun eigen hachje willen redden of die avontuur zoeken, en aan de andere kant heb je echte doorgewinterde misdadigers. Om te zien wat hen beweegt, wat ze gedaan hebben en wat een mens een mens aan kan doen… dat is heel bijzonder.’

In de casussen die ze bespreekt, komen Groningse verraders voor en misdadigers zoals mensen die werkten voor de SD in het beruchte Scholtenhuis. Maar ook gaat het over mensen die betrokken waren bij de berechting van de ‘foute’ Groningers. Opvallend: aan beide kanten zitten mensen van de RUG.

 

Begin container portretjes
Einde container portretjes

‘Gijzelaar van de Duitsers’

Jonkheer Willem Wolter Feith (1889-1973)

Jonkheer Feith is een van de centrale figuren in de naoorlogse rechtspraak. Voor de oorlog studeerde hij rechten in Groningen en werd hij de eerste kinderrechter van de stad. Hij was zeer geliefd, bijvoorbeeld omdat hij op zaterdag spreekuur hield, wat ongekend is voor een rechter.

In 1942 wordt hij, als gezaghebbend figuur, gearresteerd door de Duitse bezetter en samen met zo’n 600 andere prominenten gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Het idee is dat wanneer er ergens in Nederland iemand doodgeschoten is door het verzet wordt een aantal van deze gijzelaars doodgeschoten. Zenuwslopende jaren, maar in 1944 wordt Sint-Michielsgestel bevrijd en dan tippelt Feith dwars door alle vijandige linies terug naar zijn geliefde Groningen.

Na de bevrijding van Groningen meldt hij zich weer bij de rechtbank en hij wordt benoemd tot voorzitter van de Groningse Kamer van het Bijzonder Gerechtshof voor de bijzondere rechtspleging: een totaal nieuwe vorm van strafrecht. Ook zit hij in de commissie voor zuivering van de universiteit, waarbij ‘de slechten’ kunnen worden geschorst of oneervol worden ontslagen. Feith werkt dag en nacht en in het weekend om te zorgen voor een degelijke berechting van de politieke delinquenten.

‘Vooral het zoeken naar een juist evenwicht tussen de oplegging van de straffen en de zwaarte van het misdrijf [was] schier bovenmenselijk,’ zegt de jonkheer vlak voor de opheffing van de Kamer Groningen, in 1 juli 1949.

Terug

‘Student en verrader’

Jan Albert van der Warf

Jan Albert van der Warf studeert rechten in Groningen als de oorlog begint. Hij woont nog altijd bij zijn moeder thuis. Zij legt elke ochtend kleren voor hem klaar. Maar het lukt hem maar niet zijn doctoraal te halen.

In 1940, op 39-jarige leeftijd, probeert hij het op een andere manier: hij gaat praten met de professoren van de rechtenfaculteit, maar die weigeren hem te helpen. Een vriend raadt hem aan naar de SD in het Scholtenhuis te gaan. De SD’er die hij voor zich krijgt op het Scholtenhuis wil hem wel helpen, maar dan moet hij eerst iets voor de SD doen: hij moet naar preken luisteren van hervormde predikanten en hem rapporteren wat zij zeggen.

Jan Albert vindt dit wel een plezierige opdracht, want hij houdt van preken en voert hij zijn opdracht trouw uit. Door zijn rapportages wordt een predikant gearresteerd en in Duitsland vermoord.

Na de oorlog worden de geestesvermogen van Jan Albert onderzocht. De Bijzondere Raad van Cassatie beslist uiteindelijk: vermindering van de straf tot vijf jaar. Want: ‘Er was geen sprake van strafrechtelijke schuld in volle omvang. […] Door zijn opvoeding, zijn levenswijze en de levensinstelling en mentaliteit van de verdachte en zijn ouders, is de verdachte getekend. Hij wordt nauwelijks door zijn omgeving als normaal aanvaard. Mogelijk heeft verdachte psychopathische trekken, zodat hij de volle omvang van zijn daden niet heeft kunnen overzien.’

Terug

‘Ontslagen door de Duitsers’

Jan Wedeven (1884-1953)

Jan Wedeven studeerde rechten in Groningen en ging aan het werk als advocaat. Er volgde een lange carrière binnen de rechterlijke macht en in 1936 wordt hij benoemd tot raadsheer van het gerechtshof Leeuwarden.

In 1943 wordt hij met twee andere raadsheren ontslagen door de Duitsers, omdat bij een arrest in 1943 het gerechtshof de verdachte wel schuldig achtte, maar slechts een straf oplegde die even lang was als de tijd doorgebracht in voorarrest. De raadsheren wilden de verdachte namelijk niet laten opsluiten in het Duitse kamp Erica in Ommen, omdat uit een rapport over het kamp bleek dat gevangenen er door mishandeling gedood waren en dat de medische rapportages over gevangenen zeer ernstig waren.

De raadsheren duiken onder. Wedeven wordt ‘rechter’ van het ondergrondse ‘veemgericht’ in Friesland en spreekt doodvonnissen uit tegen verraders.

Na de bevrijding wordt hij opnieuw raadsheer en krijgt hij de functie van voorzitter van het Bijzonder Gerechtshof Leeuwarden tot hij in 1953 overlijdt aan de gevolgen van een hartinfarct.

Terug

‘Neergeschoten door verzetsstrijder’

Anne Jannes Elsinga (1908-1943)

Elsinga is in de oorlog chef van de Bijzondere Recherche in Groningen. Deze dienst assisteert de Sicherheitsdienst (SD) in Groningen, die in het Scholtenhuis gezeteld zat.

De functionarissen van het Scholtenhuis zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van het Duitse bezettingsleger. Het Scholtenhuis kijkt uit over de Grote Markt en is het toneel van ernstige mishandelingen en executies van honderden verzetsstrijders. Het wordt in de volksmond het ‘voorportaal van de hel’ genoemd. De beulen van het Scholtenhuis zijn meer dan regelmatig dronken en gaan er voor hun plezier op uit om mensen op straat dood te schieten. Elsinga is zeer actief in de zoektocht naar onderduikers en verzetsmensen, en vormt hierdoor een groot gevaar voor de veiligheid van velen.

Hij wordt vermoord door verzetsman Reint Albertus Dijkema op oudejaarsdag 1943 op de Eendrachtsbrug in Groningen. Dijkema wordt opgepakt, wordt ernstig mishandeld en op 24-jarige leeftijd in Kamp Vught geëxecuteerd.

Het beleid van de Duitse bezetter is dat na een moord op een Duitser of Nederlandse handlanger er represailles komen. Er komt daarom een lijst met tien namen: zeven anti-Duitse Groningers en drie Joden. Zes Groningers worden neergeschoten, de andere beoogde slachtoffers duiken onder. Maar daarnaast worden er ook nog 37 personen gearresteerd, waarvan 36 naar Kamp Vught gaan en van daaruit naar Duitse kampen. Eén persoon sterft tijdens zijn arrestatie aan een hartaanval.

Terug

‘Oorlogsmisdadiger van de ergste soort’

Oomke Bouman (1912-1949)

Oomke Bouman was een Groningse oorlogsmisdadiger. Hij wordt in de oorlog lid van de Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij (NSNAP) en gaat werken voor de Groningse SD. Daar gedraagt hij zich zeer gewelddadig.

Hij doodt meerdere mensen en is verantwoordelijk voor een van de bruutste verhoormethodes in het Scholtenhuis, waarbij het slachtoffer geheel naakt herhaaldelijk in ijskoud water wordt ondergedompeld. Een verzetsstrijder komt op die manier door verstikking aan zijn einde.

Oomke Bouman wordt na de oorlog ter dood veroordeeld. Zijn gevangenisbewaarder Willem Langendijk beschrijft hem als een knap uitziende blonde kerel met een vriendelijke lach en hemelsblauwe ogen die sympathiek de wereld inkeken. De nacht voor zijn fusilleren was hij vrolijk en onbezorgd als wachtte hem ‘aan de overkant’ een heerlijk leven. Om half 9 in de ochtend komen drie marechaussees hem halen. Bouman begroet hen met: ‘Kijk, u bent op tijd. Dag pa, dag moe, dag allemaal!’

Terug

‘Oorlogsmisdadiger en charmeur’

Peter Jansen Bonnen (en Janna N.)

Peter Jansen Bonnen is tijdens de oorlog medewerker van het Scholtenhuis en pleegt moorden op talrijke Nederlanders in de drie noordelijke provincies. Hij was bijvoorbeeld betrokken bij het doodschieten van de Nederlanders uit het Huis van Bewaring in de nacht van 7 op 8 april 1945, zonder vonnis of voorafgaande berechting.

Ook doet hij mee aan de zware mishandelingen op het Scholtenhuis. Maar ondanks zijn ongekend wrede natuur, slaagt hij erin het hart van Janna N. te veroveren. De echtgenoot van Janna was naar Duitsland gestuurd voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid). Janna ging naar het Scholtenhuis om haar man terug te krijgen uit Duitsland. Bonnen hoort haar smeekbede aan en tijdens het gesprek raken ze verliefd op elkaar. Na enkele afspraakjes gaan ze samenwonen.

De echtgenoot meldt zich vervolgens weer per brief en vertelt dat hij gevlucht is uit Duitsland en is ondergedoken in Haren. Hij durft niet naar huis te komen omdat hij bang is opnieuw opgepakt te worden. Hij vraagt zijn vrouw om hem te bezoeken op zijn onderduikadres, dat hij in zijn brief vermeldt. Janna en Bonnen willen niet dat hij thuiskomt en hun geluk verstoort.

Bonnen stuurt enkele SD’ers op het onderduikadres af en de echtgenoot, de onderduikgever en een student die er ook ondergedoken zat, worden omgebracht.

Na de oorlog krijgt Janna N. levenslang. Bonnen wordt aan Duitsland uitgeleverd.

Terug

English