International

Klagen over de buren

Loopgraven rond het Rikkers-Lubbershuis

Studenten en buren vechten een kleine oorlog uit in het voormalige woonzorgcentrum Rikkers-Lubbershuis. Zeikerds, die buren? Of hebben ze een punt?
Door Thereza Langeler en Edward Szekeres / Foto’s Reyer Boxem

Tussen de Verlengde Oosterstraat en de Heresingel ligt een klein stukje oorlogsgebied.

Enkele maanden geleden ging de gemeente Groningen akkoord met het inrichten van Heresingel 32, 34 en 36 als tijdelijke studentenhuisvesting, uitgebaat door verhuurbedrijf StudentStay. Vroeger huisde daar een woonzorgcentrum voor ouderen – in augustus trokken er 56 studenten van over de hele wereld in, opgelucht dat ze onderdak hadden gevonden, blij dat het zulk mooi onderdak was. Je kunt het slechter treffen dan een statig singelpand dat Huize Rikkers-Lubbers heet.

Maar terwijl de studenten hun vreugde vierden, bekroop de buren het gevoel dat de wereld hen voor het gemak maar even vergeten was. Zonder omgevingsonderzoek, zonder informatie vooraf, waren er zomaar 56 studenten pal naast hen gepoot. Die feestjes vierden, muziek maakten, ’s avonds laat praatten en rookten in de tuin.

Overlastmeldpunt

Nu bellen ze meerdere keren per week met het overlastmeldpunt. Ze slapen niet, proberen ze duidelijk te maken, er is al-tijd herrie, natúúrlijk is er altijd herrie, zo zijn studenten – maar wie vond het dan in vredesnaam een goed idee om nog meer studentenhuisvesting te creëren in een buurt die allang aan de wettelijke studententaks zat?

Ondertussen moeten de studenten in het Rikkers-Lubbershuis uit vertaalde krantenartikelen proberen op te maken wat er allemaal over hen gezegd wordt. Van StudentStay horen ze niets als ze klagen over de verwarming die niet werkt of hun kamers die geen deur hebben, maar krijgen ze wél dreigementen per e-mail: als jullie je zo blijven misdragen, sta je op straat. In het hart van hun huis, de woonkamer, registreert een beveiligingscamera alles wat ze doen.

Twee statige panden als loopgraven, twee kampen muurvast in een impasse. Hoe kon het zo ontsporen? Daar heeft elke kant zo zijn eigen verhaal over.

Ed van den Brink – verruilde zijn Hoogeveen voor hartje Groningen. Zijn dagen en nachten worden beheerst door de overlast van de internationale studenten die naast hem wonen.

‘Je komt moeilijk in slaap en je schrikt vaak weer wakker. Tot drie, vier uur ’s nachts, iedere dag van de week.’

persoon 1

De buurman

Aan de opgetogen trots waarmee Ed van den Brink het uitzicht vanaf zijn etage aan de Verlengde Oosterstraat toont, merk je dat hij er zelf ook nog aan moet wennen. Hij en zijn vrouw Truus verruilden Hoogeveen pasgeleden voor hartje Groningen. ‘Hartstikke leuk’, vindt hij. ‘Die levendigheid om je heen.’

Maar er is iets wat zijn lol in het stadsmensenbestaan danig bederft. Iets wat zijn dagen en vooral ook zijn nachten is gaan beheersen.

Van den Brink zit in zijn eetkamer en bladert door een lijvige multomap. Er staan tijden in genoteerd, veelal rond of na middernacht. De middagzon schijnt uitbundig, door de kier van het open raam komt een zacht briesje. En de stemmen van drie, vier twintigers, zo luid en helder alsof ze niet beneden in de tuin zitten, maar vlak naast Van den Brink aan tafel. Het is dat hij geen Spaans kent, anders had hij het hele gesprek kunnen volgen.

‘Dit is het begin’, zegt hij. ‘Vanavond komt de rest.’ Hij spreekt uit ervaring.

Feestjes

De tuin hoort bij Huize Rikkers-Lubbers, het pand op de hoek van de Heresingel, dat haaks op het gebouw van Van den Brink staat. Sinds eind augustus wordt het Rikkers-Lubbershuis door het Leeuwardense StudentStay verhuurd aan studenten. In totaal 56, allemaal internationals, die anders misschien aangewezen waren geweest op een tent, een boot of de straat.

Begrijp hem goed: Van den Brink wenst niemand dakloosheid toe. Zeker geen jonge mensen die hier komen studeren. Dat studenten toch érgens moeten wonen, dat studenten wel eens feestjes geven en dat Groningen geen Hoogeveen is – hij snapt het allemaal. Maar hij slaapt al sinds augustus niet.

‘Je komt moeilijk in slaap en je schrikt vaak weer wakker. Tot drie, vier uur ’s nachts, iedere dag van de week.’ Nachtenlang zitten er studenten op de binnenplaats, pratend en luisterend naar muziek. ‘Ik ben gepensioneerd, dus ik kan ’s ochtends als ik moe ben denken: ik draai me nog even om. Maar mijn benedenbuurvrouw heeft onregelmatige diensten. Daar gaat soms om half vijf de wekker.’

Je komt moeilijk in slaap en je schrikt vaak weer wakker

In het begin probeerde Van den Brink de studenten zelf nog wel eens aan te spreken. ‘Dan riep ik vanaf hier door het open raam: could you please be quiet?’ Soms gebeurde er niets. Soms was het eventjes stil. Droop er één groepje af naar binnen, maar zat er binnen het uur een heel andere groep die vrolijk verder ging.

Dus nee, daaraan begint hij niet meer. Aanbellen ook niet. ‘Dan krijg ik toch alleen een grote bek, of ik word uitgelachen.’

Ook dat heeft Van den Brink al eens ervaren, toen twee medewerkers van de eigenaar van het Rikkers-Lubbershuis hem de tuin lieten zien. Een student, ‘hij heeft een ringbaardje en zit altijd in de tuin’, sprak de groep aan. ‘Wie heeft die man toestemming gegeven om in onze tuin te komen?’ wou de student weten. ‘Het was provocerend, grof’, zegt Van den Brink.

Maar hij legt zich niet bij de situatie neer. Wanneer hij ’s nachts lawaai hoort, registreert hij altijd hoe laat het is. Hij belt de politie – ‘Ze hoeven mijn mobiele nummer maar te zien om te weten waar het raak is’ – en wacht.

Soms duurt het te lang; geluidsoverlast heeft minder prioriteit dan, zeg, mishandeling. Maar laatst nog vielen er twee agenten met de neus in de boter. ‘Ze hebben hier voor het raam gestaan, 23:56 was het’, vertelt Van den Brink, ‘en ze zeiden: dit is echt ernstig.’ De studenten kregen een officiële waarschuwing, hun tweede, en een boete.

Mooi weer spelen

Of ze die zelf moeten betalen, of dat-ie op het bordje van StudentStay terecht komt, dat weet Van den Brink niet. Al zou dat laatste misschien net goed zijn. Dan ondervinden ze daar in Leeuwarden ook eens de gevolgen van hun eigen verhuurdersgedrag.

‘Er zou een schoonmaakbedrijf zijn dat het afval weghaalt. Dat is er niet. Er moet een beheerder aanwezig zijn in het pand, die toeziet op de naleving van de huisregels – de beheerder zit in Leeuwarden, en die huisregels staan alleen ergens op internet. Er zou een aanspreekpunt zijn voor ons, 24 uur per dag.’

Vorige maand, tijdens de hoorzitting van de gemeente, bezwoer Rixt Hoekstra van StudentStay hem dat hij haar op ieder moment van de dag mobiel mocht bellen. Haar nummer zou hij na de hoorzitting krijgen.

‘Toen was het ineens: “Oh sorry, mijn mobiel doet het nu even niet, ik mail het nummer wel”.’ Van den Brink kreeg inderdaad een mailtje. Met het vaste nummer van het kantoor in Leeuwarden, waar het tussen negen en vijf al een uitdaging is om iemand te spreken te krijgen. Laat staan ’s avonds laat.

Van de 56 zullen er 40 prima lui zijn

Dat StudentStay mooi weer speelt als er instanties bij zijn maar verder niet thuis geeft, dat frustreert Van den Brink tot op het bot. Meer nog, eigenlijk, dan die studenten zelf. ‘Van de 56 zullen er 40 prima lui zijn. Dat Duitse meisje dat StudentStay als een soort huisoudste aangesteld heeft, Aniko, is hier wel eens over de vloer geweest – hartstikke leuke meid, heb ik wel een uur mee zitten praten. Maar er is een groepje dat overal lak aan heeft en ik denk niet dat Aniko daar iets tegen kan beginnen. Ze is hun leeftijdsgenoot, ze is vast bang dat ze weggepest wordt.’

Het is niet aan haar om de situatie op te lossen, vindt Van den Brink. Het is aan StudentStay, en aan de gemeente, die besloot dat kamernood wet breekt en studentenhuisvesting toestond in Huize Rikkers Lubbers terwijl de buurt al aan het maximum aantal studenten zat. Hij en zijn buren hebben bezwaar gemaakt: ze willen dat die beslissing weer wordt teruggedraaid. In november horen ze meer.

‘Ik hoop dat het lukt’, zegt Van den Brink. En als de gemeente toch voet bij stuk houdt? ‘We gaan desnoods naar de Raad van State.’

persoon 2

De studenten

Op een frisse avond, half oktober, verzamelt zich een tiental studenten rond een enorme tafel in de gemeenschappelijke woonkamer van het Rikkers-Lubbershuis. Niemand heeft het erover, maar iedereen is zich bewust van het meedogenloze, starende oog van de CCTV camera, die linksboven in de hoek van de kamer hangt. Ondanks het gemoedelijk gebabbel is de ingehouden frustratie duidelijk voelbaar.

Die frustratie bouwde zich op vanaf het eerste moment dat de internationale studenten het eclectische gebouw aan de Heresingel trokken – eind augustus was dat.

In de online advertentie leek iedere kamer hetzelfde – maar er zijn forse verschillen in grootte en kwaliteit. ‘Sommige kamers hebben niet eens ramen’, zegt Max, international aan de lerarenopleiding. Hij en veel van zijn huisgenoten voelen zich bedonderd vanwege de slechte omstandigheden en het gebrek aan communicatie van verhuurder StudentStay.

De managers van StudentStay lijken hun diensten aan de huurders van het Rikkers-Lubbershuis als een soort gunst te beschouwen, in plaats van als hun verantwoordelijkheid als verhuurders.

Ontbrekende deur

Denk aan dat telefoontje dat dat ze toevallig opvingen tussen een werknemer van StudentStay en een andere huurder. Het probleem was een ontbrekende deur in haar woonkamer. Ze zou te horen hebben gekregen dat ze ‘zich gelukkig mocht prijzen dat ze woonruimte in Groningen had gevonden’.

De andere studenten zijn niet verbaasd. Maar wat kunnen ze doen? Calista, student internationale relaties is het ermee eens dat het dat bedrijf ‘alleen maar om geld gaat’. Maar ze wordt toch ‘liever uitgebuit door StudentStay’ dan dat ze dakloos is.

Andere huurders zijn net zo kritisch over de communicatie van StudentStay. Masterstudent psychologie Haris Psaros noemt die ‘nonexistent’. Harris heeft het gevoel dat het bedrijf hem voor de gek houdt door niet te reageren op mails of telefoontjes van de studenten.

StudentStay liet de hele week niets van zich horen

‘Mijn verwarming deed het niet. Ik heb er wel anderhalve maand lang geklaagd voor ze het eindelijk kwamen repareren. Ik stuurde vijf of zes e-mails en zat steeds voor niks te wachten op antwoord. Je wordt er stapelgek van.’

De anderen knikken instemmend. Na haar verhuizing moest Calista haar kamer een week lang delen met een mannelijke student, terwijl was beloofd dat mannen en vrouwen gescheiden zouden blijven. ‘StudentStay liet de hele week niets van zich horen’, legt ze uit. ‘Ze antwoordden pas toen mijn ouders contact met hen opnamen.’

En ondanks de toenemende boosheid van de huurders stuurde StudentStay op 18 oktober ook nog een e-mail met de mededeling dat het bedrijf vanaf vanaf 22 oktober nog maar vier uur per dag bereikbaar was.

Politie

Bovenop de problemen met hun verhuurder, waren de studenten in het Rikkers-Lubbershuis ook nog betrokken bij verschillende incidenten met de politie vanwege klachten over geluidsoverlast van van de buren.

Dat hele drama met de politie was totaal onnodig, vinden ze. ‘Zo was er die avond dat we binnen akoestisch gitaar speelden, ruim voor 22.00 uur. En toch kwam de politie’, legt student economics en business Oliver uit. ‘We hebben geen feestjes met meer dan vijftien mensen meer gehad, na dat eerste incident met de politie. We doen echt ons best om zachtjes te doen na tien uur ‘s avonds.’

Ze voelen zich anders behandeld dan de studenten in het Nederlandse studentenhuis, net voorbij hun achtertuin. ‘Zij maken iedere dag lawaai, dag en nacht, maar voor zover wij weten zijn er geen incidenten met de politie geweest’, zeggen ze. ‘We voelen ons gewoon heel onwelkom.’

De huurders willen het liefst met de buren om tafel om de problemen op te lossen. ‘Maar begin september nodigde een van de bewoners de buurman uit en hij weigerde’, zegt Catalin.

Hij blijft ons maar filmen met zijn mobiele telefoon, vanuit zijn raam

Diezelfde buurman ging zich juist ‘provocerend, ruziezoekerig en opdringerig’, gedragen. Hij blijft ons maar filmen met zijn mobiele telefoon, vanuit zijn raam, terwijl wij gewoon buiten in de tuin staan te praten of te roken’, zegt Calista. ‘En dan belt hij de politie, zonder iets tegen ons te zeggen.’

De buurman, ‘een oudere man’, kwam zelfs de tuin in om foto’s te maken met zijn mobiel, terwijl Catalin toekeek. De studenten vroegen StudentStay hen de beelden te sturen van de camera die op de tuin gericht is. Zo zou het materiaal ook eens nuttig gebruikt worden. Het bedrijf weigerde.

Een andere keer probeerden de studenten met de buurman te praten toen hij in de tuin stond met twee andere mannen – werklui, volgens de studenten. Maar een praatje zat er niet in. ‘Hij stelde zich behoorlijk arrogant op, vermeed oogcontact, en praatte erg neerbuigend tegen ons’, herinnert Max zich.

Niettemin willen de studenten het drama graag achter zich laten. ‘We willen geen problemen veroorzaken. We willen gewoon rust en doorgaan met ons leven’, zegt Max. Maar dat gaan ze alleen niet voor elkaar krijgen, zegt hij. ‘We doen ons best. We houden van deze stad en de mensen. Maar we balen van de behandeling die we van StudentStay krijgen. We worden niet geïnformeerd en zijn onbeschermd.’

English