Lustrum

Museum heropent met wonderkamers

Kwetsbaar rariteitenkabinet

Na een opfrisbeurt van bijna een jaar is het Universiteitsmuseum weer open. En meteen zijn er twee tentoonstellingen. De bovenzaal werd omgetoverd in een dierentuin van dode beesten. De benedenzaal wordt het toneel van Ruimteschip Aarde.
Door Christien Boomsma / Foto Luís Felipe Fonseca Silva

Dode dierentuin

Ruimteschip Aarde is niet de enige tentoonstelling die deze week opent in het Universiteitsmuseum. Op de klassieke bovenzaal is het komende jaar de Dead Zoo te vinden. ‘We werkten aan een nieuwe vaste opstelling, maar dat willen we wel echt goed doen’, zegt interim-directeur Arjen Dijkstra van het UM. ‘Maar toen kwam Ciska Ackerman op het idee om de enorme collectie dieren uit het depot eens te laten zien.’

Maar liefst 359 dieren werden van de planken gehaald, van het bot van een bronthotherium – een dinosaurus die leek op een enorme neushoorn en leefde in het Oligoceen, zo’n dertig miljoen jaar geleden – tot het skelet van een luiaard, een schubdier of een oehoe die de naam Gerald meekreeg van de museummedewerkers.

Wubbo Ockels zei het. André Kuipers zei het. Wanneer je de aarde bekijkt vanuit de ruimte, zie je pas hoe kwetsbaar de planeet eigenlijk is. Hoe alles met elkaar verbonden is en hoe zuinig we erop moeten zijn. De aarde, ontdekken ze, is een ruimteschip. En wij de astronauten die ervan afhankelijk zijn.

Een fascinerend beeld, vindt gastconservator Eva Rovers van het Universiteitsmuseum. Toen de kunsthistorica en biografe van Helene Kröller-Müller en Boudewijn Büch gevraagd werd om de lustrumtentoonstelling van het museum samen te stellen, kwam het weer bovendrijven. Ze lacht. ‘De ruimte fascineerde me altijd al. Als kind wilde ik astronaut worden.’

Ze ging op zoek naar de man die als eerste met die vergelijking kwam, de Amerikaanse futuroloog Richard Buckminster Fuller. Nu is hij bijna vergeten, maar hij ontwierp al in de jaren twintig flatgebouwen die hun eigen energie opwekten door middel van windmolens. ‘En hij was een van de eersten die beseften dat de fossiele brandstoffen eindig zijn en dat we er met zijn allen voor moeten zorgen dat ons ruimteschip het houdt.’

Boudewijn Büch

Het is een boodschap die ze wil graag wil overbrengen. Die ze moét overbrengen, vindt ze. Maar tegelijk: hoe doe je dat met de uiteenlopende collectie van het Universiteitsmuseum? Met de baby’s op sterk water die in de schappen van het depot op Zernike liggen, met de elektriseermachines die honderd jaar of langer geleden gebruikt werden om wetenschappelijk onderzoek te doen, met opgezette dieren of de rituele objecten uit de etnologische collectie.

Maar toen herinnerde ze zich Boudewijn Büch, de schrijver en aartsverzamelaar over wie ze eerder een biografie schreef. De man die een diepe bewondering had voor de klassieke verzamelaars van de zestiende en zeventiende eeuw, en zijn hele huis praktisch had veranderd in een rariteitenkabinet – of een Kunst- und Wunderkammer.

‘En toen had ik het. Want dat was ook waar het depot van het Universiteitsmuseum op Zernike me aan deed denken’, vertelt Rovers. ‘Al die bijzondere dingen die daar zijn samengebracht. Een wonderkamer!’

Wat geldt voor het museumdepot, gold immers ook voor de aarde zelf, bedacht ze. Bekeken vanuit het perspectief van Fuller of dat van astronauten, is de aarde zelf een wonderkamer. ‘De wereld is een wonderlijk en kwetsbaar geheel’, zegt Rovers. ‘Alles samengebracht op één enkele aarde.’

Zelfs het lustrumthema All Inclusive kon ze er gemakkelijk aan verbinden. Niet op de manier waarop de universiteit het uitvent misschien, maar wel in een overtreffende trap. ‘Deze tentoonstelling wil laten zien hoe we met zijn allen het geheel vormen’, zegt ze. ‘Dat we allemaal een gedeelde verantwoordelijkheid hebben, maar ook gedeelde rechten als het gaat om leefbaarheid.’

Wie deze week binnenloopt op de tentoonstelling maakt daarom een reis langs negen verschillende Wunderkammers, waarin bijzondere objecten uit de omvangrijke collectie van het museum worden uitgelicht. De vormgeving is daarbij in handen van een groep jonge zeefdrukkers en illustratoren van de Art Division van poppodium Vera.

Poolvos

Mark Hektor studeert science communication. Momenteel maakt hij illustraties en voorlichtingsmateriaal voor de Dead Zoo. Zijn favoriete dier is de poolvos.

‘Zoals die poolvos daar staat, dat is heel relaxed. Hij zit daar een beetje overzicht te houden over de andere dieren. Ik vind hem gewoon een heel mooi dier en daarnaast doet hij me ook een beetje denken aan klimaatverandering en dat soort dingen. Het is gewoon best uniek dat je hem van zo dichtbij kunt zien in de tentoonstelling.

Het schubdier vind ik trouwens ook heel bijzonder. Een schubdier lijkt een beetje prehistorisch en hij kan zich in een bal oprollen. Bovendien loopt hij ook een beetje als een dinosaurus, met die kleine voorpootjes die hij boven de grond houdt. Hij is wel mijn nummer twee, hoewel… eigenlijk staan ze allebei op nummer één.’

De reis begint daarom in de ruimte – met het astronautenperspectief. Van daaruit daal je af in de atmosfeer – verbeeld door een ijzeren long. ‘Die werd ooit gebruikt als mensen niet meer zelfstandig konden ademhalen’, zegt Rovers.

Diorama

Kunstenares Megan de Vos was verantwoordelijk voor de wonderkamer Flora en Fauna. Een boom vol kleurige vogels, opgezette voor nog bestaande soorten en papieren exemplaren voor degene die uitgestorven zijn, moet de breekbaarheid van het leven op aarde laten zien. ‘Ik heb me laten inspireren door die oude diorama’s’, vertelt ze. ‘Daar hield ik vroeger enorm van. Ik spaarde ook van alles en heb daar zelfs eens een vitrine in het Natuurmuseum mee mogen inrichten.’

Dan zijn er nog de maskers uit de etnologische collectie in een wonderkamer over grenzen, en het ‘kunstlijk’ van de beroemde firma Auzoux bij Mens en Machine.

‘En bij Muizen en Mensen laten we de ontwikkeling van een menselijke eicel zien tot een complete menselijke foetus’, vertelt Rovers. ‘Maar zo’n foetus op sterk water laten we zien tussen de muizen of groene kikkers. Een mens is immers gewoon een zoogdier op Ruimteschip Aarde. Of eigenlijk, gewoon een van de vele organismen.’

Heeft ze zelf een favoriet? Rovers lacht. ‘Nee’, zegt ze. ‘Dat is echt alsof je ouders vraagt welk kind ze het leukste vinden.’

Bovendien: ook hier weer is het geheel van de tentoonstelling veel belangrijker dan de individuele onderdelen. ‘Het gaat om de diversiteit.’

Het kastje van Boudewijn Büch

Het Universiteitsmuseum is vanaf donderdag 6 juni weer geopend, van maandag tot en met zondag 12 – 17 uur. Entree is gratis voor studenten en medewerkers.

English