Eerstejaars

Cool onderzoek op de RUG

Krijg jij les van een Nobelprijswinnaar?

Nobelprijswinnaar Ben Feringa – van de nano-motortjes- loopt dus mooi rond in Groningen. Net als Sijbren Otto, die leven probeert te maken in een reageerbuis. En die onderzoekers kunnen maar zo opduiken in jouw collegezaal.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

26 augustus om 8:00 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

augustus 26 at 8:00 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Foto © Corné Sparidaens

Ben Feringa

De man van de nano-motor

Ja, natuurlijk loopt er een Nobelprijswinnaar rond in Groningen.

Ben Feringa is de man die een motor maakte, bestaand uit één enkel molecuul. Door er licht op te laten schijnen, kon hij de motor laten draaien. Later maakte hij zelfs een molecuul met vier motortjes: een mini-fourwheeldrive dus. Dat is waarom hij in 2016 de Nobelprijs voor de chemie kreeg. 

Het begon allemaal toen Feringa – die moleculen bouwt die in de natuur niet voorkomen – in 1989 min of meer per ongeluk eentje creëerde die een halve slag maakte onder invloed van licht. Dat bood perspectieven, vond hij. 

Pas na tien jaar maakte hij zijn eerste ‘echte’ motor: een molecuul dat één keer per uur helemaal rond draaide. En daarna gingen er nog eens een jaar of vijftien voorbij voor hij er eentje maakte die dat sneller kon. Zijn huidige nanomotortjes draaien tien miljoen keer per seconde. 

En wat hebben we daaraan? Nou, stel je voor dat je zo’n autootje bagage kunt meegeven, een medicijn. Dan hebben we kleine machientjes die je in de bloedbaan kunt brengen om zo’n medicijn precies op de juiste plek af te kunnen leveren. Voor Feringa is de wereld één grote Legodoos, vol met mogelijkheden. En zegt hij, hij is het jongetje dat ermee mag spelen.

Foto © Reyer Boxem

Linda Steg

Weet waarom jij het milieu wil redden

Ze zat aan tafel bij de Verenigde Naties om de leden te adviseren over milieupolitiek. Ze is één van de meest invloedrijke wetenschappers ter wereld. En dit jaar kreeg ze ook nog de Stevinpremie: 2,5 miljoen euro voor invloedrijk en vernieuwend wetenschappelijk onderzoek. 

Maar toen Linda Steg haar onderzoek naar milieupsychologie begon, in de jaren negentig, waren mensen er nog niet zo mee bezig. ‘En de problemen waren toen natuurlijk ook anders’, zegt ze. ‘Toen gingen de zorgen over het opraken van de hulpbronnen.’

Dat is tegenwoordig wel anders. Welke koers politici ook volgen, gewone mensen zullen te maken krijgen met de gevolgen van de klimaatopwarming. En Steg kan ze vertellen hoe ze draagvlak moeten creëren voor hun maatregelen. 

Zo ontdekte ze dat mensen veel gemotiveerder zijn dan gedacht werd om hun eigen gemak opzij te zetten, als dat het milieu ten goede komt. Ook legde ze bloot wat voor motieven mensen hebben voor hun gedrag en dat je goed moet kijken naar wat ze belangrijk vinden. Wegen milieuwaarden zwaar voor een groep? Benadruk milieuwinst. Maakt iemand zich drukker om zijn inkomen? Maak duidelijk wat de economische gevolgen zijn.

Klinkt voor de hand liggend? Kan kloppen. Stegs inzichten zijn inmiddels zo gemeengoed, dat iedereen er wel eens van gehoord heeft.

Lude Franke

Met big data kanker te lijf

De medische wereld probeert nu al zo verschrikkelijk lang om kanker te begrijpen, maar het is nog altijd niet gelukt. Natuurlijk, om de zoveel tijd duiken er weer nieuwe therapieën op die de overlevingskans van die-en-die vorm van kanker weer wat vergroten, maar toch. 

Vandaar dat geneticus Lude Franke het over een andere boeg gooit. Hij probeert de ‘code van kanker’ te kraken door te graven in duizenden terabytes aan genetische informatie. Want waarom worden sommige mensen die risico lopen wel ziek en anderen niet? 

Franke onderzoekt het genetische profiel van duizenden gezonde mensen. Mensen die vaak wel risico lopen om kanker of diabetes te krijgen, maar niet ziek zijn geworden. Later kan hij dat dan vergelijken met mensen die wel ziek werden en uitzoeken waarom hun cellen zo in de war zijn geschopt. 

De hoeveelheid data waarmee hij werkt, is flabbergasting: miljoenen genen, met wel honderd plekken met een afwijking. Elk van die honderd heeft weer honderd variaties op lager niveau en nog weer honderd op een nóg lager niveau. En dat maal dertigduizend verschillende samples.

Het grootste probleem voor zijn onderzoek zit hem dan ook in de computers die de data kunnen analyseren en de onderzoekers die de vragen kunnen stellen. Maar dat hij op het goede pad zit, dát weet Franke zeker.

Mladen Popovich

Ontcijfert de Dode Zeerollen

Wel eens gehoord van de Dode Zeerollen, die eeuwenoude manuscripten die zijn gevonden in een grot bij Qumran aan de Dode Zee in Israël? Het zijn de oudste bijbelteksten die er bestaan en Israël bewaakt ze als een havik. Maar de Groningse Mladen Popovic is de wereldleider in het onderzoek naar de rollen en in 2013 slaagde hij er zelfs in een set originelen naar Nederland te halen, wat nog nooit eerder was vertoond. 

Popovic is de leider van het Qumran Instituut, een onderdeel van de theologiefaculteit. Zijn onderzoek laat zien hoe de heilige teksten – niet alleen de Bijbel, maar ook de Thora en de Koran – onderdeel zijn van een veel bredere traditie. Zijn onderzoek, zegt Popovic vaak, is een tijdmachine. ‘Als je ze leest, zie je hoe de Bijbel zich vormt onder je ogen.’

De laatste jaren gooide hij het over een andere boeg. Hij probeerde met onderzoekers uit de hoek van kunstmatige intelligentie en koolstof-14-datering te achterhalen wie de schrijvers waren van de rollen. Wie schreef wat en wanneer precies? Het is een razend interessante speurtocht, zegt hij. ‘Beter dan de Da Vinci Code. Want dit is echt.’

René Veenstra

Bestrijdt pestgedrag

Helemaal uitbannen kun je pesten nooit, zegt hoogleraar sociologie René Veenstra. Maar je kunt het wel verminderen. En om dat voor elkaar te krijgen moet je heel goed kijken naar waarom kinderen pesten en hoe dat proces in zijn werk gaat. Er is immers veel meer aan de hand dan één kind dat pest en één kind dat het haasje is.

Veenstra is wereldwijd bekend door zijn onderzoek naar de sociale relaties tussen pesters, hun slachtoffers, wegkijkers en helpers. Pesten blijkt een groepsproces, waarbij alle kinderen in een klas een rol spelen. Dat is ook de reden waarom het niet helpt als een docent de pester streng toespreekt en uitlegt dat pesten ‘niet oké’ is, of door de slachtoffers ‘stop, hou op’ te laten zeggen. Wil je pesten effectief aanpakken, dan moet je de sociale vaardigheden en de sociaal-emotionele ontwikkeling van alle kinderen zien te verbeteren.

Maar als dat lukt, heeft ook de hele klas er ook voordeel van. Alle kinderen voelen zich veiliger, de sfeer verbetert en de schoolprestaties gaan omhoog. Maar, waarschuwt hij altijd, scholen moeten een goed programma gebruiken, zoals het Finse KiVa-programma waarnaar hij zelf onderzoek doet.  

Hij is in elk geval goed op weg. Vorig jaar werd hij lid van de KNAW, een groep van de beste, meest vernieuwende wetenschappers van Nederland.

Maarten Loonen

Probeert de Noordpool te redden

Als je met Maarten Loonen praat over zijn onderzoek naar de gevolgen van klimaatopwarming op Spitsbergen, dan kan het maar zo zijn dat de tranen hem in de ogen springen. Zo erg vindt hij het, wat hij daar al jaren ziet gebeuren.

Loonen is een van de bekendste poolonderzoekers van Nederland. Vijf maanden per jaar woont hij in een klein huisje op Spitsbergen, waar hij onderzoek doet naar trekvogels en de veranderingen in hun leefomgeving. Hij werd vooral bekend doordat hij in 2015 de grootste poolexpeditie ooit organiseerde. Onderzoekers uit allerlei disciplines gingen met journalisten, kunstenaars en opiniemakers naar het schiereiland Edgeøa op Spitsbergen om de gevolgen van de klimaatopwarming in kaart te brengen

Want nergens zijn die zo zichtbaar als op Spitsbergen, zegt hij. Hij heeft gezien hoe de zomer die vroeger zes weken was, nu twaalf weken duurt. Mensen worden gestoken door muggen – vroeger had je die niet. De temperatuur steeg met 1,5 graad in slechts vijf jaar tijd. De hoeveelheid zee-ijs verminderde met bijna een derde. 

‘Ooit kijken we hierop terug zoals we nu kijken naar ‘goed’ en ‘fout’ in de Tweede Wereldoorlog’, zegt hij. ‘Wat voor reden kan er zijn om niet te proberen om goed te zijn? Dit slaat terug op ieder mens.’

Foto © Reyer Boxem

Pauline Kleingeld

Op zoek naar goed en kwaad

Zou het nou niet geweldig zijn als we weten wat goed is en wat kwaad? Of – om het in filosofische termen te houden – of er een universele moraal bestaat? 

Filosoof Pauline Kleingeld doet daar al jaren onderzoek naar, via het werk van de beroemde filosoof Immanuel Kant: de man die ons leerde dat iets ‘moreel juist’ is als je je eigen beslissing kunt uitbreiden naar andere mensen. ‘Kan ik ook willen dat iedereen mijn principe zou volgen? Of maak ik eigenlijk een uitzondering voor mezelf?’ Kant is ook de man die ons leerde dat alle mensen gelijkwaardig zijn, autonoom. Dat ieder mens vrij is.

Toch kunnen we niet zomaar Kants redeneringen overnemen, zegt Kleingeld. Want hoe mooi ook, zijn werk rammelt ook. Zo ontdekte ze dat Kant weliswaar schrijft dat alle mensen gelijk zijn, maar dat dit stiekem alleen over mannen ging. En hij had gedurende een groot deel van zijn leven ook behoorlijk racistische ideeën. Niet ongewoon voor de zeventiende eeuw, maar toch.

Kleingeld kijkt nu nog eens héél goed naar de theorieën van Kant. Ze wil uitzoeken hoe we zijn theorie moeten aanpassen om te zorgen dat zijn universele moraal echt helemaal klopt. Ze doet dat zo goed dat ze er dit jaar de Spinozapremie voor kreeg – ook wel bekend als de Nederlandse Nobelprijs.

Foto © UG Sylvia Germes

Sijbren Otto

Leven maken in een reageerbuis

Hoe ontstaat leven nu eigenlijk? Dat is de vraag die hoogleraar chemie Sijbren Otto zichzelf al heel lang stelt. Hij probeert het antwoord te vinden door leven te maken in een reageerbuis.  

In zijn lab vind je reageerbuisjes die gevuld zijn met bijzondere moleculen, die hij een aantal jaren geleden ontdekte. De moleculen zijn gevormd door ringvormige eiwitten die op elkaar plakken. Het bijzondere is: ze repliceren zichzelf. En waar vergelijkbare moleculen op een gegeven moment stoppen, gaan deze maar door en door. Net als bij leven.

De volgende stap was kijken of die moleculen konden evolueren. Want zonder evolutie heb je geen leven. En ja! Door te werken met twee soorten bouwsteentjes in plaats van één, ontdekte hij dat er andere ringen ontstonden, die ook weer anders reageren op hun omgeving. En kort geleden zette hij de volgende stap. Hij slaagde erin zijn moleculen een primitieve vorm van stofwisseling te geven. 

Heeft hij het nu gedaan? Leven gemaakt? ‘Jij leeft, ik leef, een hond leeft’, zegt hij. ‘Tot zover is iedereen het min of meer eens. Maar een virus? Kun je dat een levend wezen noemen?’ 

Hij hanteert de definitie van NASA. Leven is ‘een autonoom, zichzelf in stand houdend chemisch systeem dat Darwiniaanse evolutie ondergaat’. Daar. Hij is al een heel eind.

English