Studenten

Dit zijn de mensen die jouw zooi opruimen

Kots, condooms en schaamhaar

Ze ruimen afval op, poetsen koffiekringen weg en schrapen kauwgom uit de urinoirs, zodat jij niet in een zwijnenstal hoeft te blokken. Het schoonmaakteam van de UB probeert de bieb schoon te houden – een missie die gedoemd is tot falen.
Door Edward Szekeres / Foto’s Félipe Silva / Vertaling Saskia Jonker

Het is zes uur ’s ochtends. Studenten liggen nog in bed bij te komen van een lange avond blokken, maar de Universiteitsbibliotheek wordt in deze tentamenweek alweer in gereedheid gebracht voor een nieuwe dag.

Zo’n dertienduizend mensen zullen hier vandaag naar binnen gaan. Zij laten een spoor van stof, haar en afval achter waarmee je tientallen grote vuilniszakken kunt vullen. Elk jaar worden tienduizend van zulke zakken weggegooid, waarvan minstens twee vol met kauwgom.

Geen wonder dus dat het vijftienkoppige schoonmaakteam al zo vroeg moet beginnen. Ze hebben minder dan drie uur de tijd om alle verdiepingen, trappen en 2100 werkplekken te poetsen. De deuren gaan open om half negen, maar de rijen vormen zich al eerder. In het eerste uur stromen er duizenden studenten door de poortjes.

De eerste hordes worden begroet door smetteloze bureaus, glimmende toiletten en onbevlekte vloeren. Maar het zal niet lang duren voor het eerste stuk kauwgom in een urinoir wordt gespuugd of de knoflooksaus van de bezorgpizza op de wc-bril belandt.

Dagelijks gezwoeg

Gedurende de dag blijven de schoonmakers hun rondes maken door de gangen. Ze zigzaggen tussen de studenten door, terwijl ze onderweg elke vlek wegvegen die ze tegenkomen. Elke dag weer, ook in de weekenden.

Alex, die de prullenbakken leegt en een karretje vol vuilniszakken voor zich uit duwt, maakt per dag drie tot vier rondjes door het gebouw. Hij heeft de trefzekere bewegingen van een man die zijn omgeving kent. Hij werkt hier dan ook al twintig jaar. Zijn laatste ronde eindigt om tien uur ’s avonds. De late dienst duurt tot elf uur.

De ochtendploeg zal hier over een paar uur al weer staan. En dan begint het dagelijkse zwoegen opnieuw.

Vroege dienst (6.00 – 8.30 uur)

Een luid gieren klinkt door de gang van de lege bibliotheek. De trappen zijn verlaten, op één paar schoenen na. Een man zuigt tree na tree zorgvuldig schoon. Dankzij de stofzuiger op zijn rug heeft hij wel iets weg van een Ghostbuster.

Hij zorgt ervoor dat de bibliotheek zo schoon is dat je er van de vloer kunt eten. Veel studenten nemen die uitdrukking namelijk nogal letterlijk. ‘Sommigen eten hun ontbijt op de trap. Anderen laten boterhammen en bananen achter in de wc’s. We hebben zelfs een keer een rokende barbecue gevonden op een van de balkons’, somt opzichter Danny van Lang op.

Maar de schoonmakers komen niet alleen eten tegen. Drugs, alcohol, liefdesbrieven, ondergoed, een boeddhabeeldje, een slushy maker en zelfs een ‘bel me’-briefje met een telefoonnummer erop: het zijn maar een paar voorbeelden. ‘We hebben nog niet gebeld’, lacht Van Lang.

Je zou denken dat studenten wel wat klasse hebben en weten hoe ze zich moeten gedragen

De schoonmakers werken per verdieping in teams van zeven. Een paar van hen stoffen de tafels af in de studieruimtes en stofzuigen het tapijt. Hun dappere collega’s trekken ondertussen rubberen handschoenen aan om de wc’s te lijf te gaan.

De Engelse Lee is zo’n held. Gevraagd naar de ergste dingen die hij in en rond de wc’s heeft aangetroffen, barst hij in lachen uit. Er zijn studenten die niet op de wc-bril willen zitten en erboven blijven hangen. Maar dan missen ze soms het doel, vertelt hij. Poep, pies en kots op de tegels zijn geen uitzondering. Condooms komt hij ook regelmatig tegen, evenals handafdrukken op beslagen muren, á la de beroemde scène uit Titanic.

‘Je zou denken dat studenten wel wat klasse hebben en weten hoe ze zich moeten gedragen. Maar ach, het kan erger’, zegt Lee.

Haastwerk

Hij weet waar hij het over heeft: de schoonmakers doen dit werk dag in en dag uit. Iedereen heeft zo zijn eigen vaste taken. Omdat het werk lichamelijk zwaar is, hebben ze speciale technieken om overbelasting en blessures te voorkomen. Ze gebruiken ook moderne apparatuur en hoogwaardige materialen, zoals milieuvriendelijk ozonwater dat geen vlekken achterlaat.

Lee zelf is expert in het schoonmaken van toiletten. In een wasbak spot hij een pluk haar die verdacht veel op schaamhaar lijkt, maar hij vertrekt geen spier. ‘Zo, iemand heeft zich geschoren’, zegt hij nonchalant.

Alles moet smetteloos zijn voor de studenten arriveren. De schoonmakers staan flink onder druk: zeven mensen per verdieping is gewoon niet genoeg, verzucht manager Van Lang. ‘Er is zoveel te doen. Trappen, vloeren, bureaus, toiletten, kantines en nog veel meer. We hebben maar tweeënhalf uur en we moeten ons haasten. We willen ons werk voor honderd procent doen, maar dat kan niet.’

Dagdienst (8.30 – 11 uur)

Zodra de deuren open gaan, stromen de studenten de bibliotheek in. Sommigen hebben bijna een uur buiten in de kou staan wachten. De schoonmakers kijken toe. Ze begrijpen dat studenten gestresst zijn vanwege hun tentamens. Maar dat is geen excuus voor wangedrag.

Geert, die over de kantines gaat, ergert zich enorm aan studenten die de liften bezet houden. Hij vult dagelijks de koffiemachines bij. Dat werk begint op de vierde verdieping, en tegen de tijd dat hij op de begane grond is aangekomen, zijn de machines bovenin de UB weer leeg. ‘Eén koffiemachine spuugt in zes maanden tijd zo’n 35.000 kopjes uit’, zegt hij. ‘Dus dat zijn veel karren die je voortduwt. Maar mensen laten me vaak de lift niet in; ze negeren me gewoon.’

‘We zijn hier voor de studenten aan het werk, maar het lijkt wel alsof ze dat niet doorhebben’, zegt Van Lang. De schoonmakers zijn er niet om jouw rotzooi op te ruimen, benadrukt hij. Ze zijn schoonmakers, geen vuilnismannen. ‘Als mensen nou eens achter hun kont zouden opruimen en zich hier gedragen alsof ze thuis zijn, zouden wij sneller aan ons echte werk toekomen. Het is zo’n kleine moeite om je rommel weg te gooien.’

We zijn hier voor de studenten aan het werk, maar het lijkt alsof ze dat niet doorhebben

Vooral tijdens de tentamenperiodes, als de bieb langer open is, komen er massa’s studenten. ‘Onze schoonmakers doen hun werk dan ongeveer rennend. Ze zijn doodmoe aan het eind van de dag’, zegt facility manager Albert van der Kloet.

Hij werkt al 33 jaar in de UB en heeft het aantal studenten zie toenemen. ‘We ontvangen elk jaar 2,4 miljoen mensen in dit gebouw. Dat is meer dan ooit.’

De openingstijden breiden steeds verder uit en het werk wordt zwaarder. Maar Alex, Geert en hun collega’s blijven met evenveel inzet hun werk doen. De studenten lijken hun alledaagse, maar essentiële werk niet eens op te merken. Toch vinden de schoonmakers dat niet erg, zeggen ze eensgezind. ‘99 procent van de mensen is aardig en dat motiveert ons. We worden wel moe, maar morgen staan we weer klaar.’

English