Wetenschap
Patric Simoes Pereira (linksvoor) en Jacqueline Stefels (rechts) documenteren een ijskern die Jeff Bowman (achteraan) heeft geboord. Foto Alfred-Wegener-Institut / Michael Gutsche (CC-BY 4.0)

Vier maanden op de Noordpool

‘Klimaatverandering zet je niet zomaar stil’

Patric Simoes Pereira (linksvoor) en Jacqueline Stefels (rechts) documenteren een ijskern die Jeff Bowman (achteraan) heeft geboord. Foto Alfred-Wegener-Institut / Michael Gutsche (CC-BY 4.0)

Twee maanden lang zou RUG-bioloog Jacqueline Stefels het Noordpoolklimaat in kaart brengen vanaf het onderzoeksschip Polarstern. Door corona werden dat er vier. Een buitenkansje: ‘Ik heb heel hard en veel kunnen werken.’
Door Ellis Ellenbroek

Temperaturen van min veertig. Vierentwintig uur in het donker leven, en dan – na een weekje schemering – vierentwintig uur in het licht. Als deelnemer aan de grootste Noordpoolexpeditie ooit kun je met je belevenissen voor de dag komen op feestjes,als die er straks weer zijn.

Soms stond marien bioloog Jacqueline Stefels (61) op de brug van het onderzoeksschip Polarstern op de uitkijk voor beren. Ze kreeg zelfs schietles, om het in geval van nood niet tegen een beer af te leggen. En dan draagt ze ook nog bij aan een beter klimaat. 

Een avontuur was het, erkent Stefels. Ze heeft veel energie van de expeditie gekregen. Maar liever blijft ze bescheiden, want het echte werk moet nog komen. ‘Ik heb bakken data verzameld. Dit is pas het begin.’ 

Klimaatmodellen

De Noordpool warmt sneller op dan het wereldwijde gemiddelde. Als we zo doorgaan met CO2-uitstoot, zal de temperatuur er tegen het jaar 2100 met vijf tot vijftien graden gestegen zijn, voorspellen wetenschappers op basis van de kennis die we nu hebben. Voor de Zuidpool wordt een temperatuurstijging van tussen de één en zes graden verwacht. Maar heel precies is het scenario niet. Gegevens van de Noordpool ontbreken veelal in klimaatmodellen. De onderzoeksexpeditie MOSAiC – Multidisciplinary Drifting Observatory for the Study of Arctic Climate – moet daar verandering in brengen.

Het was wel duidelijk dat niemand ons zou komen afhalen

Het Duitse schip Polarstern liet zich in oktober 2019 vastvriezen in het poolijs. Zo’n 250 wetenschappers uit 20 landen kwamen het afgelopen jaar in groepen aan boord om klimaatgegevens te verzamelen. 

Daarbij konden ze niet om Stefels heen. Instemmend: ‘Daar komt het wel een beetje op neer.’ De bioloog bestudeert al haar hele carrière klimaatgassen en is gespecialiseerd in ijs. Ze is oprichter van het netwerk BEPSII (Biogeochemical Exchange Processes at the Sea-Ice Interfaces), dat is uitgegroeid tot hét internationale samenwerkingsverband voor chemici, biologen en modelleurs die zeeijs-processen bestuderen.

Wetenschappers transporteren materiaal met de RV Polarstern op de achtergrond. Foto Janek Uin (CC-BY 4.0)

Haar eigen focus ligt op de relatie tussen het broeikasgas CO2 en het stofje dimethylsulfide (DMS). Dat wordt in zee geproduceerd door algen en vormt de helft van de uitstoot van natuurlijke zwavel naar de atmosfeer. De stof is daarmee hoofdrolspeler bij wolkenvorming. Omdat wolken de aarde afschermen van zonlicht en zo voor verkoeling zorgen, duidt Stefels DMS ook wel aan als ‘antibroeikasgas’.

Corona

Stefels zou half februari aanmonsteren op het schip, om de overgang van de winter naar het voorjaar te onderzoeken. Maar de Russische ijsbreker die haar en de andere wetenschappers in haar cohort zou brengen had moeite met het dikke ijs en liep daardoor twee weken vertraging op. 

De ijsschots waar we aan vast zaten begon te scheuren

‘Nog voor we er waren kregen we al bericht of we ons wilden voorbereiden op overname door de volgende ploeg. Iedereen had zoiets van: ja, doei’, blikt ze terug. ‘Een week later zat de wereld op slot. Corona. Het was wel duidelijk dat helemaal niemand ons zou komen afhalen. Toen hadden we een ander probleem.’ 

Half juni, twee maanden later dan gepland, keerde de bioloog terug in Groningen, in een land waar de anderhalvemetersamenleving van kracht was geworden. Haar flink uitgelopen dienstreis heeft ze ervaren als een buitenkansje. ‘Ik heb heel hard en veel kunnen werken.’

Op de Noordpool nam ze ijs- en watermonsters en liet daar in haar mobiele lab de eerste ruwe analyses op los. ‘We hebben ook nog geprobeerd luchtmonsters te analyseren. Maar het was zo koud dat er helemaal geen DMS te meten was.’

Een ijsbeer en haar jong komen vlakbij de Polarstern kijken. Foto Alfred-Wegener-Institut / Esther Horvath (CC-BY 4.0)

Een ijsbeer en haar jong komen vlakbij de Polarstern kijken. Foto Alfred-Wegener-Institut / Esther Horvath (CC-BY 4.0)

Vijftien kisten vol

Groningers op de Noordpool

Jacqueline Stefels werd na vier maanden aan boord van de Polarstern afgelost door haar postdoc Deborah Bozzato. Daarna volgde Alison Webb, een voormalige postdoc van Stefels die nu een project in Engeland heeft en met wie ze nog steeds samenwerkt. 

RUG-bioloog Maria van Leeuwe (55), de levenspartner van Stefels, zou de expeditie afsluiten. Maar toen corona de planning in de war schopte, besloot zij de reis te laten schieten ten faveure van de jonge postdocs. Van Leeuwe, die eerder samen met Stefels onderzoekswerk op Antarctica en in de Zuidelijke Oceaan deed, redeneerde dat ze haar ‘avontuurtjes’ wel had gehad.

Vorige week ging ze – nadat ze eerst een coronatest gedaan had – weer aan boord van de Polarstern. Het schip keerde 12 oktober terug in thuishaven Bremerhaven. Stefels kwam er de labcontainer ontmantelen die ze had meegekregen van onderzoeksorganisatie NWO. Vijftien kisten vol vaten en flessen, een massaspectrometer en andere apparatuur uit Groningen worden eerdaags terug naar Nederland verscheept. ‘Waarschijnlijk moet ik ze met een vrachtwagentje van Texel halen. De container wordt daar afgeleverd bij het maritiem onderzoeksinstituut NIOZ.’

Met haar postdoc Deborah Bozzato gaat ze zich de komende tijd storten op alle gegevens. Ze wil erachter komen wat een verhoogde concentratie CO2 in de atmosfeer voor gevolgen heeft voor de productie van DMS. Wat doen de algen als het zee-ijs van de Noordpool verdwijnt door opwarming? ‘Als er weinig zee-ijs overblijft, verwacht ik een omslagpunt waarbij er veel minder algen zullen groeien en er ook veel minder DMS wordt gevormd. Waar dat omslagpunt zal liggen, is onduidelijk.’

Temperatuurstijging kun je niet zomaar stilzetten

Ze heeft met eigen ogen frappante dingen gezien. Vege tekenen, als het ware. ‘We waren er net een, twee weken toen de ijsschots waar we aan vast zaten begon te bewegen, te scheuren en te wijken. Dat hadden we niet verwacht, want de groep voor ons had hooguit hier en daar een scheurtje.’ Het deed haar denken aan het schaatslandschap van haar geboortestreek Noord-Holland. ‘Ribbelig en wit, met een vaart van donker ijs er tussendoor, want het ijs bevroor ook weer onmiddellijk.’ 

Toen het eindelijk mogelijk was op een corona-verantwoorde manier de wacht te wisselen, konden de vliegtuigjes die daarvoor werden ingezet niet landen. De landingsbaan die bij het schip was gemaakt was in stukken gebroken. ‘We zijn toen met de Polarstern uit het ijs gevaren richting Spitsbergen, vijfhonderd kilometer verderop. Daar hebben we met onze opvolgers van schip gewisseld. Wij met hun schepen naar Bremerhaven, zij met de Polarstern terug naar die ijsschots.’

Twee graden

Stefels was niet eerder op de Noordpool en is te veel wetenschapper om uit de losse pols conclusies te verbinden aan het afbrokkelende ijs. Maar ze is ook klimaatpessimist genoeg om onrustig te worden en te weten dat het menens is. ‘De wereld heeft in 2015 in Parijs afgesproken dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de twee graden moet blijven. Daar gaan we hard hollend overheen, ook als we nu zouden stoppen met CO2-uitstoot. Het is een trein die voortdendert: die kun je niet zomaar stilzetten. Dat duurt eeuwen.’

Ze studeerde in de jaren zeventig in Amsterdam, toen het vak milieukunde net opkwam. Studenten, zij ook, kwamen in het geweer tegen stinkende kolencentrales en andere vervuilende industrie. Dat activisme heeft haar nog altijd niet losgelaten, blijkt. ‘De politiek hoeft helemaal niet te wachten op de wetenschap en op preciezere klimaatmodellen. Of het nou vijf of vijftien graden stijging wordt, vijf is al veel te veel. Wat dat betreft kan ik misschien beter op de barricades gaan staan.’

English