Kenners

Actuele onderwerpen nader toegelicht door RUG-deskundigen

Nouri

Voetballer Abdelhak Nouri van Ajax werd vorig jaar zomer door hartfalen onwel op het veld en raakte in coma. Zijn familie wil de voetbalclub nu aansprakelijk stellen voor fouten die volgens hen zijn gemaakt tijdens de directe medische behandeling. Wat moeten we hiervan denken?
Door Jurgen Tiekstra

Arvin Kolder

letselschadeadvocaat en RUG-docent

‘Die jongen heeft ernstig hersenletsel opgelopen en heeft voor de rest van zijn leven zeer intensieve zorg en begeleiding nodig. Dat levert een gigantische kostenpost op. Daar komt bij zijn verlies van verdienvermogen, omdat hij niet meer in staat is een inkomen te verwerven. En hij had waarschijnlijk een mooie carrière als profvoetballer voor zich.

Als een medische fout vast komt te staan, heeft hij bovendien recht op smartengeld. Het gaat om letsel in de hoogste categorie en daar hoort een zeer fors bedrag bij. Bij een hoge dwarslaesie gaat het smartengeld tot ongeveer 200.000 euro, maar met dergelijk letsel kun je nog communiceren met je naasten, je hoofd bewegen, je kunt nog zien, horen, proeven. Als ik het goed begrijp, is het bij Nouri helaas een stuk erger.

De vraag die beantwoord moet worden, is: heeft de clubarts wel of niet adequaat gehandeld? Daar zijn protocollen en richtlijnen voor, aan de hand waarvan medische deskundigen aan juristen voorlichting kunnen geven. Komt een fout vast te staan, dan is het daarna een lastige vraag wat de schadevergoeding zou moeten zijn. Want hoe zou Nouri’s voetbalcarrière zijn verlopen zonder die fout? Dat is grotendeels koffiedik kijken.

Complex aan de zaak is ook het causaal verband. Van belang is hoe Nouri er vanaf zou zijn gekomen als er medisch wél adequaat zou zijn ingegrepen. Was hij dan zonder restverschijnselen hersteld of zou ook dan sprake zijn geweest van hersenschade? Stel je voor dat aangenomen wordt dat de clubarts foutief heeft gehandeld, maar dat uit deskundigenrapporten blijkt dat hij ook bij adequaat ingrijpen hetzelfde hersenletsel zou hebben gehad. Dan is er wel een fout gemaakt, maar heeft het ontstane hersenletsel geen causaal verband met die fout. Hier staat tegenover het scenario dat Nouri bij adequaat ingrijpen zou zijn genezen en zijn voetbalcarrière had kunnen vervolgen.’

Hans Zwerver

hoogleraar sportgeneeskunde en oud-clubarts

‘Een plotse hartstilstand tijdens een sportwedstrijd komt altijd groot in het nieuws. In het geval van Nouri is het een coma geworden, maar de afgelopen jaren zijn in een aantal duels in de Champions League en interlands enkele plotse hartdoden gevallen. De kans dat dat gebeurt, is ongelooflijk klein. Dat wil ik absoluut benadrukken. Maar de UEFA, de FIFA en een aantal andere grote sportbonden willen voorkomen dat dit tijdens live-uitzendingen gebeurt. Mede daarom hebben die in 2004 richtlijnen uitgevaardigd waaraan sportmedische keuringen moeten voldoen.

Alle profvoetballers worden voor ieder seizoen gekeurd. Dat is een screening op een aantal risicofactoren voor hart- en vaatziekten, maar ook van het bewegingsapparaat. Daar zit een standaard work-up in, met onder andere een hartfilmpje en een echo van het hart.

Die screening is alleen niet waterdicht te krijgen, onder meer omdat een hartfilmpje van een sporter vaak patronen laat zien die bij een niet-sporter als ‘afwijkend’ zouden worden afgegeven. Door sport past een hart zich namelijk aan. Dat maakt de interpretatie van een hartfilmpje lastiger. Maar de kans op een plotse hartdood is dus ontzettend klein en nooit helemaal te voorkomen. In Nederland – en dan praat ik over álle sporters, ook amateurs– gebeurt het ongeveer honderdvijftig keer per jaar. Het grootste deel betreft dan de oudere recreatieve sporters, die een kransslagadervernauwing hebben.

Wat ik wel wil benadrukken is dat het werken als teamarts heel anders is dan werken als een specialist in een ziekenhuis. De omstandigheden waaronder je moet optreden in een stadion of in een kleedkamer zijn totaal iets anders, bijvoorbeeld door de hectiek. Heel belangrijk voor een clubarts is om rust in de tent houden. Je hoort in de media dat andere specialisten dingen gaan zeggen, maar die hebben nooit zelf als arts op een voetbalveld gestaan.’

Berend Rubingh

geeft les aan voetbalmanagers en is RUG-docent

‘Sportorganisaties hebben een aantal kenmerken die bij andere organisaties iets minder dominant zijn: de emotie speelt altijd een heel belangrijke rol; je ligt altijd onder een vergrootglas, want je bent altijd onderdeel van de media en van aandacht; en je zit in een heel complex krachtenveld waarin die emoties ook weer belangrijk zijn. Want er zijn een heleboel mensen betrokken die er allemaal verstand van hebben en er zich mee bemoeien.

Op het moment dat zo’n situatie als met Nouri plaatsvindt, moeten bij jou in de organisatie gelijk allerlei alarmbellen rinkelen. Dat bekent dat je heel snel in kaart brengt: met welke partijen heb ik allemaal te maken? Ik noem dat ‘stakeholder management’, of eigenlijk ‘management van betrokkenheid’; er zijn zoveel mensen intensief betrokken. De belangrijkste stakeholders zijn je spelersgroep en hun familie. Daaromheen heb je je eigen organisatie en je eigen medische staf, en de vraag hoe die hiermee om gaan. Dan heb je de supporters, en de sponsors. Je hebt een waslijst aan partijen die geïnformeerd of betrokken willen worden.

Boven alles staat dat je zeer transparant en integer moet zijn. Dat helpt alleen maar. Je moet direct openheid van zaken geven, eventuele fouten direct toegeven, alle deuren en ramen open zetten. Je moet niet direct tegengas geven, maar goed luisteren en analyseren.

Iemand die zijn hoofd boven water kan houden in het management van een betaaldvoetbalorganisatie, kan dat overal. Terwijl, andersom, iemand die een groot bedrijf heeft geleid zomaar niet bij een club aan de slag kan. Want die snapt vaak niet hoe complex dat krachtenveld is. Veel mensen uit het bedrijfsleven zijn gestrand bij dat cluppie met vijf of tien miljoen omzet, terwijl ze daarvoor een bedrijf van tien miljard hebben geleid.’

English