Kenners

Actuele onderwerpen nader toegelicht door RUG-deskundigen

Insecten

Het aantal insecten neemt drastisch af. Natuurmonumenten publiceerde onlangs cijfers voor twee natuurgebieden in Nederland: ruim de helft van de nachtvlinders verdween er in twintig jaar tijd, en zo’n driekwart van de loopkevers. Komt dat door de landbouw?
Door Jurgen Tiekstra

Leo Beukeboom

Hoogleraar evolutionaire genetica

‘Dit komt niet als een grote verrassing. Insecten zijn natuurlijk niet erg aaibaar, dus we hebben ze altijd over het hoofd gezien. Van de weidevogels weten we al jaren dat het aantal ieder jaar minder wordt. Nu laten ook insecten die trend zien. Daar zit een overduidelijke link: vogels nemen in aantal af omdat er minder insecten zijn. De soortenrijkdom van insecten is voor vogels niet zo belangrijk, maar hun aantallen zijn dat wel. Ook voor de bestuiving van planten zijn insecten verschrikkelijk belangrijk.

Voor de honingbijen is redelijk goed aangetoond dat het door neonicotinoïden komt dat ze uitsterven. Neonicotinoïden zijn een groep bestrijdingsmiddelen die op het zenuwstelsel werken. Sinds kort zijn ze door de EU verboden. Voor mij staat het als een paal boven water dat ook andere insecten erdoor getroffen zijn. Ik ben ervan overtuigd dat bestrijdingsmiddelen en de intensivering van landbouw behoren tot de belangrijkste oorzaken van de afname van insecten, hoewel dat door sommige wetenschappers in twijfel getrokken wordt omdat dat niet systematisch is onderzocht. De landbouw moet veel natuurinclusiever worden, dus meer rekening houden met de natuur, anders gaat het helemaal fout.

Ik ben niet heel optimistisch over dat verbod op neonicotinoïden; er zijn zoveel andere schadelijke bestrijdingsmiddelen. We hebben ook de hele DDT-crisis gehad, toen men kon aantonen dat dat bestrijdingsmiddel de eierschalen van vogels negatief beïnvloedde en het zich ophoopte in het vetweefsel van organismen. Na het verbod op DDT kwamen er weer andere insecticiden, die ook schadelijke neveneffecten bleken te hebben. We moeten over op biologische bestrijdingsmiddelen. Ik kom net terug van het eerste internationale congres over biologische bestrijding in China. Er is nog heel veel te verbeteren aan biologische bestrijders. Maar die biologische bestrijdingsbedrijven zijn nog kleine spelers ten opzichte van de grote chemische reuzen als Bayer en Dow en hun lobby’s.’

Dirk Strijker

Bijzonder hoogleraar plattelandsontwikkeling

‘Ik deel alle zorg. We hebben insecten nodig want ze staan aan het begin van de voedselketen. Maar we weten niet waardoor die afname komt. Vanuit deze onderzoeken weten wij dat het in natuurgebieden slecht gaat. Als je heel kwaadwillend wilt zijn als wetenschapper, dan zeg je: het gaat blijkbaar met het beheer van die gebieden niet goed. Maar het is natuurlijk problematischer dan dat. Iedereen wijst vervolgens naar de landbouw. Een ecoloog uit Wageningen zei zelfs dat hij zeker wist dat het door de landbouw komt. Hij wist niet hoe, maar er was geen tijd meer voor onderzoek. Er moest nú wat gebeuren. Dan ben je volgens mij de weg volstrekt kwijt.

Deels komt het door die neonicotinoïden. Het is goed dat die zijn verboden. Maar er worden ook andere dingen bij de landbouw gelegd: we hebben gaandeweg Nederland drooggelegd, dat leidt tot minder insecten; we hebben steeds grotere kavels gekregen, en insecten hebben tijdens het vliegen stepping stones nodig om ergens komen. In een maïsveld van een paar honderd hectare kan het best zijn dat ze de overkant niet halen. Dat kan allemaal. We wéten het niet.

Zelfs al zouden we weten dat landbouw de veroorzaker is, dan weten we de mechanismes nog niet: of het bestrijdingsmiddelen zijn, of het herbiciden zijn, of de kavelgrootte, kunstmest, de oogsttijden of de vochthuishouding. Ik denk wel dat de landbouw mede de oorzaak is, maar ik ben er sceptisch over of de landbouw de enige oorzaak is en ik weet niet hoe je de landbouw anders moet inrichten. Dat betekent dus dat we meer onderzoek nodig hebben. Vooral onderzoek dat min of meer autonoom is, en niet gestuurd. Dat is lastig: veel mensen in de ecologie en biologie vínden daar zelf ook wat van. Dat maakt het niet makkelijker om een objectieve discussie te voeren.’

Raymond Klaassen

Ecoloog, onderzoekt natuurinclusieve landbouw

‘Driekwart tot de helft van de insecten is weg. Dat is wel dramatisch. Bovendien is dat vanaf een bepaald moment gemeten; de periode daarvoor kan qua insecten best nóg rijker zijn geweest. Er is dus echt wat aan de hand. Het klimaat is natuurlijk veranderd, dat kan een rol spelen. Het is heel moeilijk de vinger erachter te krijgen hoe dat de insecten precies beïnvloedt. Wel is het duidelijk dat insecten heel gevoelig zijn voor temperatuur. Daarnaast heb je het probleem van het gebruik van gifstoffen in de landbouw, en ook de vermesting en de verzuring van natuurgebieden.

Die vermesting en verzuring worden veroorzaakt doordat in de landbouw veel meststoffen worden gebruikt. Dat gebruik is heel erg toegenomen. Een deel van die meststoffen lekt weg of verspreidt zich via de lucht. Je meet in natuurgebieden daardoor best hoge disposities van bijvoorbeeld stikstof, afkomstig uit de landbouw. Er zijn allerlei regelingen gekomen waardoor er minder uitstoot plaatsvindt. Zo wordt drijfmest tegenwoordig geïnjecteerd.

De landbouw is enorm veranderd, en de natuurgebiedjes zijn relatief klein. Het is dus heel logisch dat de landbouw er zo’n impact op heeft, maar we weten niet precies wát de impact is. Het is nogal wat dat Natuurmonumenten alleen naar de landbouw wijst. Ik vind het niet verkeerd om dat te noemen, landbouw speelt waarschijnlijk een rol, maar een genuanceerder bericht was beter geweest.

Ik denk dat er onderzoek moet komen naar wat voor soorten landbouw er zijn en welke impact die elk op insecten hebben. Ga je dan naar meer biologische landbouw, of naar meer natuurinclusieve landbouw met minder gifstoffen? Dat is een interessante onderzoeksrichting.’

English