Universiteit

Functies op niveau zijn schaars in het Noorden

Jij een mooie baan, je partner werkloos thuis

De tijd dat partners van academici slechts het huishouden deden, is lang voorbij. Ze willen werk op niveau, want ze zijn slim en ambitieus. Maar is dat er wel? Ook voor wie geen Nederlands spreekt?


René Hoogschagen

Door René Hoogschagen

14 mei om 10:15 uur.
Laatst gewijzigd op 18 mei 2020
om 17:00 uur.
René Hoogschagen

By René Hoogschagen

mei 14 at 10:15 AM.
Last modified on mei 18, 2020
at 17:00 PM.
René Hoogschagen

René Hoogschagen

Freelancejournalist
Volledig bio
Freelance journalist
Full bio

Krzysztof Kusch droomde van een leven in het buitenland, dus toen zijn vriendin een baan vond in Groningen, volgde de Pool zo snel als hij kon. Hij was eerder in Nederland geweest, had twee mastertitels op zijn naam en was een ervaren data-onderzoeker. Een baan vinden zou wel lukken, dacht hij. Bij IBM zochten ze nog iemand.

Eenmaal hier bleek die baan niet meer te bestaan. Hij zocht hij hulp bij Dual Career Support, het HR-programma van de RUG voor partners van medewerkers. Kusch liep de borrels en koffiebijeenkomsten van het programma af, volgde de LinkedIn-workshops, en hij solliciteerde. En solliciteerde. En solliciteerde. En zakte langzaam in een dip.

‘Ik werd ’s ochtends steeds later wakker en sleepte me dan door de dag heen, wachtend op antwoord van een sollicitatie.’ Een paar keer kwam hij een ronde verder, maar meestal was het antwoord negatief. ‘Dat doet wel wat met je.’

Taalbarrière 

Dat banen voor internationals dun gezaaid zijn, is niet zo gek, zegt Michiel Kasteleijn van het International Welcome Centre North, dat de RUG vijf jaar geleden met onder andere de IND en de gemeente oprichtte. Het expatcentrum regelt sociale activiteiten, maar helpt ook met papierwerk zoals bankrekeningen en visa.

Krzysztof Kusch: ‘Ik werd ’s ochtends steeds later wakker en sleepte me dan door de dag heen, wachtend op antwoord van een sollicitatie’

‘Het vraagt heel wat van een bedrijf om een international in huis te halen’, zegt Kasteleijn. Het praatje bij de koffietafel gaat nog wel, maar op vergaderingen en in werkprocessen spreek je op een ander niveau. Vergaderingen, protocollen, formulieren: ‘Voor veel bedrijven is dit nog steeds in het Nederlands.’

Veel bedrijven vergaderen nog steeds in het Nederlands

Er zijn wel bedrijven die graag met internationals werken, vertelt Kasteleijn. ‘Een bedrijf in Roden, IMDS, bestaat bewust voor meer dan de helft uit internationals.’ Al die verschillende invalshoeken die zij uit hun cultuur meebrengen, levert namelijk allerlei innovatievoordelen op, ‘en zo haalt het bedrijf een veel hoger rendement’.

Ook IBM, Google, Catawiki, Campina, Avebe en al die startups in het Noorden zijn blij met internationals. Maar het haalt het niet bij het aantal international-vriendelijke bedrijven in de Randstad.

Kusch had uiteindelijk succes. Na bijna een jaar zoeken vond hij werk bij Philips in Drachten. Ironisch genoeg had zijn vriendin het twee weken eerder uitgemaakt. Hij werkt er nu een jaar en heeft een vast contract.

Duolingo

Antonio Giuliani, een rasechte international met wortels in diverse landen, is hier sinds oktober vorig jaar. Hij spreekt Spaans, Italiaans, Engels en wat Grieks. Hij heeft een werkervaringsplaats bij het Kapteyninstituut van de RUG, waar hij werkt aan visualisatie van big data. Maar als hij de taal machtig is, maakt hij meer kans op een échte baan, weet hij.

‘Toen ik hoorde dat mijn partner de promotie-aanstelling kreeg, heb ik meteen Duolingo geïnstalleerd’, zegt Giuliani. Hij trekt Kasper wordt een kip uit de kast. Een boek voor kinderen van een jaar of 12, maar pittige kost voor een expat. ‘Woorden die ik niet begrijp, vraag ik aan mijn partner’, lacht hij. Zij is Nederlandse.

Antonio Giuliani en Willemien de Kock: ‘Toen ik hoorde dat mijn partner de promotie-aanstelling kreeg, heb ik meteen Duolingo geïnstalleerd’

Zijn enthousiasme is aanstekelijk, maar het is hem tegelijk bittere ernst. Voor de coronamaatregelen liep hij banenmarkten als Make it in the North af, deed hij mee met de workshops, bezocht hij de coffee-POINTS van de ‘Partners Of INTernational Staff’. Maar ook bij zijn laatste, vergeefse, sollicitatie, was de taal het probleem. Het was nog niet goed genoeg.

Weinig banen

Maar zelfs voor een Nederlander met hoge kwalificaties, zoals de man van Marthe Walvoort, kan het moeizaam zijn om in het Noorden werk te vinden. ‘Marnix werkte in het hogere kader van de ING toen ik naar MIT kon’, vertelt ze. Daar, in miljoenenstad Boston, was een baan geen probleem, maar vervolgens kreeg ze een tenure track aangeboden aan de RUG. 

En dat was andere koek. Groningen is niet bepaald een financieel centrum. Daarvoor moet je naar de Randstad. Maar dat zou betekenen: opsplitsen of urenlang forensen. ‘De partner van een collega van mij heeft dat wel gedaan’, vertelt Walvoort. ‘Zij is terug naar Amsterdam gegaan met de kinderen.’ 

De partner van een collega is terug naar Amsterdam gegaan

Walvoort en haar man kozen voor Groningen en via de netwerkcoaching die hij van Dual Career Support kreeg, vond hij uiteindelijk werk bij Paragon in Veendam, als financieel manager. Hij combineert dat met een post-master aan de RUG.

‘Marnix kreeg bij de ING natuurlijk opleidingen aangeboden’, zegt ze, maar hier moest hij iets anders verzinnen om zich professioneel te blijven ontwikkelen. Alleen zijn die executive masters á 10.000 euro per jaar niet goedkoop, vond Walvoort. ‘Gelukkig was mijn faculteit bereid de kosten te delen.’

Hulp van de RUG

Dát komt niet vaak voor, zegt Harrianne ter Meer van Dual Career Support, dat de RUG zoveel kan doen om iemand voor de universiteit te behouden.

Tot een jaar of vijf geleden was hulp aan partners uitzonderlijk, maar sinds de RUG ging internationaliseren, zijn er allerlei dingen opgezet, zoals de International Service Desk, Dual Career Support, International Welcome Center North en Make it in the North.

Elk jaar schrijven zestig partners zich in bij Dual Career Support. Ze zijn automatisch interne kandidaat voor RUG-vacatures en iedereen krijgt toegang tot workshops en sociale bijeenkomsten. Bijna de helft wordt ook nog gecoacht.

Meebetalen aan salaris

Een enkeling krijgt uitgebreide hulp. Dat zijn partners van mensen die de RUG érg graag wil hebben. ‘Die proberen we via ons netwerk ergens te plaatsen’, zegt Ter Meer. De RUG kan alleen niet ook het salaris van die partner betalen, zoals dat bij Harvard of MIT gebeurt. ‘Daar is geld zat.’

Faculteiten kunnen onderling wel wat regelen, vertelt ze. En dat is volgens haar uniek in Nederland. De ene faculteit betaalt dan voor een derde mee aan het salaris van een partner als die bij een andere faculteit aan de slag kan. En het college van bestuur legt ook nog een derde toe. ‘De tweede faculteit heeft dan voor maar een derde van de prijs een nieuwe medewerker.’

Werk zoeken is een baan op zich

Deze truc is de afgelopen vijf jaar zo’n twintig keer gelukt, zegt Ter Meer. ‘Maar soms mislukt het. Of ze willen toch niet.’ Dan komt die gewilde onderzoeker dus niet naar Groningen.

We doen veel, maar we kunnen niet alles, zegt Ter Meer. ‘En werk zoeken is een baan op zich, daar moet je echt veel tijd in investeren.’ Zeker op een arbeidsmarkt die je niet kent, waar je geen connecties hebt en waar andere culturele codes gelden. 

Gedemotiveerd

Toch ziet ze veel mensen die dat om wat voor reden dan ook niet doen, bijvoorbeeld omdat kinderopvang niet vergoed wordt voor wie geen werk heeft.

‘Ik zie dat mensen gedemotiveerd of gefrustreerd raken’, zegt ze. ‘Ze beginnen vaak heel enthousiast, maar besteden er geleidelijk minder tijd aan.’ Anderen gaan door tot het gaatje. ‘Daar heb ik veel bewondering voor. Het komt ze zeker niet aangewaaid.’

Het grootste obstakel blijft de taal. ‘Zelfs bij de RUG wordt vaak een hoog niveau gevraagd’, zegt Ter Meer. ‘Maar goed Nederlands leren spreken kost je zeker drie jaar.’ En de RUG mag van de Belastingdienst niet helpen door een cursus gratis aan te bieden.

Ze vindt daarom dat de RUG scherper moet kijken of Nederlands per se nodig is voor vacatures. Een secretariaat met vijf mensen zou het werk bijvoorbeeld best zó kunnen verdelen, dat er ook een international aan de slag kan, meent Ter Meer. Met de voorwaarde dat die na een jaar beter Nederlands spreekt, wil er een contractverlenging komen. En dan mag de RUG diens cursus wel betalen.

Dat kost inspanning, beseft ze, ook van collega’s. ‘Maar het gaat om dat extra stapje.’

English