Studenten
.

Ninah maakte toneelstuk over haar PTSS

'Je hebt toch niet in Irak gezeten?'

PTSS, dat hebben toch alleen militairen? Niet dus. Een schadelijke periode in haar jeugd leverde RUG-student Ninah Tiemersma al op haar tiende een posttraumatische stressstoornis op. Ze maakte een toneelvoorstelling om haar verhaal te vertellen. ‘Ik heb echt op het randje gezeten.’
Door Joas de Jong / Foto’s Reyer Boxem

De telefoon die zestig keer op een dag overgaat, sms’jes met teksten als ‘Dit is jullie laatste dag, geniet ervan’: na de scheiding van haar ouders viel de agressieve, aan medicijnen verslaafde vader van Ninah Tiemersma (22) haar en haar moeder nog tijden lastig. ‘Mensen daarna nog vertrouwen? Mooi niet. Straks flikken ze dat ook’, vertelt ze. ‘Ik ga instinctief dicht bij de deur zitten, zodat ik snel kan vluchten als dat nodig is.’

Pas tien jaar oud was Ninah, toen er een posttraumatische stressstoornis (PTSS) bij haar werd vastgesteld. Op school hield ze dat stil, omdat ze bang was dat ze voor gek verklaard zou worden. ‘Ik was wel in therapie, maar ik wilde niet een kind met een labeltje zijn.’

Wat is PTSS?

Een posttraumatische stressstoornis is een reactie van zowel je lichaam als je brein op een traumatische ervaring. Meestal is er dan zoiets ergs gebeurd dat je het niet kunt verwerken. De symptomen van PTSS kunnen erg heftig zijn en je dagelijks leven zodanig beïnvloeden dat je amper meer kunt functioneren. Je beleeft de gebeurtenis en bijbehorende emoties steeds opnieuw, gaat situaties die ermee te maken hebben uit de weg of bent constant gestrest en uitgeput, omdat je hoofd het trauma nog niet heeft verwerkt. Daardoor zit je als het ware vast in het verleden, omdat het nog steeds deel uitmaakt van je heden. Het is een ziekte die een leven lang kan duren.

Ze vluchtte in haar schoolwerk en later haar studie Griekse en Latijnse taal en cultuur en hield haar trauma voor zich, tot ze vorig jaar instortte. ‘Toen ben ik dertien kilo afgevallen. Ik heb echt op het randje gezeten. Dat was voor mij een teken dat ik mijn trauma’s weggestopt had.’

Ze besloot haar verdriet onder ogen te zien door de scriptie voor haar educatieve master te schrijven over PTSS bij vrouwen in de klassieke literatuur. En dat gaf haar weer de moed haar eigen verhaal te vertellen: ze maakte een toneelvoorstelling, Niet meer alleen, waarin ze openhartig vertelt over haar jeugd en hoe de literatuur uit de klassieke oudheid haar leven heeft gered.

Opgesloten

De titel geeft weer hoe eenzaam ze zich lange tijd voelde. Niet door een gebrek aan liefde of aandacht, maar omdat ze opgesloten zat in haar verleden. Elk moment was ze alert, elke dag beleefde ze de nare ervaringen uit haar jeugd opnieuw. ‘Ik voelde me onbegrepen en ik dacht vaak: ik heb er geen zin meer in. Als ik mijn verhaal deed, voelde dat alsof het een last was voor anderen, omdat mensen zich er niks bij kunnen voorstellen. Dan denken ze dat ik wel enorm moet overdrijven.’

Het boek Achilles in Vietnam van Jonathan Shay, dat ze in een boekhandel tegenkwam, zette haar op een ander spoor. Shay vergelijkt het gedrag van de Griekse held Achilles uit het epos De Ilias met dat van Vietnamveteranen met PTSS. Op het gymnasium en tijdens haar studie had Ninah zich al verdiept in de klassieke literatuur, waarin verkrachting, zelfmoord en waanzin geen zeldzaamheid zijn.

Na het lezen van Shay’s boek realiseerde ze zich waar haar interesse in de Griekse tragedies vandaan kwam: ze herkende de heftige emoties. Het zette haar ertoe aan om voor haar scriptie twee vrouwen te onderzoeken waarvan wel wordt gezegd dat ze een trauma hadden: Andromache en Creüsa. Ze spitte de tragedies van Euripides door op zoek naar woorden die verwezen naar waanzin en verdriet en trok lijntjes naar wat wij tegenwoordig PTSS zouden noemen.

Als Creüsa in deze tijd in therapie was gegaan, had ze zeker de diag­nose PTSS gekregen

‘Ik had het idee dat ik iets heel raars ging doen’, vertelt Ninah. ‘Het is natuurlijk enorm anachronistisch en daar moest ik mee oppassen.’ De term PTSS vermeed ze zoveel mogelijk, omdat die pas sinds de jaren tachtig gebruikt wordt.

Van Andromache kun je niet echt zeggen dat ze PTSS had, concludeerde Ninah. Hoewel ze in de Trojaanse oorlog haar familie verloor en daarna als slaaf door het leven ging, werd ze vooral beschreven met medelijden. ‘Bij Creüsa was het wel vrij duidelijk. Zij voldeed aan alle voorwaarden voor een diagnose als ze in deze tijd in therapie zou gaan.’

‘Creüsa is verkracht door Apollo. Maar ze vertelt aanvankelijk dat een vriendin van haar het slachtoffer was. Ze schuift het dus van zich af, maar laat steeds meer details los. Als ze dan de tempel van Apollo ziet, lijkt het alsof ze even niet meer daar is, maar terug op de plek van de verkrachting.’ Dat komt wel vaker voor bij mensen met PTSS, vertelt Ninah. Ze dissociëren zich van wat er gebeurd is omdat het simpelweg te heftig is, of ze houden hun trauma juist heel dichtbij en laten er niets over los.

Mede dankzij personages als Creüsa voelt Ninah zich nu een stuk beter over zichzelf. ‘Ik voelde me eigenlijk voor het eerst begrepen. Als dit 2500 jaar geleden al voorkwam, hoef ik me er nu niet voor te schamen.’

Drempel

Die realisatie bracht haar op het idee om een voorstelling te maken waarin ze de verhalen van vrouwen als Creüsa en Andromache aan haar eigen ervaringen koppelt. Ze wil zo ook aan anderen duidelijk maken dat ze niet alleen zijn met hun trauma’s.

‘Er wordt weinig gedaan met jongeren die last hebben van PTSS en depressie, dat vind ik niet oké. We moeten kunnen laten zien dat er mensen zijn die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt in huiselijke of relationele sfeer of waar dan ook, en ze de aandacht geven die ze verdienen. Niet dat ze altijd een reactie krijgen als ‘je hebt toch niet in Irak gezeten?’

Ninah moest wel een drempel over. ‘Toen ik de voorstelling maakte dacht ik: ben ik niet gewoon een beetje aandacht aan het zoeken?’ Ze dacht altijd dat mensen niet op haar leed zaten te wachten, maar nu merkt ze dat het anders ligt. ‘Door jouw verhaal voel ik me niet meer alleen’, zei iemand tegen haar na een opvoering in Leeuwarden.

Begin deze maand kwam ook haar eerste dichtbundel uit: Zwemmen Zonder Zijwieltjes. Het is een selectie van de gedichten die ze de afgelopen jaren schreef: al sinds haar twaalfde zet Ninah haar gevoelens op papier. Met de voorstelling en de bundel wil ze een nare periode in haar leven afsluiten, en hoopt ze anderen mee te voeren naar een betere tijd. ‘Ik wil geen medelijden. Ik ben niet zielig. Ik ben heel sterk geworden door te verwerken wat mij is aangedaan. En ik wil andere mensen laten zien dat zo’n trauma iets is dat je op je eigen manier moet oplossen.’

Ninah voert Niet meer alleen aanstaande zaterdag 21 september op in VRIJDAG. Tickets zijn hier te bestellen.

English