Studenten

Studenten uit crisislanden

‘Is mijn familie nog in leven?’

Andrea, Andres en Alejandra zien dagelijks hoe de chaos groeit in Venezuela. Hoe deal je met het idee dat je thuisland in brand staat? ‘Ik bel elke dag om te vragen of mijn familie nog in leven is.’
Door Remco van Veluwen
Andres, Andrea & Alejandra

Het is niet zo makkelijk voor Andrea Fernandez om in Groningen te zijn. ‘Ongelooflijk zwaar’, noemt de studente game design het. ‘Dat ik in vrijheid kan leven en een leven kan opbouwen, terwijl mijn ouders en zusje daar moeten leven zonder een denkbare toekomst, is heel erg lastig. Ik ben laatst ook gediagnosticeerd met een ziekte, maar heb geen familie die er op dat moment voor mij kan zijn. Het enige dat je hebt is een videoverbinding.’

Andrea komt uit Venezuela. Net als Andres Conti, student industrial engineering and management en Alejandra Corona, die hier economics and business economics studeert.

Het is al veel langer onveilig in Venezuela, maar sinds de zittende president Nicolás Maduro zich met hulp van het leger zich staande probeert te houden terwijl oppositieleider Juan Guaidó zichzelf tot interim-president uit heeft geroepen, dreigt de situatie volledig uit de hand te lopen. Er zijn rellen, de voedseltekorten zijn gigantisch, medicijnen zijn nauwelijks verkrijgbaar en 3,4 miljoenen mensen (volgens Stichting Vluchteling) zijn het land ontvlucht.

Motorgeluiden

‘Stel je voor dat je naar tien verschillende supermarkten moet gaan om iets te kunnen vinden wat je zoekt’, vertelt Andres. ‘Dat is normaal nu in Venezuela.’

‘Het land raakt steeds meer afgezonderd van de rest van de wereld,’ zegt Andres, ‘nu buitenlandse zenders als CNN worden niet meer uitgezonden.’ Hij mist daarmee de blik van een buitenstaander. ‘Tegelijk kun je ook alleen weten hoe het er écht aan toe gaat wanneer je er zelf bent’, zegt Andrea.

Andrea’s zusje bijvoorbeeld, is opgegroeid in een land waarin ze niet eens veilig haar eigen huis uit kan. ‘Ze leeft in een soort gevangenis en ze weet niet beter. Dat is heel erg triest.’

Nog altijd voelt de wereld in Groningen vreemd, zeggen de drie Venezolanen. De vrijheid is ongekend. ‘Je bent gewend aan opgesloten zitten in een kamer, aan alleen zijn’, zegt Andrea. ‘Ik ben nog heel lang bang geweest voor motorgeluiden in de stad. In Venezuela betekent dat dat je wordt overvallen of wordt vermoord.’

Overvallen

En dan het simpele feit dat je geen water hoeft te rantsoeneren, dat televisie en internet gewoon werken. ‘Ik kan hier het alarmnummer bellen en weten dat er daadwerkelijk hulp verschijnt’, grapt Andrea.

Overvallen worden is de normaalste zaak van de wereld. ‘Een vriend van mij werd door een motorrijder overvallen omdat hij een broodje aan het eten was’, zegt Andrea.

Syrië

Morhaf Alnawaqeel en Rita Shrikjian komen uit Syrië. Door te vluchten ontliepen ze de dienstplicht.

Morhaf studeert bedrijfseconomie. Zijn broers en zussen wonen net als hij in Nederland, maar zijn ouders zijn nog in Syrië. ‘Mijn neef kan mogelijk een verblijfsvergunning regelen in Zwitserland. Ik hoop dat ze dan naar Europa kunnen komen.’

Zijn ouders worden nog vaak door de politie lastiggevallen met de vraag waar hij is. ‘Dan zeggen ze gewoon dat ik in Nederland ben. Hier ben ik gelukkig veilig.’

Hij denkt niet dat hij ooit terug kan. ‘Zelfs als het vrede wordt, zal ik voor het gerecht moeten verschijnen voor het ontlopen van de dienstplicht.’

Studente tandtechniek Rita woonde in het noorden, het gebied dat het ergst getroffen werd. De universiteit waar ze studeerde was vaak het toneel van gevechten tussen de rebellen en de regering. Kennissen van haar zijn overleden door autobommen.

Haar hele familie woont nu in Nederland. ‘Ik wil liever niet meer terugdenken aan Syrië.’

Haar ouders kregen een keer onbekende mannen op de stoep, die dreigden haar en haar zusje te ontvoeren. Ze wisten precies op welke school de twee zaten en hoe laat ze vrij zouden zijn. Gelukkig kende haar vader een hooggeplaatste officier die zorgde dat de meiden veilig thuis werden gebracht. ‘Maar een vriendin werd daadwerkelijk ontvoerd. Zo normaal is dat. Ik heb ook buren gehad die zijn vermoord’, zegt Andrea. ‘Ik bel mijn familie elke dag om te vragen hoe het gaat en om te weten of ze überhaupt nog in leven zijn.’

Maduro

Gezondheidszorg? Een absoluut drama, vinden de drie. ‘Heb je een noodsituatie, dan ga je gewoon dood’, zegt Andrea. ‘Je krijgt een soort achttiende-eeuwse behandeling, zonder verdoving, op de vloer met een kandelaar ernaast’, zegt Andres.

Ze hebben unaniem een enorme hekel aan de regering van Maduro, die nu al zes jaar lang in het zadel zit, en ze hopen dat Guaidó in staat zal zijn hem te verdrijven. ‘Er zijn zo veel families uit elkaar gedreven’, zegt Andres. ‘Mijn vader is jaren terug naar Duitsland gegaan, mijn zus is vertrokken, en nu ben ikzelf ook weg.’

Vorig jaar wist Andres nog aan een vliegticket te komen. Een hachelijke tocht, langs verschillende vliegvelden in Venezuela en aftandse óf peperdure hotels, bracht hem uiteindelijk bij zijn moeder. ‘Zeven uur in de auto, terwijl je weet dat je elk moment overvallen kan worden. Een paar keer stopt de auto in gebieden waar je dat niet wilt. Heel stressvol.’

Maar nu is het praktisch onmogelijk om nog terug te gaan. Alejandra’s paspoort is verlopen en het is maar de vraag of ze een nieuwe kan aanvragen.

Broederschap

De drie Groningse Venezolanen hebben elkaar nu gevonden. Eerder kenden ze elkaar amper. Een broederschap, noemt Andres het. ‘We kunnen er voor elkaar zijn’, vertelt Alejandra. ‘We zijn mensen geworden die geen thuis meer hebben. Ons ‘thuis’ is verdeeld in kleine stukjes geraakt over de hele wereld. ‘Waar is mijn thuis?’ valt Andrea in. ‘Is het hier? Is het waar mijn moeder is? Het is niet te zeggen.’

Ik hoop terug te kunnen en te zien dat mijn land weer bloeit

Een van Andrea’s hartsvriendinnen woont nog in Venezuela. Met twee andere vriendinnen elders op de wereld, sparen we elke maand alle drie zeven dollar voor haar’, vertelt Andrea. ‘Daar kan zij een maand van leven.’

Hebben ze nog hoop? ‘We moeten wel’, zegt Alejandra. ‘Ik hoop terug te kunnen en te zien dat mijn land weer bloeit. Dat mensen er niet zomaar doodgaan omdat ze geen medicijnen hebben. Dat zou een overwinning voor mij zijn’, stelt Andrea. ‘Maar veel mensen daar zijn nooit het land uit geweest en weten niet beter. Het is ook een sociaal probleem. Dat is niet zomaar opgelost met een nieuwe regering.’

Voorlopig blijven Andrea, Andres en Alejandra in Groningen. ‘We zijn gedwongen hiernaartoe gegaan, maar dat betekent niet dat we niet blij zijn om hier te zijn’, zegt Andrea. ‘We zijn dankbaar dat we hier mogen groeien als mensen en mogen bouwen aan onze toekomst.

English