Wetenschap
Illustraties Judith de Haan

Bipolair met religieuze ervaringen

Ineens weet je het: jij bent Jezus

Een overweldigend gevoel dat alles met elkaar is verbonden. Geestelijk verzorger Eva Ouwehand heeft het zelf ervaren en deed er promotieonderzoek naar. Want wat doe je met zo’n ervaring?


René Hoogschagen

Door René Hoogschagen

28 januari om 13:46 uur.
Laatst gewijzigd op 29 januari 2020
om 11:27 uur.
René Hoogschagen

By René Hoogschagen

januari 28 at 13:46 PM.
Last modified on januari 29, 2020
at 11:27 AM.
René Hoogschagen

René Hoogschagen

Freelancejournalist
Volledig bio
Freelance journalist
Full bio

Opeens word je overspoeld door een allesoverheersend gevoel van eenheid. Jij en alles om je heen zijn één, energie stroomt door wat je ziet en aanraakt. Of: een heldere stem zegt dat je uitverkoren bent, compleet met fel wit licht.

Dit soort heftige ervaringen hebben de mensen in het onderzoek van Eva Ouwehand meegemaakt. Ervaringen die van levensbelang lijken en die niet zomaar af te doen zijn als onderdeel van bijvoorbeeld een bipolaire stoornis – althans, niet voor deze mensen zelf.

‘Ik was heel benieuwd hoe mensen tegen hun ervaringen aankijken als ze weer hersteld zijn’, zegt Ouwehand, die donderdag haar promotieonderzoek verdedigt. ‘En of die ervaringen blijvende invloed op hun leven hebben.’ 

Het zijn ergens ook persoonlijke vragen. Haar vader was namelijk af en toe psychotisch. ‘Hij las dan veel esoterische boeken, die mijn moeder op een gegeven moment in de kliko heeft gegooid’, vertelt ze. ‘Zijn geloof was een grote steun, maar soms was hij er te veel mee bezig.’

Zelf heeft ze geen last van psychoses, maar tijdens boeddhistische meditaties heeft Ouwehand wel ‘ervaringen van eenheid’ gehad. En ook voor haar is het geloof belangrijk: ze is geestelijk verzorger en voorganger bij de Protestantse Kerk Nederland.

Transcendentie

Ze richtte zich in haar onderzoek op mensen met een bipolaire stoornis. Ouderwets gezegd: manisch-depressieven. Of, heel simpel gezegd: mensen die periodes hebben waarin ze dolenthousiast in het leven staan, afgewisseld met periodes van zware depressie. In beide episodes kunnen ze psychoses krijgen.

Eerst interviewde ze 35 patiënten, die ze onder meer vond bij GGZ-instellingen Altrecht en Eleos. Vervolgens stelde ze een vragenlijst op die ze voorlegde aan bijna tweehonderd patiënten van de afdeling Bipolair van Altrecht. Centrale vraag: wat betekent die ervaring voor je leven?

De Jezus-ervaring duiden mensen achteraf het minst als spiritueel

De meeste mensen in haar onderzoek hadden een ‘horizontale transcendentie’ ervaren, zegt Ouwehand. Dat hoeft niets met een bovennatuurlijke werkelijkheid te maken te hebben, maar gaat bijvoorbeeld over iets universeels: een gevoel van eenheid in het leven, of dat niets toevallig is. Zoals in de film The Matrix, waarin Neo ineens doorhad dat zijn leven niet echt was, maar dat het eigenlijk uit iets anders bestond; dat alles betekenis had en met elkaar verbonden was. 

De Jezus-ervaring, of iets soortgelijk bovennatuurlijks, kwam juist minder vaak voor. Opmerkelijk: ‘Dat is ook de ervaring die mensen achteraf het minst als spiritueel duiden’, zegt Ouwehand.

Mensen die al heel vaak een manische episode hadden gehad, konden hun religieuze ervaring beter plaatsen. Er was bij hen meer balans tussen die ervaring en de rest van hun leven. Ouwehand: ‘Sommigen zeiden ook dat ze er vroeger te intens mee bezig waren.’ Zoals hoe haar vader esoterische boeken las. ‘Je kunt ook in de tuin gaan werken.’

Duivel

Voordat mensen zulke ervaringen kunnen duiden, gaan ze eerst door een heel complex proces. ‘Want de manier waarop mensen hun ervaring interpreteren, hangt af van hun toestand. Als ze stabiel zijn is het anders dan wanneer ze manisch zijn of depressief.’ 

Het kan dan ook behoorlijk omslaan, van mooi naar vervelend en weer terug. ‘Je kunt jezelf wel als onderdeel van een universum ervaren, maar als je ‘zelf’ daarin helemaal verdwijnt, omdat je alleen nog maar een energie of proces wordt, dan kan dat ook heel angstig zijn.’

Een jongen die een duivel zag, beschouwde dat als aansporing om zijn leven te beteren

Een jongen uit de Antillen zag bijvoorbeeld geen Jezus, maar een duivel. ‘Dat was aan het eind van een manische periode’, vertelt Ouwenhand. Hij draaide het zelf om naar iets positiefs. ‘Hij zag het als aansporing om zijn leven te beteren.’ 

Een vrouw die orthodox-protestants was opgevoed, had ook de duivel gezien. ‘Zij is helemaal opgeschoven in haar spiritualiteit. Ze zei: “Als ik psychotisch ben, denk ik dat het echt is, maar ik weet nu: de duivel is gewoon door mensen verzonnen.”’

En zo worstelen mensen met de betekenis van die ervaringen, legt Ouwehand uit. ‘Vanuit hoe ze zijn opgevoed, hoe ze zich ontwikkeld hebben in spiritualiteit en hoe ze er met anderen over communiceren.’

Interpretatie

Wat denkt ze zelf? Is het een waan? Of ziet ze er wel degelijk een spirituele waarheid in? 

‘Of het waar is of niet, is een filosofische vraag. Ik heb natuurlijk wel een kader van waaruit ik interpreteer, maar dat leg ik niemand op.’ 

Daar gaat het volgens haar ook niet om. Wat belangrijk is, is hoe die mensen hun ervaring interpreteren. Of ze er een blijvende betekenis aan hechten, hoe ze het in hun levensverhaal integreren en of ze zich na die ervaring in het leven redden. ‘Het interpretatieproces is belangrijker dan de ervaring zelf. Het is vermengd met elkaar. Medische en persoonlijke interpretatiemodellen wisselen in de persoon af en wisselen ook per episode. Daarover kunnen praten, helpt bij het herstel.’

Of het waar is of niet, is een filosofische vraag

En daar komt haar professie om de hoek kijken: geestelijk verzorger. In het onderzoek kwam namelijk naar voren dat er grote behoefte is aan levensbeschouwing en spiritualiteit in de behandeling. De helft vond dat belangrijk. 

‘Daar zit natuurlijk een bias’, nuanceert Ouwehand, want de mensen die een spirituele ervaring hebben gehad, zullen waarschijnlijk eerder zo’n vragenlijst invullen en zullen ook meer belang aan begeleiding hechten. Maar toch: slechts zes procent van de geïnterviewden uit het eerste onderzoek had een geestelijk verzorger gesproken.

Meedenken

Hier valt dus winst te behalen, vindt Ouwehand. ‘De geestelijk verzorger zou meer geïntegreerd in de behandeling kunnen werken. Niet alleen als mensen er zelf om vragen of als de behandelaar het voorstelt. Dat hangt nu vaak van toevallige omstandigheden af. Er zou standaard gevraagd kunnen worden of patiënten het een belangrijk onderwerp vinden in hun behandeling.’

Niet dat ze standaard ingezet moeten worden, haast ze zich te zeggen. ‘Dan moet onze bezetting vertienvoudigd worden’, lacht ze. Maar de expertise van haar beroepsgroep kan beter benut worden, vindt ze. Op teamniveau, of door vaker te verwijzen; ‘maar ook dat hulpverleners meer meedenken in de zoektocht van mensen die een religieuze ervaring hebben gehad. En niet dat het onderwerp helemaal niet in de behandeling aan de orde komt.’

Eva Ouwehand verdedigt haar proefschrift donderdag 30 januari om 11.00 uur in het Academiegebouw. Aansluitend is er in de Doopsgezinde kerk vanaf 14.00 uur een symposium over religieuze en spirituele ervaringen in de geestelijke gezondheidszorg.

English