Eerstejaars

Feestjes, flirten en feuten

In welk huis wil jij wonen?

Eén ding is zeker als je op kamers gaat: je moet tegen een beetje rotzooi kunnen. Maar maakt het verder nou echt veel uit waar je bed staat tijdens je studententijd? De bewoners van drie verschillende woonvormen vertellen waarom hun stekkie het allerleukste is.   

Het gemengde studentenhuis

Chillen op de brandtrap

In Huize Single aan de HereBinnenSingel – kortweg Huize SAHBS – wonen maar liefst tien studenten bij elkaar. ‘Soms is het echt een kinderfeestje.’
Door Emily Zaal

De knalrode deur valt meteen op als je de straat binnenkomt. Meteen daarna volgen de Swapfietsen van de bewoners die over de stoep slingeren. Gelukkig staan ze precies zo dat mensen toch de deur in en uit kunnen. 

De deur van Huize SAHBS vliegt open. Student international business Elias, de huisoudste, zwaait met een grote glimlach. ‘Welkom! Hartstikke leuk dat jullie een rondleiding door ons mooie huisje willen’, schreeuwt hij met een schorre stem. ‘Laat je schoenen maar aan, je weet nooit wat je hier op de vloer zult vinden.’

Caviahok

‘Hier in de gang belanden vaak de vuilniszakken’, zegt Elias. ‘Maar af en toe sporten mensen hier ook als ze er zin in hebben.’

‘Nou dat is zeker waar’, zegt student geneeskunde Anne, terwijl ze de trap afloopt met rechtenstudent Abel. ‘En dan stinkt het hier als een caviahok.’ 

Vanwege de huisnaam zou je denken dat iedereen single is in dit chaotische studentenhuis, maar dat is toch niet het geval. De naam is een overblijfsel van het moment dat het huis werd opgericht, drie jaar geleden. Toen was iedereen inderdaad single en kwamen er veel mensen over de vloer na een avondje stappen. ‘Nu heeft meer dan de helft van het huis een rela’, zegt Abel. ‘We doen de naam absoluut geen eer aan, maar het staat nog steeds wel leuk.’ 

Bierkratten

Elias, Abel en Anne lopen de trap op om de eerste verdieping te laten zien. Hier en daar staan bierkratten, maar verder is de trapopgang best opgeruimd. 

Boven, in de keuken, staat econometriestudent Julian, die met Ilse  – farmacie – de lunch klaarmaakt. ‘Echt, deze keuken is soms zo ranzig’, zegt Ilse. 

Echt, deze keuken is soms zo ranzig

Alle mannen van het huis wonen op de eerste verdieping, plus Jiske, student filosofie en artificial intelligence. Die vindt dat eigenlijk ontzettend ongezellig. Een etage hoger wonen de meiden, plus Julian. De eerste zou wel wat van de tweede verdieping kunnen leren qua schoonmaken. Maar er is nu eindelijk een schoonmaakrooster bij de mannen. ‘Ik behandelde jullie wc zo’n beetje als de wc op een tankstation, zo goor vond ik het’, zegt Anne. ‘Maar nu durf ik het weer aan, hoor.’

Intussen lopen Daan, Hidde en Emmeke de keuken binnen om de tweede verdieping te laten zien. ‘Als we een gemeenschappelijke kamer hadden, zouden we die nu laten zien’, zegt premasterstudent change management Daan. ‘Maar die hebben we niet, dus chillen we in de grotere kamers.’

Huisavond

Elk jaar is er een huisweekend en het kerstdiner willen ze in ere herstellen. En dan is er nog de huisavond op dinsdag. Niet verplicht, maar ‘het is de bedoeling dat je aanwezig wil zijn’, zegt Emmeke. 

De dinsdag is voor de studenten hier een avond om op de bank te hangen of spelletjes te spelen. Niet om te zuipen, zoals bij veel andere studentenhuizen. Maar omdat iedereen bij verschillende verenigingen zit, doen ze dat al vaak genoeg op andere avonden. 

Op de tweede verdieping ligt de kamer van Bruun, student built environment. Leuke plantjes en schilderijen hangen aan de muur. ‘Iedereen is heel uitgesproken en anders, maar toch passen we heel goed bij elkaar’, zegt Bruun. Er zijn weinig ergernissen, zegt ze. ‘Behalve misschien het schoonmaken. Maar ruzie krijgen we daar niet over.’ 

De rest van het huis is intussen naar de brandtrap getogen, waar iedereen door elkaar schreeuwt en een goedkope barbecue van de Appie brandt. ‘Soms is het ook echt een kinderfeestje’, grinnikt Jiske. 

De individuele studio’s

Flirten in je studentenflat

Maar liefst 275 studenten wonen er in kleine studio’s in het studentencomplex aan de Oostersingel. ‘Je moet hier wel moeite doen om de mensen te leren kennen.’
Door Denise Overkleeft / Foto Reyer Boxem

Zes verdiepingen heeft het complex aan de Oostersingel. 275 kamers, liggend in een wirwar van gangen. Op het eerste gezicht lijkt het meer op een ziekenhuis dan op een studentenflat. Geen lege bierflesjes, geen afval of winkelkarretjes vol oud papier. Maar achter de witgeverfde deuren is het studentenleven wel degelijk zichtbaar. 

‘Sorry voor de bende’, zegt  Jildou Altenburg, die human geography and planning studeert. Ze woont nu al een jaar in de studentenflat, nadat ze getipt werd door een vriend. En ze is dik tevreden met haar nieuwe thuis: ze heeft haar vrienden om de hoek en toch alle ruimte voor zichzelf. De toelating is inmiddels veranderd. ‘Als je nu hier wilt wonen, kom je met negentig anderen in een loting.’

Nieuwe mensen

De flat heeft een mix van internationals en Nederlandse studenten. Elke studio heeft een eigen badkamer en keuken, en dat heeft zowel voor- als nadelen. Je kunt je altijd terugtrekken, ‘maar doordat je alles in je eigen kamer hebt, leef je toch wat meer in isolatie’, zegt Jildou. ‘Als je de mensen in je flat niet kent, dan heb je eigenlijk geen huisgenoten. Je moet hier dus wel echt moeite doen om nieuwe mensen te leren kennen.’

Maar gelukkig heeft Jildou heeft een gezellige gang, waar ook een paar van haar vrienden wonen. Student social work Leon van Steenbergen, bijvoorbeeld. ‘Hey, Leon, ben je thuis?’ schreeuwt ze door de corridor. 

‘Yo’, klinkt het vanachter deur 8-12.  

Ook Leons kamer ziet eruit alsof er een bom ontploft is: zijn tweepersoonsbed met afhangende dekens lijkt de hele kamer in beslag te nemen. Overal slingeren kleren en aan het bureau kan al een eeuwigheid niet meer gestudeerd worden. Een bierkratje verspert de weg naar het raam. 

Contact bij de wasmachine

Hoewel je dus een beetje je best moet doen om mensen te leren kennen, gaat dat soms ook op de gekste manieren. ‘Mijn onderbuurvrouw riep een keer keihard door het raam. Ik kende haar niet en riep terug: “Hou je bek!” Toen vroeg ze of ik haar ergens mee kon helpen, en dat heb ik gedaan’, vertelt Leon grijnzend.  

De buurman klaagt vet vaak, super vervelend

Maar er zijn ook andere manieren om te socializen. ‘Ik heb het meeste contact met anderen bij de wasmachine en de fietsenstalling’, zegt Leon. 

Er is studieruimte, naast het washok, waar volgens Jildou vooral gezopen wordt. ‘Die ruimte is geluidsdicht, ideaal voor een feestje.’

Daar is dan wel toestemming voor nodig van huismeester Jan, die ook in actie komt als er andere problemen zijn. Een losse wc-bril bijvoorbeeld, of een raam dat niet meer dicht wil. ‘Als je vraagt: “Yo Jan, vind je het goed als we een feestje bouwen?”, dan vindt hij het vaak wel prima, als we maar opruimen’, zegt Jildou.

Partycrashen

En dan is er nog de binnentuin van het complex, een mooi onderhouden grasveldje tussen de moderne flats. Daar worden wel eens feestjes gehouden en daar mogen de studenten tot   één uur ’s nachts zitten. ‘Maar de buurman klaagt vet vaak, super vervelend. En ook de politie komt regelmatig partycrashen’, zegt Jildou. ‘Dan bellen flatbewoners die wilden slapen 112.’

Niet heel chill, vindt Jildou. ‘Er is toen een bericht in de Facebookgroep gegooid: “Bel niet meteen de politie, klop gewoon aan als je iets te klagen hebt.”’

Ze moet toegeven dat het gebouw soms nogal lawaaierig is. ‘Ik word weleens mijn bed uitgetimmerd door luide technomuziek of schreeuwende feestgangers. En laatst was er een vet dikke ruzie. Daar kan het hele gebouw dan van meegenieten.’ 

Maar over het algemeen is het erg gezellig. ‘Er wordt veel geflirt. Er zijn hier best wel leuke jongens’, zegt ze blozend. 

Het Vindicathuis

Borrelen met de vissen

Het leven in Vindicathuis De Overkant is fantastisch, vinden de acht meiden die er wonen. Maar er zijn wel de nodige regels. ‘Als je je sleutel vergeet moet je een biertje adten.’
Door Denise Overkleeft

In de woonkamer van Huize de Overkant ben je niet snel uitgekeken. De ene muur hangt vol met ingelijste feutenbloezen, op de andere zijn vissen geverfd waarop de hoofden van de nieuwe huisgenoten geplakt zijn. ‘Ons huis is net een vissenkom’, zegt student facility management Floor Adriaansen (21). De acht meiden die er wonen noemen zichzelf dan ook ‘de vissen’, als verwijzing naar de Visserstraat.

‘Het voelt alsof ik met zeven vriendinnen woon’, zegt Floor. Ze doen alles samen: eten, indrinken, uitbrakken en studeren. En er worden veel activiteiten georganiseerd, van blind date-diners tot huisweekenden. 

Kloppen

Hoe De Overkant aan zijn naam komt, is niet duidelijk. Een buurman heeft ze verteld dat het huis zo heet omdat er vroeger een bordeel aan de overkant zat, maar volgens een andere bron was het een kroeg. Een bel is er niet: ‘Die gaat toch altijd kapot’, zegt Floor. Bezoeker moeten old school op de deur kloppen.

Elke dinsdag is er huisavond. Dat is geen vrijblijvende bijeenkomst, vertelt Floor. Als je moet leren voor een tentamen, moet je dat om de huisavond heen plannen.’ Ze eten dan samen en daarna wordt er geborreld. 

Maar voordat het drinken kan beginnen, moet er eerst worden schoongemaakt. De huisfeuten, oftewel de nieuwste bewoners, doen de vervelende klusjes. ‘Zij moeten de doekjes opruimen en het vuilnis wegbrengen’, zegt Lotte Slagt (21), die international business studeert.

Viezigheid

De rest van de huishoudelijke taken wordt verdeeld onder iedereen. Dat klinkt alsof er flink wordt geboend, maar dat valt tegen. ‘Als je op kamers gaat, moet je je voorbereiden op wat viezigheid’, vindt Floor. ‘Er komt hier geen schoonmaakster langs.’

De huisfeuten moeten het vuilnis wegbrengen

De huisoudste ziet erop toe dat iedereen voor 18 uur zijn taak heeft gedaan. Wie dat nalaat, moet voor straf een toetje of een glas wijn kopen. 

Daarnaast zijn er nog wat andere huisregels. ‘Zo moet je een biertje adten wanneer je je huissleutel vergeet’, zegt Lotte. En na het stappen mag je het fornuis niet meer gebruiken, en ook geen elektrische apparaten. Die regel is ingevoerd nadat er twintig jaar geleden een bewoonster om het leven kwam bij een brand in het huis. 

Herrie

Nog een regel: de wasmachine mag niet voor 11 uur ’s ochtends gebruikt worden. Die maakt namelijk een hoop herrie en dat is vervelend als je al bonkende koppijn hebt door een kater. Ook als er gestudeerd moet worden houden de meiden rekening met elkaar. ‘Dan gebruiken we niet de grote geluidsbox met de heftige bass, maar de kleine’, zegt Floor. ‘Dan hoor je minder doef doef’.’  

Maar ondanks – of misschien juist dankzij – die regels, zijn ze het er allemaal over eens: het leven in Huize de Overkant is fantastisch. 

Wie er wil komen wonen, moet daar dan ook flink voor werken. Eerst is er een hospiteerweekend en als je uitgekozen wordt krijg je als huisfeut ook nog een mini-ontgroening voor de kiezen. Die was vroeger trouwens heftiger dan nu, weten Floor en Lotte. Tegenwoordig worden de nieuwe huisgenoten alleen een beetje voor paal gezet: ze moeten verkleed opdrachten uitvoeren in de stad.

Voor vertrekkende huisgenoten organiseren de meiden een afscheidsdiner, waarbij iedereen zich verkleedt als typetje in de geest van degene die weggaat. Laatst vertrok er bijvoorbeeld iemand die in haar eerste jaar nogal los ging met de jongens, vertelt Floor lachend. ‘Toen ging iedereen als slet verkleed.’ 

English