Wetenschap

Matty Berg ontdekt 33 soorten

In de ban van bodembeestjes

Bodemdiertjes zijn de grote onbekenden van het dierenrijk. Zo onbekend dat hoogleraar bodemfauna Matty Berg maar liefst 32 nieuwe diersoorten kon ontdekken voor Nederland en eentje voor de hele wereld. ‘Dat was wel een wauwmoment.’
Door Christien Boomsma

Wist je dat…

Een pissebedvrouwtje twee vagina’s heeft en het mannetje twee penissen? Hij bevrucht de eitjes in haar broedbuidel eerst aan de ene kant en dan aan de andere kant.

De pissebed is duidelijk zwanger. Op haar buik, tussen wriemelende pootjes, is een gelige bolling te zien. Dat is de broedzak waarin ze haar eitjes zes weken lang met zich meedraagt.

Pas als de babypissebedjes volgroeid zijn, scheurt de broedzak en vallen ze tussen haar pootjes omlaag. Dan doen ze zich snel te goed aan de uitwerpselen van andere pissebedden. Nodig, want daarmee krijgen ze de bacteriën binnen waarmee ze plantenresten kunnen verteren.

Het grijze beestje kromt haar rug beschermend om de broedzak en hoogleraar bodemfauna Matty Berg laat haar los. Snel zoekt ze dekking tussen de dode bladeren in de bosjes bij P5 op het Zernikecomplex. ‘Dat was een kelderpissebed’, vertelt Berg. ‘Zie je die witte rand om haar schild heen?’

Knotsmiljoenpoot

Er zitten veel kelderpissebedden tussen het hout en de dode bladeren, de beestjes die je ook vaak aantreft in je huis. Berg pakt voorzichtig een ander diertje, kleiner en razendsnel. ‘Dat is de ruwe pissebed’, zegt hij, terwijl het beest een sprintje trekt over zijn vingers. ‘Aai maar over zijn lichaam. Dan merk je hoe ruw hij aanvoelt.’

Hij woelt met zijn handen door de dode bladeren. Er duikt nog een knotsmiljoenpoot op, een hooiwagentje. Berg vindt zelfs nog een exemplaar van het paars drieoogje – ook een pissebed, maar bijzonder, omdat ze triploïde is.

Ze heeft drie kopieën van elk chromosoom in plaats van twee. Daardoor kan ze zich ongeslachtelijk voortplanten, maar dat betekent ook dat ze alleen maar dochters krijgt.

Toch vind je een enkele keer een mannetje. Maar hoe dat mogelijk is, weet Berg niet – hij bestudeert immers niet de genetica, maar de plaats van de dieren in het ecosysteem. Maar eigenlijk betwijfelt hij of er iemand is die het antwoord wel kent. ‘Het is een van de vele raadselen rond bodemdiertjes,’ zegt hij. ‘Het bewijst hoeveel we níet weten.’

Grote gespuis

Bodemdiertjes zijn de grote onbekenden van het dierenrijk. 28 procent van alle diersoorten in Nederland behoort tot de wriemelende en krioelende diertjes die het grootste deel van hun leven – of heel hun leven – in de aarde doorbrengen.

Wist je dat…

Een mier twee magen heeft? Een gebruikt hij om zijn eigen eten in te verteren. In de andere bewaart hij voedsel voor de rest van de familie. Soldaten bijvoorbeeld, die zelf geen tijd hebben om op zoek te gaan.

Wormen dus, pissebedden, duizendpoten, slakken en oorwurmen. Maar ook mollen. En talloze diertjes die je met het blote oog niet eens ziet: mijten, springstaarten of beerdiertjes. Zo’n 8500 verschillende diersoorten, die met wel tachtigduizend tegelijk op een vierkante meter kunnen leven.

En vrijwel niemand die zich druk maakt over hun gedrag, zich afvraagt wat hun bijdrage is aan het ecosysteem, of ze überhaupt herkent. Behalve dus Matty Berg.

De meeste biologen gaan voor het grote gespuis. Maar aan kleine dieren is veel meer te ontdekken

‘De meeste biologen gaan voor het grote gespuis’, beaamt hij. ‘Dolfijnen, walvissen, vogels. Maar aan de kleine dieren is veel meer te ontdekken. Bovendien zijn ze zo rijk aan vormen en hebben ze heel veel strategieën om te overleven in de zware omstandigheden van de bodem.’

Ze moeten wel: in de bodem kun je niets zien. Dus hoe vind je soortgenoten als je wilt paren? Hoe beweeg je je? En wat te denken van de veranderingen in het leefklimaat als een regenbui van het ene op het andere moment van een droge woestenij verandert in een waterwereld? ‘Dat moeten ze allemaal het hoofd bieden.’

Bijspijkeren

Sommigen graven gangen, zoals mollen. Anderen gebruiken de gangen en scheuren die anderen maakten, springstaarten bijvoorbeeld. Sommige éten aarde: wormen. Sommige diertjes gebruiken complexe geuren om te communiceren, anderen trillingen.

Berg begon bij de Nederlandse Jeugdbond voor de Natuur (NJN) – met weekendexcursies en kampen waar hij met een groepje van een man of tien libellen, waterjuffers of kevers determineerde – hij heeft er een fenomenale soortenkennis opgedaan waar hij nog altijd van profiteert. ‘Dat kun je nergens meer bijspijkeren op de universiteit.’

Maar toen hij biologie ging doen en stage liep bij de Vrije Universiteit in Amsterdam, kwamen de bodemdieren in beeld. Hij besefte dat hij daar verschil kon maken. ‘Ik kwam rond 1990 bijvoorbeeld oranje pissebedden tegen. Die herkende ik niet uit de literatuur en al snel bleek het een nieuwe soort voor Nederland. Dat was echt een wauwmoment.’

Wist je dat…

Hooiwagens geen spinnen zijn? Ze hebben ook niet de gifklieren die spinnen wel hebben. Wat ze wel kunnen? Stinken! Als ze zich in het nauw gedreven voelen, produceren ze een stinkend goedje. En als ze zo hard groeien dat hun poten te lang worden? Dan eten ze er gewoon een stukje van af.

Sindsdien ontdekte hij zeven nieuwe pissebedsoorten voor Nederland, twintig nieuwe springstaarten en vijf nieuwe miljoenpoten. En één nieuwe diersoort voor de wéreld: een pauropoda, oftewel ‘weinigpotige’ die hij de soortnaam montidiabolus meegaf, omdat hij hem vond op de Duivelsberg bij Nijmegen. Hij ontdekte daarmee in een moeite door een nieuw ‘klasse’ voor Nederland – allopauropus, waartoe deze weinigpotige behoort.

Heimelijk

Dat is dus een groep vergelijkbaar met vogels. Alsof je voor het eerst een vogel in Nederland ziet’, legt hij uit. Dát wauwmoment had hij achter de microscoop en niet in het veld. Want zijn weinigpotige is zo klein dat je hem met het blote oog niet kunt determineren.

En de naam? Naar de vindplaats, natuurlijk, maar heimelijk ook een beetje naar zichzelf. ‘Berg is monti, snap je? Ik heb het er zo stiekem een beetje ingesmokkeld’, grinnikt hij.

Toch is determineren slechts een bijproduct van Bergs werk. Belangrijker is onderzoeken wat ze dóén. Natuurlijk: ‘Ze houden de bodem luchtig, zodat plantenwortels van lucht worden voorzien en water gemakkelijker kan worden afgevoerd. Ze breken de enorme hoeveelheden bladeren en takken af tot kleine stukjes, zodat schimmels en bacteriën hun werk gemakkelijker kunnen doen.’

Als pissebedden en miljoenpoten hun activiteiten zouden stoppen, betoogt hij, zouden we waden door metershoge lagen dood blad, omdat schimmels en bacteriën de klus niet meer kunnen klaren. Planten zouden kwijnen, omdat hun wortels geen lucht meer krijgen. Rovers zouden omkomen wegens gebrek aan voedsel. Maar hoe grijpen de radertjes van het systeem in elkaar? En hoe flexibel is het?

Kwelderspringers

Momenteel focust Berg zich op biobouwers – dieren die hun leefomgeving zo veranderen dat ze er zelf voordeel van hebben. Bevers met hun burchten en dammen zijn een voorbeeld, maar hij geeft de voorkeur aan een beest met meer poten: de kwelderspringer. ‘Een soort pissebed’, zegt Berg. ‘Hij graaft gangen in de bodem. En dat heeft weer invloed op de plantengroei en andere bodemdieren.’

Bodemdieren zijn veel belangrijker voor het ecosysteem dan zoogdieren

Hij begon tien jaar geleden op het begraasde deel van de Oosterkwelder op Schiermonnikoog. ‘Lager op de kwelder bleken de kwelderspringers groter, groeien ze sneller en planten ze zich beter voort’, ontdekte hij. ‘Niet heel gek, want van origine zijn het zeebeesten’, zegt hij.

Wist je dat…

Duizendpoten snelheidsduivels zijn? Ze rennen wel 40 centimeter per seconde, bijna anderhalve kilometer per uur. Daar kan bijna geen andere bodemkruiper tegen op.

Maar de klimaatverandering maakt dat de kwelders tegenwoordig veel langer en veel vaker onder water staan. ‘Goede’ plekken schuiven daardoor naar boven op de kwelder. De vraag is wat dat doet met de diertjes die daar nu leven. ‘Ik wil weten of ze zich snel genoeg kunnen aanpassen aan de omstandigheden, hoe snel dat gebeurt. En natuurlijk wat dat betekent voor de bioturbatie – de tunnels die ze graven.’

Puzzelstukjes

Niet dat er aanwijzingen zijn dat de bodemdierenstand achteruitgaat momenteel, maar Berg wil daar liever niet op wachten. Daarvoor zijn ze te belangrijk. Zelfs zo’n beestje als de kwelderspringers zorgde alweer voor raadsels.

Want die studie op Schiermonnikoog? Die bleek op andere plekken op het eiland niet te reproduceren. En dus zoekt hij momenteel fanatiek naar een plek waar de zoet-zoutgradiënt exact hetzelfde is. ‘Er ontbreken nog puzzelstukjes.’

Het is een kleine stap, maar belangrijk. ‘Mensen beseffen het vaak niet’, zegt Berg. ‘Maar bodemdieren zijn veel belangrijker voor het ecosysteem dan zoogdieren.’

Vlinders en bijen krijgen tegenwoordig insectenhotels. Otters, tijgers, olifanten en vleermuizen hebben allemaal hun eigen actiegroepen. Maar wie gaat er actievoeren voor een pissebed of kwelderspringer?

Matty Berg waarschijnlijk.

Wist je dat…

  • Een pissebedvrouwtje twee vagina’s heeft en het mannetje twee penissen? Hij bevrucht de eitjes in haar broedbuidel eerst aan de ene kant en dan aan de andere kant.
  • Een springstaartje zichzelf kan laten krimpen? Bij hoge temperaturen gaat hij vervellen. Hij kan op die manier tot een derde kleiner worden.
  • Een mier twee magen heeft? Een gebruikt hij om zijn eigen eten in te verteren. In de andere bewaart hij voedsel voor de rest van de familie. Soldaten bijvoorbeeld, die zelf geen tijd hebben om op zoek te gaan.
  • Pseudoschorpioenen piepkleine spinachtigen zijn?. Om grotere afstanden te kunnen afleggen, klemmen ze zich vast aan de poten van grotere insecten of spinnen. Lifters dus.
  • Hooiwagens geen spinnen zijn? Ze hebben ook niet de gifklieren die spinnen wel hebben. Wat ze wel kunnen? Stinken! Als ze zich in het nauw gedreven worden, produceren ze een stinkend goedje. En als ze zo hard groeien dat hun poten te lang worden? Dan eten ze er gewoon een stukje van af.
  • Regenwormen blind zijn, maar dat ze licht kunnen voelen door hun huid? Verder hebben ze maar liefst vijf harten. Tenminste een aortic arch, een spier die functie van een hart vervult. In Australië leeft de Gipsslandworm, die tot wel drie meter lang kan worden.
  • Duizendpoten moordmachines zijn?. Ze rennen wel 40 centimeter per seconde, bijna anderhalve kilometer per uur. Daar kan bijna geen andere bodemkruiper tegen op.

English