Universiteit
.

Christiaan Triebert (28) is nu al een topjournalist

‘Ik was nooit zo'n goede student’


Christiaan Triebert is nog maar 28. En nu al staat de Alumnus van het Jaar aan de journalistieke top met de Europese Persprijs in zijn achterzak en een baan bij The New York Times. Zijn carrière begon bij UKrant. ‘Ik heb geen einddoel, de weg er naartoe is belangrijk.’
Door René Hoogschagen / Foto’s Reyer Boxem

Christiaan is terug! Het gonst door de stad. Posters hangen overal. Er zijn lezingen, presentaties en workshops met de jonge journalist die net twee jaar na het behalen van zijn bachelor in 2015 al de Europese Persprijs won voor de reconstructie van de staatsgreep in Turkije in 2016. Die verbonden was aan Bellingcat en Airwars. En nu visual investigations journalist is bij The New York Times.

Iedereen klampt Triebert aan; vertelt iets, vraagt iets, wil iets. Hij heeft weinig tijd: hij moet nog een presentatie voorbereiden, moet naar een diner en zijn pinpas is zoek. Toch geeft hij iedereen aandacht. Hij beantwoordt vragen, knikt, luistert, neemt uitgebreid afscheid en gaat weer door. Zoveel mensen, zo weinig tijd. Hij is maar even in Groningen, omdat hij als Alumnus van het Jaar gelauwerd wordt tijdens de opening van het academisch jaar.

‘Ik heb nog niets gegeten’, zegt hij met licht Friese tongval. ‘Vind je het heel erg als ik eerst even een broodje haal?’ Geen probleem, er zit een broodjeszaak tegenover UKrant, waar Triebert zijn eerste baantje als journalist vond. Zijn eerste artikel, 10 questions about Groningen earthquakes, had hij trouwens in de vorm gegoten die Max Fisher vaak gebruikte in de Washington Post en Vox. Toen een voorbeeld, nu een collega bij de New York Times..

Factchecken

Triebert werkt er in het Visuals Investigation Team. ‘Wat ik doe is eigenlijk niets anders dan factchecken’, zegt hij. Maar dan wel op een revolutionair nieuwe manier, waar anderen grif voor betalen om het ook te leren. En hij is er ook nog erg goed in, zegt zijn oude baas Eliot Higgins van Bellingcat in een documentaire over het collectief.

En nu is hij dus Alumnus van het Jaar. Maandag was de uitreiking. Mooi, die titel, vindt Triebert, maar hij wordt er ook een beetje ongemakkelijk van. ‘Ik ben nooit een heel goede student geweest. Er zijn zoveel mensen die toffe dingen doen. Ik bedoel… Wie ben ik?’

Triebert studeerde internationale betrekkingen en organisaties. Daarnaast schreef hij, maar meer nog was hij fotograaf, vertelt hij. Zo maakte hij een praatje met mensen die hij op straat tegenkwam, fotografeerde ze en plaatste het resultaat op de Facebookpagina Humans of Groningen – in navolging van een Facebookpagina uit New York. Kleine ontmoetinkjes met mensen ‘die ik anders straal voorbij zou zijn gelopen’. Het tekent hem: het leek hem leuk en hij deed het.

Zijn favoriete verhaal uit zijn Ukrant-tijd? ‘Die uit Oekraïne, sowieso’, zegt hij stellig. Het zijn twee verhalen uit feburari 2014. De Oekraïense president Janoekovitsj keerde op dat moment de EU de rug toe met heftige demonstraties als gevolg. Triebert wilde erbij zijn. ‘Daar wordt geschiedenis geschreven!’ vond hij. Eindredacteur Christien Boomsma van UKrant geeft hem een opdracht mee: ‘Zorg dat je met studenten praat en kom met verhalen terug.’

Triebert ging. Hij praatte met en schreef over linkse activisten die met ultrarechtse mensen samenwerkten. Hij schreef over het epicentrum van de demonstraties terwijl verderop mensen bij dure winkels aan het shoppen waren. En hij vond het geweldig. ‘Het was de eerste keer dat ik eropuit gestuurd werd om verslag te doen. En ik kreeg er nog voor betaald ook!’ Het leek hem leuk en hij deed het.

‘Ik probeer te minderen met vlees’, bekent Triebert als hij een broodje geitenkaas bestelt. Hij is opgegroeid als vegetariër, maar toen hij ging liften – van Istanbul tot Leeuwarden, van Groningen tot Kaapstad en weer naar het oosten – lukte het niet om dat vol te houden. ‘Je eet wat je krijgt aangeboden’, zegt hij verontschuldigend. ‘Je wilt niet ondankbaar zijn.’ Hij noemt zich nu gepensioneerd lifter – hij heeft zijn rijbewijs.

Hoe kon het dat al die aardige mensen oorlog met elkaar voerden?

Het liften maakte indruk. Al die keren dat hij en zijn vrienden werden opgepikt door vreemdelingen noemt hij random acts of kindness. Hij gaf er een TEDtalk over in Groningen in 2015. Het maakte hem nog nieuwsgieriger naar conflicten: hoe kon het dat al die aardige mensen, die hem mee op reis namen en hem eventjes deelgenoot maakten van hun leven, zo slecht spraken over elkaars volk of oorlog met elkaar voerden?

Hij leerde verder. Filosofie leek hem leuk, en vakken voor Midden-Oostenstudies en Globalisation Studies. En hij deed het. Na Groningen ging hij, met een lening van familie, ook nog naar de Department of War Studies op het prestigieuze King’s College in Londen. ‘Peperduur’ vond hij het en de stof viel tegen; veel had hij in Groningen al gehad. Ook wonen in Londen was schier onbetaalbaar.

Wat wel leuk was: de lessen van bijzondere mensen die uit ervaring spraken. Zoals Eliot Higgins (die geolocatie-voorbeelden gebruikte waar Triebert zelf aan had gewerkt), of Ahron Bregman. ‘Die had iedereen in het Midden-Oosten wel een keer geïnterviewd’, zegt Triebert. Bregman kon smeuïg vertellen. ‘Dan ging het eigenlijk over iets heel anders en dan zei hij: “Maar weet je, die vrouw van Netanyahu…” en dan kwam er weer een anekdote.’ Ook kreeg hij lessen over allerlei aspecten van oorlog; van inlichtingendiensten tot logistiek. ‘Tof’, maar ‘veel minder theorie en veel meer mensen die uit de praktijk dingen vertellen’.

Christiaan tijdens de opening van het academisch jaar 

Nog voor hij naar Londen vertrok probeerde Triebert een eigen carrière als oorlogsjournalist op te starten. Hij reisde naar de Peshmerga’s in Irak die streden tegen IS. Maar daar sloeg de twijfel toe. Er waren journalisten zat. ‘En die waren tien keer beter.’ Wat kon hij nog toevoegen?

Hij had het idee dat hij de markt verziekte als hij als beginnend journalist bleef doorploeteren en zijn diensten voor een prikkie aanbood. ‘Ik heb nooit betaald gekregen door de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden.’

Bovendien, merkte hij, als er luchtbombardementen waren geweest, dan vond hij op internet vaak meer en sneller informatie dan in het gebied zelf. ‘En dat deed niemand. Er was nog heel weinig interesse in.’ Nederland voerde veel bombardementen uit, ‘maar gaf niet eens aan in welk land ze aan het bombarderen waren. Er was nul check op wat onze luchtmacht deed’.

Er was nul check op de bombardementen van onze luchtmacht

Hij ging op onderzoek, eerst op eigen houtje en vervolgens als vrijwilliger bij Airwars en Bellingcat. Zo rolde hij in het wereldje van het open source-onderzoek (OSINT), waarmee Eliot Higgins al pionierde.

Terwijl hij zijn scriptie schreef voor King’s College (in het veel goedkopere Kuala Lumpur) zag hij op Twitter een uitgelekt WhatsAppgesprek van een couppleger in Turkije. Hij zocht het uit en won de Europese Persprijs voor innovatie.

Triebert is goed in geolocatie. Waar is een filmpje precies genomen? Triebert kijkt dan bijvoorbeeld naar bomen en gebouwen op de achtergrond en vergelijkt die met satellietbeelden en andere foto’s, zoals op Google Maps. ‘We hadden volledige vrijheid bij Bellingcat. Het is een beetje een anarchistische organisatie wat dat betreft.’

Open source

Bellingcat had geld nodig en anderen wilden graag weten hoe ze te werk gingen. Dus reisde Triebert een jaar lang de wereld over om de Bellingcat-methode uit te leggen. Ook maakte hij met andere open source-onderzoekers een dagelijkse puzzel op Twitter: @quiztime. Vaak is dat een foto met de vraag: waar is het?

Nu, bij The New York Times, is de standaard hoger, zegt Triebert. ‘Niet alles wordt gepubliceerd en we denken veel meer na over hoe we het presenteren.’ Hij verwijst naar wat er op Bellingcat verschijnt. ‘Niet iedereen heeft zin om een heel verslag door te lezen.’ Nog een pluspunt: hij gaat soms voor een onderzoek op locatie.

Pas 28 en dan al de journalistieke top behaald. En nu dan? ‘Geen idee’, zegt Triebert. ‘Maar de eindbestemming is niet belangrijk, dat is de weg ernaartoe. Er is nooit een einddoel.’

Open source-onderzoek

Open source-onderzoek is geen hacken. Het bestaat uit informatie vergaren uit openbare bronnen zoals YouTube, social media en Google Maps, maar ook autogegevens en foto’s op Airbnb als die openbaar zijn. Met die informatie zoek je de feiten uit rond een foto of filmpje. Wat, waar, wanneer, wie en hoe?

Zelf aan de slag met OSINT? Probeer deze websites eens uit:

YandexWikimapiaGoogle MapsGoogle Earth; ShadowCalculator

En stort je dan op deze puzzels. Meer puzzels vind je op het Twitteraccount @quiztime, waar Triebert ook aan meewerkt.

De quiz

 

1. De skyline van Groningen in december. Waar was dit precies en hoe laat? Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

 

2. Wie bedient dit dagelijks? Geef ook de exacte locatie. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

 


3. Welke RUG-professor? En waar is dit?

Oplossingen? Klik hier.

English