Studenten

Studenten werken vrijwillig op de Covid-afdeling

‘Ik voel me machteloos’

Toen Laura von Iven, Paul van Stee en Dora van Elk vanwege corona moesten stoppen met hun coschappen, waren ze blij dat ze op een andere manier konden bijspringen in het ziekenhuis. Maar wat ze nu meemaken zullen ze niet snel meer vergeten.


Anne de Vries

Door Anne de Vries

30 april om 15:33 uur.
Laatst gewijzigd op 30 april 2020
om 16:04 uur.
Anne de Vries

By Anne de Vries

april 30 at 15:33 PM.
Last modified on april 30, 2020
at 16:04 PM.
Anne de Vries

Anne de Vries

Studentredacteur
Volledig bio
Student editor
Full bio

Laura von Iven

Desinfecteer je handen. Zet je mondkapje op. Dan de bril en het haarnetje. Doe de blauwe wegwerpjas en de handschoenen aan. Pas dan mag je de kamer in. 

Laura volgt dat protocol vijf of zes keer per dag, maar toch checkt ze nog elke keer het lijstje, voor de zekerheid. Net als ze op het punt staat de kamer van haar patiënt in te gaan, voelt ze de strik waarmee haar jas vastzit los gaan. Ze loopt achteruit en checkt haar kleding opnieuw. 

Laura von Iven (24), een Duitse geneeskundestudent in het UMCG, weet dat ze geen fouten mag maken. Ze is zich er maar al te bewust van hoe ze overkomt op de mensen voor wie ze zorgt, met al die lagen beschermend materiaal aan. ‘We moeten er eng uitzien’, zegt ze. 

De meeste patiënten op haar afdeling komen net van de intensive care en zijn toch al in de war: sommigen zijn weken geleden in een ander ziekenhuis in coma gebracht, om vervolgens in Groningen wakker te worden, omringd door mensen in beschermende pakken. ‘Daardoor realiseren we ons hoe ernstig dit is.’ 

Thuiszitten

Laura zat middenin haar coschappen op de spoedeisende hulp van het UMCG toen het coronavirus toesloeg. Van de ene op de andere dag veranderde alles. Eerst werden haar colleges geschrapt en een week later besloot het UMCG het aantal mensen dat in het ziekenhuis rondliep te beperken, te beginnen met de studenten. En toen zat ze dus thuis. 

We moeten er eng uitzien met al deze kleding aan

Het was vreemd om niets te kunnen doen. Sinds Laura na de middelbare school tien maanden vrijwilligerswerk had gedaan op een school en in een ziekenhuis in Afrika, wilde ze alleen nog maar voor mensen zorgen. 

Na twee dagen thuiszitten meldde ze zich aan bij het Covid-vrijwilligersprogramma voor studenten in Noord-Nederland, om mensen te helpen testen op het coronavirus. Maar er waren meer dan genoeg aanmeldingen, dus zat ze zich twee weken te vervelen. Tot ze een e-mail kreeg: het UMCG had hulp nodig op de Covid-afdeling. 

Helperssyndroom

Laura wilde dolgraag helpen, maar ze twijfelde ook. ‘Omdat ik nauw contact zou hebben met coronapatiënten, vroeg ik mijn vrienden en familie hoe zij erover dachten.’ Sommige vrienden raadden haar aan om goed na te denken over de gevolgen voor haar huisgenoten. Maar die begrepen waarom ze zich zo graag nuttig wilde maken, net als haar ouders. ‘Zij zeiden: we kunnen je toch niet tegenhouden, je hebt het helperssyndroom.’    

Ze nam zich één ding voor: als ze opnieuw ging twijfelen, zou ze stoppen met het werk. Ze was er nu van overtuigd dat ze de juiste keus maakte, dus liet ze het UMCG weten dat ze kwam. 

Nu staat ze de verpleegkundigen bij tijdens haar dag-, avond- of nachtdienst. ‘Ik help ze de patiënten eten te geven, te verschonen en te wassen, en ik help met bewegingstherapie.’ 

Er zijn strikte regels voor welke delen van de afdeling ‘vies’ zijn en welke ‘schoon’. De gang is schoon, de kamers van de patiënten vies. Een verpleegkundige die eenmaal een kamer betreden heeft, kan daar niet meer snel even weg. Dus helpen Laura en de andere student met wie ze dienst heeft dan om bijvoorbeeld iets weg te gooien of op te halen.  

Troost

Maar een ander belangrijk onderdeel van haar werk is om de vele eenzame patiënten bij te staan. ‘Ze liggen in hun eentje op hun kamer en mogen hun familie niet zien. Ik voel met ze mee, want ze weten vaak niet wat er aan de hand is.’ Soms zit Laura urenlang bij patiënten om te kijken hoe het met hun ademhaling gaat, of biedt ze troost aan wie het nodig heeft. 

Sommige patiënten hebben niet door dat ze beter worden

Vooral met een vrouwelijke patiënt die net van de intensive care af kwam kreeg ze een goede band. Zij drukte telkens op het alarm naast haar bed. Ze voelde zich eenzaam en het kalmeerde haar om de verpleegkundigen te zien. Laura besloot haar te helpen om met haar familie te videobellen. Hoewel de vrouw nauwelijks kon praten, was haar familie toch blij om haar te zien. ‘En dat maakte mij weer blij.’ 

Als ze tijd heeft, zit Laura nu elke dag een half uur bij de vrouw. Ze praten samen in het Nederlands, want na vijf jaar in Groningen spreekt Laura de taal vloeiend. Soms lees ze haar patiënt voor uit de notities van de verpleging, waarin staat hoe ze vordert. Dat ze kan zitten, of weer een beetje praat. ‘Sommige patiënten hebben niet door dat ze beter worden, omdat de veranderingen zo langzaam gaan. Dan helpt het om die notities voor te lezen.’ 

Veel bloed

Door het werk op de Covid-afdeling is de ziekte de hele tijd dichtbij, zegt ze. De spanning is er voelbaar. ‘Je komt nooit echt tot rust, want de gedachte aan corona zit altijd in je achterhoofd.’ Het is een heel andere situatie dan op de spoedeisende hulp. ‘Daar zag ik veel bloed en mensen die ernstige ongelukken hadden gehad, maar hier voel ik me machteloos. Dit ene virus heeft de hele wereld stilgelegd en we hebben geen idee hoe we daar mee om moeten gaan.’ 

Ik moet met anderen praten over wat ik meemaak

Vooral de eerste paar dagen waren moeilijk, omdat er zoveel tegelijk gebeurde. Maar ze sloeg zich er doorheen en heeft een routine ontwikkeld. Als ze thuiskomt, neemt ze de tijd om weer op te laden: ze zit in de tuin, pakt wat zon en belt met haar familie. ‘Ik moet met anderen praten over wat ik meemaak, om het in perspectief te zien. Bovendien zijn ze nieuwsgierig.’ Haar vader en broer zijn allebei tandarts en praten met haar over de medische kant, haar moeder is er meer voor de geestelijke steun. 

Eerste stappen

Het is een intense, emotionele tijd, maar die ervaart ze niet alleen maar negatief, benadrukt Laura. Ze is vol lof over de behulpzame sfeer op de afdeling, en over het team dat altijd voor haar klaarstaat als ze op zoek is naar iets. 

En er zijn ook mooie momenten, zoals toen een patiënt eindelijk haar eerste stappen zette. Dat durfde ze eigenlijk niet aan, omdat ze bang was dat ze niet genoeg adem zou kunnen krijgen en dat haar benen kracht misten. Maar met de fysiotherapeut aan haar ene zijde en Laura die haar andere arm vasthield, zette ze de ene voet voor de andere neer en liep zo veel verder dan verwacht.  

De tranen stonden de vrouw daarna in de ogen; het besef dat het ergste voorbij was leek haar energie te geven. Ze was weer een stap dichterbij het weerzien met haar familie. Laura herinnert zich hoe zij en de fysiotherapeut naar elkaar lachten: ze wisten allebei dat de vrouw aan de beterende hand was.


De triagetent bemannen

‘Het heeft me veel geleerd over mensen’

Dora van Elk

Dora van Elks coschappen werden stopgezet vanwege corona. Nu bemant ze de triagetent van de GGZ in het Scheper Ziekenhuis in Emmen. 

Dora van Elk (24) was bijna klaar met haar coschappen bij de GGZ in Emmen toen ze een e-mail kreeg, zondagavond laat. Daar stond in dat ze niet naar het werk hoefde te komen op maandag, ze moest thuisblijven. Er werd gekeken hoe de coassistenten toch iets konden doen, al zouden die taken waarschijnlijk niets te maken hebben met hun reguliere werk. En dus liep ze kans op studievertraging. 

‘Nu bemannen wij de triagetent’, vertelt Dora. Iedereen die het ziekenhuis binnen wil gaan moet door deze tent. Er staan telkens vier geneeskundestudenten die mensen temperaturen en ze checken op symptomen als hoesten of een loopneus. 

Op de drukste momenten, rond 7 uur ’s ochtends, 4 uur ’s middags en 7 uur ’s avonds, staat er een rij tot om de hoek van het ziekenhuis. 

Google Translate

Doorgaans snappen de bezoekers wel waarom ze moeten wachten, maar soms zijn ze minder begripvol: als ze niet ingelicht zijn dat hun afspraak is afgezegd, bijvoorbeeld. ‘Het heeft me veel geleerd over de verschillende soorten mensen.’ 

Dora herinnert zich een vrouw die helemaal uit Ter Apel kwam en Nederlands noch Engels sprak. Dora, die opgroeide in Australië, Syrië en Nederland, wist niet hoe ze moest uitleggen dat de vrouw niet naar binnen mocht omdat ze hier geen afspraak had. Met behulp van Google Translate kwamen ze erachter dat haar afspraak in het andere ziekenhuis sowieso al was afgezegd, en Dora regelde een taxi om de vrouw terug te brengen. 

Gekkenhuis

Tot nu toe geniet ze van het werk. Het is soms een gekkenhuis, zegt ze, en het is elke dag weer hetzelfde soort werk. Maar het geeft haar iets te doen. 

De ervaring heeft haar ook iets geleerd over de gezondheidszorg. ‘Ik ben me er nu des te meer bewust van hoeveel mensen elke dag medische zorg nodig hebben, zelfs nu er zoveel afspraken niet doorgaan. Ik wil ze allemaal helpen. En er zijn zoveel mensen die absoluut essentieel zijn in een ziekenhuis, afgezien van de artsen en verpleegkundigen. Dat motiveert me alleen maar meer. Over een paar jaar ben ik ook een van die mensen.’


Bedpannen uitspoelen

‘Zo deden we dat in de coronatijd’ 

Paul van Stee

Paul van Stee helpt met allerlei klusjes op de Covid-afdeling, van het schoonmaken van de emmers voor gebruikte beschermende kleding tot het hervullen van flessen handgel en het aanvullen van beddengoed. 

Hij is blij dat hij zich nuttig kan maken. Paul van Stee (25) geeft nog steeds les aan zijn eerstejaars tutorgroep geneeskunde – nu online – maar dat is niet hetzelfde als in het ziekenhuis zijn. Zijn moeder, die verpleegkundige is, drukte hem op het hart dat als hij arts wil worden, hij ook moet weten wat voor werk de verpleegkundigen doen. ‘Zonder hen gebeurt er niets in een ziekenhuis, zei ze.’

De patiënten op de afdelingen putten zich uit in verontschuldigingen als ze moeite hebben met eten en slikken, of wanneer Paul hun bedpan of luier moet verschonen. ‘Maar het stelt voor ons echt niet veel voor.’

Eén patiënt vroeg hem op de man af: ‘Is dit echt een roeping voor je? Is dit wat je wil?’ Paul zei meteen ja, maar het zette hem wel aan het denken. Is het ook niet eng om op een Covid-afdeling te werken?  

Ontblote pols

Hij heeft toe dat er dingen zijn die hij niet verwacht had. Zo moet hij FFP2-maskers hergebruiken omdat er maar een beperkte voorraad is. 

Op een zeker moment realiseerde hij zich hoe kwetsbaar hij eigenlijk was. Paul is 1 meter 91 lang en veel beschermende kleding is te kort voor hem. Toen hij in de kamer van een patiënt ergens naar moest reiken, zag hij zijn mouw optrekken. Hij schrok van zijn ontblote pols. Hij desinfecteerde zijn handen en polsen twee keer, en sindsdien maakt hij zijn mouwen met plakband aan zijn handschoenen vast. 

Maar dit is waarom hij voor geneeskunde koos, zegt hij. ‘Ik nam de extra stress en mogelijk gevaarlijke omstandigheden op de koop toe, zodat ik anderen kon helpen.’

Slechte toestand

Hij was wel geschokt door de slechte toestand van de patiënten op de Covid-afdeling. Sommigen hebben hulp nodig bij de meest basale handelingen nadat ze van de IC komen. Een patiënt vroeg telkens of de televisie aan mocht, daarna uit, weer aan en weer uit. Hij keek glazig, alsof hij er niet echt bij was. ‘Dat had ik nog niet vaak gezien, en het is een slecht teken dat we dingen minstens drie keer aan hem moesten uitleggen.’ 

Hoewel hij mogelijk studievertraging oploopt, is Paul trots op het werk dat hij nu doet. ‘Als zoiets over vijfenveertig jaar nog eens gebeurt, kan ik mijn co-assistenten vertellen: dit is hoe we het deden in de coronatijd.’

English