Studenten

Wat als je nooit gekozen wordt?

Hospi-horror

Hospiteren? Misschien een leuke bezigheid als je iedereen moeiteloos om je vinger windt. Maar wat als je niet supersociaal bent, een nogal uniek gevoel voor humor hebt, of een ongewoon uiterlijk?
Door Mella Fuchs / Foto Félipe Silva

Student informatiekunde Menno Robben stond met zijn mond vol tanden, die keer dat hij moest hospiteren bij een kamer in het Zuiderpark. Het was een statig huis in een chique, groene wijk, maar de gezamenlijke keuken van het huis was een bende en het leek er alleen maar om zuipen te draaien. Maar ja, hij had dringend een kamer nodig en dit was de hospiteerborrel.

Toen hij weigerde een at te trekken riepen de studentikoze bewoners verontwaardigd: ‘Hoezo niet joh!’ Tot overmaat van ramp vroegen ze hem ook nog eens welke fruitsoort hij zou zijn. ‘Ik zei: “Sorry, ik heb niet eens zin om erover na te denken, want het is een kutvraag”’, vertelt Menno.

Het was niet de eerste en zeker niet de laatste keer dat hij werd afgewezen voor een kamer. Hij had zeker dertien hospiteerborrels achter de rug voor hij een plekje vond.

Klik

Sommige mensen hebben altijd mazzel. Ze hoeven zich maar te melden, fles drank onder de arm, en ze hebben een nieuwe kamer. Maar voor anderen is het een stuk ingewikkelder. Student Engelse taal en cultuur Lieuwe Roorda noemt het ‘uitzichtloze kansberekening’.

‘Eerst moet je geluk hebben dat je iets leuks schrijft, waarmee je de aandacht trekt. Dan is het te hopen dat je een goede klik hebt met die mensen, dat zij een klik hebben met jou, dat er niet iemand is die beter met ze klikt dan jij. En dan moet je óók nog eens hopen dat het huis zelf mooi is.’

Als ik er niet te veel over nadenk, ben ik het meest mezelf. Toen lukte het alsnog niet, natuurlijk.

Dat het de eerste keren niet zo lekker ging, wijdt Menno vooral aan de zenuwen. Hij was vaak jonger dan de mensen die er woonden en het studentenleven was nog nieuw voor hem. Voor de zekerheid had hij zich voorbereid. ‘Antwoorden geformuleerd op standaardvragen, weet je wel? Zoals wat mijn hobby’s zijn, of welk dier ik zou zijn.’

Maar naarmate hij meer borrels bezocht werd hij een doorgewinterde hospitant. ‘Op een gegeven moment had ik geen zin meer om te stressen. Toen ging ik het meer zien als een gezellige avond. Als ik er niet te veel over nadenk, ben ik het meest mezelf. Toen lukte het alsnog niet, natuurlijk. Maar ik kon in ieder geval zeggen dat ik mezelf beter had laten zien.’

Student Midden-Oostenstudies Rande Duhoky – die zo’n twintig tot dertig keer werd afgewezen – kreeg de vraag in welk schoonmaakartikel zij zichzelf herkende. ‘Een afwasborstel, omdat ik altijd schoon ben. Misschien een moeilijke vraag, maar ach, niemand gaat het serieus nemen, wát je ook antwoordt.’

En aan Lieuwe Roorda – dertien afwijzingen –  werd gevraagd: wat zou je zeggen als je wilde flirten met een mooie meid naast je in de kroeg? ‘Maar ik ben transgendervrouw, dus als er een hele mooie meid naast me staat, denk ik: had ík dat lichaam maar. Maar dat konden zij niet weten.’

Toneelstukje

Of het misschien beter was gelopen als Lieuwe eerlijk was geweest over het feit dat ze transgendervrouw is? ‘Misschien schemerde het wel door, dat er iets aan mij was wat ik achterhield.’ Aan de andere kant: bij huizen die enkel vrouwen zochten, vermeldde ze soms wel dat ze transgender is, maar nog niet in transitie. Meerdere keren kreeg ze te horen: ‘Sorry, maar we zoeken echt mensen die nu al vrouw zijn. ‘Dat moedigt niet echt aan het te vertellen.’

Hoe eerlijk ben je? Hoe écht? Volgens Rande hoort een toneelstukje opvoeren er op zo’n avond gewoon bij. ‘Tijdens een hospi vertelden de bewoners dat zij allemaal van sporten houden en dat vaak samen doen. Een hospitant die ik al vaker had gezien op andere avonden zei dat ze ook enorm van sporten hield, terwijl ik haar in een ander huis had horen zeggen dat ze helemaal niet zoveel aan sport deed. Ik dacht: huh, dat ben jij helemaal niet… Of toch wel?’

Menno was ook niet helemaal eerlijk toen hij overdreef over zijn eigen fietshobby tegen een meisje dat een racefiets op haar kamer had. ‘Ik had net mijn skere racefietsje en fietste ééns in de drie maanden of zo. Achteraf voelde dat een beetje onoprecht, maar tegelijkertijd: het is niet compleet verzonnen.’

Meestal wint gewoon de veilige keuze op hospiteeravonden

Je moet een kameleon zijn om in de smaak te vallen, concludeert Rande. Degene die het best contact weet te leggen met de bewoners en zichzelf het mooist kan portretteren, wint. En leugentjes helpen. ‘Maar ik wilde graag mezelf zijn, me niet lopen verkopen. Daar had ik achteraf wel spijt van. Als ik nou iets minder principieel bij mezelf was gebleven, had ik misschien wel een kamer gehad.’

Menno ontdekte na verloop van tijd een patroon in het soort mensen dat altijd in de smaak valt en het soort mensen dat buiten de boot valt. ‘Hier in Groningen houden mensen van normaal. Afwijkende, interessante persoonlijkheden worden al snel een risico gevonden. Meestal wint dus gewoon de veilige keuze op hospiteeravonden. Blonde meisjes die hockeyen, nominaal studeren, stappen en van wijntjes drinken houden, bijvoorbeeld.’

Weinig diversiteit

Rande beaamt dat mensen in Groningen je al gauw raar vinden. Er is weinig diversiteit, zegt ze. En dat bepaalde mensen nooit gekozen worden, is omdat je meer dan tien minuten nodig hebt om ze te leren kennen. ‘Ik zei tegen mijn vriend: “Als het uitgaat tussen ons, ga ik wel een andere kamer zoeken, want jou wil ik dat niet aandoen. Ik denk niet dat jij ergens gekozen zou worden”.’

Ook Lieuwe heeft meer dan één voorstelrondje nodig. Een keer werd haar gevraagd waar ze het slechtst in is. ‘Spreken tegen mensen die ik niet ken, zei ik. Iemand anders zei: de handstand doen. Toen moest ze een handstand laten zien. Dan had ik het beter voor elkaar.’

Ik had er een goed gevoel over, maar werd na drie weken nonchalant afgewezen. Dat was soul crushing

Bovendien bleek de studentencultuur in de huizen waar zij hospiteerde totaal anders dan ze gewend was. ‘Ik pas niet zo bij mensen die alleen maar willen feesten. Ik ben één keer dronken geweest. Toen ben ik via WhatsApp tegenover mijn ouders uit de kast gekomen over mijn transgender-zijn. Zoiets hoeft niet nog een keer te gebeuren.’

Dat cultuurverschil signaleerde ze pas achteraf. ‘Tijdens het hospiteerproces was ik me alleen maar aan het afvragen wat ik verkeerd deed, wat er verkeerd was aan mij.’ Bij sommige huizen waren ze zo enthousiast tegen haar, dat ze er een goed gevoel over had. ‘En dan word je drie weken later heel nonchalant afgewezen. Dat was soul crushing.’

Gouden tip

Het was ook bij Rande de teleurstelling die zwaar viel. Of eerder al, het nare gevoel in haar maag als ze de deur achter zich sloot en bedacht hoeveel leuker haar concurrent was. ‘Na meer dan tien keer hospiteren ging ik geloven dat ik niet zo sociaal was als ik dacht. Blijkbaar was ik gewoon altijd met niet-sociale mensen omgegaan, waardoor het leek alsof ikzelf heel sociaal was.’

Randes gouden tip voor studenten die nog gaan hospiteren? ‘Gewoon niet doen. En als je dan écht moet, maar je weet tijdens de hospi al dat het niets wordt, dan kun je ook gewoon weglopen. Je hebt wel wat beters te doen. De volgende dag heb je waarschijnlijk weer een hospi.’

Menno is wat positiever. ‘Beschouw het gewoon als een avondje gezellig chillen met mensen, een paar biertjes drinken, en wie weet komt er een kamer van.’

English