Universiteit

De wereld rond

Hoe sterk is je paspoort?

Europeanen staan bovenaan in een index die de waarde van nationaliteiten meet. Maar hoe meet je de kracht van een paspoort? RUG-hoogleraar Dimitry Kochenov werkte samen met Henley & Partners om dat uit te zoeken.
Door Valia Papadopoulou / Vertaling door Sarah van Steenderen

Advocatenkantoor Henley & Partners publiceert al jaren een ranglijst over de waarde van paspoorten: hoe meer landen je zonder visum kan bezoeken, hoe krachtiger je paspoort is.

RUG-hoogleraar Dimitry Kochenov werkte samen met Henley & Partners om hun bestaande index te verbeteren. Ze creëerden een nieuwe meeteenheid om de waarde van 161 nationaliteiten te meten, op basis van externe en interne waarden.

Die waarden waren o.a. vrijheid om te reizen en zich te vestigen, economische groei, stabiliteit, vrede en menselijke ontwikkeling.

Europese nationaliteiten kregen een erg hoge waardering, en Duitsland scoorde het best. Ook Nederland doet het goed.

De grote verrassing was Georgië. Ondanks de lage score van het land, laat Georgië vrijwel iedereen toe. Het land is een voorbeeld van hoe buitenlands beleid anders kan.

Landen met een niet-democratisch regime en oorlogslanden ontvingen de laagste scores.

Leestijd: 5 minuten (896 woorden)

Henley & Partners – een advocatenkantoor dat gespecialiseerd is in residentie en burgerschap – publiceert de Visa Restrictions Index al sinds 2006. Deze index rangschikt de kracht van paspoorten op basis van hoeveel landen iemand zonder visa kan bezoeken. Hoe meer landen, hoe sterker het paspoort.

Maar volgens Kochenov gaf dit systeem de werkelijkheid niet goed weer. ‘Ik vind het absurd’, legt hij uit tijdens een kopje koffie bij Black and Bloom, z’n favoriete café in de stad. ‘Het maakt niet uit of je zonder visa tien of honderd landen kunt bezoeken. Voor mij gaat het er niet om hoe makkelijk je kunt reizen – je kunt tenslotte altijd een toeristenvisum aanvragen – maar wat voor soort landen je kunt bezoeken.’

Kochenov, voorzitter van de opleiding Europees Constitutioneel Recht aan de RUG, werkte samen met Henley & Partners om een nieuwe meetmethode te ontwikkelen: de eerste Quality of Nationality Index (QNI) werd deze zomer gepubliceerd en stond direct overal in de belangstelling.

Gegevens verzamelen

De nieuwe meeteenheid bekeek de externe waarden (hoe vrij mensen zijn om te reizen of zich ergens te vestigen) en interne waarden (economische groei, stabiliteit, vrede en menselijke ontwikkeling) van 161 nationaliteiten en kende scores van 0 tot 100 toe.

Er bestond weinig informatie over het onderwerp, dus ging Kochenov op zoek naar gegevens bij de International Air Transport Association (IATA), een beroepsvereniging van 265 vliegtuigmaatschappijen. ‘Het is ondoenlijk om de immigratiewetten van elk land uit je hoofd te leren’, zegt hij. De informatie van IATA was dus van cruciaal belang voor zijn onderzoek.

Kochenov concentreerde zich voornamelijk op hoe lang reizigers in vreemde landen verbleven: een toeristenvisum is drie maanden geldig, dus bekeek hij waar reizigers na die periode verbleven. Vervolgens moest hij bevestigen of die mensen wettelijk tegen discriminatie beschermd waren en, belangrijker nog, of ze mochten werken. Met die informatie begon hij de waarde van elke nationaliteit in kaart te brengen.

‘Dit was het punt waarop ik meer inzicht kreeg in de waarde die eigenaars uit hun paspoort kunnen halen, en daar ligt dus de wetenschappelijke waarde van het onderzoek’, legt hij uit.

Bewegingsvrijheid

Dus wat is nou het meest waardevolle paspoort? De hele EU doet het goed, maar de Duitse nationaliteit scoort het hoogst: 83,1 procent. De meeste Europese landen ontvangen een hoge score, waaronder Nederland: 80.3 procent. ‘Dit land heeft een hoog gehalte aan economische groei en menselijke ontwikkeling, uitstekend onderwijs en gezondheidszorg, is vreedzaam, en de mensen zijn hier uitzonderlijk open. De uitkomst was dan ook geenszins een verrassing’, zegt Kochenov.

De top 20 van Europa


In een index die de waarde van nationaliteiten meet – samengesteld met behulp van RUG-hoogleraar Dimitry Kochenov – staan deze Europese landen bovenaan. Bron: QN Index

Dat komt doordat EU-landen actief werken aan het verbeteren van hun economische kracht, menselijke ontwikkeling, levensverwachting, onderwijs en kwaliteit van medische hulpdiensten. ‘Door Europese integratie mogen wij in de hele Unie werken en wonen, waardoor de externe waarde van een nationaliteit omhooggaat’, zegt hij. Met andere woorden, als landen waar de levensverwachting hoog ligt en de burgers hoogopgeleid zijn andere burgers makkelijk toelaten, worden dat erg krachtige nationaliteiten. En omdat de EU afspraken heeft over bewegingsvrijheid, krijgt elk individueel land automatisch een hogere score.

Georgië zorgde echter wel voor een verrassing. Ondanks het feit dat het land een gemiddelde score van 27,8 procent heeft, staat Georgië het meest open voor buitenlanders: ze mogen er zowel wonen als werken. ‘Georgiërs hebben – als ze geen visum hebben – weinig toegang tot landen, zelfs binnen de EU. Maar zelf laten ze vrijwel iedereen toe. Het land straalt de boodschap uit dat we buitenlands beleid met betrekking tot migratie anders kunnen doen, en ze verwachten dat andere landen dat ook doen. Maar we zien helaas nog niet veel verandering: de rest van de wereld heeft het gebaar niet beantwoord’, zegt Kochenov.

Een verdeelde wereld

Minder verrassend is dat oorlogslanden en landen met een niet-democratisch regime de laagste scores kregen. ‘De inwoners van landen als Noord-Korea kunnen zelf niet eens de grens over, dus buitenlanders komen er ook niet in, laat staan dat ze mogen blijven. Deze landen zijn ontzettend nationalistisch en staan vijandig tegenover buitenlanders’, legt Kochenov uit. ‘Maar aan de andere kant, wie wil er nou in Noord-Korea wonen?’

Volgens Kochenov is het van cruciaal belang om de waarde van een nationaliteit te begrijpen, zeker gezien het groeiende aantal mensen dat hun eigen land verlaat om zich elders te vestigen. ‘Stel je voor dat je elk jaar opnieuw een werkvergunning aan moet vragen als je van land naar land reist. Als je leven daarvan afhangt, wordt dat een heel ongelukkig leven. Hoe waardevoller je burgerschap is, hoe makkelijker je de wereld over kunt reizen en het leven leiden dat je wilt’, legt hij uit.

Maar juist door de waarde van het EU-burgerschap beseffen inwoners van de EU soms niet hoe goed ze het hebben. ‘Mensen nemen de waarde van hun burgerschap soms voor lief, en gaan ervan uit dat het in de rest van de wereld ook zo gaat’, zegt Kochenov. ‘Maar dit is helaas in de verste verte niet waar: het is niet altijd makkelijk in een ander land te gaan wonen als je paspoort niet bij een van de sterkste nationaliteiten hoort.’

English