Universiteit
Illustratie René Lapoutre

Uitgeput door corona

Hoe lang houden we dit nog vol?

Moet de universiteit straks wéér een omslag maken naar volledig online onderwijs? Opnieuw een berg werk verzetten? Het RUG-personeel zit er na zes maanden stressen helemaal doorheen. ‘Dit heb ik in 34 jaar nog nooit meegemaakt.’


René Hoogschagen

Door René Hoogschagen

29 september om 10:01 uur.
Laatst gewijzigd op 30 september 2020
om 13:01 uur.
René Hoogschagen

By René Hoogschagen

september 29 at 10:01 AM.
Last modified on september 30, 2020
at 13:01 PM.
René Hoogschagen

René Hoogschagen

Freelancejournalist
Volledig bio
Freelance journalist
Full bio

‘Als dit nog langer doorgaat, hoeft het van mij niet meer’, zegt Heleen van Peet, docent bij economie en bedrijfskunde. De afgelopen maanden moest ze diverse vakken naar een online versie omzetten, en dat ging haar niet in de koude kleren zitten.

‘Je wordt ’s ochtends veel vroeger wakker met de panische gedachte: als het maar lukt. En dan kun je maar beter opstaan en aan het werk gaan, want je slaapt toch niet meer. Het is gewoon heel uitputtend. Mijn vier weken vakantie heb ik echt nodig gehad om überhaupt bij te komen.’

Je wordt wakker met de panische gedachte: als het maar lukt

Eva Teuling, onderwijscoördinator bij FSE, had een paar momenten dat ze niet meer wist of ze het werk nog wel overzag. Ze werkte vanuit huis achter elkaar twee secretaresses in en ondertussen werd er een verandering in de organisatie doorgevoerd, waardoor ze opleidingen moest overdragen en daar weer andere opleidingen voor terugkreeg. 

En dan had ze ook nog twee jonge kinderen thuis. Geluk bij een ongeluk: de werkopdrachten van haar zzp’ende man waren zo goed als verdampt, dus had hij tijd voor de kleintjes.

Universitair hoofddocent kunstgeschiedenis Joost Keizer had dat geluk niet. Hij en zijn vrouw, die ook werkt, hadden hun handen vol aan hun drie kleine kinderen. ‘Het werk verschoof naar de randen van de dag’, vertelt hij. En dus zat hij vaak ’s nachts te werken. ‘Dat waren soms heel goede uren.’

Burn-outs

De drie RUG-medewerkers zijn lang niet de enigen die het extra zwaar hadden de afgelopen zes maanden. Uit onderzoek door de arbodienst onder al het universiteitspersoneel bleek onlangs dat 40 procent een hogere werkdruk ervaart door de coronamaatregelen. Ook gaf 40 procent van de respondenten aan dat hun geestelijke gezondheid achteruit was gegaan. 

Of dat meer uitval door burn-outs heeft veroorzaakt, is nog niet te zeggen, zegt arbeids- en organisatiedeskundige Ton Modderman, die de enquête uitzette. ‘Daar is het nu te vroeg voor. Maar ik weet zeker dat we er op termijn de effecten van gaan zien.’ Het aantal afspraken bij bedrijfsartsen en maatschappelijk werk loopt al op, weet hij.

Alles tegelijk

De weken rond de start van het academisch jaar waren ook weer heel heftig. ‘Alles kwam tegelijk en alles moest acuut. Dat was gewoon veel’, vertelt Teuling. Eerst waren de colleges van fysiek naar online gegaan, nu ging het juist weer andersom. Binnen een week moest ze uitzoeken wat docenten fysiek wilden doen. ‘Dat heeft ook bij verschillende collega’s tot heel veel stress en onrust geleid.’

Van Peet moest haar vak omzetten in een online vorm en de werkcolleges daarvoor anders ontwerpen. Tegelijk voerde ze ook nog een kwaliteitsverbetering door die al was ingepland, met een andere casus en andere literatuur. 

Ik heb het overleefd, maar je moet niet vragen tegen welke kosten

En dan ontdekte ze aan het eind van de zomer ook nog dat er veel meer studenten dan normaal voor haar vak hadden gekozen. ‘Dat weet je dan vlak voordat de cursus begint. En dan heb je dus niet genoeg docenten.’ Ze zucht. ‘Ik ben zo ongeveer al mijn tijd kwijt geweest om mensen aan te kunnen stellen, omdat anders een verplicht vak niet gegeven kon worden.’

‘Ik heb het overleefd’, blikt Van Peet terug. ‘Het is gelukt, maar je moet niet vragen tegen welke kosten. Ik werk hier al 34 jaar, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt.’ 

Inmiddels gaat het wel weer, zegt ze. ‘Twee weken geleden, toen het vak eenmaal was opgestart, was er een soort opluchting en een soort van bijkomen.’ Bovendien kan ze nu weer af en toe naar de faculteit en ziet ze weer eens een collega in levenden lijve. 

Maar ja. ‘Straks krijgen we natuurlijk weer die online examens. En dat is véél meer werk.’

Onderzoek

Keizer maakte zoveel uren om het onderwijs online te krijgen, vertelt hij, dat onderzoek doen niet lukte gedurende die maanden. Bij Van Peet idem dito. ‘Daar staat je hoofd ook niet naar’, zegt ze. 

Hoogleraar astronomie Mariano Mendez doet juist veel onderzoek, thuis. Heel veel. Sinds het begin van de lockdown is hij één keer op het Kapteyn Instituut geweest om iets op te halen. Verder komt hij haast niet buiten. Hij ziet amper mensen, alleen zijn zoon van 15, die om de week bij hem woont. Verder werkt hij vrijwel constant.

‘Er is geen grens meer tussen wat werk is en wat thuis is, zegt de hoogleraar. ‘Op een gegeven moment – mijn zoon was er niet – was ik bezig een artikel te schrijven en dingen te regelen. Ik was begonnen om half negen ’s ochtends en ik was rond middernacht nog bezig.’ 

Dat is niet gezond, besefte hij en dus schreef hij zich in voor een cursus om daar beter mee om te gaan. Nu probeert hij ook andere dingen te doen dan werken. Lezen, Netflixen en op vaste tijden eten – voor de tv, in plaats van bij de computer.

Online universiteit

Bij kunstgeschiedenis kunnen ze nu dezelfde kwaliteit bieden als voorheen met fysiek onderwijs, vindt Keizer. Maar, zegt hij erbij, dat staat niet in verhouding tot de tijd die de docenten erin moeten steken om het op dat niveau te krijgen. Zeker niet als het weer helemáál online moet. 

De ambitie van het bestuurscollege om de beste online universiteit van Europa te worden, ziet hij dan ook niet zitten. ‘Als we online móeten vanwege corona, ja, dan moeten we proberen om de beste te zijn’, zegt Keizer. ‘Maar ik vind niet dat we moeten streven naar het worden van de beste online universiteit.’ Al zal zo’n tweede omslag wel makkelijker gaan, verwacht hij.

Dit treft de studenten harder dan ons, het is hun toekomst

‘Fysiek onderwijs is veel efficiënter’, beaamt Van Peet. ‘Hoe hard we ook ons best doen als docenten, er mist toch iets. Je ziet niet echt de reactie van de studenten.’ Als ze iets uitlegt, zeggen studenten soms wel “oh ja”, maar de wazige blik die het tegendeel vertelt ziet ze niet goed op een scherm. Pas later blijkt dan of het wel echt is overgekomen. ‘En dat was dan misschien net die input geweest waardoor een student van een 6 naar een 7 had gekund.’

Ze begrijpt dat studenten klagen over collegegeld. ‘Wat we hen op dit moment bieden is gewoon minder. Maar ja, we hebben dat geld wel nodig om de boel draaiende te houden.’

Feestende studenten

Bij Teuling schoot de kritiek juist in het verkeerde keelgat, net als het idee van de VVD om mee te kijken of de lessen wel op niveau zijn. ‘Weten jullie wel hoeveel moeite het kost om het onderwijs dat er nu is voor elkaar te krijgen?’

Ook de feestende studenten kan Teuling niet waarderen. ‘Dan denk ik: hallo, wij zijn met zijn allen maandenlang heel hard bezig om zoveel mogelijk fysiek onderwijs te regelen, omdat dat beter is voor de student. En dan moet het straks allemaal weer dicht.’

Van Peet heeft meer begrip voor die studenten. ‘Ik heb medelijden met ze. Ik zit thuis lekker ruim in mijn studeerkamer en ik heb internet dat het doet.’ Ze snapt dus ook wel dat eerste- en tweedejaars op pad gaan. ‘Die zijn van een leeftijd dat je dingen nog niet overziet.’ 

Keizer is dat met haar eens. Bovendien, zegt hij: ‘Dit treft de studenten harder dan ons. Het gaat om hun toekomst.’

English