Universiteit

Reacties van Nederlandse lezers

'Het spijt me, Consuela'

Meer dan honderdduizend mensen lazen het UK-artikel over subtiele vooroordelen aan de RUG vorige week. Honderden reageerden. Dat het onderwerp een gevoelige snaar raakte, is duidelijk. Is het vooral tijd om te ‘luisteren’, zoals veel lezers stelden? Of is de hele kwestie niet meer dan ‘intersectionele waanzin’?
Door Megan Embry / Vertaling door Sarah van Steenderen

Dit is een vervolg op een tweeluik over subtiele vooroordelen onder staf en studenten van de RUG. Ga naar deel 1 of deel 2

De persoonlijke verhalen over vooroordelen en discriminatie van internationale studenten verrasten iedereen vorige week, ook rector magnificus Elmer Sterken. Afgelopen vrijdag gaf hij zijn mening over de kwestie. ‘We gaan er vaak van uit dat dit soort intolerantie niet voorkomt aan een universiteit, maar dat blijkt dus wel zo te zijn’, zei hij nadat hij het artikel had gelezen.

Al meteen nadat het artikel was geplaatst, vertelde de Mexicaanse studente Alejandra Hernandez dat een medestudent die haar grappend ‘Consuela’ had genoemd, refererend aan een schoonmaakster in een tekenfilmserie, haar excuses had aangeboden. Andere studenten die aan het artikel hadden meegewerkt kregen soortgelijke reacties.

Internationale studenten en medewerkers lieten van zich horen via comments op de website en Facebook, of stuurden privéberichten om te zeggen ‘dat het tijd werd dat iemand de dingen beschreef die we allemaal hebben meegemaakt.’

Ook Nederlandse lezers reageerden. Veel van hen vonden dat de aandacht voor het onderwerp terecht was, of kwamen met weloverwogen kritiek of verhelderende observaties. Maar er waren er ook die stelden dat subtiele vooroordelen helemaal geen probleem zíjn.

‘We luisteren’

Aanvankelijk wist studente Sara Omlor niet precies hoe ze moest reageren op de buzz rond de stukken. ‘Ik ben Nederlands, dus het leek me een goed idee om eerst maar eens te luisteren in plaats van meteen te reageren.’ Maar ze snapt de internationale studenten wel. Na een tijd in de Verenigde Staten, verwachtte ze dat haar terugkeer naar Groningen als een thuiskomst zou voelen. ‘Maar in plaats daarvan voelde ik me een buitenstaander. Alsof je deel uitmaakt van een exclusieve vereniging als je hier woont. Het moet waanzinnig moeilijk zijn om regelmatig naar een onbekende plek te verhuizen en dan voortdurend dit soort dingen mee te maken. Het is echt tijd dat we gaan luisteren.’

Wuif de ervaringen van anderen nou niet meteen weg, alsof ze er niet toe doen

Omlor is niet de enige die oproept tot luisteren. Op de website van de UK schreef iemand: ‘Medenederlanders: Er wordt hier veel te veel gepraat en niet genoeg geluisterd. Wuif de ervaringen van anderen nou niet meteen weg, alsof ze er niet toe doen. We hebben veel bereikt, maar dat betekent niet dat we niet meer naar de input van anderen hoeven te luisteren. Zodra je denkt dat je de hottest shit around bent, hou je op met jezelf te verbeteren.’

Er zijn grenzen

Hendrik Timmer is RUG-alumnus en werkt nu met internationale studenten. Hij vindt dat het belangrijk is om het hierover te hebben; zijn studenten hebben hem ook wel eens verteld over soortelijke ervaringen. ‘Ook ik dacht aanvankelijk: och, dat komt gewoon omdat we zo direct zijn. Wij zijn eraan gewend om dit soort grapjes tegen elkaar te maken. Het is gewoon een kwestie van: wen er maar aan.’ Maar na enig nadenken, zegt Timmer: ‘We realiseren ons vaak niet dat er grenzen zijn aan die grapjes, ook bij Nederlanders onderling. Het is goed om te erkennen dat andere mensen ook grenzen hebben.’

Lezer Rachel K. stelde op de website dat ongepaste opmerkingen gevolgen kunnen hebben: ‘We moeten ons realiseren dat we goede mensen kwijtraken als ze zich onzeker gaan voelen door ons gedrag.’ Maar tegelijkertijd denkt ze niet dat de stereotyperende opmerkingen echt zo lullig bedoeld zijn. Ze vallen meer onder een culturele tendens in Nederland: mensen maken elkaar graag een beetje belachelijk.

‘Een goed voorbeeld zijn de ‘koosnaampjes’ die we gebruiken. Je ziet het vooral onder mannen op de universiteit. Ze noemen elkaar bijvoorbeeld ‘eikel’. Dat is heel normaal, en is gewoon grappig bedoeld. Ik kan me voorstellen dat een international daarvan schrikt. Maar ik zou me juist beledigd voelen als mensen dit soort grapjes níet over me maakten.’

Ze vraagt zich af of het ‘Consuelaverhaal’ niet veel meer over integratie gaat. ‘Ik ken de precieze omstandigheden natuurlijk niet, maar ik kan me voorstellen dat de bijnaam een vorm van acceptatie was. Dat ze echt deel uitmaakte van het team.’ Mogelijk komt het bij Nederlandse studenten niet eens op dat dit soort grapjes kwetsend kunnen zijn, omdat ze die zelf al hun hele leven horen.

Dat is niet ‘direct’

Maar niet iedereen kan eraan wennen. Krina Huisman is een PhD-student aan de RUG. Ze was geschokt door sommige opmerkingen. ‘Dit zijn onbeschofte, soms openlijk racistische, opmerkingen, gemaakt door onbeschofte mensen.’ Ze gelooft echter niet dat de opmerkingen een typisch voorbeeld zijn van ‘Nederlandse directheid’ en heeft dan ook geen enkele moeite om zich ertegen uit te spreken. En dát is een veel beter voorbeeld van ‘Nederlandse directheid’: ‘Je gevoel onder woorden brengen en een probleem gewoon bespreekbaar maken.’

Er is een nog belangrijker verschil tussen onbeschoftheid en directheid

Huisman denkt dat de taalbarrière een oorzaak is voor het feit dat Nederlanders soms iets directer overkomen dan de bedoeling is. Het zou daarom goed zijn dat Nederlandse studenten zich hiervan bewust zijn. Universitair hoofddocent taalkunde Mark de Vries bevestigt dat taalverschillen goede bedoelingen kunnen verhullen. ‘Maar die goede bedoelingen zijn wél belangrijk’, zegt hij. ‘Een knullige formulering kan beledigend zijn, zonder dat dat de bedoeling was, maar soms horen mensen dat toch.’

We moeten bovendien ook niet generaliseren. ‘Er is een belangrijk verschil tussen racisme en stereotypering’, zegt hij. ‘En er is een nog belangrijker verschil tussen onbeschoftheid en directheid.’

Identiteitspolitiek

Caroline, die ook reageerde op het artikel, zegt ongeveer hetzelfde. ‘Stereotyperen is niet hetzelfde als direct zijn en zeker niet hetzelfde als racisme.’ Ze vreest dat de hele discussie juist die groep dreigt te stereotyperen die daarvan beschuldigd worden. En ze is ook niet blij met een benadering die internationale studenten uitnodigt om ‘met het vingertje te wijzen en “me too” te zeggen.’

Student Ludo Aerts, die ook bijdroeg aan het eerste artikel, vreest dat de toon van het stuk een kunstmatige scheiding creëert. ‘Als we iets willen verbeteren, helpt het dan echt om te focussen op de tweedeling tussen Nederlanders en internationals?’ vraagt hij zich af. ‘Of versterkt dat een soort identiteitspolitiek? Een duidelijk verhaal van slachtoffers en daders?’

Bied een tegenwicht aan het eindeloze gezeur van jengelende kinderen die net doen alsof ze academici zijn

Aerts gelooft niet dat Nederlandse studenten zullen willen deelnemen aan een discussie waarin zij de slechteriken zijn. Sommigen zullen misschien wel openstaan voor de kritiek, zegt hij, ‘maar ik kan me ook voorstellen dat mensen zeggen: “Daar heb je de bijzondere sneeuwvlokjes.” Ze zullen zo’n artikel als dit enkel zien als een bevestiging van hun eigen negatieve visie.’

En inderdaad: op sommige plekken in de comment section gebeurde precies dat.

‘Marxistische sneeuwvlokjes’

Sven Schiepers, geen RUG-student, maar kortgeleden afgestudeerd aan de Universiteit van Maastricht, kreeg de link van een kennis aan de RUG. Hij vindt dat de klachten een ideologische bedreiging van de maatschappij laten zien. ‘De trend van new age hipsters die zich voortdurend aangevallen voelen.’

Schiepers wil tegenwicht bieden aan het ‘eindeloze gezeur’ van ‘jengelende kinderen die net doen alsof ze academici zijn. Net als de auteur.’ Waarom zouden we zulke mensen tolereren, en de gedragsregels die ze ons willen opleggen? wil hij weten. ‘Ze proberen de macht te grijpen binnen de instellingen en ik denk dat gevaarlijk is. Er wacht ons een autoritaire toekomst.’

Diverse mensen vinden dat de Nederlanders niet mee moeten doen met de trend van slachtofferhysterie die door de Westerse wereld waait. Het is allemaal Marxistische onzin, zegt Schiepers. ‘Stop met die onzinnige verontwaardiging. De samenleving is níet jouw safe space utopie en zal dat niet worden ook. Dit stuk is intersectionele waanzin.’

Commenter Otto von Seissendreck zegt het kort en bondig: ‘Stel je niet zo aan. En als het je hier niet bevalt, dan houdt niemand je tegen om weg gaan.’

English