Studenten

Vier landen, vier verhalen

Het oorlogsverhaal van je grootouders

Al 75 jaar herdenken we de Tweede Wereldoorlog. Maar ‘het oorlogsverhaal’ kan van land tot land radicaal verschillen. Drie internationale RUG-studenten en één medewerker vertellen het verhaal van hun grootouders uit India, Italië, Duitsland en Groot-Brittannië.
Door Mella Fuchs, Anne de Vries, Anna Koslerova en Paulien Plat


Ciara

Italië

Chiara’s grootvader vocht voor Mussolini

Osama

India

Osama’s grootvader werd gedwongen te vechten tegen de Japanners

Franziska

Duitsland

Franziska’s opa vocht voor de nazi’s

Tom

Groot-Brittannië

Tom’s overgrootvader vloog Spitfires

Chiara Mancuso

Italië

‘Wat heeft mijn opa meegemaakt toen hij gevangen zat?’

Chiara Mancuso’s familie sprak niet graag over de oorlog. Maar zij en haar vader puzzelden hun familiegeschiedenis bij elkaar aan de hand van de paar dingen die ze wél wisten. ‘Mijn opa vocht niet voor de goede kant, maar ik wil toch zijn verhaal vertellen.’
Door Anne de Vries

Op een oude foto staat een groepje soldaten bij elkaar op een zandvlakte in El Alamein in Egypte. Een van hen staat rechtop, met zijn armen stram langs het lichaam, een beetje voorovergebogen omdat er een medaille op zijn uniform gespeld wordt. Volgens de beschrijving op de achterkant van de foto was dit 18 juli 1942.

Antonino Mancuso werd een jaar voor de Eerste Wereldoorlog geboren in Palermo op Sicilië. Toen de tweede begon, was hij oud genoeg om te vechten. Dat deed hij op het Afrikaanse continent en ook in Albanië. Hij overleefde een bombardement van een Engels vliegtuig en sloeg als commandant van zijn compagnie met succes een Britse aanval in Egypte af, wat hem die medaille opleverde.  

Overweldigd

Kort daarna moest hij met zijn compagnie een gevecht aangaan dat ze niet konden winnen. Ze hadden te weinig mankracht en munitie en werden al snel overweldigd door het Britse leger. Mancuso werd als krijgsgevangene meegenomen naar Caïro. Door zijn medailles dachten de Britten dat Mancuso een hooggeplaatste officier was in het Italiaanse leger, en dat hij wel zou weten waar de Italiaanse en Duitse troepen zich bevonden. Maar dat was niet zo.  

We hebben de dingen die mijn opa en oma vertelden bij elkaar opgeteld

De Britten konden niet al hun krijgsgevangenen mee naar huis nemen, dus verdeelden ze hen over hun koloniën. Mancuso werd eerst naar Palestina gebracht en daarna, in september 1942, naar India, waar hij tot januari 1946 zou blijven. Tijdens de reis terug naar Napels gaven ze hem elke ochtend vis als ontbijt, wist zijn zoon zich te herinneren. Het was een van de weinige dingen die Mancuso vertelde over de oorlog. Hij lachte er elke keer bij als hij de anekdote opdiste. 

Tweedejaars geschiedenisstudent Chiara Mancuso en haar vader, Antonino’s enig kind, bleven achter met veel vragen. Wat was er in die vier jaar met Antonino gebeurd? In welke kampen had hij gezeten in India? Hoe vaak had hij de reis naar Afrika gemaakt en waar had hij gevochten? Mancuso stierf 22 jaar geleden, toen Chiara pas een jaar oud was. Ze heeft hem die vragen nooit kunnen stellen.   

Giswerk

‘We hebben de dingen bij elkaar opgeteld die mijn vader hoorde van zijn vader en wat mijn oma mij heeft verteld’, zegt Chiara. Ze weten de data dankzij Mancuso’s legerpapieren. Maar wat er in India gebeurd is, dat blijft giswerk. 

Mancuso heeft zijn zoon verteld dat hij in een kamp zat nabij Bhopal, in het midden van India. Ze weten ook dat hij nog in een ander kamp zat en ze denken dat dit Yol was, dichtbij wat later Pakistan zou worden. Dit kamp stond bekend als de gevangenis waar de meeste officieren werden vastgehouden.  

Mancuso werd in India vermoedelijk iets beter behandeld dan de andere gevangenen omdat hij een commandant was. Hij kreeg ander eten en had zelfs de mogelijkheid om het terrein af en toe te verlaten. Maar ook hij sliep op een bed zonder matras, net als de andere mannen in het kamp, zodat zijn beenhaar vast kwam te zitten in de spiraalbodem.   

Geschiedenisles

Chiara heeft haar oma maar twee keer naar de oorlog gevraagd. De eerste keer was dat nadat het onderwerp tijdens de geschiedenisles aan de orde was gekomen. Haar oma zei niet veel, maar liet haar die foto uit 1942 zien. ‘Destijds was ik nog niet volwassen genoeg om de juiste vragen te stellen’, zegt Chiara. ‘En toen ik dat wel was, was het te laat.’

De tweede keer stonden ze in de keuken het avondeten klaar te maken. Chiara,  die toen zestien was, vertelde dat ze op school met de oorlog bezig waren en herinnerde haar oma aan wat ze eerder had verteld. Kon ze dat verhaal nog eens vertellen? De blik die haar grootmoeder haar gaf terwijl ze kortaf antwoordde, was veelbetekenend: ‘Hij had gevochten en zat veertig maanden lang gevangen in India.’ Chiara begon er nooit meer over.   

Ik was niet volwassen genoeg om de juiste vragen te stellen

Mancuso was zestien jaar ouder dan zijn vrouw. Ze waren verliefd geworden toen hij op verlof was in 1941. Twintig jaar later, na hun trouwerij, ging ze hem achterna naar Noord-Italië, waar hij nog voor het leger werkte. ‘Ik denk dat ze zo van hem hield dat het te pijnlijk was om over hem praten, of over wat hij heeft meegemaakt.’ 

Mazzel

De verhalen over haar grootvader aan moederskant, Dino Bassignani, waren heel anders. Hoewel Bassignani nooit over de oorlog praatte en Chiara’s opa stierf toen zij een jaar of elf was, vertelde Chiara’s oudtante, de zus van Bassignani, haar van alles. Chiara interviewde haar oudtante en vijf anderen uit het dorp van haar opa voor haar eindwerkstuk geschiedenis op de middelbare school.

Bassignani was pas acht jaar toen de oorlog uitbrak. Hij woonde in een dorpje aan de voet van een berg. Toen ze hoorden dat de Duitsers in aantocht waren, namen alle mannen in het dorp hun vee mee en verstopten zich op de berg. Ze wisten dat de Duitsers hen als verzetsmensen zouden beschouwen als ze hen vonden, en hen zouden doden. 

Ze hadden mazzel, want het leger trok door de vallei naar de andere kant van de berg. Bassignani’s familie had ook geluk. Ze mochten het meeste van hun eten houden, omdat Dino’s moeder zwanger was van zijn zus – Chiara’s oudtante. 

Frustrerend

‘Ze had er geen problemen mee om me dit allemaal te vertellen, omdat ze alleen maar doorgaf wat zij zelf gehoord had. Ze had zelf geen angstige herinneringen.’ Haar oudtante kon erg lachen om het beeld van haar vader die zich voor de Duitsers verschool in een ton vol druiven. Ze had het immers nooit zelf gezien. 

Het is gek om te beseffen dat hij vier jaar gevangen zat

Maar het is frustrerend om niet precies te weten wat Mancuso meegemaakt heeft. ‘Het is gek om te beseffen dat hij vier jaar gevangen zat en het is vooral moeilijk dat ik het verhaal niet rechtstreeks van hem te horen heb gekregen.’ Daardoor voelen haar opa’s ervaringen minder dichtbij, zegt Chiara. ‘Ik heb nooit de uitdrukking op zijn gezicht kunnen zien als hij dit verhaal vertelde.’

In de toekomst willen zij en haar vader naar Palermo gaan, om de oorlogsarchieven te bekijken in de geboortestad van haar opa. Haar vader heeft ook het nationale archief in Groot-Brittannië aangeschreven, om te zien of daar meer documentatie te vinden is over Mancuso. 

Afkomst

‘Ik wil meer weten over mijn familiegeschiedenis, ik wil weten welke invloed de oorlog op mijn opa gehad heeft’, zegt Chiara. Ze denkt dat er dan dingen op hun plaats vallen. ‘Dat ik dan snap waarom bepaalde dingen gebeurd zijn’. Zij en haar vader denken bijvoorbeeld dat Mancuso er zo op gebrand was dat zijn zoon Engels leerde omdat hij zichzelf niet verstaanbaar kon maken toen hij in India zat.  

Chiara is trots op haar Italiaanse afkomst. Ze is trots dat haar opa voor zijn land vocht en dat hij terugkeerde nadat hij zo lang gevangen had gezeten. ‘Hij vocht niet voor de goede kant, maar zijn verhaal mag toch verteld worden.’

Osama Arshad

India

‘Mijn opa werd gedwongen te vechten in de oorlog van een ander’

Osama Arshad’s grootouders maakten de Tweede Wereldoorlog mee in India. Zijn opa werd gedwongen om voor de Britten tegen Japan te vechten. ‘De Britten behandelden de Indiërs als slaven en sloegen ze als ze niet gehoorzaamden.’
Door Mella Fuchs

Osama Arshad’s opa Shafi Cheema had het zwaar tijdens de oorlog. Maar als hij zijn familie vertelde over wat hij had meegemaakt, had hij altijd een glimlach op zijn gezicht. ‘Hij had veel geleden, maar hij besloot om het zich lachend te herinneren’, zegt Osama. 

Osama, die internationaal en Europees recht studeert aan de RUG, heeft een ingewikkelde achtergrond. Hij werd geboren in Italië uit Pakistaanse ouders. Maar zijn opa maakte de Tweede Wereldoorlog mee in India, dat destijds een Britse kolonie was. In 1941, toen zijn opa pas twintig jaar oud was, klopte het lot bij hem aan.   

Twee politiemannen kwamen naar de boerderij in Sahowala waar Shafi en zijn vader werkten. Ze namen hem en veel andere jongemannen uit de buurt mee naar het politiebureau. Al snel werd duidelijk dat ze waren gerekruteerd voor het Brits-Indische leger en tegen de Japanners moesten vechten – een bondgenoot van nazi-Duitsland die onder meer de Britse koloniën Birma (nu Myanmar) en Singapore wilden veroveren. 

Opstandig

Shafi mocht afscheid nemen van zijn familie, maar wel met een soldaat erbij die ervoor zorgde dat hij niet kon ontsnappen. Hij werd naar een stad in het oosten van India gestuurd – tegenwoordig Bangladesh – waar hij drie maanden lang militaire training kreeg.

‘Mijn opa was een opstandig iemand. Hij weigerde om bevelen op te volgen. De soldaten moesten laarzen dragen, maar Shafi maakte zijn veters niet vast. Niemand had hem ooit geleerd hoe dat moest en nu had hij er geen zin in’, lacht Osama. ‘Maar de Britten behandelden de Indiërs als slaven en sloegen ze als ze niet gehoorzaamden. Uiteindelijk besefte mijn opa dat hij het maar moest accepteren.’

Mijn opa maakte zijn veters niet vast. Niemand had hem ooit geleerd hoe dat moest

Hij werd ingezet als chauffeur. ‘Niemand in India kon toen een auto betalen, dus mijn opa had geen idee hoe je er eentje moest besturen. Toen de Britse officieren hem vertelden dat hij de volgende dag met de vrachtwagen moest rijden, oefende hij de hele dag en nacht tot het hem op de een of andere manier lukte.’  

Shafi werd ingedeeld bij het Royal Indian Army Service Corps, de logistieke tak van het leger die voor munitie, voedsel, kleding en andere noodzakelijke spullen zorgde.

‘Mijn opa reed ’s nachts met de koplampen uit door de bossen. Soms wel 24 uur achter elkaar zonder te eten of te slapen, omdat hij de controleposten moest vermijden. Als hij ontdekt werd, zou hij gedood worden. Hij werd heel gedisciplineerd en leerde hoe je kunt overleven. Dat heeft hij ons later ook geleerd. Hij zei altijd dat het niet uitmaakt wat je overkomt; waar het om gaat is hoe je erop reageert.’ 

Pearl Harbor

Na een of twee jaar aan de frontlijn in Singapore werd Shafi met zijn eenheid overgeplaatst naar Birma, waar hij wederom als chauffeur moest werken. Na de aanval op Pearl Harbor begon de VS Japan te bombarderen en de Japanners planden een laatste aanval op het grondgebied van het Brits-Indische leger. 

Toen mijn opa zijn maat probeerde te redden, werd hij in zijn dij geschoten

Met de Japanse vliegtuigen in aantocht kreeg Shafi het bevel om zijn vrachtwagen te verplaatsen, om zoveel mogelijk goederen te redden. Maar dat was overdag een zinloze missie.

‘Stel je eens voor: je truck wordt gebombardeerd en je enige optie is om uit te stappen en weg te rennen. Maar dan vallen de Japanse grondtroepen aan… Een van mijn opa’s kameraden raakte in paniek. Hij gilde dat ze gingen sterven, dat ze gedwongen waren om hun huizen en hun families achter te laten om te vechten in een vreemd land waar niemand ze ooit terug zou vinden. Mijn opa probeerde hem te kalmeren, maar toen hij naar zijn maat rende werd hij in zijn dij geschoten’, vertelt Osama.

Shafi’s strijdmakkers slaagden erin om hem naar het bos te krijgen, waar ze zich dagenlang verstopten. Shafi verloor zoveel bloed dat hij flauwviel. Gelukkig kwamen de anderen uiteindelijk een andere Britse legereenheid tegen, die hem naar een hospik bracht. ‘Ze hebben de kogel nooit uit zijn been gekregen. Altijd als we met het vliegtuig gingen moest hij een verklaring ondertekenen dat hij een veteraan was en dat hij een kogel in zijn lichaam had.’ 

Japanse aanval

Osama’s opa herstelde, maar door de verwonding was hij langzamer dan voorheen. Toch moest hij weer in dienst, want de oorlog was nog niet voorbij.

Op een dag raakten Shafi en een paar anderen tijdens een expeditie de rest van de groep kwijt. Ze verdwaalden in de Birmese jungle en werden aangevallen door de Japanners. Twee mannen kwamen om het leven en een derde raakte gewond. Shafi en zijn maten namen hun gewonde vriend mee en dwaalden acht dagen lang door de jungle, zonder eten of water.  

‘Dat was de enige keer dat mijn opa bang was om dood te gaan’, weet Osama. ‘Op een nacht zei de gewonde man dat hij iets hoorde dat als een spoorlijn klonk. De anderen dachten dat hij ijlde door de uitputting en weigerden te gaan kijken. De man stierf die nacht, maar de volgende dag vonden de anderen de spoorlijn die naar een dorp leidde. Hij had het kunnen overleven.’   

De enige keer dat hij bang was te sterven was toen hij door de jungle dwaalde 

De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki beëindigden de oorlog in augustus 1945. ‘Mijn opa en zijn kameraden hadden blij moeten zijn, want hun vijand was gecapituleerd. Maar het was gewoon te verschrikkelijk: al die vrouwen en kinderen hadden er niets mee te maken.’ 

Een week later vertrokken de Britten uit India, met achterlating van een land dat in twee stukken uiteenviel: de Islamitische Republiek Pakistan en de Republiek India. Maar de bevrijding betekende niet dat de problemen in India ten einde waren. 

Afgeslacht 

De Britten hadden een religieus conflict gecreëerd dat voorheen niet bestond, zegt Osama. Moslims raakten in gevecht met hindoes, sikhs en andere groeperingen, waarna massale vluchtelingenstromen op gang kwamen. Huizen werden platgebrand en veel mensen werden verkracht en afgeslacht.

‘Een familie die mijn opa kende werd uitgemoord. Na alles dat hij had meegemaakt kwam mijn opa tot de conclusie dat geweld volkomen zinloos is. Hij zei tegen ons dat hij zijn jonge jaren had verloren aan een gevecht dat niet gewonnen kon worden. Hij spoorde ons aan om ons in te zetten voor iets waardevols’, zegt Osama. ‘Het maakt me nog steeds boos dat hij gedwongen werd om de oorlog van een ander uit te vechten.’ 

Gelukkig koesterde Osama’s opa geen wrok. ‘Maar hij wilde wel dat wij wisten dat ons volk onderdrukt werd en dat ze vochten voor hun vrijheid. Hij leerde me dat vrijheid je altijd weer afgenomen kan worden. Ik denk dat ik daarom de politiek zo goed in de gaten houd. Iemand als Matteo Salvini in Italië kan misschien onze vrijheid verpesten.’

Franziska Benning

Duitsland

‘Mijn opa voelde zich extreem schuldig dat hij voor de nazi’s had gevochten’

Franziska Bennings grootvader vocht voor de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog en haar grootmoeder moest schuilen voor de geallieerde bombardementen. ‘We hebben geluk dat we in deze tijd zijn geboren.’
Door Paulien Plat

Franziska Bennings grootvader praatte nooit over de oorlog. Hij had het weliswaar overleefd, maar als Duitse soldaat had hij voor de ‘verkeerde kant’ gevochten en daar voelde hij zich extreem schuldig over. ‘Hij vertelde zijn verhaal alleen aan mijn broer en mijn moeder’, vertelt Franziska, die als psycholoog bij de RUG werkt. 

Toch neemt zij hem niets kwalijk. ‘We weten niet hoe hij werd beïnvloed’, zegt ze. ‘Er was groepsdruk tussen de soldaten onderling. Hem werd verteld dat de geallieerden de vijand waren en dus vocht hij. Veel mensen zeggen dat de Duitse soldaten een keus hadden, maar wij waren er niet bij.’

Franziska’s opa werd geboren in Duitsland, in 1918. Zijn vader stierf op het slagveld tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel zijn moeder hertrouwde, was zijn stiefvader een nare man. En dus was de kleine Heinz Pappert geen gelukkig kind. 

Tweede familie

Als jongetje raakte Heinz betrokken bij de Hitler Jugend, waar hij het gevoel had dat hij zichzelf kon zijn. ‘Het was een tweede familie voor hem’, zegt Franziska.

De Hitler Jugend was een tweede familie voor hem  

Hij was nog maar acht jaar oud toen hij een medaille kreeg van de Hitler Jugend (die werd in 1922 opgericht, maar stelde in de beginjaren weinig voor), voor het dragen van een rugzak van tien kilo, gedurende acht kilometer.

‘We vonden die medaille in een doosje met zijn oude spullen’, herinnert Franziska zich. Toen de oorlog begon, in 1939, meldde Heinz Pappert zich aan bij het Duitse leger. Hij was toen 21.

Heinz overleefde de oorlog, maar werd in april 1945 opgepakt door de Russen en op een trein naar Siberië gezet. Vanzelfsprekend vreesde hij het ergste en dus hield hij de bewakers scherp in de gaten. Toen ze eindelijk wegdoezelden, rond drie of vier uur ’s ochtends, greep hij zijn kans en sprong hij bij de Pools-Duitse grens uit de trein. Hij vluchtte vervolgens terug naar Noord-Duitsland.

Nederlands uniform

‘Op de een of andere manier wist hij een Nederlands soldatenuniform te bemachtigen’, zegt Franziska. En omdat hij Laagduits sprak, een dialect dat sterk lijkt op het Nederlands, geloofden de geallieerden dat hij Nederlands was en werd hij niet opnieuw gearresteerd. 

Tot hij een Nederlandse soldaat ontmoette, die natuurlijk meteen in de gaten had dat het dialect niet Nederlands was. Wonder boven wonder liet hij Franziska’s grootvader gaan. ‘Ik denk dat hij begreep dat mijn opa in een verschrikkelijke situatie zat. Hij was nog jong, 26. Dankzij deze soldaat heeft hij het overleefd’, vertelt Franziska. 

Toch heeft Heinz nooit meer een voet in Nederland gezet. ‘Hij bleef zich altijd schuldig voelen over het feit dat hij zich had voorgedaan als een Nederlandse soldaat.’

Franziska’s grootmoeder, Margret Benning, beleefde de oorlog vanuit een heel ander perspectief. Ze was nog maar drie jaar oud toen de oorlog begon. Toch herinnert ze zich veel gebeurtenissen als de dag van gisteren. ‘Wanneer ze erover praat, hoor je haar stem veranderen. Je merkt dat ze verdrietig wordt.’

Schuilkelder

Het begin van de oorlog was nog redelijk rustig voor Franziska’s oma. Zij en haar tante waren naar het platteland gestuurd, waar ze een aantal jaren verbleven. ‘Daar waren ze veiliger dan in de grote stad, die zo vaak werd gebombardeerd.’

Ze wilde gewoon één nacht rustig slapen in haar pyjama

Toch ging ze op een gegeven moment terug naar haar ouders. Ze was in Bochum toen de stad een van de ergste bombardementen van de oorlog meemaakte, op 4 november 1944. Samen met haar familie vluchtte ze naar een schuilkelder. ‘Ze waren echt net op tijd binnen. Ze waren letterlijk de allerlaatsten die nog naar binnen mochten.’

De bombardementen raakten de kleine Margret hard. Op haar verjaardag had ze maar één wens: een nachtje in haar pyjama te mogen slapen. Vanwege de voortdurende dreiging van bombardementen moest ze altijd volledig gekleed slapen. ‘Ze wilde gewoon één nachtje rustig kunnen slapen’, zegt Franziska. ‘Dat verhaal geeft me echt kippenvel.’

Sirene

Ook droeg ze altijd een stukje papier om haar nek met haar naam en geboortedatum, zegt Franziska. ‘Zodat ze kon worden geïdentificeerd als ze tijdens een bombardement haar ouders zou kwijtraken.’ En als na de oorlog de sirenes afgingen, op de eerste maandag van de maand, begon ze helemaal te trillen. 

Die sirenes zijn inmiddels afgeschaft in Duitsland. Franziska beseft dat ze dankbaar moet zijn dat ze de vrijheid heeft om te gaan waar ze wil, wanneer ze wil. ‘Ik hoef niet naar een kelder te vluchten in het holst van de nacht, om mijn leven te redden. We hebben geluk dat we in deze tijd leven.’

‘Mijn grootmoeder had een kinderlijk perspectief’, zegt Franziska. ‘Als een kind heb je geen idee wat er gebeurt. Zij wist niets van goed of kwaad.’

Dus toen de Engelse soldaten naar Duitsland kwamen, na de oorlog, en Margret naar hen toe wilde rennen, werd ze van alle kanten gewaarschuwd. ‘Niet doen! Ze ontvoeren je, of schieten je dood.’ Franziska: ‘Natuurlijk deden ze dat niet. Maar mijn grootmoeder wist dat niet.’

Dood verklaard

Margrets beide ouders overleefden de oorlog. Maar toen ze weer naar school ging, ontdekte ze dat nog maar drie andere kinderen hun beide ouders nog hadden. ‘De meesten hadden een vader die vermist was, of die dood verklaard was.’

Mijn grootouders waren allemaal getraumatiseerd na de oorlog

Het klinkt als een film, zegt Franziska. ‘Maar voor mijn grootouders was het de realiteit.’ Ze hadden allemaal alcoholproblemen op een bepaald moment in hun leven, zegt Franziska. ‘Er was nog geen echte therapie beschikbaar, je kon met niemand praten over wat er met je gebeurd was. Ze waren beschadigd.’

Iedereen die de oorlog overleefde, voelde zich schuldig, niet alleen de soldaten als grootvader Heinz. Franziska heeft gemerkt dat Duits-zijn nog altijd een negatieve connotatie heeft. ‘Het is een moeilijk onderwerp, dat mijn besef van nationale identiteit zeker heeft beïnvloed.’ 

Ze is soms wat terughoudend om mensen te vertellen dat ze Duits is, zegt ze. ‘Ik heb vaak genoeg negatief commentaar gehad, alleen maar omdat ik Duits ben. Zelfs in Groningen is me dat wel een of twee keer overkomen. Ik snap het wel, maar ik had er niets mee te maken.’ 

Keuzes

Ze is nu net zo oud als haar grootvader was tegen het einde van de oorlog. ‘Hij is de Hitler Jugend en het Hitlerregime ingelokt’, gelooft ze. ‘Hij had geen keus.’ Maar zij heeft dat wel. ‘Ik zit hier, op dit moment, en maak mijn eigen keuzes. Daar ben ik erg dankbaar voor.’

Tom Grant

Groot-Brittannië

‘Ik heb mazzel dat het tegenwoordig cool is om je eigen kleren te repareren’

Tom Grant was tien jaar toen hij zijn grootouders vragen begon te stellen over de oorlog. Hun verhalen over rantsoenen en hoe ze zich moesten behelpen hebben hem sterk beïnvloed. ‘Dankzij hen kan ik de kleine dingen in het leven waarderen. Ik ben niet van de verkwisting.’
Door Anna Koslerova

‘Ik ben precies mijn opa toen hij jong was. Er is niks origineels aan mij’, lacht Tom Grant, een derdejaars RUG-student Europese cultuur en politiek.

Tom werd geboren in de buurt van Londen, maar groeide op vlakbij Manchester. Hij had een goede band met zijn grootouders van moeders kant, ‘Nana’ en ‘Guy Grandad’. ‘Oma heeft de broek aan in huis’, zegt hij. Opa is wat stiller. Net als Tom.  

Hij was ongeveer tien jaar oud toen hij zich realiseerde dat zijn grootouders de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt. Hij begon vragen te stellen en zijn opa en oma vertelden er goedgemutst over. ‘Als ze het over die tijd hebben klinkt er altijd warmte en dankbaarheid in hun stem’, zegt Tom.

‘We gingen altijd om de tafel zitten met een pot thee en dan vertelden ze ons over hun herinneringen. Mijn overgrootvader was er ook altijd bij, maar omdat hij een beetje doof was moest Nana voor hem vertalen.’

Spitfire

Toms overgrootouders waren tijdens de oorlog werkzaam in cruciale beroepen, net als veel anderen: ze gingen aan de slag in de mijnen en in wapenfabrieken en ze hielpen bij het bouwen van Spitfires. ‘Mijn opa weet nog hoe zijn vader altijd even schuin over het huis vloog zodat de kinderen hem konden zien.’

Mijn opa weet nog hoe zijn vader schuin over het huis vloog

Toms overgrootmoeder en duizenden andere vrouwen werkten in wapenfabrieken tijdens de oorlog. Ze kregen eindelijk de kans om te werken, omdat Groot-Brittannië ineens een enorm tekort had aan arbeiders. ‘Volgens Nana was de oorlog een belangrijk moment voor vrouwenrechten, omdat veel van het werk dat voorheen door mannen werd gedaan nu ineens naar vrouwen ging’, zegt Tom.

Zijn beide grootouders woonden op het platteland, dus ze hoefden niet te evacueren tijdens de oorlog. ‘Maar opa weet nog wel hoe ze zich onder de trap verstopten tijdens de luchtaanvallen. Zijn ouders gaven hem altijd een fles melk om hem te kalmeren.’

Luchtaanval 

Mensen uit de grotere steden werden wel geëvacueerd. In de nabijgelegen stad Coventry kwamen bijna zeshonderd mensen om het leven tijdens de beruchte luchtaanval in 1940. ‘Er wordt gespeculeerd dat Winston Churchill wist dat de aanval zou komen, maar de stad niet waarschuwde omdat de Duitsers er dan achter zouden komen dat de geallieerden de geheime Enigmacode hadden gekraakt.’

De verhalen van zijn grootouders strookten met wat Tom al wist over de oorlog. ‘Ze passen precies bij de televisieseries en films die ik erover heb gezien.’ Zoals de film Goodnight Mister Tom, over een jongetje dat tijdens de oorlog naar het platteland verhuist.

Andere anekdotes zijn persoonlijker, zoals het vaak vertelde verhaal over het varkentje dat Toms overgrootvader had gewonnen tijdens een weddenschap. ‘Dat varkentje werd samen met de hond opgevoed, dus als er iemand langskwam en de hond blaffend naar de deur rende, ging het varken er krijsend achteraan.’ Volgens de verhalen was de familie was zo dol op het varken dat het nooit geslacht werd, ook niet toen er bijna geen eten meer was.

Rantsoenering

Tom zegt dat rantsoenering een stempel op zijn grootouders heeft gedrukt. Hij denkt dat het ertoe heeft geleid dat ze nu eenvoudig en zelfvoorzienend leven. Tom heeft deze houding geërfd. ‘Door hun verhalen kan ik de kleine dingen in het leven waarderen. Ik ben niet van de verkwisting. Mijn grootouders verrekenen nog steeds de boodschappen. Ze zijn al zestig jaar getrouwd, maar hebben nog altijd hun eigen bankrekening.’

We hadden het er niet over waarom mijn opa moest huilen 

De huidige trend van minimalisme en tweedehands kleding past goed bij hoe Toms grootouders hun leven leidden. ‘Ik heb wel mazzel dat het tegenwoordig cool is om je eigen kleding te repareren en zelf groente te verbouwen.’

De oorlog heeft ook het land behoorlijk beïnvloed, wat nu tijdens de coronacrisis weer extra duidelijk is. Britten hebben de neiging zich flink te houden als het moeilijk wordt. ‘We hebben het idee dat we dingen altijd alleen hebben moeten doen als land, dus dat doen we nu weer. Veel mensen in het VK zullen je vertellen dat wij het prima alleen kunnen, terwijl de andere Europese landen zich er samen doorheen worstelen.’

Mannelijk

Tom heeft ook gezien hoe dit doorwerkt toen een familielid op sterven lag. Op een dag zat zijn opa te huilen in de keuken toen Tom binnenkwam. Hij wist echter dat hij er niet over moest beginnen. ‘Dus ik vroeg hem gewoon of hij een kopje thee wilde. We hadden het er niet over.’

Ondanks de mythe dat soldaten in de Tweede Wereldoorlog allemaal heldhaftig en mannelijk waren, weet Tom dat er meer achter zat. ‘Wat ik het mooiste vind aan de verhalen van mijn grootouders, is hoe zorgzaam iedereen was en hoe belangrijk de gemeenschap was.’

Wat Tom vooral heeft geleerd, is dat je de simpele dingen in het leven moet waarderen. ‘Van die kleine dingetjes, zoals de vrijheid om een wandeling te maken zonder dat je tegengehouden wordt aan de grens.’

English