Studenten

Transgender, student en in transitie

‘Het meisje in me is weggesneden’

Robin was nog maar twaalf jaar oud toen hij zich realiseerde dat hij helemaal geen meisje was. Hij voelde zich beslist een jongen. Nu is zijn transitie in volle gang. ‘Het allerfijnste is dat ik mijn borsten niet meer hoef in te binden.’
Door Şilan Çelebi / Vertaling Christien Boomsma / Foto’s Reyer Boxem

 

Zijn stem vinden

Robin stond stijf van de zenuwen, die eerste dag aan de RUG. Om hem heen was iedereen opgewonden, terwijl medestudenten zichzelf om beurten voorstelden. Maar zíjn handen waren klam door het vooruitzicht hardop te moeten praten. De anderen zouden hem meteen doorzien, vreesde hij.

‘Hoe hard je ook je best doet om mannelijk over te komen, als je een hoge stem hebt, valt dat gewoon op. Ik gebruikte nog niet zo heel lang hormonen toen ik begon aan de universiteit, dus ik hield me redelijk stil die eerste maanden. Ik begon pas vrienden te maken toen ik het gevoel had dat mijn stem overtuigend genoeg was. Ik wilde dat de eerste indruk op de universiteit beter was dan op de middelbare school.’

Robins ouders waren de allereersten die te horen kregen dat hij mogelijk transseksueel was. ‘Ik wilde niet dat het waar was. Ik wilde geboren zijn met de gender waarmee ik me identificeerde. Mijn vader steunde me en vertelde dat we er samen wel uit zouden komen. Ik weet niet waar ik nu zou zijn geweest zonder hem. Mijn moeder was altijd terughoudend, Ze accepteerde het niet en is nog altijd niet overtuigd.’

Toch waren er ook momenten waarop hij kon lachen om de situatie. ‘Mijn grootvader is dement, dus hij vergeet praktisch alles en probeert dan net te doen of het niet zo is. Dus toen mijn vader mij en mijn broers en zussen opnieuw aan hem voorstelde, gaf hij me een dikke knuffel. “Kijk nou!”, zei hij. “Ik wist altijd al dat dat kleine jongetje zou uitgroeien tot een knappe vent!” Wat volgde, was een ongemakkelijke stilte, waarbij we allemaal naar elkaar keken, terwijl we probeerden niet in lachen uit te barsten.’

Robin kwam in zijn laatste jaar van de middelbare school uit de kast. Hoewel zijn vrienden hem steunden – nog steeds – was de directie van zijn school een stuk minder begripvol. ‘Mijn school zei dat ik het verkeerd had aangepakt en dat ik mijn leven én dat van hen een stuk moeilijker had gemaakt doordat ik uit de kast was gekomen. Alles wat ik wilde, was dat mijn leraren mij aanspraken met ‘hij’ en mijn nieuwe naam. Hun antwoord was dat ik niet uit de kast had moeten komen zonder dat met hen te bespreken.’

Ze gaven hem het gevoel dat zijn persoonlijke mijlpaal vooral een ongemakkelijke last was. ‘Maar ik had lang genoeg gewacht. Ik voelde me gevangen en ongemakkelijk. Een fraudeur die een verkeerd leven leidde, in een verkeerd lichaam.’

Bovendien werden zijn klasgenoten in de loop van het jaar steeds vijandiger. Hij had hen gevraagd om zijn nieuwe naam te gebruiken. ‘Maar na een tijdje begon ik te merken dat er niet echt iets veranderde en dat ze het met opzet verkeerd deden. Wat moet je in zo’n situatie? Je wilt niet zwijgen, maar er iets van zeggen helpt dus niet. Ik voelde me geremd door de situatie op mijn middelbare school. Ik moest leren om heel veel dingen te laten gaan.’

En dus verhuisde hij zo ver hij maar kon en begon zijn studententijd in het noorden van Nederland.

Balanceer-act

Aan de universiteit kreeg hij een warmere ontvangst. ‘Toen ik hier kwam, wist ik niet goed wat ik moest. Ik wilde een nieuwe start op een plek waar niemand me kende uit mijn oude leven. Ik ben nu al een tijdje bezig en de mensen hier kennen me als een gewone jongen. Ik heb het alleen verteld aan een paar mensen die dichtbij me staan.’

Zijn grootste dilemma is het besef dat zodra mensen zijn geheim ontdekken, zijn relatie met hen enorm zal veranderen. Het is een balanceer-act, legt hij uit. Hij wil het feit dat hij transgender is niet verbergen, ‘want het is een deel van me. Alleen ben ik meer dan dat. Maar als ik dit deel van me laat zien, beschouwen sommige mensen me niet langer als een persoon.’

De maatschappij beschouwt transgenders als eendimensionale wezens, zegt hij. Maar hij heeft veel meer kanten. Maar zodra mensen de kans krijgen hem als ‘transseksueel’ te generaliseren, vergeten ze dat. ‘Ze vergeten dat je nog altijd degene bent met wie ze kennis hebben gemaakt. Plotseling ben je het meisje dat probeert een jongen te zijn. Maar dat hele meisjesdeel is verdwenen, weggesneden, het bestaat niet meer. Dus dat ze dat er allemaal bijhalen als ze ontdekken dat ik transgender ben, is gewoon heel raar.’

Hij zou willen dat iedereen snapt dat ‘transgender zijn’ alleen iets zegt over met welk geslacht je je identificeert. ‘Het dicteert je persoonlijkheid niet. Het zegt niets over hoe introvert of extravert je bent. Aannemen dat iedereen één persoonlijkheid heeft, omdat hij of zij transseksueel is, is gewoonweg dom.’

Het is vooral belangrijk is dat mensen open staan. ‘Het is heel moeilijk om geen aannames te doen, maar probeer op zijn minst te erkennen dat je dat doet en dus generaliseert.’

Je een lafaard voelen

Robin heeft al heel wat situaties meegemaakt waar mensen – waaronder vrienden – zich behoorlijk negatief uitlieten over transgenders, terwijl hij er gewoon bij zat. Ze weten het immers niet, van hem. Het geeft hem een klein inkijkje in hun denkwereld. ‘Het lijkt alsof ze niet meer informatie willen. Dat ze het oké vinden zich te misdragen, als er niemand in de buurt is om zich aangevallen te voelen. Wat maakt het toch uit als iemand andere genitaliën heeft dan je eerst dacht? Het is toch niet zo dat je alleen maar vrienden kunt zijn als je  iemands geslachtsorganen hebt gezien?’

Toch is het niet altijd gemakkelijk om het weg te lachen. ‘Het maakt me ongemakkelijk. Ze weten het niet – en nadat ik hen heb horen praten, wil ik ook dat ze het nooit te weten komen. Tegelijk voel ik me schuldig dat ik ze laat kletsen. Het is alsof ik mezelf en mijn gemeenschap zou moeten verdedigen. Maar ik zit dan aan mijn stoel genageld en weet niet wat ik moet doen. Sommige mensen willen je gewoon haten.’ En dus blijft hij zwijgen.

‘Ik voel me soms een lafaard’, zegt hij. Maar hij vreest dat, zodra hij zichzelf als transgender bekend maakt, het begin van het einde voor zijn toekomst is ingetreden. ‘Mijn studie is nogal competitiegericht en dat geldt ook voor de carrière die ik voor me zie. Ik ben bang dat het tegen me zal werken. Ik denk niet dat ik ooit volledig uit de kast kan komen in deze maatschappij.’

Hij is zich pijnlijk bewust van de gevaren waar een openlijke transgender mee te maken heeft. Haatmisdrijven zijn een reëel issue. ‘Op dit moment heeft het geen invloed op mijn dagelijks leven. Maar het is van de zotte als je bedenkt dat als ik opener ben over mezelf, dat gevaarlijk zou zijn.’

Exotische plaatsen buiten bereik

Transgender zijn betekent dat Robin rekening moet houden met veel dingen waar gewone studenten geen gedachte aan vuil maken. Andere studenten vinden het bijvoorbeeld doodnormaal om naar het buitenland te reizen. ‘Iedereen wil in allerlei exotische landen werken en dat wil ik ook. Maar ik moet goed nadenken: hebben ze mijn medicijnen? Laten ze me het land in? Kunnen ze me behandelen als er iets misgaat?’

Zelfs tijdens zijn uitwisseling in het aankomende academisch jaar, moet Robin in Europa blijven. ‘Ik heb geluk. Ik weet dat de gezondheidszorg werkt en ik heb toegang tot wat ik nodig heb. Maar ik kan niet zomaar even naar landen reizen, waar de behandeling extreem duur is, of waar transgenders worden afgeslacht.’

De laatste stap

Tot voor kort was het belangrijkste moment in Robins leven het moment dat hij zestien werd en met zijn hormoonbehandeling mocht beginnen. De volgende stap is de operatie. ‘Afgelopen maandag hoorde ik dat ik aan alle voorwaarden voldoe. Ik sta op de wachtlijst!’

Elke drie weken moet hij een milligram Sustanon in zijn been injecteren. ‘Dat stuurt een boodschap naar dat deel van mijn hersenen dat de hormonen reguleert. Mijn lichaam produceert dan meer testosteron dan oestrogeen. Omdat ik mezelf dus elke drie weken injecteer, heb ik littekenweefsel in mijn dijen. Mijn benen zwellen zo enorm op dat ik nauwelijks nog kan lopen of fietsen, dus ik beweeg me nogal traag, die eerste week.’

Daarna voelt hij zich twee weken prima, waarna het proces weer van voren af aan begint. Maar het is het waard, zegt hij. ‘Ik word niet meer ongesteld. Mijn lichaam ondergaat fysieke veranderingen; er ontstaat baardgroei, ik ontwikkel meer spieren en mijn vetpercentage verandert… Ik ga eigenlijk opnieuw door de pubertijd.’

Robin herinnert zich de eerste keer dat hij de injectie zelf moest zetten. Hij was vergeten om een afspraak te maken en had het shot die dag nodig. Hij legde de spuit en de dosering neer en keek er eens goed naar. ‘Toen stak ik het maar in mijn been, ongeveer zoals ik het mijn arts had zien doen. Ik wist wel dat het goed zou komen. Maar die handeling was zo onnatuurlijk, dat mijn handen maar bleven trillen.’

Hij kijkt met gemengde gevoelens naar de komende operaties. ‘Ik wil dit al zo verschrikkelijk lang. Maar er kunnen heel wat complicaties optreden, waardoor nog meer operaties nodig zijn. En na afloop is er een lange periode van revalidatie waarin ik volledig afhankelijk ben van mijn ouders.’ Hij hoopt dat het genoeg zal zijn om zijn moeder te overtuigen van wie hij werkelijk is.

De operatie vindt waarschijnlijk deze zomer plaats in het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Zijn borsten zullen worden weggehaald en ook zijn baarmoeder. Vooral het wegnemen van de baarmoeder is erg belangrijk voor hem. ‘Ik weet dat ik heus niet zwanger of ongesteld zal worden, maar zolang je een baarmoeder hebt, loop je een risico.’

Hij moet zijn Erasmusplannen misschien uitstellen, vanwege de herstelperiode, maar dat vindt hij niet erg. Hij wil het zo snel mogelijk. ‘Het allerfijnste is dat ik mijn borsten niet meer hoef in te binden! Dat is echt superoncomfortabel.

De naam Robin is gefingeerd omwille van privacy. Zijn echte naam is bij de redactie bekend.

English