Universiteit
Foto Reyer Boxem

Klaas van Berkel met emeritaat

Het geheugen van de universiteit

Het laatste deel van zijn Universiteit van het Noorden moet nog afgerond worden. Toch nam academiehistoricus Klaas van Berkel vorige week alvast afscheid van de RUG. Geschiedenis leerde hem optimisme, zegt hij. ‘Als iets in het verleden kon, waarom dan nu niet?’


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

11 maart om 10:28 uur.
Laatst gewijzigd op 11 maart 2020
om 11:51 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

maart 11 at 10:28 AM.
Last modified on maart 11, 2020
at 11:51 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Heel even voelde hij hoe het was om er niet meer bij te horen. Klaas van Berkel, de historicus die verantwoordelijk is voor drie vuistdikke boeken over de geschiedenis van de RUG en talloze andere over de wetenschappelijke revolutie en universitaire geschiedenis, de man die al ruim 32 jaar hoogleraar is in Groningen, waarvan 22 jaar als lid van de KNAW, werd 66 jaar en vier maanden. Prompt kreeg hij een mailtje van de UB. Of hij even zijn ruim honderd geleende boeken wilde inleveren. En nee, automatisch verlengen was niet mogelijk.

Het feit dat een week later zijn nulaanstelling zou ingaan – hij moet immers dat derde, laatste deel van de Universiteit van het Noorden nog afmaken – deed er niet toe. ‘Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad’, zegt hij, hoofdschuddend. ‘Ik dacht dat ik alles geregeld had, met toegang tot het internet en mijn p-nummer en zo, maar dat was dus niet zo.’

Verder kunnen werken had heel wat voeten in de aarde

Alleen door handmatig alle boeken te verlengen wist UB-personeel te voorkomen dat de bekendste historicus van de RUG met een kruiwagen zijn onmisbare naslagwerken terug moest slepen. ‘Maar een boek lenen bleek volstrekt onmogelijk. HR hier, HR daar… Nou ja, het is niet onoverkomelijk. Dan moest ik maar een week wat anders doen.’

Maar toch dreigde daar even de toekomst. De tijd dat Van Berkel níet meer met hart en geest verbonden is aan de RUG. Niet voor niets kreeg hij vorige week op zijn afscheidssymposium een boekje met de titel Hier sta ik, ik kan niet(s) anders, vol bijdragen van collega’s over de wetenschap als roeping.

Vroegmoderne tijd

‘Ik heb nooit een moment spijt gehad van mijn keuze voor geschiedenis’, zegt hij. ‘Maar in de loop der jaren begon ik toch steeds vaker te denken: zou ik eigenlijk nog iets anders kunnen? Stel dat de universiteit sluit en ik sta op straat, kan ik mijn geld dan op een andere manier verdienen?’

Op een geschiedenisdocent van middelbare leeftijd zat niemand te wachten. En de weg naar de biologie, zijn eerste liefde, werd afgesneden toen de plaatsingscommissie hem naar de VU wilde sturen, terwijl hij per se naar Groningen wilde. 

Ik begon steeds vaker te denken: zou ik eigenlijk nog iets anders kunnen?

Gelukkig is hij nooit op straat gezet. En eenmaal in Groningen waren er de colleges van Edzo Waterbolk – die college gaf over Erasmus en Rudolf Agricola – die een snaar raakten. ‘Je begint natuurlijk met interesse in middeleeuwen en ridders en zo’, zegt Van Berkel. ‘En je denkt: dan knijp je even je neus dicht, haalt diep adem en komt weer boven in de negentiende eeuw.’

Niet dus. Want – zegt hij nu – de middeleeuwen zijn hem te vreemd en de negentiende eeuw te vertrouwd. Maar daar tussenin, in de wetenschapsgeschiedenis van de vroegmoderne tijd, vond Van Berkel de perfecte mix tussen het ‘andere’ dat hem mateloos boeit en de herkenbaarheid die hij ook zo nodig heeft. 

Kleine verhaaltjes

Datzelfde is ook zichtbaar in zijn werk. Van Berkel is een verteller die voortdurend zoekt naar de vraag: hoe wás het? ‘Ik wil geschiedenis tastbaar maken’, zegt hij. ‘Ik heb geen evocatief vermogen, maar wel behoefte aan concreetheid. Aan aanschouwelijkheid.’

En dus lezen we in Universiteit van het Noorden niet alleen over de grote lijnen in de universitaire geschiedenis, maar ook over de pedel die geiten hield op de zolder van het Academiegebouw en ‘bordeeldiscoursen’ hield met studenten. Over die arme hoogleraar Van Ankum, die door de brand in het Academiegebouw zijn gehele collectie opgezette dieren verloor, op dat ene eekhoorntje na dat hij toevallig mee naar huis had genomen.

Het hier en nu is niet de absolute maatstaf

En verdiept hij zich in vragen als: trakteerde Zernike nu op taart of op mollebonen toen hij in 1953 hoorde dat hij de Nobelprijs kreeg? ‘Ik zit altijd te loeren op die kleine verhaaltjes die niet per se belangrijk  zijn, maar het de lezer mogelijk maken zich voor te stellen hoe het werkte.’

En dat is belangrijk. Geschiedenis is belangrijk. Niet omdat – zoals de opleiding het zelf formuleert – ze mensen opleiden die in verschillende maatschappelijke functies aan het werk kunnen. En ook niet omdat we ‘van de geschiedenis moeten leren’. ‘Wij als gemeenschappelijke historici zorgen voor het langetermijnperspectief in een maatschappelijk debat dat vaak gericht is op de korte termijn.’ 

Migratie

Denk aan migratie. Als je beseft dat Nederland al veel meer migratiegolven verwerkte en dat er al veel vaker problemen ontstonden toen verschillende religies hun plek moesten vinden, dan is het nuttig om te kijken hoe er toen mee omgegaan is. ‘Niet om een sjabloon te vinden, maar om te begrijpen en te beseffen dat Nederland er altijd beter uitgekomen is.’ 

Voor de Reformatie, legt Van Berkel uit, ging men ervan uit dat cohesie in een land met verschillende religies onmogelijk was. Ook ná de Reformatie schreeuwde iedereen moord en brand. ‘De calvinisten probeerden de situatie naar hun hand te zetten. En het was ook ingewikkeld met roomsen, mennonieten, calvinisten… Men moest leren leven met de verschillen, maar uiteindelijk vonden mensen concrete oplossingen.’

Dat perspectief geeft vertrouwen. ‘Het gaat misschien niet zonder slag of stoot, maar als het in het verleden kon, waarom zou het dan nu niet kunnen? Er is vaak de gedachte dat het nú geregeld moet zijn. Maar erken dat het moeite kost en dat er onrechtvaardigheid zal zijn. Het hier en nu is niet de absolute maatstaf.’ 

Verzakelijking

Maar – en dat is essentieel – historici, of eigenlijk wetenschappers in het algemeen, hebben ruimte nodig om hun onderzoek te doen en de maatschappij die perspectieven te bieden. En dat is steeds minder vanzelfsprekend. Vorige maand nog, publiceerden Van Berkel en Carmen van Bruggen een bundel waarin ze constateren dat de academische vrijheid – de vrijheid om kritisch en vrijmoedig te zijn ten opzichte van degene die je aanstelt en voedt – onder druk staat. Oorzaak: de verzakelijking van de universiteit. 

Wetenschap is een onzeker bestaan, dat moet je accepteren

In de jaren vijftig van de vorige eeuw begon de discussie: mocht een hoogleraar eigenlijk werkzaamheden verrichten voor Philips? Het leverde extra inkomsten op, maar bracht dat de zuiverheid van de wetenschap niet in gevaar? ‘Niet doen’, zeiden de curatoren toen nog. 

Intussen is het alleen maar meer geworden. Het is een en al efficiency en verzakelijking en eigen geld binnenhalen. En dat is gevaarlijk. Niet omdat een universiteit geen rekenschap zou moeten afleggen van wat ze doet met gemeenschapsgeld. Maar wel omdat totale efficiëntie niet mogelijk is. ‘Wetenschap is een onzeker bestaan. Dat moet je accepteren’, zegt Van Berkel.

Ontregelende inzichten

En belangrijker misschien wel, ook de academische vrijmoedigheid wordt minder. De academische gemeenschap wordt bijeengehouden door de gemeenschappelijke waarden, zegt Van Berkel, en het feit dat de leden kritiek durven te leveren en ontregelende inzichten kunnen delen. En ook dat is niet vanzelfsprekend meer. ‘Al kijk ik er nu weer positiever naar dan een tijdje geleden’, zegt hij. 

Dus kijkt hij wel bezorgd naar de dichtgetimmerde studie- en wetenschapsprogramma’s, want de ruimte die nodig is om vrije keuzes te maken wordt steeds minder. En verdieping, de vakken waarin je bijvoorbeeld academische verantwoordelijkheid leert, ontbreekt. ‘Juist daarmee kweek je een robuuste vorm van academische vrijheid.’

En toch, hij is en blijft een historicus en als historicus is hij optimistisch. ‘De academische vrijheid is ooit geconstrueerd. Hij kan dus ook veranderd worden en aangepast.’

Klaas van Berkel, Een en al illusies. Cultuurhistorische opstellen (Prometheus, 2020)

Klaas van Berkel & Carmen van Bruggen (ed.) Academische vrijheid. Geschiedenis en actualiteit (Boom, 2020)

English