Onderwijs

Het geheime leven van je docent

Rennen, proppen en schipperen

Waarom doet je docent er toch zoooo lang over om jouw e-mail te beantwoorden? UKrant liep een dagje mee om te zien waar docenten het toch zo druk mee hebben. Het korte antwoord: veel.
Door Valeska Schietinger en Jacob Thorburn

Ze doen onderzoek tijdens de lunch, rennen op en neer naar het toilet en haasten zich van vergadering naar vergadering. Dat merkte UKrant toen we twee docenten een dag lang volgden en filmden. Veertig uur per week is vaak niet genoeg. Overwerk – op kantoor, ‘s avonds, in het weekend – lijkt vanzelfsprekend.

Waarom? Omdat colleges geven niet het enige is wat docenten moeten doen. Er zijn heel wat meer tijdrovende taken.

De meest tijdrovende taak: vergaderen. Er zijn conferenties, afdelingsvergaderingen, verplichte Nederlandse lessen, studiebesprekingen, skypegesprekken met collega’s van over de hele wereld, noem maar op.

Opslokken

‘Officieel zijn dit soort vergaderingen administratie’, zegt docent sociologie en religie Julia Martínez-Ariño aan de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschappen. Afhankelijk van het moment in het academische jaar kunnen deze vergaderingen heel wat tijd opslokken.

‘Het gaat met pieken en dalen’, zegt docent mediastudies en journalistiek aan de letterenfaculteit Scott Eldridge II. ‘Als het gaat om projectbesprekingen ben ik zeker een vijfde van mijn tijd kwijt’, zegt hoogleraar rechten Jeanne Mifsud Bonnici.

Ik ben zeker een vijfde van mijn tijd kwijt aan vergaderen

En alle tijd die de docenten besteden aan begeleiden, colleges geven, vergaderen, lessen voorbereiden, kunnen ze niet besteden aan hun onderzoek.

Het grootste probleem? Het vinden van tijd. ‘Je moet echt je best doen’, zegt hoogleraar gezondheidsrecht Brigit Toebes.

Het gaat bovendien niet alleen om het onderzoek zelf, maar ook om de tijd die je nodig hebt om je de stof eigen te maken. ‘Inlezen in de onderwerpen en ze werkelijk begrijpen om de volgende stap te maken in je onderzoek is heel tijdrovend.’ Toch proberen ze stuk voor stuk hun studenten zo goed en snel mogelijk ter wille te zijn.

Proppen

‘Je zal merken dat de meesten van ons liever zelf een offer brengen dan dat ze dat van een ander verwachten’, zegt Eldridge. Dat gaat dan vooral over de vraag hoe colleges en onderzoek worden ingepland. Colleges staan immers vast ingepland, maar onderzoek niet. ‘Je kunt nergens anders op inleveren’, legt Eldridge uit. ‘Daarom hoor je niet zo veel van ons tijdens examenweken, of in de zomer en collegevrije blokken. We proberen al het andere in die tijd te proppen.’

Een werkweek van 40 uur is niet echt mogelijk

En dus nemen veel docenten werk mee naar huis, al wordt dit officieel niet van ze verwacht. ‘Anders lukt het niet’, zegt Mifsud Bonnici. E-mails checken na het ontbijt, dan acht uur werken, en na het avondeten nog eens twee uur werken, is een ‘normale dag’.

‘Ik probéér niet ‘s avonds te werken’, zegt Toebes. Maar toch, ook haar zondag wordt vaak een werkdag. ‘Een werkweek van 40 uur is niet echt mogelijk.’

‘Ik heb een werkdag van acht uur, maar dat is niet erg realistisch’, zegt Mifsud Bonnici. ‘De meeste dagen werk ik tussen de 10 en 11 uur, en dat is niet echt genoeg om alles te doen wat ik moet doen.’

Inspirerend

Toch, hoe druk ze het ook hebben, ze vinden hun werk wel erg leuk. ‘Soms zeg ik tegen mijn studenten dat ik misschien als een nerd overkom als ik college geef, omdat ik heel betrokken ben’, zegt Martínez-Ariño, ‘maar ik vind het ook gewoon leuk wat ik doe. En ik probeer die passie over te dragen.’

Het contact met studenten kan heel inspirerend zijn, zegt Toebes. ‘Omdat ze ‘hun eigen ideeën inbrengen’. En daarbij, als ze onderzoek doet op haar kantoor, heeft ze de mogelijkheid om in haar eentje ‘dingen eens goed door te denken.’

En Mifsud Bonnici? Zij vindt het heerlijk dat de academische gemeenschap zoveel mensen bij elkaar brengt. ‘Ik ben nog steeds erg blij met mijn werk. Zelfs in een ander tijdperk zou ik nog steeds jurist en wetenschapper willen zijn.’

English