Universiteit
Het cortège in 2016. Foto Gerhard Taatgen, ©RUG

Corona nekt 400 jaar oude traditie

Het cortege dat je dit jaar niet zag

Ieder jaar lopen Groningse hoogleraren in een lange stoet van Academiegebouw naar Martinikerk bij de opening van het academisch jaar. Dit jaar gooit corona roet in het eten van een vierhonderd jaar oude traditie. Wat heb je eigenlijk gemist?


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

31 augustus om 16:07 uur.
Laatst gewijzigd op 31 augustus 2020
om 16:41 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

augustus 31 at 16:07 PM.
Last modified on augustus 31, 2020
at 16:41 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Geen overvolle Senaatszaal dit jaar, waar hoogleraren zich massaal in hun toga hijsen. Geen honderden hoogleraren die in een zee van zwart de route lopen van het Academiegebouw naar de Martinikerk, zoals ze dat al sinds de oprichting van de universiteit in 1614 doen. Geen pedel die trots voorop loopt met de eeuwenoude pedellenstaf in de hand. Geen Io Vivat gezongen door de studenten van Vindicat.

Geen cortège, kortom.

Waar promoties en oraties al eerder gedwongen online moesten, is nu ook de traditionele optocht van hoogleraren vervangen door een online variant. Universiteitshistoricus Klaas van Berkel kreeg ook al een mail waarin hem werd gevraagd om een foto van hemzelf te sturen ‘in formal attire’ – in zijn zwarte toga dus. Maar of een filmpje een traditie van vierhonderd jaar kan vervangen?

Echte cortèges vinden immers al plaats sinds de oprichting van de RUG. Van Berkel kan er zelfs twee noemen van vlak ervoor. Het was de manier waarop een bijzondere zitting van de toenmalige Senaat – de verzameling van hoogleraren – begon. ‘En het is altijd gebruikt om de hiërarchie onder hoogleraren zichtbaar te maken’, zegt hij.

Voorgeschreven rangorde

Helemaal voorop loopt nog altijd de pedel met de staf die al sinds 1614 in gebruik is. Daarachter de rector magnificus, formeel het hoofd van de universiteit. Daarachter kwamen traditioneel de hoogleraren van de faculteit waar deze deel van uitmaakte. ‘Daarna kwamen de faculteiten in voorgeschreven rangorde’, vertelt Van Berkel. Theologie eerst, en dan rechten en geneeskunde. ‘Daarna volgde filosofie, tot dat in 1815 werd opgesplitst in wis- en natuurkunde en letteren, waarbij wis- en natuurkunde vóór letteren kwam, naar Frans voorbeeld.’ 

Blauw kon misschien nog net, maar bruin beslist niet

En die anderen? Economie en bedrijfskunde, ruimtelijke wetenschappen, of gedrags- en maatschappijwetenschappen? Die hingen – als nieuwe faculteiten – helemaal achteraan. 

Toen Van Berkel in 1988 aantrad aan de Groningse universiteit werd er nog strikt de hand gehouden aan volgorde en traditie. Gewone hoogleraren vóór bijzondere hoogleraren. Oude – en dus meer prestigieuze vakgebieden – voor nieuwerwetse. ‘Dus chirurgie voor iets als anesthesiologie’, zegt hij. En reken maar niet dat je daar aan kon tornen. Zelfs de beroemde anatoom Petrus Camper werd op de vingers getikt toen hij in de kerk de plaats inpikte van een concurrerende hoogleraar. 

Zwarte mantel en baret

Ook de kleding werd bijzonder serieus genomen. De Groningse toga’s – zwarte mantel en zwarte baret zonder enige versiering – moesten over een zwart pak en zwarte schoenen. ‘Blauw kon misschien nog net, maar bruin beslist niet’, zegt Van Berkel. De baret is zwart, de bef is wit. 

En waar andere Nederlandse universiteiten nog wel eens een gekleurd kwastje of een koord toevoegen om de faculteit aan te duiden – de Rotterdamse Erasmusuniversiteit bijvoorbeeld – en in Amsterdam de hoogleraren de drie Andreaskruisen op de mouw dragen, houdt Groningen het zo simpel mogelijk. Saai? ‘Stijlvol’, vindt Van Berkel.

Waar dat zwart vandaan komt, weet niemand helemaal zeker. Het is zeker niet de traditionele dracht van de zestiende-eeuwse geleerde, zegt Van Berkel. Die droegen weliswaar mantels, maar dan afgezet met bont en ook niet noodzakelijkerwijs zwart. ‘Waarschijnlijk is het een overblijfsel van de Spaanse tijd. Zwart hoorde bij de dracht van een Spaanse edelman en belangrijke ambtenaren.’

Clownspak

Alleen tussen 1811 en 1814 waren er kleurige toga’s, maar dat was omdat de Groningse universiteit toen deel uitmaakte van de Franse ‘keizerlijke’ universiteit en de bijbehorende dracht moest overnemen. ‘In 1815 is men uit walging over die poppenkast snel weer teruggekeerd naar de zwarte lakense, of licht wollen toga’s’, zegt Van Berkel. ‘Zo’n clownspak werd niet in overeenstemming geacht met de hoogwaardigheid van het hoogleraarsambt.’

Toch zul je tussen de sombere gewaden wel degelijk kleurtjes opmerken. Vlak na de oorlog kregen hoogleraren immers toestemming om de eretekenen van een eredoctoraat aan een andere universiteit toe te voegen: meestal een manteltje, ook wel cappa genoemd, of een sjerp.

Zo praat je nog eens met iemand die je eerder niet kende

Het is een van de signalen van de langzaam veranderende traditie, zegt Van Berkel. Die strikte hiërarchie in de stoet is sinds zijn aantreden langzaam losgelaten. ‘Iedereen dwarrelt door elkaar’, zegt hij. ‘En dat is prima, dan praat je nog eens met iemand die je eerder niet kende.’

Het onderscheid tussen de reguliere en bijzondere hoogleraren is ook verdwenen. En waar ooit alleen Vindicat mocht meelopen (de eerste keer was ergens rond 1850), loopt nu een lange rits  verenigingen mee met hun vaandels.  

Maar dit jaar dus niet. ‘Jammer’, vindt Van Berkel. Voor de nieuwe hoogleraren die hun ‘debuut’ zo niet kunnen maken. Voor de emeriti, die het vaak geweldig vinden om die ene keer in het jaar nog deel uit te maken van de academie. En voor de studenten, die de toch indrukwekkende opening dus niet te zien krijgen.


De stoet hoogleraren komt in 1909 aan bij de Martinikerk. Vooraan rector magnificus J.W. Moll. Foto Universiteitsmuseum

Hoogleraren op de Grote Markt in 1914, ter gelegenheid van het 300-jarig jubileum van de RUG. Foto Universiteitsmuseum

Het eerste cortège na de bevrijding, in 1945, voerde langs de zwaar gehavende noordwand van de Grote Markt. Foto E. Folkers/Groninger Archieven

Rector magnificus Folkert van der Woude (links) in de deuropening van de Senaatskamer, ergens halverwege de jaren negentig. Foto Elmer Spaargaren

De stoet met onder andere collegevoorzitter Jouke de Vries passeert de UB in 2018. Foto Rob Siebelink

English