Wetenschap

Wat maakt angst zo lekker?

Heerlijk huiveren

Gemaskerde moordenaars, bovennatuurlijke monsters en watervallen van bloed. Horror brengt nachtmerries tot leven en wij vinden het heerlijk. Filmdeskundige Julian Hanich onderzoekt die fascinerende paradox. ‘Horror geeft ons de intensiteit terug.’
Door Thereza Langeler en Remco van Veluwen

Sanne

‘Vroeger, toen ik een jaartje of acht was, keek ik wel eens een film met mijn vader als mijn moeder niet thuis was’, begint Sanne. Ze is 20 jaar en studeert International Facility Management. ‘Op een avond was het Horror Night en mijn vader had zich dat niet gerealiseerd. Nietsvermoedend keken we samen hoe (in de film The Ring, red.) een vrouw de tv aanzette, waarna er een plots een meisje uit de tv kroop. Voor mij was het toen klaar met de pret.’

Ze durfde nog jarenlang niet in haar eentje tv te kijken, overtuigd dat ‘het meisje uit de put’ eruit zou kruipen als ze even niet zou opletten.

In de inktzwarte duisternis tast een jonge vrouw langs een stenen muur. Ze ademt zwaar, een pistool vastgeklemd in haar hand. Ze ziet geen hand voor ogen, maar ze weet dat een gestoorde seriemoordenaar langzaam dichterbij komt. En wij, het publiek, zien precies hoe dichtbij: door zijn ogen zien we haar stommelen, donkergroen gekleurd door zijn nachtkijker.

Filmdeskundige Julian Hanich zag The Silence of the Lambs als tiener. Sindsdien heeft hij honderden enge films gezien, van griezelig tot goor, van Amerikaans tot Japans, van stokoud tot gloednieuw. ‘Maar voor mij was The Silence of the Lambs toch het meest angstaanjagend van allemaal.’ Hij houdt van die film, niet ondanks, maar vanwége de angst die hij opriep.

Nu Halloween nadert, lijkt horror werkelijk overal te zijn. Attractieparken maken reclame voor ‘Fright Nights’, televisiezenders herhalen Scream, The Grudge, of The Conjuring nog maar eens, en dit jaar kwam Netflix met een eigen horrorserie. The Haunting of Hill House kan nu al bogen op een 9,0 op de Internet Movie Database (IMBd). We vinden het duidelijk heerlijk om goed bang gemaakt te worden. Maar waarom? Angst is een negatieve emotie – wat is daar leuk aan?

Gruwelijk lot

‘Dat is een eeuwenoude vraag’, zegt Hanich, UHD filmstudies aan de RUG. ‘Mensen zijn altijd al gefascineerd geweest door angst. Denk aan de gladiatorengevechten in het oude Rome bijvoorbeeld, waar mensen met leeuwen moesten vechten.’

Die gevechten moeten gruwelijk zijn geweest om te zien – maar het Romeinse publiek genoot ervan. Hetzelfde geldt voor tragische toneelstukken, waarin de hoofdpersonen vaak een verschrikkelijk lot te wachten stond. En vrij snel nadat film was uitgevonden, legt Hanich uit, begonnen regisseurs scènes in te bouwen waarvan ze wisten dat het publiek ze vreselijk spannend zou vinden.

‘Er is een film uit 1903, The Great Train Robbery’, zegt hij. ‘Daarin zit een scène waarin een cowboy een geweer recht op de camera afvuurt – op het publiek dus.’ Tegenwoordig zouden bioscoopbezoekers hun schouders ophalen bij zo’n effect, maar, benadrukt Hanich, in 1903 was het echt schrikken. ‘En ik ben ervan overtuigd dat dat de bedoeling was.’

Ana

Ana is 26 en doet een master Internationale Betrekkingen. Ze was als kind bang voor geesten. ‘Ik speelde een keer met mijn speelgoed toen het al laat was. Mijn ouders waren al naar bed dus ik was alleen in de kamer. Plotseling dacht ik een geluid te horen.’ Ana denkt wel te weten waar het door komt. Ze was een jaar of 10 en keek veel tv-series, waaronder de horrorserie Kippenvel.

Hanich raakte gefascineerd door de paradox van het horrorgenre: het wekt opzettelijk negatieve emoties op om mensen plezier te bezorgen. ‘Angstlust’, noemt hij het in zijn Duitse moedertaal. ‘Het genot van de spanning. Niet te verwarren met Angst, echte angst.’

Rottweiler

Het cruciale verschil zit ‘m in de distantie, legt Hanich uit. ‘Om Angstlust te hebben, moet je in de eerste plaats veilig zijn. Er is natuurlijk niets leuks aan om in het echt aangevallen te worden door een Rottweiler of zo.’ Maar vanuit je luie stoel zien hoe een filmkarakter ternauwernood ontsnapt aan een roedel wilde honden, dát kan heel plezierig zijn.

Voor zijn boek Cinematic Emotion in Horror Films and Thrillers, uit 2010bestudeerde Hanich het Angstlust-effect. Hij koos de fenomenologie als benadering. Fenomenologisch onderzoek komt voort uit de vroeg twintigste eeuwse psychologie en filosofie, en bestudeert ervaringen: in dit geval de ervaring van het zien van een enge film.

‘Ik ben natuurlijk geen psycholoog’, zegt Hanich. ‘Dus ik kan niet alle vragen beantwoorden die hiermee te maken hebben. Ik pretendeer ook zeker niet hét antwoord te hebben.’ Maar na een nauwkeurige analyse van ruim 150 films en de ervaringen die ze oproepen, heeft hij wél een interessante theorie over wat ons zo aantrekt in horror.

‘Tegenwoordig hebben we te maken met iets wat je het ‘verlies van het lichamelijke’ zou kunnen noemen’, zegt hij. ‘Als wetenschapper zit ik zo ongeveer tien uur per dag op een stoel en kijk naar een computerscherm. We zijn een zittende samenleving geworden.’ Dat heeft natuurlijk z’n voordelen – het is comfortabeler, minder riskant, en minder uitputtend dan de hele dag op voedsel jagen. Maar het is ook een stuk minder spannend.

Spookhuizen

‘In het dagelijks leven voelen we ons lichaam niet meer zo’, vervolgt Hanich. ‘Dus hebben we manieren ontwikkeld om dat lichaam terug te brengen. Sommige mensen sporten, anderen kiezen voor extremere dingen.’ Net als een intensieve sessie in de sportschool jaagt een horrorfilm je adrenalinepeil omhoog, versnelt het je hartslag. Het geeft je het gevoel dat je leeft. ‘Hetzelfde geldt voor het spookhuis op de kermis. Je stapt erin in het besef dat wat je ziet niet echt is, dat het allemaal acteurs zijn en poppen. Maar toch ben je gespannen.’

En op dat punt wordt het ingewikkeld. Want ook al weten we heel goed dat de enge dingen in een spookhuis of in horrorfilms niet echt zijn, toch worden we er wel degelijk bang van. Voor Angstlust is tenslotte niet alleen veiligheid nodig, maar ook Angst.

Femke

Femke is 24. Ze doet de pre-master human relations management. ‘Ik was bang voor heksen. Dat kwam door de film Sneeuwwitje. Daar heb je aan het eind zo’n scene met de heks, met hele grote witte ogen.’ Als vijfjarige had ze een week slapeloze nachten, want als ze haar ogen maar dicht deed zag ze al heksen. ‘Mijn moeder heeft ook een week niet geslapen.’

‘Een horrorfilm moet iets bedreigends hebben’, zegt Hanich. ‘Het is niet maar een film en dat weten we. Het kan overweldigend zijn.’ Als we een personage zoals Clarice Starling door het donker zien strompelen in The Silence of the Lambs, zijn we op een bepaalde manier bang voor de angst zelf. We weten dat de gestoorde moordenaar ieder moment kan aanvallen. We weten niet hoe of wanneer, maar als het gebeurt, zal het een schok zijn.

‘Ik denk dat dat bewustzijn, die angst – deze film kan ieder moment iets doen wat me aan het schrikken maakt – uit onze kindertijd stamt’, peinst Hanich. ‘Veel mensen hebben een bepaalde jeugdherinnering aan een film waar ze enorm van geschrokken zijn, waarna ze beseften: dit kan een film dus met mij doen.’

Bij iedere enge film die daarop volgt, stelt Hanich, komt intuïtief die schok weer boven, en de vrees om dat weer mee te maken. ‘Het is niet écht een trauma, maar het komt er wel in de buurt, denk ik.’

Extreem geweld

Bedreven filmmakers weten precies met welke griezelige archetypen ze hun publiek het meest triggeren. ‘Bossen, verlaten huizen, zolders’, somt Hanich op. ‘Veel donker, want dat geeft je een gevoel van machteloosheid: je ziet niet wat er er aan de hand is en je weet niet wat er komt.’

Dat gevoel – dat je niet weet wat je voor je kiezen gaat krijgen – wordt dread genoemd, legt Hanich uit. Het groeit langzaam en culmineert in moment van shock of horror. Die schok kan alles zijn, van een plotseling geluid tot een felle lichtflits. ‘Een horrormoment kan bijvoorbeeld extreem geweld zijn. Iets waar we van schrikken omdat het kwaadaardig is, onze kernwaarden aantast.’

Wat er op dat moment met ons gebeurt, stelt Hanich, wordt bijna universeel als een soort van verlamming beschreven. ‘Je bent “aan je stoel genageld”, “bevroren”, of “verstijfd”, enzovoort. We hebben als mensen drie verschillende reacties op angst: vechten, vluchten of bevriezen. Het slaat nergens op om tegen een film te vechten, dus bevriezen we.’ En hoe zit het met vluchten? ‘Sommige mensen wenden hun gezicht af van het beeldscherm of bedekken hun ogen. Dat is een echte vluchtreactie, eentje die logisch is in relatie tot een film.’

Horrorervaring

Maar er is ook een overvloed aan wat Hanich ‘tussenreacties’ noemt. Veel mensen bedekken hun ogen immers maar gedeeltelijk en gluren tussen hun vingers door, omdat ze het niet écht willen missen. Sommige mensen gillen of schreeuwen, anderen maken grapjes om zichzelf af te leiden, weer anderen grijpen hun partner of vriend vast. Dat is nog een belangrijk aspect van de horrorervaring, zegt Hanich: collectiviteit.

‘We vinden het heerlijk om griezelige ervaringen met anderen te delen, als groep. Het is een soort uitdaging: we bewijzen dat we stoer genoeg zijn om een overweldigende, schokkende film uit te kijken, en achteraf lachen we er samen om. Thuis een horrorfilm kijken, in je eentje, is een heel andere ervaring. Veel enger.’

Bang zijn en je alleen voelen versterken elkaar op een bepaalde manier. ‘Daarom hebben zo veel mensen de behoefte om iemand vast te houden als ze horror kijken’, denkt Hanich. ‘Bij angst hoort een gevoel van verlatenheid, alsof er een enorme dreiging is waarbij je er helemaal alleen voor staat. Weten dat je niet alleen bent, geeft troost.’

Top-10 van een filmexpert

Wil je enge dingen zien die óók goed in elkaar zitten? Of wil je weten welke films vroeger de nekharen overeind lieten staan? Dit is het beste van horror door de jaren heen, volgens Julian Hanich.

Nosferatu (1922) – Deze Duitse expressionistische horrorfilm is de eerste bewerking van Bram Stoker’s boek Dracula. Maar vergis je niet! De film mag dan oud zijn, maar toen Hanich Nosferatu onlangs aan zijn studenten zien bleken sommigen hem nog altijd echt eng te vinden.

Cat People (1942) – De Servisch-Amerikaanse Irena heeft een verontrustend geheim: als ze opgewonden is, verandert ze in een enorme, agressieve kat. Het monster komt niet in beeld – in plaats daarvan leunt de film op suggestieve geluiden, schaduwen, en de fantasie van de kijker. Daar wordt het allemaal des te enger van.

Psycho (1960) – Een jonge vrouw overnacht in het motel van de ecxentrieke Norman Bates en zijn bejaarde moeder. De snerpende vioolmuziek van de soundtrack herken je meteen. En na het zien van deze film begrijp je waarom de bijnaam van regisseur Alfred Hitchcock ‘the master of suspense’ is.

The Texas Chainsaw Massacre (1974) – Een groep tieners met autopech belandt in een afgelegen huis. Een gemaskerde man met een ketting jaagt ze op. Deze film vormt de oorsprong van het slasher-genre. De schurk Leatherface is inmiddels iconisch.

The Brood (1979) – Een man probeert de ongewone therapiemethoden aan het licht te brengen die een psycholoog toepast op zijn opgenomen vrouw. Ondertussen vinden gruwelijke moorden plaats. De misvormde, niet-langer-menselijke monsters in de film zijn typerend voor regisseur David Cronenberg.

The Shining (1980) – The familie Torrance (Jack, Wendy, en hun zoon Danny) brengt een eenzame winter door in het Overlook Hotel dat ze beheren. Ingesloten door sneeuwstormen worden ze steeds meer paranoïde – een gevoel dat de film overbrengt door lange, spookachtige shots van lege gangen.

Henry: Portrait of a Serial Killer (1986) – Losjes gebaseerd op de echte seriemoordenaar Henry Lee Lucas. Henry lijkt het type ‘onopvallende buurjongen’, maar als hij willekeurige slachtoffers wreed vermoordt, wordt het duidelijk dat er iets mis is met hem.

The Silence of the Lambs (1990) – Clarice Starling, een jonge, veelbelovende FBI-agente, belandt op een dood spoor in haar zoektocht naar de seriemoordenaar ‘Buffalo Bill’. De manipulatieve crimineel Hannibal Lecter wil vanuit zijn gevangeniscel wel helpen met het onderzoek, maar alleen als Clarice zijn morbide nieuwsgierigheid voedt met details uit haar eigen, complexe leven.

Antichrist (2009) – Een moeder stort in nadat ze haar enige zoon verliest. Haar man, een psychotherapeut, denkt dat blootstellingstherapie haar kan helpen. De beruchte regisseur Lars von Trier kreeg tientallen prijzen voor Antichrist, die door een recensent ‘de meest schokkende film in de geschiedenis van het Cannes film festival’ werd genoemd.

Don’t Breathe (2016) – Een drietal dieven breekt in in het huis van een rijke blinde man, denkend dat ze kunnen wegkomen met de perfecte overval. Maar hun beoogde slachtoffer blijkt verre van hulpeloos. Hoe eng deze film is? ‘Toen ik Don’t Breathe zag, voelde ik een soort meta-genoegen’, herinnert Hanich zich. ‘Ik was blij dat een film nog steeds zo’n heftig effect op me kon hebben.’ Zó eng dus.

English