Wetenschap

Verhalen uit een modderschuit

Gert zet de tijd stil

Honderden vondsten doken op in het scheepswrak dat RUG-archeologen vorig jaar blootlegden in de Noordoostpolder. Spectaculair. Maar hoe zorg je dat zo’n ijzeren kanon of benen kam na opgraving bewaard blijft?
Door Eva Meester

Op de tafel van conservator Gert van Oortmerssen liggen tientallen objecten uitgestald. Een priem van driehonderd jaar oud, een houten vaatje ter grootte van een parfumflesje, een handvat dat misschien ooit aan een tondeksel heeft gezeten. Een kam. En een stukje verderop ligt zelfs een aantal schoenen.

Rijk versierde lepel, niet echt geschikt om mee te eten

‘En kijk, deze lepel bijvoorbeeld’, zegt Van Oortmerssen, terwijl hij met handschoenen aan een lepel uit een doek wikkelt. ‘Dit is de meest bijzondere vondst, vind ik.’ De lepel ziet eruit als een kunstwerkje – geen eetgerei. De lepel was eigendom van één van de opvarenden met een hogere sociale status, bedoeld om mee te pronken.

De voorwerpen op de tafel zijn stuk voor stuk gevonden in een scheepswrak van maar liefst 30 meter lang, dat in 2016 in de Noordoostpolder werd gevonden. Een boer stuitte erop  tijdens het ploegen.

Het schip, een Engels koopvaardijschip uit de achttiende eeuw, liep zo’n driehonderd jaar geleden in de voormalige Zuiderzee aan de grond – met een rijke inventaris aan boord. En die kwam vorig jaar stukje bij beetje weer boven toen de archeologen van de RUG ermee aan de slag gingen onder leiding van maritiem archeoloog Yftinus van Popta.


Zijden handschoen

Er werden zeldzame royal portrait spoons uit Londen gevonden uit het jaar 1665 tot 1714, met de afbeelding van Queen Anne, tientallen leren schoenen en een wollen muts. Er kwamen kogels boven. En wijn- en bierflessen, kanonnen en de schedel van de scheepskat. ‘We hebben zelfs een zijden handschoen gevonden. Van een dame denk ik!’

Als je het niet behandelt, raak je belangrijke informatie kwijt

Conservator Van Oortmerssen zag al die tijd toe dat de vondsten op de juiste manier werden behandeld en verpakt. Vrijwel al het materiaal, ook het organische zoals hout, leer en textiel, is in heel goede staat gevonden. Maar dat moet natuurlijk wel zo blijven. Dus is hij al sinds augustus vorig jaar in de kelder van het archeologisch instituut bezig met het schoonmaken, conserveren en restaureren van de verschillende voorwerpen. ‘Momenteel behandel ik de leren en houten vondsten’, zegt hij.

Dat is geen overbodige luxe. Het scheepswrak is weggezakt in de zachte bodem van de Zuiderzee en daardoor eeuwenlang in zeewater bewaard gebleven, waarna het na de inpoldering is opgenomen in de Noordoostpolder. Toen het schip gevonden werd, lag deze nog altijd grotendeels onder de grondwaterspiegel en is alles dus verzadigd met water. Als het hout aan de lucht zou drogen, dan is de kans groot dat het scheurt en vervormt. Voor leer geldt hetzelfde: als je een kletsnatte schoen laat opdrogen, wordt die keihard en gaat scheuren.

Hout en leer moeten dus behandeld worden. ‘Anders raak je belangrijke informatie kwijt’, legt Van Oortmerssen uit. De houten en leren vondsten gaan na opgraving meteen in waterzakjes, zodat ze niet kunnen drogen aan de lucht.

Benen kam met daarop de luizen die in het waswater gevonden zijn

Acetonbad

Maar eenmaal in het depot moet het water uit de objecten worden vervangen door ethanol (voor leer) of aceton (voor hout). Om dat voor elkaar te krijgen, legt hij het hout in een bad aceton. Vervolgens trekt het water eruit en de aceton erin. Dat gaat door tot er evenveel water in het hout zit als in de vloeistof eromheen. De conservator moet dit proces dus herhalen, net zo lang tot het object acetonverzadigd is.

Vervolgens doet hij het voorwerp in een verwarmd acetonbad waarin ook nog hars is opgelost. ‘Eigenlijk is het gewoon au bain-marie.’ Na ongeveer een maand is het object voldoende geïmpregneerd. Als hij het dan vervolgens langzaam laat drogen, zorgt de hars ervoor dat de vorm maximaal behouden blijft.

Leer volgt ongeveer hetzelfde proces, maar dan met ethanol en impregnering op basis van castorolie en glycerol. Ieder object heeft zijn eigen behandeling nodig, benadrukt Van Oortmerssen.

‘Neem deze kam’, zegt hij, terwijl hij een kleine, gebogen benen kam omhoog houdt. Hij is ontwaterd in ethanol en daarna geïmpregneerd met verdunde restauratielijm. ‘Deze kam ziet er nu nog een beetje plasticachtig uit’, zegt Van Oortmerssen. ‘Het zit ook tussen de tanden, zie je? Maar dat geeft niet, die ga ik gewoon nog verder behandelen.’ De twee losse tanden die tijdens de opgraving bij de kam werden gevonden, maakt hij weer vast.

IJzer is wéér anders. Dat raakt hij alleen met handschoenen aan. ‘Er zit zout op je handen’, legt hij uit, ‘dus dan zouden de objecten versneld kunnen gaan roesten.’


Kanonnen

Aanwezige chloorzouten versnellen de corrosie. Op dit ogenblik is hij bezig een horecaspoelbak om te bouwen en er een warmteplaat onder te monteren om de kanonnen in te ontzouten. ‘Dan leg ik ze in een chemische vloeistof met een mix van onder andere natriumhydroxide en natriumsulfiet, waar de kanonnen maanden lang in weken.’

Daarna worden ze met een tannineoplossing behandeld en geïmpregneerd met lijm, waarna er een glimmend kanon overblijft. Door hem met zuurvrije wax te behandelen, wordt het kanon tot slot extra beschermd en krijgt hij ook weer zijn natuurlijke matte uitstraling.

Vrijwel niets wordt weggegooid. Zelfs het water waarmee de kam is schoongemaakt zit nu in een potje met opschrift ‘kamwaswater’. Leg je een druppeltje ervan onder de microscoop, dan zie je luizen. Vies misschien, ‘maar dat is de realiteit!’

De gevonden lepels, kleren, of een kleine damsteen waarmee spelletjes gespeeld werden; ‘het heeft allemaal een verhaal, verbonden met mensen die echt geleefd hebben. Daarom is het ook zo belangrijk om ze te behouden. Uiteindelijk dienen al deze spullen om een, liefst aansprekend, verhaal te kunnen vertellen over hoe mensen in het verleden hebben geleefd en overleefd.’

Gevonden damstenen

English