Studenten

Gemeente en RUG wijzen naar elkaar

Fietsenchaos? Niet ons probleem

De fietsenchaos ronde de universiteitsgebouwen in de binnenstad zorgt voor onveilige situaties, maar een oplossing is niet in zicht. Gemeente en RUG wijzen naar elkaar. ‘Het is onze verantwoordelijkheid niet.’
Door Thijs Fens

Student Nederlands Eva Stegeman loopt vaak via de Broerstraat naar het Harmoniecomplex. Op de hoek, bij Kilroy, komt ze regelmatig in de problemen omdat de hele stoep vol met fietsen staat. Ze moet dan de weg op om verder te kunnen. ‘Het is wel eens voorgekomen dat er dan een fietser bijna tegen me aan knalt’, vertelt ze.

Dagelijks slalommen fietsers en wandelaars om elkaar heen in het gebied tussen de Harmonie en de Openbare Bibliotheek in de Oude Boteringestraat. Rijwielen staan stijf tegen elkaar geparkeerd, pal naast de bordjes ‘Niet parkeren’. Ouders duwen hun kinderwagens noodgedwongen over de weg en als er plotseling een auto aankomt, is er geen enkele ruimte om uit te wijken.

Teamleider interne dienst Robert Rossingh van de Faculteit Rechtsgeleerdheid krijgt er vaak opmerkingen over. ‘Boze en geïrriteerde reacties van mensen die niet op de stoep kunnen lopen.’

Weinig actie

Maar het allerergst is dat de situatie gewoon onveilig is. Dat ziet ook verkeerspsycholoog Dick de Waard. ‘Het is natuurlijk altijd al een probleem geweest, maar nu valt het echt op. Als voetganger moet je niet de straat op hoeven omdat fietsen de weg blokkeren. En denk ook aan ouderen en mensen met een handicap. Het loopt de spuigaten uit.’

Studenten moeten beseffen dat ze zichzelf in gevaar brengen

De fietsen blokkeren ook regelmatig nooduitgangen en aanrijroutes van hulpdiensten. ‘Dat mag natuurlijk niet, die moeten gewaarborgd zijn’, zegt toezichthouder Jan Winter van de Veiligheidsregio Groningen, het samenwerkingsverband van de hulpverleningsdiensten. ‘Dit kan heel gevaarlijk zijn in een noodsituatie.’

De brandweer kan zelf echter vrij weinig aan de situatie doen, zegt zijn collega Willy Lambeck. ‘Dat is de verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar, in dit geval de RUG.’ Hij heeft er al eens gesprekken over gevoerd, zegt hij, waarna het iets verbeterde. ‘Maar het kan nog veel beter.’ Studenten moeten beseffen dat ze zichzelf en medestudenten in gevaar brengen wanneer ze hun fiets midden op een aanrijroute parkeren, vindt hij.

 De Uurwerkersgang, een beruchte passage voor fietsers en voetgangers

Ondanks de aanhoudende klachten en waarschuwingen lijkt er bitter weinig gedaan te worden aan de overlast. Volgens Gerd Weitkamp van ruimtelijke wetenschappen, die mobiliteitsgedrag onderzoekt, komt dat doordat er verschillende partijen bij betrokken zijn. ‘Aan de ene kant de gemeente, aan de andere kant de RUG.’

Rossingh herkent dat wel. ‘We proberen wel samen op te trekken, maar dat lukt niet altijd’, zegt hij. Het is namelijk lang niet altijd duidelijk wie verantwoordelijk is voor welk stukje. ‘Soms is die lijn erg dun.’

Neem de stoep voor Kilroy, of de Uurwerkersgang. RUG en gemeente wijzen naar elkaar als het gaat om de verantwoordelijkheid hiervoor. ‘Zij zeggen tegen ons: het is jullie probleem. Het is echt dweilen met de kraan open’, zegt Rossingh. De fietsenchaos, denkt hij, heeft niet echt prioriteit bij de gemeente.

Projectmanager stadsontwikkeling Gijs Hoogerwerf, die het fietsparkeren in zijn pakket heeft, ontkent dat ten stelligste. ‘Het staat hoog op de agenda van de coalitie. We zijn er zeker mee bezig.’

Ondergronds

Wat de gemeente dan allemaal doet? Nou, zegt Hoogerwerf, ‘er wordt gewerkt aan het creëren van extra fietsplekken.’ Onder het Forum komt bijvoorbeeld een fietsenstalling voor 1200 fietsen. Ook wordt er gedacht aan een fietsenkelder onder het voormalige V&D-pand, met nog eens 1200 plekken.

Studenten weten heel goed waar ze hun fiets wel en niet mogen parkeren

Maar dat gaat de RUG niet helpen. ‘Studenten parkeren hun fiets het liefst zo dicht mogelijk bij de gebouwen’, weet Weitkamp. Nu de fietsen geweerd worden uit de Uurwerkersgang, staan ze een paar meter verderop de stoep te blokkeren voor het Harmonieplein. Toch zou Hoogerwerf ook hier de oplossing ondergronds zoeken, zegt hij. Alleen waar precies rondom de universiteitsgebouwen, dat weet hij niet.

De RUG, op haar beurt, denkt ook na over de mogelijkheid de kelder onder de UB om te bouwen tot fietsenstalling. Die zou plaats kunnen bieden aan vijfhonderd fietsen. Maar, zegt Rossingh, het blijft een druppel op een gloeiende plaat: ‘Het verschil ga je echt niet merken.’

Verder doet de RUG kleinere dingen om het probleem aan te pakken. ‘We spreken studenten aan’, vertelt RUG-woordvoerder Jorien Bakker. ‘En dat blijven we ook doen.’ Wanneer de studenten hun fiets toch slecht parkeren, zetten de fietsstewards de fiets op een plek neer waar hij wel mag staan. Volgens Bakker weten studenten heel goed waar ze hun fiets wel en niet mogen parkeren. ‘Toch lijken ze er vaak lak aan te hebben.’

 De Broerstraat staat vol fietsen

Andere collegetijden

En dan komen we weer terug op het vorige punt. Wie zet de volgende stap? Wie gaat fietsen afvoeren, of speciale voorlichting geven? Voor de RUG is dat niet aan de orde, zegt Bakker. ‘Omdat het simpelweg niet onze verantwoordelijkheid is.’ Er is een fietsenkelder onder de OB, voegt ze daar nog aan toe, maar studenten nemen vaak niet de moeite om twee minuten extra te lopen.

Is er dan niets aan te doen? Moeten er eerst echt ongelukken gebeuren rond de universiteitsgebouwen in het centrum?

Weitkamp vindt dat RUG en gemeente snel met elkaar om tafel moeten gaan. Maar ook studenten moeten daarbij betrokken worden. ‘Zij zijn uiteindelijk toch degenen die de fiets slecht parkeren en wanneer ze bij het proces worden betrokken, voelen zij zich ook serieus genomen. Samenwerking is essentieel.’

Zet een fietsflat neer in de buurt van de universiteit, een echte bezienswaardigheid

Er is niet één maatregel of één instantie die het probleem kan oplossen, denkt Weitkamp. Het zal eerder gaan om een heleboel kleinere ingrepen. ‘Je zou naar de roosters kunnen kijken, bijvoorbeeld.’ Nu zijn immers alle collegetijden hetzelfde. ‘Maar dan parkeert ook iedereen op hetzelfde moment zijn fiets.’ Laat je een deel van de colleges om half tien beginnen in plaats van om negen uur, dan verdeel je de parkeerlast. ‘Het is tenslotte een tijd-ruimteprobleem.’

Andere optie: creëer een fietsflat in de buurt van de universiteitsgebouwen. ‘Niet zomaar één, maar een echte bezienswaardigheid die de stad aantrekkelijker maakt.’ Bakker ziet daar wel heil in. ‘Voor nu is dat niet in beeld, maar het is voor de toekomst misschien wel een aardige gedachte. Bijvoorbeeld op het pleintje naast het Academiegebouw.’ Ook Hoogerwerf vindt dat een goed alternatief, maar legt de bal bij de RUG neer. ‘Het is immers hun grond.’

Handhaving

Weitkamp pleit daarnaast voor handhaving. En dat mag volgens hem best wat strakker: ‘Voer de slecht geparkeerde fietsen maar af. Daarmee beïnvloed je het gedrag echt. Dan zul je zien dat over een paar jaar, wanneer de populatie is ververst, de situatie is veranderd. Als je dat beleid nu gaat voeren, pluk je daar later de vruchten van.’

Maar wie gaat die fietsen afvoeren als beide partijen naar elkaar blijven wijzen? ‘Samenwerken’, herhaalt Weitkamp.

Een zachtere manier van handhaven zou ook kunnen werken: het zogenoemde nudging, waarbij mensen ongemerkt gestuurd worden. Denk aan de rode loper bij ingang van de H&M aan de Grote Markt en bij de Korenbeurs. ‘Een hele simpele ingreep, maar fietsers parkeren hun fiets er niet op’, zegt PhD-student Koen Bandsma, die nudging in de publieke ruimte onderzoekt.

Een bord met met boos kijkende ogen heeft ook effect, volgens Bandsma. ‘Dat wekt het onprettige gevoel op dat je wordt bekeken.’ Toch benadrukt hij dat je met alleen nudging de oorlog niet gaat winnen. ‘Het is een ondersteuning van andere maatregelen.’

English