Interview

Een jaar na de Nobelprijs

Feringa blijft stug genieten

Wie een plekje wil boeken in de agenda van Ben Feringa, moet wachten tot 2019. Een jaar na de Nobelprijs is er nog geen enkel signaal dat de achtbaan waarin hij belandde tot stilstand komt. ‘Zoiets bedenk je niet. En dat is maar goed ook.’
Door Christien Boomsma / Foto Reyer Boxem

Als hij in de trein zit, dan wordt hij herkend. Onbekenden willen een selfie met hem maken. ‘Dan kan ik mijn man jaloers maken.’ Soms weten ze niet eens zeker wíe hij is, maar dat hij een Bekende Nederlander is, dat weten ze dan weer wel. ‘Ik kom er later wel weer op’, zeggen ze dan. ‘Maar mag ik wel met u op de foto?’

De Groningse Nobelprijswinnaar Ben Feringa vindt het meestal prima. Al is het – nog steeds – behoorlijk wennen. Dat hij als een rockster onthaald wordt door buitenlandse studenten op de Welcoming Ceremony, dat schoolkinderen in de rij staan om zijn handtekening, dat hij deel uit mag maken van de Lindau Conferentie met al die ándere Nobelprijswinnaars en dat hij op de koffie mag bij Willem Alexander. Het is een gekkenhuis, ja, maar nog altijd ‘hartstikke leuk’, benadrukt hij.

Achterlijk druk

Eén jaar nadat hij hoorde dat hij de Nobelprijs voor de scheikunde had gekregen wegens zijn werk aan een moleculaire motor, is er nog geen enkel signaal dat de rust aan het weerkeren is. ‘Achterlijk druk is het nieuwe normaal’, zegt zijn secretaresse Tineke Kalter opgewekt.

Hij was te gast in spraakmakende tv-programma’s als De Wereld Draait Door en in College Tour. Hij kreeg een borstbeeld in het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, was het onderwerp van een tentoonstelling, kreeg erepenningen toegekend, een straatnaam naar zich vernoemd en de RUG besloot inderhaast het nieuwe te bouwen complex voor natuurwetenschappen van Zernikeborg om te dopen naar het Feringa Building.

Daarnaast stromen de uitnodigingen nog altijd met tientallen zijn mailbox binnen. Van optredens op basisscholen, tot congressen voor leraren, tot praatjes voor de Rotary Club of het verzoek of hij misschien de carnavalsweek van Barger Compascuüm wil openen.‘

Ik moet nu eenmaal prioriteiten stellen’

Afgelopen woensdag nog, stond hij voor 30.000 scholieren op het Malieveld bij het Generatie Discovery Festival. Vandaar reisde hij in een moeite door naar Zweden, waar hij 350 leraren toesprak op een congres, aansluitend hield hij een publiekslezing voor Nobel in Stockholm, waarna hij weer terug reisde naar Den Haag voor een optreden op de avond van wetenschap en maatschappij. Wie hem wil boeken voor een congres, zal een plekje moeten losbedelen voor 2019, want 2018 zit al stampvol. ‘Zoiets bedenk je niet’, zegt Feringa. ‘En dat is eigenlijk maar goed ook.’

Teleurstellen

En toch. Tóch vertikt Feringa om toe te geven dat hij er misschien wel eens klaar mee is. Al moet hij schipperen met zijn tijd en mensen teleurstellen die niet snappen dat ook een kwartiertje of een uurtje vaak te veel is. ‘Ik moet nu eenmaal prioriteiten stellen’, zegt hij. ‘Ik voel me verantwoordelijk voor de groep, voor de studenten en promovendi in ons lab. Het onderzoek gaat gewoon door en ik wil die mensen niet teleurstellen. En dan is er straks ook weer het reguliere onderwijs.’

Zijn promovendi hebben inmiddels de perfecte methode gevonden. Moet Feringa op reis – liefst gepaard met lange uren in de trein of het vliegtuig – dan belandt er de dag ervoor een flinke lading leeswerk op zijn bureau, dat hij dan vervolgens onderweg kan becommentariëren en corrigeren.

Dat het hem allemaal nog lukt op, blijkt uit de vondsten waar zijn groep ook dit jaar weer mee kwam. Zo was er een spiertje – ‘een fibertje’ – dat hij aanstuurde met zijn nanomotortje. Een klein stapje op weg naar de gedroomde toepassingen. Of die andere vondst: zijn groep slaagde erin om de structuur van een polymeer – een helix – om te draaien met behulp van zijn motortje.

Maar – en hij kan niet ophouden met dat te benadrukken – hij geniet óók. ‘Vergeet niet, dit is een jongens- of meisjesdroom die uitkomt. De Nobelprijs is de hoogste eer die je kunt bereiken. Ik ben daar poepietrots op!’

Daniël Lohues

Alle eerbewijzen – van de happening in de Martinikerk waar Daniël Lohues speciaal voor hem optrad met het oer-Drentse liedje ‘Op fietse’, tot de speciale fietsparkeerplaats die de RUG voor hem regelde, omdat autoplek zoals Nobelprijswinaars in de Verenigde Staten die krijgen voor de fietsende Feringa zinloos is – raken hem écht. Ook nu nog.

Dat hardnekkige vermogen om plezier te hebben te midden van alles, is misschien wel wat hem heeft gebracht waar hij nu is. ‘Je moet niet het onderzoek ingaan, als je niet kunt omgaan met hard werken, tegenslag en frustratie’, benadrukt hij. ‘Want je loopt zo vaak vast, er gaat zo veel mis! Maar je moet ook niet het onderzoek ingaan als je niet kunt genieten!’

Ik ben daar poepietrots op!

En dus houdt hij zich vast aan het plan waarmee hij dit waanzinnige jaar op 5 oktober 2016 begon. ‘Ik heb me voorgenomen om een boodschap uit te dragen en om het publiek duidelijk te maken dat academisch onderwijs – nee, ónderwijs in het algemeen– zó belangrijk is voor onze toekomst. Zonder investeringen in jong talent staan we niet alleen stil, maar gaan we achteruit. Daar heb ik me sterk voor gemaakt, voor meer investeringen in onderwijs en onderzoek. En de nieuwe regering heeft geluisterd! Niet zoveel als we hadden gewild, maar het is een stap in de goede richting. En als ik daarbij een beetje geholpen heb, dan ben ik daar blij mee.’

Tien kinderen

Ook weer een boodschap die steeds terugkomt. Zorg ervoor dat jonge mensen kunnen leren, worden uitgedaagd, hun talenten kunnen ontwikkelen. Want voor Feringa was dat niet vanzelfsprekend en dat diepgewortelde besef draagt hij nog altijd met zich mee. ‘Vergeet niet, het wás niet vanzelfsprekend dat ik ging studeren. Mijn vader was boer. We waren met tien kinderen thuis.’

Zijn ouders deden alleen de basisschool en misschien wat aanvullende cursussen. Heel normaal voor een paar Drenties in het Nederland van voor de oorlog. Ze waren hartstikke slim natuurlijk, Feringa’s brein kwam niet uit de lucht vallen, maar stevig vervolgonderwijs of een studie zat er gewoon niet in. ‘Maar als ik vroeger op de basisschool iets niet wist, dan kreeg ik te horen “Jouw moeder had het antwoord wél geweten”.’

Het was niet vanzelfsprekend dat ik ging studeren

Alleen besloten zijn ouders dat Feringa en zijn andere broers en zussen de kansen moesten krijgen die zij niet hadden gehad. Dus toen Ben na de HBS aankondigde dat hij boer ging worden, vond zijn vader dat hij ‘eerst maar eens wat moest leren’.

Dat gunt hij ook anderen. En dus accepteert hij zijn nieuwe rol als boegbeeld en rolmodel. Vroeger werd hij gevraagd om te vertellen over zijn wetenschappelijke werk aan moleculaire motoren. Nu willen mensen dat hij enthousiasmeert en inspireert. Minder lezingen over moleculaire motoren en meer ‘tips en tricks’ om óók een Nobelprijswinnaar te worden.

Boerenkool

Groot voordeel is dat zijn vrouw was gestopt met werken kort voordat hij de prijs kreeg. ‘Dat was een gelukkig samenloop van omstandigheden’, vertelt hij blij. ‘Ze had altijd een drukke baan, maar nu reist ze vaker met me mee en kunnen we meer delen. En de kinderen zijn allemaal al het huis uit.’

Als het hem allemaal te veel wordt, dan loopt hij de tuin in. Hij heeft wat grond bij zijn huis in Paterswolde met een pony en een moestuin. Dus dan gaat hij even een poosje maaien, of spitten, of onkruidwieden – met je handen in de grond. Dat is heel rustgevend, weet hij. Mits hij niet tot de ontdekking komt dat slakken zijn jonge boerenkoolplantjes tijdens een van zijn trips volkomen hebben kaalgevreten. ‘Dan sta je met de tranen in de ogen.’

Daarnaast bewaakt hij de schaarse privétijd met alles wat in hem is. Die jaarlijks skiweek in februari? Daar komt helemaal niemand aan. En in de zomer gaat hij met zijn vrouw en dochters naar hun huisje aan het Sneekermeer. ‘Dan hoef ik niet te reizen. Gewoon wat fietsen en een boek lezen aan het water en misschien een dagje zeilen. Verder niets.’

Hoewel…

Afgelopen zomer wist Omrop Fryslân hem ook daar te vinden. En belandde hij toch nog aan boord van het skûtsje van Douwe Janszoon Visser voor een filmpje. ‘Machtig mooi, toch?’

 

English